StaartpartnerMet een ondeugende grijns zette de staartpartner de oude boot weer in beweging.

**Dagboek 14 mei**

Vandaag heb ik weer eens moeten ervaren hoe een langeafstandschauffeur zowel een eenling als een onverwachte hulp kan zijn. Op de weg langs de A1 bij de rotonde bij **Zutphen** zag ik iets schuiven tussen het gras. Ik zou het voorbij kunnen rijden, maar een stekende prikkel in mijn maag liet me stoppen.

Voor me lag een enorme, gestreepte **kat** die hijgend tegen de grond lag. Zijn vacht was modderig, een poot leek afgeschoten en er zat bloed op zijn lichaam. Het leek wel alsof hij al negen levens had verloren, want hij was nog net bij bewustzijn.

Wat ben jij voor rotzak? vroeg ik, terwijl ik over de kat boog.

Hij siste en miauwde krakerig, alsof hij me wilde vertellen dat hij geen hulp nodig had en dat ik mijn eigen route moest vervolgen. Ik voelde een herinnering aan een oude poez van mijn oma, die we als kinderen naast de haard deelden. Die warme, knetterende geur van hout en het spinnen van die kat kwamen nu weer terug.

Ik ben geen kattenarts, maar dit laat zich niet zomaar genezen, zei ik tegen mezelf. Er is hier geen asiel in de buurt, dus laat ik je maar naar de dierenkliniek brengen.

Voorzichtig tilde ik de kat in de laadbak van mijn **volvo VNL**, legde hem zachtjes achterin. Na een moment van onrust, kalmeerde hij en leek hij te accepteren dat het misschien beter ging.

Ik sloeg af van de snelweg en reed naar **Gouda**, een klein stadje met een gezellige dierenpraktijk. De dierenarts, een oudere man met een vriendelijke blik, nam ons meteen op. Gelukkig, jongen, zei hij. We desinfecteren, leggen een gips om de poot en dan kun je weer verder.

Maar waar moet ik nu heen? protesteerde ik. Ik heb een lading te leveren!

De dierenarts haalde zijn schouders op. Er is hier geen asiel, en hij is geen kitten meer, maar een gezonde kat. Misschien kun je hem meenemen?

De kat staarde me met zijn groene ogen recht aan, en ik voelde een steek van schuld. Zou ik hem nu echt achterlaten? Ik zuchtte en stemde in.

Terwijl ik de kliniek verliet, hoorde ik twee oudere dames fluisteren bij de wachtkamer.

Maartje met haar dochter kwam weer bij me langs, ze wilde zich verstoppen voor haar man, zei de een, terwijl ze haar handen op haar schorten vouwde.

Wat een ellende, reageerde de ander, zij is een gouden meisje, maar haar man is een rotzak, ze zegt zelfs dat hij haar mishandelt.

Ik luisterde niet meer. Ik had genoeg eigen zorgen. Mijn verloofde had beloofd tot het einde der tijden te blijven, maar ik had haar al een maand niet gezien, en nu leek alles uit elkaar te vallen.

De dierenarts overhandigde de kat, die nu wat trilleriger bewoog. Kom maar terug over drie weken voor de gips, zei hij. Dan zit hij beter.

Dankbaar nam ik de kat mee en zette hem op het laken van de cabine. De reis naar mijn volgende bestemming ging gestaag, tot ik langs de kant van de weg twee schimps zag. Een vrouw zwaaide wanhopig, en een klein meisje hield zich aan haar rok.

Sorry, ik neem geen passagiers, murrelde ik, volgens mijn eigen regels.

Miauw! klonk er vanachter.

Ben je wakker? vroeg ik de kat. Wat wil je?

Miauw! herhaalde hij, alsof hij me iets wilde laten weten. Heb je honger?

Ik keek naar de kat die zijn staart opsloeg. Goed, ik stel je even in de gaten, anders zou ik je nu kwijt raken.

De vrouw en haar dochter renden naar mij toe.

Alsjeblieft, neem ons mee! We staan nog maar drieëndertig kilometer verder, smeekte de vrouw, tranen in haar ogen, terwijl haar dochter snikkend naast haar zat.

Ik ben geen taxichauffeur, ik ben een vrachtwagenchauffeur, zei ik. Stap in de bus, daar kom je wel.

Maar we hebben één levering gemist, we zijn te laat! protesteerde ze. Help ons, alsjeblieft, we zullen God dankbaar zijn!

De kat, die nu langzaam liep en tegen het meisje aanstak, kreeg een zachte aai van haar hand en spinde.

Mag ik jullie toch even meenemen, en jullie nemen de kat? stelde ik voor. Hij wil wel een vriendje.

De vrouw begon te snikken. We nemen hem graag aan, ik werk in een dierenkliniek! Ik heb mijn tante in **Almelo**; we zoeken een opvang.

Wat is er gebeurd? vroeg ik, terwijl ik zag hoe het meisje de kat aaide.

Het meisje had gouden krullen, een beetje bang, maar de kat leek het wel te vinden.

De vrouw, **Eline**, leek bekend. Ik herinnerde me haar van een eerder bezoek aan de dierenkliniek; haar man was een ruwe kerel. Ik besloot niet verder te graven.

Oké, ik breng jullie naar Almelo, zei ik. Veronica, wat is jouw naam? vroeg ik tegen het meisje.

Veronica, maar iedereen noemt me **Verka**, antwoordde ze zacht.

Hoe noem jij jezelf? vroeg ik de kat.

Kat en Kat, miauwde hij. We hebben elkaar net pas ontmoet op de snelweg.

Wat aardig van je! lachte Eline. Hoe heet jij?

Dirk, de vrachtwagenchauffeur, mompelde ik.

Eline zei dat ze geen telefoon had; haar man was weggelopen en had het huis verlaten. Ze vroeg of ze een **telefoonnummer** van mijn tante kon krijgen. Ik haalde mijn **mobiel** uit de sjaal en gaf haar het nummer.

Ze fluisterde in haar telefoon, sprak over de man, we zijn weggelopen, de kat. We kunnen de kat niet houden, zei ze, terwijl Verka begon te huilen.

Ik zette de kat voorzichtig in de achterbank, en Eline en Verka kropen dicht tegen elkaar. Verka kuste de kat op het snorhuidje, en daarna trok ze me in een stevige omhelzing.

Verka, je mag niet zo dicht bij een volwassen man komen! riep Eline, maar de onschuldige blikken van het meisje maakten me zacht.

Mijn hart bonkte; ik had ooit gedroomd van een eigen gezin, een vrouw en kinderen, maar nu voelde ik die droom terugkeren in een klein meisje met krullen en een gewonde kat.

Kom je ons nog opzoeken? vroeg Verka, terwijl ze naar me opkeek met grote ogen.

Ik zal het proberen, stamelde ik. Verka liep daarna naar het huis, ik stapte terug in de cabine en vervolgde mijn weg.

De kat lag nu kalm naast me, spinde af en toe, en ik voelde dat zijn aanwezigheid me rust gaf iets wat ik al lang niet meer had ervaren op de eenzame lange wegen.

Even later zag ik twee mannen bij de kant van de weg, één van hen zwaaide met een pistool. Zonder te aarzelen sprong de kat met zijn klauwen naar de man en krabde hem in het gezicht. De man liet het wapen vallen, en ik trapte het van de grond, richtte het op de tweede bendeleider en riep: Handen omhoog!

De andere bendeleider schreeuwde: Verwijder die kat, hij gaat me uitbladeren!
Ik haalde een schot in de lucht, pakte de kat stevig en sprong in de cabine: We gaan weg!

De politie van de **Rijksdienst voor het Wegverkeer** reageerde snel; binnen een half uur waren de bendeleden gearresteerd. De agenten prezen ons: Zonder jullie en die dappere kat was dit niet gelukt.

De agent zei tegen mij: Jij bent een echte held, maar geen superheld. Je hebt een kat gered en ons geholpen.

Voor even voelde ik me toch een beetje trots, al was ik nog steeds een gewone vrachtwagenchauffeur met een gekwetste kat op de achterbank.

De blogpost over de Vrachtwagenchauffeur en zijn dappere kat ging viraal; mensen stuurden berichten en bedankten ons. Ik merkte dat het ijs in mijn hart begon te smelten, alsof de winter van mijn eenzaamheid ten einde kwam.

Drie weken later reed ik weer naar **Gouda** om de gips van de kat te laten verwijderen. Toen ik de kliniek binnenstapte, stond **Eline** bij de deur, haar ogen groot en glanzend.

Ah, jij bent het, zei ze. Ik had vannacht een droom dat je zou komen.

Het lijkt wel een voorspellende droom, antwoordde ik. Hoe gaat het met Verka?

Goed, zei ze zacht. Mijn tante heeft ons geaccepteerd, maar ik ben net met een scheiding bezig.

Wil je dat ik jullie blijf helpen? vroeg ik, terwijl de kat tegen mijn knie spinde.

Ja, graag, fluisterde Eline. Ik heb een dochter, een kat en een toekomst nodig.

De kat miauwde bevestigend, alsof hij ook zijn goedkeuring gaf.

We spraken af om elkaar vaker te zien. Een maand later trouwden Eline en ik. Ik liet de vrachtwagen liggen en nam een baan als chauffeur voor een **dierenambulance**. De kat, die we Vrachtwagen noemden, woont nu bij ons, waakt over Verka en springt af en toe op de bank om te dromen over de open weg.

Het leven is nu een mengeling van lange ritten, knusse avonden en kattenkussen. En soms, als ik s nachts sta te kijken naar de lege snelweg, denk ik: Zonder die kat had ik dit nooit kunnen vinden.

Dirk.

Please rate
Bagattia News
StaartpartnerMet een ondeugende grijns zette de staartpartner de oude boot weer in beweging.