Weet je, Marieke, om er zo uit te zien en in goud te lopen sta ik elke dag om vijf uur ’s ochtends op, melk ik de koeien, geef ik de kalveren te drinken, verdeel ik het voer, en ga daarna pas naar mijn hoofdwerk; dus hier is geen reden tot jaloezie.

Weet je, Marloes, om er zo uit te zien en in goud te glinsteren moet ik elke ochtend om vijf uur uit het bed springen, de koeien melken, de kalveren laten drinken, de voerbakken vullen, en daarna pas richting de boerderij gaan. Daar is niks om jaloers op te zijn. Als je maar zou weten hoe het leven op het platteland echt is, zou je het nooit meer zo zien.

Och, Femke! Kijk je eens, helemaal in glanzend goud! De ketting, de armband, zelfs een gouden horloge. Je schittert als een lichtstraal op de grachten van een droomstad. Ze fluisteren de anderen: Zo’n dorpse leven is toch vervelend, maar kijk naar haar! Iedereen van de stad zou nu meteen hun koffers pakken en naar het weiland verhuizen. Hoe kan het anders, als je in het dorp woont, er prachtig uitziet en met goud bezaaid wordt?

Weet je, Marloes, om er zo uit te zien en in goud te glinsteren moet ik elke ochtend om vijf uur opstaan, de koeien melken, de kalveren laten drinken, het voer verdelen, en daarna pas naar mijn werk gaan. Er is dus niets om jaloers op te zijn. Als je maar wist wat het betekent om op een boerderij te leven, zou je het nooit zo denken.

Femke, ik ken het dorp niet! Ik ben van kinds af aan opgegroeid tussen koeien en varkens, maar jij, die ineens een dorpsprinses is geworden, blijft een raadsel. We dachten altijd dat je na je studie nooit meer terug zou keren naar het huis.

Ach, wat er geweest is, is geweest. In onze jeugd dachten we dat we alles onder controle hadden, maar het leven heeft andere plannen.

Femke had een eigenzinnig karakter; als ze iets zei, deed ze het ook. Sinds haar eerste kindertijd fluisterde ze dat het dorpsleven met akkers, aardappelen, koeien en kalveren haar niet zou binden, want ze was te mooi en te slim voor zon bestaan.

Moeder, ik kom nooit meer terug naar jouw dorp. Zodra ik klaar ben met school, ga ik naar de stad, zoek ik een rijke verloofde, trouw en blijf ik in de stad wonen. Ik wil niet langer in het dorp blijven!

Goed, Femke, maar wie weet waar het leven ons brengt. Het dorp is niet slechter dan de stad; hier wonen ook mensen. Als je de koeien zou melken, zou het mij een stuk makkelijker maken; dan kook ik ondertussen het avondmaal.

Ja, ja! Stel je voor dat ik met de koeien moet gaan! Het hele dorp zou me uitlachen. Moeder, jullie koeien staan klaar, maar ik ga nieten kom ook niet meer op zon vraag af.

Andere kinderen melken de koeien en helpen hun ouders. Waarmee onderscheid je je, dochter?

Moeder, waarom zou ik naar anderen kijken? Ik heb mijn eigen verstand

Marlies, de moeder van Femke, zucht zachtjes terwijl ze op het weiland haar melkkoeien tegemoetloopt, terwijl Femke een dikke laag makeup op haar gezicht smeert voor de dorpsdisco.

De vriendinnen van Femke keken jaloers naar de plaatselijke koningin die nooit thuiswerk verrichtte, geen afwas deed en nog minder een schuur binnenliep. Femke wist zelfs niet hoe ze de koeien moest benaderen. Ze was een late bloeier, onverwacht, onvoorspelbaar. Haar oudste zus was al getrouwd en had kleinkinderen, en nu kreeg Marlies het nieuws dat ze zwanger was. Ze kregen hun kinderen bijna gelijktijdig, met een verschil van twee maanden. Hoe kon je het kleine meisje nu verwennen?

De jaren verstreken, de kinderen groeiden, de ouders werden ouder. Femke haalde haar eindexamen, maar de cijfers vielen niet mee; alleen maar drieën in het rapport, maar ambitie was er nog.

Ze besloot pedagogiek te studeren. Het was een schoon beroep, met respect en zonder stof.

Marlies zuchtte opnieuw, verkocht met haar man een paar stieren en betaalde Femke een jaar collegegeld.

Niemand begreep eerst dat Femke in een lastige positie zat. Het laatste jaar van haar opleiding bracht haar vaak terug naar het platteland. Ze zat voor de spiegel, maakte zich klaar, keek uit het raam alsof ze op iemand wachtte, maar het was alleen de stilte van de nacht die haar gezelschap hield.

Ze begon werk te vinden, werd een stevige, zelfstandige vrouw. Op een vrije zondag kwamen haar schoonouders langs: Wij hebben een koopje, jullie hebben een product, ze zeiden.

De ouders begrepen de grap niet, maar Femke, zonder hun toestemming, omhelsde een jonge man uit hetzelfde dorp, vier jaar haar rijpere maat. Ze ontmoetten elkaar na de opleiding, hun liefde ontkiemde.

Het huwelijk volgde, en kort daarna was Femke zwanger. Men fluisterde dat haar slagen alleen dankzij haar situatie waren, niet door haar kennis.

Ze huurden een appartement in de stad en begonnen een leven. De ouders stuurden alleen nog voedselpakketten zodat het jonge gezin zich kon voeden. Femke zat met haar baby op de wieg, en Jeroen, haar man, werkte voor twee loonstroken. Hun dochter, Lotte, was net zo mooi als haar moeder. Met twee personen was het salaris niet genoeg; met drie wel. Jeroen verontwaardigde zich:

Doe wat je wilt, maar ik wil hier niets meer horen. Het is genoeg met de halve huur die we aan een onbekende oom betalen. We gaan terug naar het dorp tot Lotte groot is, en dan is het af.

Ze pakten hun spullen, reden naar het dorp. Jeroens ouders kochten een nieuw huis, het oude stond nog leeg. De jonge familie vestigde zich. Jeroen vond werk op de boerderij; hij was een echte monteur, goed opgeleid. Het salaris was lager dan in de stad, maar het geld bleef in de handen; de huur was weg. Femke twijfelde eerst, Waarom breng je me hierheen?, maar later rustte ze.

Met moeder en schoonmoeder naast zich, en de baby, kregen ze voedsel en hulp. Het was geen sprookje, maar een vreemde, dromerige realiteit.

Al snel protesteerden de schoonmoeder en Marlies: Waarom zit je dagenlang voor de spiegel, terwijl wij in de tuin ploeteren? Ze wilden afwisselen met de kleindochter. Femke protesteerde, maar Jeroen keek haar recht in de ogen, begreep alles, en ze ging wortels trekken. De hele zomer groeide er geen onkruid meer, alleen kalme stilte op de akkers. Het volgende jaar besloot ze een nieuwe tuin aan te leggen, geen zin meer in eindeloze arbeid.

Jeroen besloot de stieren te fokken, Wel eens winstgevend, dacht hij. Boerderij, hooiberg en voer alles kwam samen. De ouders van Femke verhuisden naar het districtcentrum en gaven een jonge koe als cadeau.

Aanvankelijk was het moeilijk voor Femke om zo vroeg op te staan, maar al snel ging ze erin op.

Na vier jaar vond ze een plek in de kleuterschool, toen een collega met pensioen ging. Het huishouden was op orde, en het leven leek weer normaal.

Ze merkte niet meer dat haar dromen over de stad op de achtergrond verdwenen waren. Hoe kan je dromen als je van zonsopgang tot maansondergang bezig bent met de akkers en de koeien?

De schoonmoeder verhuisde naar het centrum, de dochter ging naar school, en Femke verbleef op het platteland. Ze werd directeur van de kleuterschool. Jeroen zei: Misschien is het tijd om dichter bij de beschaving te komen?

Wat denk je, Jeroen? Is het hier slecht? Het huis, de tuin, het hele boerenleven. Er is genoeg geld. We rijden nog wel vaak naar de stad. Ik wil hier blijven, want wie kan ik in de kleuterschool achterlaten? Lotte is bijna klaar met school, laten we eerst zien wat er komt, ik wil nu nergens heen.

Twintig jaar verstreken als één dag. De klas ontmoette elkaar na het afstuderen. Ze zag veel oudvrienden, enkele waren nog op het platteland, maar haar kindervriendinnen Katja en Saskia, die nu vijftien jaar oud waren, had ze niet ontmoet. Ze verzamelden zich voor een avond.

De bijeenkomst verraste hen. Het volwassen leven had zo veel wendingen genomen! Een helft van de klas woonde nu in de stad, niemand had verwacht dat het zo zou uitpakken.

Katja bijvoorbeeld, haar hele leven op de boerderij, haar ouders werkten op de akker. Ze studeerde niets bijzonders, ging na school meteen naar een kookopleiding, vond een baan in de stad, trouwde, en zo, kijk haar nu aan!

Saskia trouwde al tijdens de laatste schooljaren met Michiel, een klasgenoot. Ze woont nu in de stad, heeft een appartement, een auto, en een man die een zakenman is. Ze werkt niet, maar ze droomde ooit alleen van het dorpsleven.

De oudklasgenoten spraken warm met elkaar, wisselden telefoonnummers uit, verbaasden zich over de levenswendingen en gingen elk hun eigen weg. Femke en Jeroen keerden terug naar huis, stil, met gedachten die als wolken over het platteland drijven.

Sorry, Femke, dat ik je destijds uit de stad heb gehaald. Ik wist wel dat je het dorp niet kon verdragen. Nu woon je toch in de stad met de auto.

Ach, Jeroen! Ik rijd al met de auto, en we leven net zo goed als anderen. De stad heeft ook zo zijn zoetheid. Overal zijn voor en nadelen. Ik hou van het dorp. De stad maakt me moe. Dat ik als kind niet hielp thuis, was omdat mijn ouders me verwennen. Ik dacht dat het schaamtelijk was, maar nu, als ik volwassen ben, zie ik dat niets vanzelf komt. Als we nu nog een huurhuis of een hypotheek hadden, zouden we nog steeds worstelen. Ik herinner me hoe ik elke keer bang was een bord af te ruimen. Hier, in het dorp, naast jou, heb ik geleerd dat hard werken overal nodig is. We wonen niet ver van de stad; we kunnen altijd verhuizen. Werk, eigen huis, wat heb je nog meer nodig voor geluk?

Ja, Femke. En wanneer heb je het dorp leren liefhebben?

Altijd, alleen begreep ik het niet. Nooit nooit zeggen. Weet je nog hoe ik schreeuwde dat ik nooit in het dorp zou wonen? En hier ben ik.

Likeknoppen en reacties blijven komen, vrienden delen hun gedachten.

Vrienden, als jullie meer van dit soort verhalen willen lezen, laat een reactie achter en vergeet de like niet. Het inspireert ons om verder te schrijven.

Please rate
Bagattia News
Weet je, Marieke, om er zo uit te zien en in goud te lopen sta ik elke dag om vijf uur ’s ochtends op, melk ik de koeien, geef ik de kalveren te drinken, verdeel ik het voer, en ga daarna pas naar mijn hoofdwerk; dus hier is geen reden tot jaloezie.