Hier gebeurt iets, binnenkort komen er gasten bij ons langs, en jij moet ergens heen.

Het zit zo, er komen binnenkort gasten langs ons, en jullie moeten even weg. Jullie begrijpen wel dat er geen feest voor jullie zal zijn. Zoon, waar gaan we heen? Er is hier niemand, vroeg mijn vrouw. Ik weet het ook niet, maar vroeger riep de buurvrouw van het dorp ons wel eens op bezoek, dus ga maar.

Victor van den Berg en Marijke Jansen hebben al meer dan honderd keer spijt gehad dat ze naar hun zoon luisterden en hun huis verkregen. Het was wel een zware tijd, maar dat was hun huis, hun eigen plek. En nu?

Ze durven hun slaapkamer niet meer te verlaten uit angst de boze schoonzoon Katja te prikkelen. Alles irriteert haar: hun krakende schoenen, het drinken van thee, het eten. De enige persoon in het appartement die echt nodig is, is hun kleinzoon Daan.

Daan, een knappe jonge man, is dol op zijn oude ouders, bijna tot het punt van waanzin. Als zijn moeder in zijn bijzijn harder gaat praten, krijgt hij meteen een reactie. Hun andere zoon Bas, die ofwel bang voor zijn vrouw is of gewoon niets geeft, komt nooit tussenbeide.

Daan dineert weleens met zijn grootouders, maar woont meestal ver weg, in een studentenflat naast zijn werk. Hij komt alleen in het weekend thuis. De ouderen wachten elke bezoeker alsof het een feest is. Het is al bijna nieuwjaar wanneer Daan vroeg in de ochtend aankomt om iedereen te feliciteren.

Hij loopt de kamer in waar zijn grootouders zitten, brengt warme, mooie sokken en wanten. Hij weet dat ze het vaak koud hebben, dus hij wil ze verwennen. Voor zijn opa gewone wanten, voor zijn oma wollen wanten met borduursel.

Marijke drukt de wanten tegen haar gezicht en barst in tranen uit.

Oma, wat is er? Bevalt het niet?

Ach, lieverd, het is perfect. Zon mooie, warme geschenken heb ik nog nooit gehad.

Ze omhelst haar kleinzoon en kust hem. Daan begint de handen van zijn oma te strelen een gewoonte sinds zijn kindertijd. Haar handen ruiken altijd naar iets: soms naar verse appelen, soms naar taart, maar vooral naar warmte en liefde.

Houd je hier drie dagen vol zonder mij, zeg ik tegen de jongens ik ga even met vrienden op stap en daarna weer naar huis.

Rust lekker uit, jongen zei zijn oma wij wachten op je.

Daan pakt zijn tas, neemt afscheid en vertrekt. De ouderen keren terug naar hun slaapkamer.

Na een uur horen ze Katja roepen: We moeten ons klaarmaken voor de gasten! Het is beschamend om hier te blijven staan, we kunnen ons niet ontspannen. Ze twijfelt waar de gasten straks moeten slapen. Bas probeert iets te zeggen, maar Katja luistert niet.

De ouderen zitten als muizen, zelfs geen kopje thee. Victor pakt uit een voorraadkast een paar wafels en deelt ze met Marijke. Ze gaan bij het raam zitten en kauwen stilletjes, bang om iets te zeggen. Een traan glinstert in Marijks ogen. Het doet pijn om te beseffen dat je nergens meer toe doet.

Buiten wordt het donker. Vadim, de zoon, komt binnen.

Het is er weer er komen gasten jullie moeten weg. Jullie krijgen geen feest meer.

Zoon, waar gaan we heen? Er is hier niemand vraagt Marijke.

Ik weet het niet, we werden vroeger uit het dorp uitgenodigd, dus gaan we.

Waar gaan we heen? De bus rijdt niet meer, we weten niet waar het station is. En is die buurvrouw nog in leven?

Katja zegt dat we een uur hebben om ons te verzamelen.

Vadim verlaat de kamer. Victor en Marijke kijken elkaar aan, proberen niet te huilen. Ze pakken de cadeaus van hun kleinzoon en trekken zich warmer aan. Stilweg lopen ze het huis uit, het is al bijna donker. Mensen haasten zich overal.

Marijke pakt Victors arm en ze slenteren naar het park. Onderweg stoppen ze bij een klein café, bestellen thee en broodjes, want ze hebben de hele dag niets gegeten. Ze blijven bijna een uur zitten, willen niet naar buiten waar de wind huilt en de sneeuw valt. De nacht wordt steeds kouder.

In het park staat een kleine prieel. Ze besluiten daar onder te schuilen, gewoon omdat er een dak boven hun hoofd is. Ze gaan dicht tegen elkaar aan zitten. Marijke bekijkt de wollen wanten op haar handen. Victor kijkt haar aan en zegt:

Gelukkig heeft onze kleinzoon een zuiver hart, ondanks de harde harten van zijn ouders.

Ja, we hebben geprobeerd het vol te houden, maar

De tijd verstrijkt, de sneeuw blijft vallen. In de ramen van de huizen branden kerstbomen. Vele gezinnen zitten al rond de tafel, vieren oudjaar. Plots verschijnt er een speelse poedel naast Marijke en Victor. Hij springt op de stoel van de oma en likt haar hand.

Wat doe jij hier alleen? Ben je verdwaald? vraagt Marijke lachend.

Daarop klinkt een vrouwelijke stem van ver.

Lieverd, waar ben je? Het is tijd om naar huis te gaan. Waar ben je, mijn kleine?

De vrouw, Lotte, hoort haar hond blaffen.

Kom maar, Lotte, ik kom. Wat is er gebeurd?

Lotte loopt naar het prieel, haar hond leunt op de knieën van de oude vrouw en kwispelt. Ze kijkt naar de ouderen en merkt dat ze al lang zitten.

Sorry, mijn lieve, hij zal niemand kwaad doen. Hoe lang zitten jullie al hier?

Al een tijd, meid, je hond is knap.

Waarom ga je niet naar huis? Het is zo koud, en over een uur is het nieuwjaar.

De ouderen zwijgen.

Mag ik nog even blijven? vraagt Lotte.

Ze schudden hun hoofd.

Het is heel bijzonder, ik ben zelfs in de war.

Lotte blijft naast de oma zitten, draait zich om en kwispelt vrolijk. Ze stelt voor om naar haar huis te gaan, want ze heeft niets anders te doen. Laten we gaan, anders missen we het feest, zegt ze.

Victor en Marijke kijken elkaar aan, zuchten en staan op. Ondanks hun warme sokken bevriezen hun voeten. Ze lopen langzaam, terwijl Lotte rondhuppelt en vrolijk kwispelt. Onderweg maken ze kennis en praten ze.

Marijke vertelt hoe ze in het prieel terechtkwamen. Het is gênant, maar Lotte, een lieve jonge vrouw, voelt zich meteen op haar gemak. Ze is verdrietig: haar ouders zijn al overleden, ze zou alles geven om hen nog eens te zien.

Het appartement is warm, de keuken ruikt heerlijk. Eerst drinken ze thee, daarna gaan ze de tafel dekken. In de kamer schittert de kerstboom met gekleurde lichtjes, het is knus. Marijke helpt Lotte de tafel te dekken.

Victor speelt met Lottes poedel. Ze vieren nieuwjaar goed. De ouderen zijn dankbaar; Lotte laat ze die nacht niet alleen. Ze biedt aan om een week bij haar te blijven.

Daan keert terug en loopt meteen naar de kamer van zijn grootouders, maar die is leeg. Bij het bed ziet hij dat ze al lang weg zijn.

Mama, waar zijn oma en opa?

Hoe moet ik het weten? We zijn weggegaan.

Waarheen? Wanneer?

Op de 31e gingen we wandelen, we zeiden dat we gasten hadden, hoe kun je dat zich voorstellen, stil vieren met ouderen, dat is beschamend.

Ik schaam me ook, hier met jullie te blijven! Het zijn niet jullie die oud zijn, maar jullie. Het spijt me voor jullie. roept Daan.

Hij trekt zich snel aan en rent de straat op. Hij weet niet waar hij moet zoeken, vraagt voorbijgangers, maar niemand heeft de ouderen gezien.

Na twee uur is hij wanhopig. In de verte ziet hij een meisje met een hond. Hij nadert en ziet dat ze wollen wanten draagt dezelfde die hij aan zijn oma gaf.

Excuseer, waar komen die wanten vandaan?

Wat bedoel je?

Ik heb ze aan mijn oma gegeven, maar nu zijn ze weg.

Ben jij Daan?

Ja, hoe ken je me?

Ik ben Lotte. Kom mee.

Ze draait zich om, roept de poedel, en ze gaan samen naar Lottes huis. Onderweg vertelt Lotte hoe ze de oma en opa in het prieel vond, hen meenam en nu bij haar verblijft. Ze vraagt Daan om hun spullen mee te nemen.

Lotte opent de deur, de keuken ruikt naar pannenkoeken.

Ik hou van die geur zegt Daan.

Kijk, wie we hebben meegebracht lacht Lotte.

Daan stapt de keuken binnen, de oma rent naar hem toe en huilt. De opa komt uit de gang. Samen gaan ze aan tafel, drinken thee en eten de lekkere pannenkoeken van de oma. Daan vraagt om vergeving voor zijn ouders.

Ze overleggen lang over de toekomst. Lotte overtuigt iedereen om bij haar te blijven; de oma en opa blijven bij haar, Daan brengt hun spullen, en hij komt bijna elke dag op bezoek.

Eens woonden Lotte en haar poedel alleen in een groot drie-kamerappartement. Nu is het altijd vol met mensen, de geur van eten, gelach en een tevreden poedel die s nachts de beste plek kiest om te slapen.

En Lotte en Daan, dat is een heel ander verhaal. Het belangrijkste is dat vriendelijkheid een groot gevoel is. Soms is een glimlach genoeg, soms een vraag wat er gebeurd is. Doe iets goeds; het komt altijd terug.

Vond je het verhaal mooi? Laat een reactie achter en een like, dan blijven we meer verhalen voor je schrijven.

Please rate
Bagattia News
Hier gebeurt iets, binnenkort komen er gasten bij ons langs, en jij moet ergens heen.