Lief dagboek,
Vandaag was weer een van die dagen waarop ik me realiseer dat ik al te lang op de rand van mijn eigen leven sta en wacht op iets dat er écht toe doet. Het begon al vroeg, toen mijn moeder, Griet, in de keuken stond met een potje havermout en een grote lepel kokosolie. Lotte, is dat niet weer al die extra kilos? vroeg ze, met een frons die ik al zo vaak heb gehoord. Is dat niet een probleem?
Ik keek naar mezelf in de spiegel: 1,73m en 85kg. Niet slank, maar ook niet dik in de zin van een vette bever. Ik voelde een steek van trots; al die kilos waren gewoon het gewicht van een leven vol van liefde, goede humor en lekkere stamppotten. Toch blijft de stem van mijn moeder echoën: Je moet die extra’s afschudden, anders krijg je straks problemen.
Mijn oudere zus, Marloes, is nu 38 en nog steeds vrijgezel. Ze lijkt wel een oude, gedraaide windmolen: kronkelig, met een constante, hongerige blik op de wereld. Griet is iets minder, meer een strakke haak van een breinaald, altijd precies en zonder veel geduld voor onnodige dingen. Hun constante gepraat over diëten, drie glazen water in de ochtend, anders blijf je nooit licht, heeft me lang genoeg gefrustreerd. Ik ben altijd aangetrokken tot mensen die met een brede lach en een gezonde eetlust door het leven gaan. Ik droomde er al jaren van dat mijn toekomstige partner er volledig anders uit zou zien dan mijn moeder en zus. En toen vond ik haar.
Haar naam is Lotte. Alleen al die klank is zacht, bijna zo zoet als de geur van versgebakken appeltaart. Ze is niet vol, maar haar 85kg dragen een warme uitstraling, een vrolijke energie die door haar heen straalt. Hoge borsten, een smalle taille, vrouwelijke rondingen en een zacht, lichtindrukte kuiltje op haar wange het is allemaal zo uitnodigend dat ik bijna niet kon stoppen met glimlachen toen ik haar voor het eerst zag.
Gisteravond bracht ik Marloes naar de ABNAMRO in de Houthavens, waar ze een afspraak had. Terwijl zij in een comfortabele stoel zat, liep ik door de marmeren hal, verloren in mijn gedachten. Plots hoorde ik een zacht, zilveren lachgeluid, als een belletje dat net lichtjes rinkelt. Het was zo aanstekelijk dat ik meteen moest weten wie die vrolijke lach hoorde te horen.
Lotte zat daar, een jonge bankmedewerker die een oudere klant bediende. De heer fluisterde iets grappigs, en ze barstte opnieuw in lachen uit. Haar haar lag in golven op haar schouders, haar lippen vormden een klein boogje. Ze straalde iets uit dat alleen met het blote oog te zien was: zelfvertrouwen. Ik voelde hoe mijn hart een sprongetje maakte, maar ik kon mijn aandacht niet meer van haar afhouden.
Ik luister, Lotte? vroeg Marloes, haar stem een beetje geïrriteerd.
Ja, natuurlijk, Elise, antwoordde ik, mijn gedachten nog steeds bij Lotte. Wat zei je?
Nou ja, ik vertel hem (die van de bank) dat ik alleen gekookte kipfilet eet, geen gefrituurd vlees, klonk Marloess kluchtige klager over haar eigen flirt. Ik knikte, probeerde begripvol te lijken, maar mijn hoofd was al weer bij Lotte.
De volgende dag, tegen het einde van de middag, stapte ik opnieuw de bank binnen. Mijn droomobject, Lotte, zat aan een bureau. Ik haalde een bos verse rozen uit de auto en liep op haar af.
Mevrouw, bent u op zoek naar een echtgenoot, of een bruid voor uw moeder? brulde ik onhandig, een clichézin die ik net had gehoord van een film. Lotte keek me met een lachende blik aan, een beetje verbaasd, maar nam de rozen toch aan.
God, wat een geur! Wat een schoonheid! fluisterde ze, terwijl ze haar gezicht in de bloemen stak. Ik voelde me net een kind dat een nieuw speelgoed had gevonden.
Vanaf dat moment waren we onafscheidelijk. Het is grappig hoe je soms iemand ontmoet en meteen voelt dat je leven compleet is, zonder nog iets anders te hoeven zoeken. Na een maand van dagelijkse ontmoetingen vroeg ik haar ten huwelijk; ze zei ja. Nu restte alleen nog het kennismaken met de families.
Griet en Marloes verwelkomden me met een tafel vol stamppotten, poffertjes, bitterballen en een grote karamelstroopwafel. Griet, een prachtige vrouw met een warme lach, kuste me op beide wangen ik voelde me bijna beschaamd. Mijn vader, Johan, gaf me een stevige schouderklop en leidde ons naar de keuken.
Blijf weg van de vrouwen, anders gaan ze je overweldigen. Maar maak je geen zorgen, mijn vrouw, Natalee, is een echte, rustige vrouw. Ik hou al dertig jaar van haar. En Lotte, ze is een diamant. Bescherm haar, jongen, zei Johan, terwijl hij ons een blik wierp die zowel serieus als liefdevol was.
We zaten urenlang rond de tafel, lachten luid, vertelden anekdotes en zongen mee met Johans gitaar. Ik voelde me thuis, alsof ik al mijn hele leven in dit gezin had geleefd. Drie dagen later reden we naar de familie van Lotte. Op de weg stopten we bij een patisserie in Delft, waar Lotte zelfgemaakte eclairs kocht voor de dames.
Toen we bij haar huis aankwamen, opende haar moeder, Natalee, de deur. Ah hallo, mijn liefste, welkom, staarde ze ons aan, haar mond open van verbazing, terwijl ze de deurknop vasthield.
Mama, ik hou ook van jou. Zullen we niet bij de voordeur blijven staan, maar naar binnen gaan? fluisterde ik tegen mijn moeder, en we stapten samen naar binnen.
Natuurlijk, schat, kom maar binnen, zei Natalee. Jij moet Lotte zijn, nietwaar? ze keek Lotte van top tot teen aan.
Ja, ik ben Lotte! Leuk je te ontmoeten. Lotte gaf natte hand aan Natalee. Mijn moeder bleef staan, nog steeds perplex.
Papa, Elise, dit is Lotte, mijn verloofde. We hebben de aanvraag ingediend; het huwelijk komt eraan. Lotte, dit is mijn familie: zus Elise, moeder Natalee en vader Johan, stelde ik Lotte voor.
De nieuws van het huwelijk leek een verrassing voor mijn familie; er viel een stilte in de kamer, enkel onderbroken door het gekletter van bestek.
Lotte! Wat fijn dat je er bent. Heb je een flesje champagne? Oh, perfect! En wat lekkers, voor de dames, probeerde mijn vader de sfeer te verlichten.
Nee, nee, we eten geen taart s nachts, mompelde Natalee, terwijl ze een doos met zoetigheden van zich afduwde.
Kom, laat ons de doos openen, wie weet zit er wel iets goeds in, zei Johan vrolijk.
Uiteindelijk vond iedereen zich op zijn gemak. Er stond chocolade, lichte hapjes en een fles Prosecco op de tafel. We sprankelden, dronken een slok en er viel weer een stilte.
Mama, ik heb je ontmoet, de ouders van Lotte. Ze zijn geweldig, je zult ze zeker leuk vinden, zei ik, hopend een gesprek op gang te brengen. Lotte keek naar haar glas, terwijl Elise haar blik niet van haar af kon wenden. Mijn vader begon een verhaal, we lachten allemaal, en de spanning gleed weg.
Lotte, maak je geen zorgen; ik heb een goede specialist. Ik breng je bij haar, ze zal je helpen, zei mijn moeder plots. Probleem? Ik heb geen probleem, antwoordde ik, een beetje verbaasd.
Nou, Lotte, die extra kilos van jou is dat een probleem? vroeg mijn moeder opnieuw, onverminderd.
Naar mijn mening zijn ze niet extra. Ze passen perfect bij mijn toekomstige man. Niet iedereen kan een dolstel van een persoon zijn, grapte Lotte, terwijl ze Elise en mijn moeder speels aankeek. Elise rolde van woede.
Lotte, je hebt twintig kilo extra dat is slecht voor je gezondheid. Als je een kind krijgt, weet ik niet wat er met je zal gebeuren, waarschuwde Elise.
Wanneer ik een kind krijg, zal ik nog mooier zijn, en mijn man en ik zullen een gezin hebben. En jij, Elise, ben getrouwd? Een slanke vrouw moet toch een knappe man en minstens twee kinderen hebben, spotte Lotte, terwijl ze een biscuit opat.
Elise slikte en wilde iets tegendraads zeggen, maar mijn vader, Johan, vulde de stilte met een toast: Op de vrouwen van deze familie, zo verschillend en toch zo geliefd!
We liepen een paar uur later de straat uit, zuchtend in harmonie, en barstten onverwacht in lachen uit.
Nou ja, ik had niet verwacht dat mijn toekomstige schoonmoeder zou zeggen dat ik dik ben, lachte ik.
Lotte, je bent prachtig en je weet het! Vergeet je moeder en zus, ze zijn gewoon nou ja, ze doen hun best, antwoordde ik, met een warme glimlach.
De bruiloft werd gepland voor 25 augustus. Op die dag verzamelden vrienden en familie zich in het gemeentehuis op de Dam. Na de ceremonie stroomden we naar een chique restaurant, waar Lotte schitterde in een elegante jurk die haar vrouwelijke vormen perfect benadrukte. Mijn moeder, Natalee, liet zich niet ondersneeuwen; haar briljante verschijning trok de aandacht van bijna elke man in de zaal. De sfeer was feestelijk, de muziek speelde, en we dansten ons eerste wals onder een warme lichtenhemel.
Op een gegeven moment fluisterde mijn schoonmoeder, Elise, Misschien moet Lotte een tandje bijschakelen; ze is toch nogal volumineus, die jurk is niet echt flatterend. Een oude Nederlandse spreuk kwam omhoog: Wie een woord laat vallen, vangt het niet meer. Elises mening hing als een koude regen in de kamer, maar Johan sprong in en zei: Laten we ons richten op het geluk van het paar, niet op de maten.
Even later kwam Natalee, met een stevige arm, dichterbij en zei: Vrouwen, we hebben allemaal onze eigen kwaliteiten. Ik ben misschien zacht, maar ik ben ook sterk. Laten we elkaar met respect behandelen.
De avond eindigde met een laatste toast, een knipoog naar de toekomst, en een gevoel van diepe tevredenheid. Ik schrijf dit nu, terwijl ik terugkijk op het pad dat me hier heeft gebracht van de eindeloze discussies over kilos met mijn moeder tot de liefdevolle omhelzingen van een nieuw gezin. Het leven is echt een mengeling van bitterballen en stroopwafels: soms scherp, soms zoet, maar altijd beter gedeeld.
Tot morgen, dagboek, en moge de volgende dagen net zo vol liefde en warmte zijn als deze.
DaanEn nu, terwijl de zon over de grachten glinstert, weet ik dat elke stap die we samen zetten ons dichter bij een toekomst vol gedeelde dromen brengt.







