Mijn spelregels

Mijn Regels

Ja joh, Koen, wat fijn dat je er weer eens bent! Irene van Dijk plofte tegenover haar zoon op de bank, steunde haar kinnetje op haar kleine vuisten en glimlachte zo breed dat haar wangen ervan kraakten. Ik heb je zo gemist. Eet nog wat, toe schat. Nog een gehaktballetje erbij?

Koen schudde zijn hoofd.

Vind je ze niet lekker? vroeg Irene paniekerig, haar rimpels schoten van schrik haar voorhoofd op. Ik heb het toch gewoon op de gewone manier gedaan Ik heb tegen je vader gezegd dat je geen varkensvlees wilde, dat heb ik gezegd! Is het te droog?

Irene werd zenuwachtig. Ze had Koen zo erg gemist, haar hele huis vol gekookt alsof ze een elftal AZ had uitgenodigd en zij, Irene, de hoofd-kok van de veldkeuken was. En nu dit: haar gehaktballen waren geen succes bij haar zoon

Nee joh, mam. Schei nou eens uit! Het smaakt heerlijk, echt waar. Maar ik zit gewoon helemaal vol.

Koen legde het minuscule vorkje neer op zijn bord veel te elegantje voor zijn boomstamhanden en vouwde het minuscule servetje, alsof het een kinderslips was. Bizar eigenlijk, zon grote vent uit zon klein vrouwtje voortgekomen. Maar dat had hij van zijn vader, Michiel, die was óók een reus met bulten op bulten. Irene leek ernaast altijd een basisschoolmeisje.

Het was weer geweldig, zoals altijd! zei Koen, stond op, gaf zijn moeder een stevige schouderklop alsof hij haar een warme jas omhing. Dat gevoel, dat er altijd voor je wordt gezorgd. Maar, mam, waar wilde je het nou over hebben? Zeg het maar, want ik moet zo weer. Ik heb met Lonneke afgesproken om met Rom om kleren te gaan shoppen.

Lonneke, zoals Koen haar altijd een tikje middeleeuws noemde, was zijn vrouw: netjes, verantwoord en bovengemiddeld mooi.

Toen Koen haar op straat voor het eerst tegenkwam, liep hij zó tegen een lantarenpaal op. Bloedend voorhoofd, wenkbrauw doormidden. Lonneke stond daar met grote, verschrikte ogen en open mond, terwijl Koen beschaamd de paal betastte, bang dat hij die had gesloopt

Samen naar de huisartsenpost. Lonneke, toen nog zon jong en argeloos meidje, vroeg of hij niet draaierig was en hield zijn arm stevig vast. Maar ja, hoe moest hij uitleggen dat hij duizelde niet van de klap, maar van haar schoonheid

Ze zijn getrouwd. Nu hebben ze zoon Rom, Lonneke is logopediste leerlingen komen meestal gewoon bij hun thuis, extra makkelijk, want dan hoeft ze niet door heel Alkmaar voor huisbezoeken; ineens tijd voor huis-zaken. Koen vertrekt elke ochtend naar zijn werk, smijt Rom in de auto naar school en niet zomaar een school een gymnasium voor toekomstige biologen, geregeld door moeders connecties. Kortom: alles loopt lekker, liefdevol, een beetje druk typisch Nederlands geluk.

Waar is Lonneke eigenlijk? vroeg Irene terwijl ze de tafel leeg ruimde. Ze wist dondersgoed dat Lonneke leerlingen had (particuliertjes), zelfs in het weekend, maar wilde stiekem tijd rekken, te verlegen om die ene gunst meteen te vragen.

Dat zei ik gisteren toch? Twee leerlingen vandaag. En onze Rom meneer Roman Koenraad, Koen lachte altijd als hij zijn zoon zo chique aansprak die zit aan zijn huiswerk. Nou, wat is het?

Hij pakte de kopjes uit haar handen, alsof het antiek Delfts blauw was, zette ze behoedzaam in de afwasmachine, draaide Irene naar zich toe, keek haar streng aan. Mam, nu maak je me zenuwachtig. Is er wat met pa? Zit hij soms in de kamer te rouwen? Hebben jullie een foute lening afgesloten? Staat het huis onder water? Is er een crimineel die jullie chanteert? Of is mijn gescheiden tweelingbroer opeens opgedoken?

Koen grijnsde zijn beerachtige grijns zijn standaardstrategie als het even ongemakkelijk werd.

Hij ging zitten, klopte zijn buikje, rekte zich uit en ramde zijn arm tegen het keukenkastje. Tja, klein flatje, hè? Niet zoals bij hem en Lonneke drie ruime slaapkamers, grote keuken, riante loggia alles gekregen van Lonneke haar familie. Die waren ooit vanwege hun werk op de universiteit aan deze flat gekomen, later naar Drenthe vertrokken (‘dichter bij de boerderij’), en gaven het paleis cadeau toen ze weggingen. In het najaar kregen ze nog altijd een postzak met aardappels, bieten en mysterieuze knoestige schorseneren, plus bossen waanzinnige Hollandse asters. Die bloemen waren écht uit een ander universum! Alles kwam met oom Steef zijn oude Fiat op de binnenplaats aan, Steef, voorheen hoofdhuurder en Koens vaste bron voor autoproblemen. Waarom Steef zo dol was op Lonneke had niemand ooit gesnapt, maar Koen hielp hem altijd trouw, in ruil liep hij thuis rond in zijn palmboomshorts, blij met het leven.

Ik wilde je iets vragen, begon Irene, nam een diepe ademteug, schoof haar zoon een bordje stroopwafels toe. Ken je Marie Willems nog?

Koen kneep zijn ogen een beetje samen.

Tuurlijk, mam, wat dacht je zelf! knikte hij. De stroopwafels roken zo lekker honing, karamel, suikerlaagje hij kon het niet laten, stond op, schonk nog n bakje thee in, greep de dikste met een molen erop.

Nou kijk Marie heeft een verwijzing gekregen naar jullie AMC. Moet aan haar ogen geholpen worden, er staat een operatie gepland Ik weet niet precies wat, maar het is niet niks

Koen kauwde stilletjes. Natuurlijk kende hij tante Marie. De oude, bemoeizuchtige buurvrouw die altijd op hem lette toen zijn ouders werkten, met haar uilenbril waardoor haar ogen drie keer groter leken.

En? vroeg hij, want Irene was onrustig geworden, vouwde haar handen, zocht stofjes op de tafel.

Kan ze misschien, tijdens haar behandeling, tijdelijk bij jullie logeren? Een vreemde woning huren kost klauwen met geld, hotel al helemaal. Steeds heen en weer is ook geen optie. Ze heeft het niet makkelijk meer Ik voel me ook gewoon verplicht, ze heeft jou grootgebracht.

Koen stopte met kauwen, nam een grote slok thee, depte zijn lippen.

Nou Nou bromde hij. Tja, wonen met tante Marie stond niet op zijn bucketlist weg met de palmenshorts en Lonneke kon s nachts niet meer in haar nachthemd naar de keuken. Maar ja, als t moet, dan moet het. Ja hoor mam, geen probleem. Zij hielp mij vroeger, nu help ik haar! Koens borst zwol van trots. Lonneke zou supertrots zijn op hem, zijn moeder vast ook. Marie heeft het dik verdiend dat ze nu ook verzorgd wordt! zei hij joviaal.

En buiten leek de zon spontaan in zijn gezicht te schijnen, en zijn moeder werd helemaal week van geluk, de zon fladderde als een gouden lint het huis binnen. In de afstand lag de kerk met haar luidklok, net als in een boek van Toon Tellegen.

Echt waar, Koen? Je bent een lieverd! Wat ben jij toch een gevoelig, warmhartig jongetje geworden, ik ben zó trots op je!

Ze aaide over zijn haar, zoals vroeger.

Had Lonneke er gestaan, dan was ze waarschijnlijk in de lach geschoten om haar schoonmoeders verering van haar zoon. Maar nu was het oké om weer even dat kleine, goede jongetje te zijn.

Koen smolt, liet zijn armen op de tafel vallen.

Eh Moeten we t eigenlijk niet éérst aan Lonneke vragen? fluisterde Irene ineens bedeesd. Koen mompelde iets, dat Lonneke echt niet moeilijk zou doen, en leunde tevreden tegen haar aan.

Ik ga tante Marie nu bellen, dan weten jullie waar je aan toe bent

Irene verliet de keuken, pa ritselde met de Telegraaf. Koen, zijn lippen trappelend, pakte zijn mobiel en belde zijn vrouw.

Lonneke luisterde aandachtig, terwijl ze haar mascara bijwerkte.

Voor hoelang dan? vroeg ze uiteindelijk.

Eh een weekje of twee, denk ik. Lou, het is gewoon nodig. Help even Koen klonk bijna schuldbewust. De operatie, mevrouw heeft niemand anders

Maar Koen, er zijn toch ziekenhuisbedden? begon Lonneke, onderbroken door Koen.

Ja vast, maar daarna moet ze nog terug voor controle. Steeds reizen is niks. Lonneke, jij bent van het gastvrije type en Marie is buitengewoon netjes. Jullie kunnen het vast vinden

Weet je zuchtte Lonneke. Ik heb er gewoon geen zin in. Ik herinner me haar blikken nog op onze bruiloft. Ze was geen fan van mij, hoor, jouw tante Marie.

Jawel joh, ze vindt je hartstikke leuk! En met Rom kan ze goed opschieten

Koen, onze zoon is zestien. Hoe gaat zij hem helpen?

Gewoon, Lou! Ze weet veel van het leven, die vrouw. Kom op, jij vindt het vast niet erg.

Lonneke had het wél erg gevonden, maar dat durfde ze niet zo hard te zeggen.

Goed dan. Wanneer komt ze precies?

Koen murmelde iets over zondag.

Deze zondag? Dus morgen al?! Lonneke keek paniekerig om zich heen. Normale gezinsrommel, niks boeiends, maar wildvreemden mochten die niet zien!

Normaal kwam geen leerling verder dan de huiskamer, altijd alles netjes aangeveegd en geboend. Ze schaamde zich altijd een beetje voor de troep lag er ergens een trui gesmeten of een handdoek half op de grond? Haar moeder hoorde ze nog: Opgeruimd huis = opgeruimd hoofd! Anders denkt iedereen gelijk dat je een slons bent, Lonneke!

Lonneke kneep voor het geestesoog haar oren dicht, alsof ze haar moeder in levende lijve weer hoorde zeuren, sloerie, in wie lijk je toch!

Volgende week dus? controleerde ze opgelucht bij Koen.

Ja, gelukkig verzuchtte ze. Ik ga Rom even waarschuwen…

Tijd genoeg dus om haar huis tot in elke voegen te schrobben. Rombout vond het nieuws over de oppasangst gewoon vermoeiend. Die oudje was toch niet voor hem.

Relax nou mam! Gewoon jezelf blijven, komt goed. filosofeerde toekomstige-bioloog-rom, terwijl zijn moeder met stofzuiger en poetsdoek door het huis raasde. Het is ons ecosysteem, wij groeien hier prima. Zon buitenstaander moet vooral zelf maar wennen. Overleeft ze het, prima. Anders pech. Ze moet zich maar aanpassen.

Wij groeien hier niet, jij vertikt het huis te helpen! En ik ga me niet schamen straks voor jouw vriend zn oma! Allebei aan de stofzuiger, nú!

Beppe weet best dat jij niet van opruimen houdt, hoor. Rombout haalde zijn schouders op en was weg.

Lonneke zag steeds meer beren op de weg, maar toen ging de deurbel: haar eerste leerling was er alweer. Druilerig ventje, Andriesje, met rollende r-uitspraak. Zodra ze hem prees, keek ze zoekend rond in de woonkamer: wat is nog te rommelig?

De ramen! schoot het haar te binnen. Die moeten nog! Moeder zei altijd: ramen zó schoon dat je niet ziet dát er glas in zit. Schone ramen = goede huisvrouw!

Later kwam Koen thuis en onderbrak de paniekpoets. De hele weg naar de winkel praatte hij over tante Marie en haar superdaden, Lonneke knikte alleen maar.

Pap, joh, we weten wel dat jouw tweede moeder komt logeren. Klaar. Andere onderwerp nu! gromde Rom.

Eindelijk een bondgenoot…

Een week later brak de zondag aan alsof iemand op de snelweg per ongeluk zijn gaspedaal had vastgezet.

Zaterdag vertrok Koen om tante Marie op te halen. Lonneke, alle lessen geannuleerd, begon extra druk aan haar grote schoonmaak.

Rombout werd naar de kapper gestuurd, de hond Harrie gesopt tot puppy-gepiep, ramen zó glad dat je ze niet zag.

Wij komen rond een uur of drie, Lou, meldde Koen. Ga gerust je gang, laat maar zien dat het goed geregeld is. Tante Marie wil ons leven echt niet in de war sturen.

Oké, dan rond drieën dan is het lunch, ongeveer?

Lunch: kippetje in de oven, aardappeltjes erbij, salade alles zoals het hoort.

s Ochtends vroeg stuurde ze Rom naar de hei met Harrie, zelf onder de zalige douche met de Nederlandse klassieker “Een beetje verliefd”, neuriede mee, drooggemaakte tanden, badjas nog aan tot een denderend slot in de gang klonk. Koen kwam al binnen, met een schuldige vrouwenstem op de achtergrond, geblaf door Harrie, zucht van Rom.

Het natte spiegelbeeld liet zien hoe gastvrij de gastvrouw erbij stond.

Daar zijn we weer Koen grinnikte naar zijn vrouw in badjas met een tandenborstel in haar hand, terwijl hij een knalrode koffer van het formaat bungalow binnen sleepte, gevolgd door tante Marie herself: blos op haar wangen, vrolijk babbelend, alles ‘fantastisch’ en ‘schitterend’. Maar Lonneke wist heus wel dat zij, de bazin van deze chaos, te gast was in haar eigen huis en de kip niet eens klaar was, Harrie natte pootafdrukken had achtergelaten en haar kapsel eruitzag alsof ze probeerde het nationale vogelnest te winnen…

Koen toonde de logeerkamer, terwijl tante Marie haar lof voor de inrichting uitsprak. Geweldig leuk geschilderd hier! Lonneke schoot snel achter haar kamerscherm.

Waarom zijn jullie nu zo vroeg?! siste ze richting Koen, terwijl ze haar jurkje over het hoofd trok. Ik was helemaal niet klaar, dit is gênant, Koen! Je hebt me laten struikelen!

Koen zat op bed, bewonderde zijn vrouw haar silhouet in de kastspiegel, maar was de kluts kwijt.

Wat? O, moest deze kant nog, dacht ik. O ja, tante Marie heeft straks al een afspraak sneller gegaan dus.

Waarom heeft ze zon gigantische hoeveelheid bagage mee?

Ach, vrouwen, nooit praktisch. Jullie zijn net handelsreizigers.

Koen vond zichzelf formidabel geestig.

Samen aan het ontbijt. Lonneke bakte eieren, Rom snijdt boterhammen. Tante Marie zat naast Rom.

Eet smakelijk, met zon fijn gezellig huis. Lonneke, heb jij het servies met die klaprozen nou nog, die je van mij kreeg voor je trouw? Of was dat bij een ander?

Lonneke haalde haar schouders op. Die klaprozenschaaltjes waren, door Koen, op de dag ná hun huwelijk compleet aan diggelen gegaan van de trap gestuiterd, alles kapot. Koen kauwde zwijgzaam door, van klaprozen had hij werkelijk geen herinnering.

Vast een ander, Lonneke schonk snel voor iedereen koffie in.

Lonneke, ik zit hier op de tocht, piepte tante plots. Kan ik misschien wisselen van plek?

Rom keek verbaasd. Lonneke haalde haar schouders onhandig op.

Koen, als trotse huisbeschermer: Kom, Lou, ga zitten daar, anders wordt tante Marie nog snipverkouden voor haar ingreep! Tilte haar moeiteloos naar de andere kant, zette Marie op haar stoel.

Och, wat was Koen vroeger een zorgenkindje! kondigde Marie aan. Altijd de luiers verschoond, at nauwelijks! Nou ja, het is allemaal ruimschoots goed gekomen.

Lonneke verslikte zich, Rom gniffelde.

En jij, meneertje, zou beter je huiswerk maken, zoals Koen. Altijd goed geleerd, Marie pakte Rom zijn bord af. Lonneke wilde iets zeggen, slikte het in.

Rom, theemok in de hand, weg richting zijn kamer.

Na het ontbijt trok Marie zich terug naar haar kamer, verhuisde daar een tv, riep Koen voor assistentie.

Jullie hebben hier weinig boeken, merkte Marie op in de gang, terwijl Rom naar voetbal vertrok. Die jongen zou meer klassiekers moeten lezen, Dostojevski bijvoorbeeld. Ik heb wat meegenomen, dan doen we vanavond een grondige test.

Ja hoor tante, dat is misschien de oplossing. Anders groeit ie straks beroerd op! Koen knipoogde naar Rom, schoof een sporttas in zijn armen.

Koen wist: tante Marie loopt altijd met Dostojevski bij zich, zelfs in de wachtkamer of het theater. Of ze er ooit iets uit leest… dat gelooft niemand, maar het straalt lekker geleerd uit als het moet.

Rom en Koen vertrokken. Lonneke achter de thee.

Wanneer moet u eigenlijk naar het ziekenhuis? vroeg ze.

O ja, om één uur zo weg. Zeg Lonneke, heeft Rom al een vriendin? Koen had in groep 7 al een heel harem. Echt, zon schatje! En toen had hij een meisje, Rita, flexibel, kon je alles mee Goed hè? Ach, en zou je die hond even niet in de woonkamer willen laten, zo op de nieuwe bank? En die schoenenkast bar onhandig hier bij de deur Zie je, nu gaat het alweer fout! Daar vloog de kast, schoenen vlogen overal door de gang. Zulke hoge hakken zijn ook niet goed, joh, maar goed. Ik ga nu. Dank je, dat ik hier mag zijn!

Ze aaide Lonneke over haar schouder en schoot vlug richting lift.

Lonneke stond even stil, deed de deur dicht

Mam, waarom commandeert die vrouw zo? Ze heeft zelfs Harrie van de bank gejaagd, en die mag dat van ons! bromde Rom toen hij thuiskwam en de hond als een zielig hoopje op de grond lag.

Zo is ze nou eenmaal. Ze bedoelt het goed. Nog even volhouden, Rom…

Best gek om in je eigen huis opeens niet meer zelf te bepalen. Maar ja, zon vrouw die je man de luiers heeft verschoond, die kun je toch niks weigeren?

s Avonds organiseerde Marie een productie lijn voor gevulde koolrolletjes en draaide Koen om haar vinger of ze de koningin van Amstelveen was.

En het werd alleen maar erger. Maandag: vroeg op, iedereen aan de ochtendgymnastiek!

Wanneer is je operatie nou, eigenlijk? hijgend vroeg Lonneke, puffend na niet meer dan een halve minuut jumping jacks. Marie had een interval-app op haar telefoon, “veertig-tien” noemde ze het. Veertig seconden zwoegen, tien rust.

Rom haakte snel af (ik loop liever naar school!), Koen trainde zich in het zweet.

Kom op, Lou! Nog even, je kunt het!

Dus wanneer is het nou?

Morgen. Morgen word ik opgenomen… Komen jullie dan soms langs? vroeg Marie meteen.

Maar je bent toch maar een paar dagen weg? vroeg Koen verbaasd.

Drukke maandag, lessen vielen uit, leerlingen ziek, telefoontjes tussendoor, buiten kraaien, Marie draaide binnen Wolter Kroes op volume elf (Laat me zweven, laat me gaan). Door het matglas zag je haar dansen.

Lonneke bleef even in de gang staan, zuchtte

Ze is gespannen. Als ze druk is, gaat ze Wolter luisteren. Daar wordt ze rustig van legde Koen uit.

s Avonds wilde Marie met Rom Dostojevski lezen. Die weigerde bot (dat boek had ik vorig jaar al zelluf af!), en ook haar aanwezigheid in huis vond hij niet geweldig. Boze blikken, dichtslaande deuren.

Lonneke stond met haar mobiel aan haar oor alweer in de startblokken voor een huisbezoek aan Andries.

Genoeg! riep Marie, rukte de telefoon uit haar handen. Als je wilt dat je kind normaal leert praten bij een vakvrouw, dan komt ie NU hierheen, anders schrap ik m uit het rooster! Ik ben de assistent van Lonneke, goedemiddag!

Mobiel teruggegooid, bleef ze voor het raam staan. Lonneke keek haar sprakeloos aan, werd steeds bozer. Zelfs Rom kwam meeluisteren.

Weet je, Marie? Jij bemoeit je overal mee! Mijn werk, mijn koelkast, mijn keuken! Het kan me niets schelen hoeveel luiers je Koen hebt verschoond, het is klaar, het is míjn huis! De hond ligt waar ík dat wil, ik bepaal hoe ik boodschappen doe, wat ik koop, en wanneer ik het huis poets! Ik hoop dat je operatie slaagt en dat je snel weer naar huis kan. Echt waar!

Rom klapte, Harrie kwispelde. Marie keek langzaam van het raam weg. Ze glimlachte.

Lonneke was van slag. Ze dacht dat Marie haar nu zou afsnauwen maar nee.

Goed zo, Lonneke. Altijd eigen koers varen. Zeg nee als het niet anders kan, zolang het geen kwestie van leven en dood is. Ik dacht dat je te meegaand was, alleen maar bezig om aardig gevonden te worden. Maar je houdt gewoon je rug recht. Goed zo. En sorry, misschien was ik onredelijk, ik ben altijd al de rebel in de familie geweest. Koen weet dat. Ik ben gewoon zenuwachtig, dat uit zich zo. Harrie, jij bent een goed beest! Ze gaf de hond een likje over zijn kop. Willen jullie eigenlijk appelstroop? Ik heb overheerlijke meegenomen! Rombout, wil jij?

Rom rolde met zijn ogen. Vrouwen wie snapt ze?

De bel: Andries arriveerde toch. Na het logopedie-uurtje kreeg ook hij een stukje stroop. Moeder van de leerling gevraagd of zij niet even met de ‘secretaresse’ moest bellen…

Nee, maak je maar niet druk. Jullie mogen blijven, knipoogde Lonneke.

s Avonds, toen de mannen samen FIFA speelden, zat Marie gezellig in haar stoel: ze vertelde over Koen, over vroeger, hoe hij de behang van haar muren pulkte, op het ijs zakte door haar schuld, bijna verdronk, door haar gered werd met thee en stroop.

Dat meisje van vroeger, Rita, die vond ik niks. Te makkelijk, geen karakter. En dat servies, ach, laat maar, dat brengt geluk jullie passen perfect. Koen vergeeft me alles, en jij jij bent echt een goeie. Dank je dat ik hier mocht logeren.

Terwijl de stroop op het schoteltje langzaam smolt, werd het buiten langzaam nacht, en gloorde in het oosten een strook oranje licht.

Het is tijd fluisterde Marie. Tegen achten moet ik daar zijn

Koen bracht haar naar het ziekenhuis, Lonneke reed mee, Armen om Marie heen als een drukkend dekentje.

Ik bel vanavond nog, zei Lonneke streng, terwijl ze Maries jas rechttrok. Niet tegenspreken! Straks weer lekker terug naar ons.

Marie knikte. Het is goed toeven bij de jeugd, dacht ze. Vooral Rombout is interessant. Helemaal niet op zijn vader veel te brutaal misschien, maar, zoals hij zelf zegt, dat hoort gewoon bij zijn ecosysteem en misschien moet je de dingen die je niet kunt veranderen gewoon bestuderen net zo lang tot ze van jou worden.

Please rate
Bagattia News
Mijn spelregels