Hoop is er niet meer
Ik hoef je geld niet! riep Marloes boos en gooide de verfrommelde briefjes op de vloer.
Het is eigenlijk uw eigen geld, antwoordde de verhuurster kalm. En wat er is gebeurd, is niet mijn schuld. Laten we het niet op een ruzie laten uitlopen, straks worden de buren nog wakker.
Marloes wierp haar een vernietigende blik toe, draaide zich om en liep naar de trap.
Toen ze eenmaal buiten stond, werd het zwart voor haar ogen en met moeite bereikte ze een bankje.
Ze ging zitten, verborg haar gezicht in haar handen en begon stilletjes te huilen. Ze verweet zichzelf wat ze had gedaan:
“Als ik had geweten dat het zo zou eindigen, was ik nooit naar die bruiloft gegaan!”
*****
Marloes, ik ga trouwen! riep haar vriendin Carlijn enthousiast aan de telefoon. Over een maand is het feest. En daarna ook nog een kerkelijke inzegening. Kom je?
Gefeliciteerd, en ik ben echt blij voor je, Carlijn. Alleen… Marloes zuchtte diep.
Nou, zeg het maar!
Sorry, maar ik denk dat het voor mij lastig wordt om te komen. Ik zou het heel graag willen, echt, maar…
Hoezo? Carlijn klonk oprecht verbaasd. We zijn al vrienden sinds de basisschool, hebben samen alles meegemaakt, en dan zou je niet naar mijn bruiloft komen? Je meent het niet.
Echt niet om je te beledigen. Maar het feest en de inzegening duren meer dan één dag…
Ja, drie dagen. Ik denk dat je wel vrij kunt nemen van je werk.
Het gaat niet om werk, maar om Felix, mijn kat. Ik heb niemand om hem bij achter te laten, en meenemen is ook niet mogelijk… Dus ja…
Ho, niks ervan! Jij bent mijn beste vriendin, je móét erbij zijn. En die kat, daar vind je vast wel iemand voor. Je kunt hem in een dierenhotel brengen. En als je echt niemand kunt vinden, help ik je zoeken.
Ik weet het niet, Carlijn…
Je hebt nog een maand, vriendin. Stel me niet teleur. Op zon belangrijke dag wil ik je bij me.
Na het gesprek bleef Marloes diep nadenken. Enerzijds wilde ze haar beste vriendin niet teleurstellen, aan de andere kant wist ze niet wat ze met Felix aan moest.
Hem alleen laten in de flat, zelfs met voer en water voor drie dagen, kon ze echt niet. Felix was een ontzettend sociale kat, en een paar dagen alleen zou hij niet aankunnen.
Na veel nadenken besloot Marloes toch te gaan. Voor Felix vond ze via internet een goede oppas, mevrouw Elisabeth van Dijk.
Volgens haar profiel had mevrouw Van Dijk al jaren ervaring met het opvangen van katten en behandelde ze elke kat alsof het haar eigen dier was.
Marloes las alle recensies zorgvuldig door ze waren bijna allemaal goed. Sommigen brachten er zelfs hun kat vaker naartoe. En belangrijk: mevrouw Van Dijk had jaren gewerkt bij een dierenkliniek. Dat gaf Marloes een gerust gevoel.
Na alles tegen elkaar afgewogen te hebben, besloot Marloes het te proberen. Ze maakte een afspraak.
In het ruime appartement bleek één kamer volledig ingericht voor kattenopvang. Alles zag er netjes en schoon uit.
Felix zou zich vast niet vervelen met andere katten om zich heen.
Felix, mijn lieverd, ik ben er maar drie dagen niet. Houd nog even vol, goed?
Felix wreef spinnend langs haar benen en keek haar aan. Marloes wist precies wat hij bedoelde.
Hij wilde nog even op schoot, maar het was tijd om te gaan.
Maak je geen zorgen, hoor, glimlachte mevrouw Van Dijk. Het komt helemaal goed.
Ik hoop het, zei Marloes terwijl ze haar twee biljetten van vijftig euro overhandigde. Bel me direct als er wat is, goed?
Zeker weten.
*****
Drie dagen vlogen voorbij.
Carlijn straalde dat haar beste vriendin bij haar bruiloft en kerkelijke inzegening was. En Marloes was blij Carlijn te zien opbloeien. Ook haar kersverse man maakte een betrouwbare indruk.
Felix schoot elke dag wel door haar gedachten. Marloes belde daarom dagelijks naar mevrouw Van Dijk.
Goedendag, hoe gaat het met Felix? Gedraagt hij zich een beetje?
Dag Marloes, alles prima. Felix eet goed en gebruikt netjes zijn kattenbak. Jullie zijn zeker over drie dagen terug?
Ja… Waarom?
Oh, niets hoor. Gewoon even checken. Soms blijven mensen toch langer weg en zeggen ze dat laat, terwijl ik soms alweer nieuwe dieren verwacht. Vandaar.
Nee, ik kan niet langer wegblijven. Meer dan drie dagen kan ik Felix echt niet missen. Ik mis hem iedere dag.
Eenmaal terug in Haarlem reed Marloes gelijk naar mevrouw Van Dijk, haar van tevoren gebeld.
Ja hoor, ik wacht op je… zuchtte de vrouw wat bedrukt.
In de taxi bleef die zucht door haar hoofd spoken.
“Stel je niet aan,” probeerde Marloes zichzelf gerust te stellen. “Ze zei dat alles goed is met Felix…” Maar het onbestemde gevoel in haar buik werd toch alleen maar sterker.
Uw kat is weggelopen… schokte mevrouw Van Dijk haar.
Wat?! Hoe dan?!
Bovenburen waren aan het verbouwen ongelooflijk veel herrie. De katten schrokken enorm. Ik wilde al tegen de leidingen slaan, maar dat zou ze misschien nog banger maken. Dus liep ik naar boven om te vragen of ze even rustig wilden zijn. Maar op het moment dat ik de voordeur open deed, schoot uw Felix het trappenhuis in. Ik kon hem niet meer tegenhouden.
Waarom heeft u niet meteen gebeld?! schreeuwde Marloes. Waarom hebt u het verzwegen?
Ik dacht dat ik hem zelf wel zou vinden. Af en toe gebeurt zoiets, ik ben ook maar alleen en het zijn veel katten. Maar tot nu toe heb ik altijd alle katten terug kunnen halen. Alleen Felix kon ik niet vinden. Ik heb hem op internet gezet, maar tot nu toe zonder succes. Maar het kan echt nog goed komen, wees niet te vroeg verdrietig.
Wees niet verdrietig? Hoe kunt u zoiets zeggen? U had beloofd dat alles goed zou komen…
U kunt anders uw geld terug krijgen als u wilt.
Die hoeft u niet! riep Marloes en gooide de samengeknepen biljetten op de grond.
Het is eigenlijk uw geld, herhaalde de vrouw rustig. En wat er gebeurde, is niet mijn schuld. En aub geen scène maken, straks worden de buren wakker.
Marloes keek haar woedend aan, draaide zich om en liep de trap af.
Buiten werd het even zwart voor haar ogen. Met moeite bereikte ze een bankje. Ze wilde niet geloven wat er was gebeurd. “Waarom ben ik toch naar die bruiloft gegaan? Waarom heb ik Felix achtergelaten?”
Marloes dacht terug aan de dag dat ze Felix vond: s avonds na haar werk. Het was 30 december. Ze keek uit naar haar welverdiende kerstvakantie.
Plots, net toen ze haar voordeur wilde openmaken, schoot er een klein rood katje uit het donker voor haar voeten. Voordat ze het wist, klauterde hij via haar broekspijp in haar armen.
Nou ja zeg! lachte ze. Ze had geen idee wat ze nu verder moest met die pluizenbol.
Dus nam ze hem maar gewoon mee naar binnen. Wat kon ze ook anders?
Ze vierde Oud en Nieuw samen met Felix. Elk vrij uurtje bracht ze met hem door en zonder het te merken, sloot ze het katje in haar hart.
Lieverd, je zou eens een leuke man moeten zoeken, in plaats van zwerfkatten op te rapen, grapte haar moeder.
Tja, een kat kwam gewoon eerder in mijn leven. De man zal het ermee moeten doen dat hij op plek twee komt, lachte Marloes.
Op haar werk vertelde ze haar collega’s.
Weten jullie, het is net alsof katten je uitkiezen. Ze vinden altijd een moment uit waarop het regent of vriest. En dan pluk je uit het niets zon beestje op straat, klein en bibberend, en ze kijken je aan alsof ze zeggen: “Het is zo koud. Neem je me mee naar huis?” En dan kun je niet anders dan toegeven en ze warm in je armen nemen.
Jij moet boeken schrijven, Marloes! giechelden de collegas.
Ze waren blij voor haar, maar begrepen haar liefde voor katten niet echt. Dat kwam vast nog wel, dachten ze.
Sinds Felix kwam wonen, was haar huis gevuld met… ja, kattenhaar vooral, maar ook warmte, gezelligheid en liefde.
Na het werk zat hij altijd trouw bij de deur te wachten.
“Miauw!” begroette Felix haar blij, waarna hij zijn kleine kopje tegen haar aan duwde.
Het liefst lag Felix uren lang op haar schoot. Samen knuffelen, spinnend als een vrachtwagenmotor.
Maar nu werd ze door niemand meer opgewacht. Niemand die spinnend op haar schoot lag. Felix was weg.
Of nee, misschien leefde hij nog ergens Maar waar?
Genoeg! besloot Marloes, terwijl ze opstond van het bankje. Stilzitten helpt niet. Ik móét hem vinden.
*****
Hallo? Heeft u hem gevonden?! schreeuwde Marloes toen een van de vrijwilligers die naar Felix zochten belde.
Misschien… Er was een vrouw die een rode kat vond die heel erg lijkt op Felix. Ze wacht op je vanavond. Ik stuur je het adres per sms.
Dank u wel!
Marloes was iedereen die hielp zo ontzettend dankbaar alleen had ze het echt nooit gered. Anderhalve maand waren er nu voorbij sinds Felix uit het appartement van mevrouw Van Dijk ontsnapte.
Het waren de moeilijkste weken uit haar leven. Elke nacht scande ze fora over vermiste dieren, maar tussen de fotos stond Felix nooit.
Bovendien had ze alleen nog foto’s van Felix als klein katje, van meer dan een half jaar geleden.
Hij was inmiddels volwassen en zag er heel anders uit. Daarom werd hij waarschijnlijk nooit herkend.
Bij het flatgebouw belde ze aan.
Wie is daar? klonk een vrouwenstem.
Marloes. Ik kom voor de rode kat die u op straat vond. Een vrijwilliger gaf mij uw adres.
Kom binnen.
Tien minuten later stond ze weer buiten en keek radeloos om zich heen naar een bankje. Maar er was niks, dus moest ze staande huilen.
Het bleek niet Felix te zijn. Wel rood, wel lief Maar niet haar kat.
Dan hou ik hem zelf, zei de vrouw, terwijl ze het katje knuffelde. Maar ik gun het je, dat je Felix terugvindt. Echt. Geef de hoop niet op.
Voor het eerst voelde Marloes een steek van jaloezie. Ze draaide zich meteen om, om deze vriendelijke vrouw niet lastig te vallen met haar verdriet.
In de maanden die volgden werd Marloes vaker gebeld over gevonden rode katten. Steeds weer ging ze kijken. Maar telkens weer was het haar Felix niet.
Misschien was dit wel het zwaarste wat ze ooit had doorgemaakt: elke keer hopen, rennen, geloven dat haar kat in een van die huizen zat en dan weer teleurgesteld worden.
Meisje, ik begrijp het, troostte haar moeder aan de telefoon. Maar het leven moet door. Je vindt vast nog wel een andere rode kat. Of kom naar het dorp, hier bij de buren zijn kittens, ook één die rood is.
Dankje mam, maar ik wil geen andere…
Na een half jaar had Marloes geen hoop meer dat ze Felix ooit zou terugvinden.
Het enige wat ze God nog vroeg, was dat Felix in elk geval nog leefde. Al was het zonder haar, als hij maar ergens veilig was.
*****
Hoe nu verder? Marloes wist het niet.
Ze voelde zich schuldig tegenover Felix. Was ze maar niet naar het feest gegaan, dacht ze bitter.
Dan had ze hem nooit achter hoeven laten bij een vreemde, en was hij nu gewoon nog thuis geweest.
Maar nu…
…nu had ze geen idee waar hij was of wat hem overkwam. Die onzekerheid was het ergste wat er was. Erger dan de dood.
Op zaterdagen probeerde Marloes thuis te vermijden, want alles daar herinnerde aan Felix.
Ze liep dan doelloos door de stad, speurde tuinen en binnentuinen af, keek bij vuilniscontainers.
Ze geloofde al lang niet meer dat ze hem zou vinden, maar toch kon ze het niet laten.
Op een dag kwam ze zo, zonder dat ze het echt besefte, aan de rand van de stad bij het dierenasiel. “Misschien heeft mijn moeder gelijk, moet ik een andere kat nemen?” dacht Marloes.
Die gedachte schoof ze echter meteen van zich af.
“Maar stel dat ik Felix ooit nog terugvind? Dan denkt hij toch dat ik hem verraden heb?”
Net toen ze zich wilde omdraaien, kwam er een medewerkster van het asiel naar buiten.
Komt u voor een huisdier?
Marloes schrok op en draaide zich om.
Als u een kat zoekt, laat ik u graag onze katten zien. Gewoon kijken mag altijd. Misschien zit er wel eentje bij die u aanspreekt.
Marloes wilde eigenlijk niet… Maar weigeren kon ze ook niet.
Dat daar is Simon. En daar verderop zit Joost. Mooi zijn ze, hè? zei de medewerker.
Ja… heel mooi.
Marloes kon het niet verklaren, maar tussen de dieren voelde ze zich voor het eerst weer een beetje opgelucht.
Ze merkte dat ze eigenlijk helemaal niet meer weg wilde.
En daar, in die hoek, wie zit er daar? wees Marloes.
Dat is onze kluizenaarskat. We noemen hem zo omdat hij nooit iemand toelaat. Zelfs voeren lukt soms amper. Zes maanden geleden kwam hij er slecht aan toe, maar we hebben hem opgeknapt. Alleen hebben we geen echt contact met hem.
Marloes voelde ineens haar hart sneller kloppen.
Mag ik hem zien?
Natuurlijk, loop maar mee.
Toen ze naderden, draaide de rode kat zijn rug demonstratief naar hen toe.
Hier zit onze kluizenaarskat. Hij draait zich altijd om als we komen.
Marloes hoorde het nauwelijks. Ze staarde enkel naar het dier en…
nee, dat kon toch niet.
Felix? vroeg ze aarzelend, de adem inhoudend. Felix, ben jij het?
De kat keek langzaam op, met een verbaasde blik in zijn ogen.
“Nee, ik beeld het me in…”
Felix! riep Marloes nu met overtuiging. Lieve hemel, je leeft! Kom maar, jongen. Herken je me, Felix?
De kat keek opnieuw, alsof hij nadacht… Baasje?!
En nu herkende hij haar: haar stem, haar ogen, haar geur. Toch aarzelde hij.
“Ze heeft me toch achtergelaten… of niet? Maar als ze me achterliet, waarom is ze dan hier teruggekomen?”
De kattenintuïtie zei: rennen! En hij rende recht in de armen van zijn baasje.
De medewerkster maakte nog snel de deur van het verblijf open en toen waren Marloes en Felix al herenigd in een innige omhelzing.
Iedereen keek: de medewerkster, de andere dieren van het asiel, zelfs de wolkjes en de zon leken toe te kijken en lachten, omdat zulke momenten vragen om een glimlach.
En toen gingen Marloes en Felix samen naar huis, met de belofte om het asiel te blijven steunen.
Zij hadden immers haar kat geholpen.
*****
Onderweg naar huis spinde Felix harder dan een tractor en miauwde af en toe zachtjes. Hij vertelde Marloes alles over die verschrikkelijke dag: Ik schrok zo van de herrie, baasje, en jij was er niet… Dus ging ik je zoeken, maar ik kwam onder een auto terecht. Wat ben ik blij dat je me gevonden hebt. Je laat me toch nooit meer in de steek? Felix keek haar indringend aan.
Nee, Felix. Nooit meer.







