Ze had gelijk
Femke was net klaar met het schoonmaken toen de bel ging. Ze droogde snel haar handen aan een theedoek en haastte zich naar de voordeur. Op de drempel stond haar schoonmoeder, Wilma van Dijk. Met een spottende glimlach, althans, zo leek het Femke, stapte ze naar binnen.
Goedendag, naar welk geluk heb ik deze eer? stamelde Femke.
Gewoon even op bezoek, reageerde Wilma zonder verder groet of blijk van beleefdheid.
Maar ik ben bezig! Waarom geeft u nooit een seintje? Zo binnenvallen als een bui in september…
Wilma grinnikte zuinigjes.
Moet ik tegenwoordig toestemming aan jou vragen om naar mijn eigen huis te komen? Is dat nu de omgekeerde wereld?
Femke kreeg een kleur, zich pijnlijk herinnerend dat zij en haar man Mark eigenlijk geen vast recht op de woning hadden. Wilma had het stel erin gelaten met duidelijke voorwaarden, en dreigde soms hen eruit te zetten als hen iets niet zinde.
Het was allemaal zo gekomen omdat Mark met een hoge schuld was blijven zitten. Beide werkten nu keihard om hun lening af te lossen. Geld om op zichzelf te wonen was er simpelweg niet. Wilma had twee appartementen: in één woonde ze zelf, de ander verhuurde ze normaal gesproken. Om haar zoon tegemoet te komen, mochten Mark en Femke er tijdelijk gratis wonen, zolang ze maar hun schulden aflosten. Alleen de vaste lasten betaalden ze zelf.
Hoe gaat het met jullie? vroeg Wilma, terwijl ze zich langs Femke heen naar de keuken boog en een mok uit het kastje haalde, alsof het haar eigen domein was.
Wel goed, mompelde Femke. Ze liep naar de woonkamer, waar Wilma zich al had neergezet.
Wilma bekeek haar schoondochter eens goed en trok met opgetrokken wenkbrauwen haar conclusie. Ze vond Femke er bleekjes uitzien. Hoewel Wilma nooit veel op had met haar schoondochter, respecteerde ze de keuze van haar zoon en maakte ze graag grappen over Femke.
Gaat het echt goed met je? Je ziet eruit alsof je een winter vooruitschuift.
Echt, alles is prima, antwoordde Femke weer, nu nog zachter.
Heb je geen andere woorden geleerd vroeger dan prima, prima? Je lijkt wel een platenspeler.
Met een schok van haar schouders probeerde Femke haar ongemak te verhullen. Ze voelde zich inderdaad niet lekker, maar dat ging ze niet vertellen aan Wilma.
Wat ga je vandaag doen dan? vroeg Wilma, haar niet met rust latend.
Nog niet beslist. Misschien even boodschappen doen wat kleine dingen halen. En daarna verder werken.
Wilma knikte; ze wist dat Femke als boekhouder vanuit huis werkte. Het gesprek doofde opnieuw uit, en Wilma verveelde zich zichtbaar.
Misschien ga ik wel met je mee de stad in. Ik heb de auto bij me, kan je wel een lift geven. En anders zit ik maar thuis te koekeloeren.
Femke wilde haar eerst afwijzen samen met haar schoonmoeder winkelen betekende steevast sarcastische opmerkingen maar het idee zelf met tassen te moeten slepen, deed haar toch knikken.
Lijkt me fijn, ja.
Mooi zo! Pak je spullen dan. Niet blijven hangen als een klamme handdoek!
Femke trok vlot haar jas aan, maar Wilma kon het niet laten:
Nou, ik had tijd zat om een dutje te doen terwijl ik op je stond te wachten, slome duikelaar!
Femke liet het over zich heen komen, zonder tegenwoord.
Goed, waarheen?
Femke noemde een paar winkels en Wilma zette meteen koers richting het centrum. Helemaal had Wilma geen boodschap nodig, maar het vooruitzicht terug te keren naar een leeg huis trok haar ook niet. Haar man was lang geleden gestorven. Mark en Femke kleurden haar dagen zonder het zelf te beseffen. Sentimenten toonde Wilma zelden.
Halverwege de supermarkt keek Wilma kritisch naar Femkes boodschappenmandje:
Waarom neem je dat spul? Dat is toch nauwelijks te eten.
We moeten nu even op de kleintjes letten, dat weet u. We zitten diep in de schulden.
Wilma haalde haar schouders op dat was haar alweer ontschoten, of het kon haar weinig schelen.
Fem, zullen we anders even een koffietje doen? Ik trakteer.
Wilma draaide zich half om en wilde Femke aankijken, maar die begon plots te wankelen. Ze greep haar net op tijd voordat Femke onderuit ging, precies terwijl ze op de parkeerplaats waren. Snel drukte ze Femke op de bijrijdersstoel.
Wat is er met je? Femke, hoor je me? Allejezus
Ze gaf haar een beetje water in het gezicht tot Femke langzaam bij trok.
Femke, gaat het? Wat gebeurt er met je?
Het is niets, gewoon moe. Of zenuwen misschien, mompelde Femke terwijl ze haar wangen wegveegde.
Wilma keek haar doordringend aan er begon haar iets te dagen, maar ze sprak het niet uit.
We gaan naar huis.
Nee, ik moet nog naar de andere winkel, probeerde Femke zwakjes.
Wilma schonk er geen aandacht aan, startte de auto en zette koers terug naar huis. Bij het appartement liet Wilma haar alle zware tassen dragen, hoewel Femke graag had geholpen.
Laat mij nou maar, ga jij maar. Je loopt alleen maar in de weg, bromde ze.
Binnen voelde Femke zich iets beter ze sorteerde de boodschappen, zette water op voor soep, probeerde zich opnieuw op haar werk te concentreren.
Heb je wel vaker van die flauwtes? vroeg Wilma.
Wat? In de supermarkt bedoelt u? Ach, kan gebeuren, toch?
Wilma bromde bedenkelijk en zakte aan tafel.
Ik had precies hetzelfde toen ik zwanger was van Mark. Misselijk, zelfs weleens flauwgevallen.
Wat? Nee, nee, ik ben niet zwanger! Femke schaamde zich zichtbaar. Nu niet, dat kan echt niet, met de schulden en het werk Een kind kost geld.
Toch trok Wilma ineens een serieus gezicht.
Een kind kost geld, ja, maar het is vooral een cadeau.
Nee, sorry, daar zitten wij nu echt niet op te wachten, mompelde Femke. Het is gewoon totaal ongelegen.
Maar als het zo is, kun je weinig veranderen, hè.
Femke zuchtte, schoot wat uit haar slof:
Wilma, ik ben niet zwanger! U hoeft zich niet druk te maken!
Hoef je niet zo tegen mij te roepen, hoor! Als je twijfelt, doe dan een test in plaats van mij af te blaffen.
Was dat de reden van uw bezoek misschien mijn hoofd gek maken?
Nou, ik heb je netjes meegenomen naar de winkel, je geholpen toen je bijna onderuitging, dus hou die grote mond een beetje in. Praat er maar met Mark over wat je nu wil.
Werken. Geld verdienen, schulden aflossen, snauwde Femke.
Wilma zuchtte diep; haar schoondochter reageerde ongewoon fel vandaag. Plots dacht ze aan schommelende hormonen, wat haar nog zekerder maakte van haar vermoeden. Maar ruzie maken deed ze niet. In haar hoofd ontstonden al beelden van kleine kindervoetjes op haar vloerkleed.
Waarom trek je zon glimlach?
Heb je eigenlijk al nagedacht over namen? Een jongensnaam? Of een meisjesnaam?
Femke stond perplex en werd nu echt boos:
Ik ben NIET zwanger! Ik kán nu niet! Houdt u op met die onzin. Heeft u verder niks omhanden? Ga dan naar huis, alstublieft!
Ik ga wel hoor, gniffelde Wilma. Maar onthoud maar, Femke: als er kleinkinderen komen help ik, daar mag je op rekenen.
Femke reageerde niet, ze snoof enkel kwaad en wendde haar gezicht af.
Toen Wilma eindelijk vertrok, liep Femke direct naar het medicijnkastje. Ze had er net zo’n voorgevoel over, wilde er niet aan toegeven, maar alles was mogelijk. Ze vond een zwangerschapstest, maanden geleden ooit voor de zekerheid gekocht. Ongebruikt gebleven tot vandaag.
Met trillende handen wachtte ze het resultaat af. Duidelijk twee streepjes. Haar werk vergat ze op slag. Het rapport dat ze moest inleveren was nu even bijzaak; belangrijker was het nieuwe leven dat in haar groeide.
s Avonds overhandigde ze Mark bijna in de gang het kleine, zo belangrijke staafje.
Wat is dit? vroeg Mark verbaasd.
Ik ben zwanger, fluisterde Femke.
Ze waren er allebei niet op voorbereid, maar Marks gezicht brak open in een voorzichtige glimlach.
Echt waar? We krijgen een kindje?
Ja! knikte Femke nerveus. Wat nu?
Mark dacht na en streek over haar buik.
We gaan namen verzinnen!
Maar het werk de schulden?
Fem, dat lossen we wel op! Mijn moeder helpt wel. Die is dol op kinderen!
Hij trok haar dicht tegen zich aan. Plots schoot Femke vol:
Ik ben zo bang, Mark. Ze zeggen dat bevallen verschrikkelijk veel pijn doet. Wat als ik het fout doe? Of het kindje laat vallen?
Rustig maar suste Mark en wiegde haar zacht. We doen het samen. Ik blijf bij je, altijd.
Ze kalmeerde langzaam in zijn armen. Later die avond belde ze Wilma om haar zelf het nieuws te vertellen, want diep van binnen wist Femke: Wilma zou dolblij zijn. En dat had ze goed aangevoeldAan de andere kant van de lijn klonk eerst stilte, gevolgd door het geluid van oprechte verbazing: Nou, fluitje van een cent dus, hè? Je hebt me uitgemaakt voor gekkigheid vandaag, maar wie had er gelijk!
Femke hoorde Wilmas stem trillen, zachter dan anders. Femke gefeliciteerd, meisje. Even brak Wilmas stoere façade. Je hoeft nergens bang voor te zijn. Voor dit soort dingen ben je nooit klaar, tot het gebeurt. Maar het komt goed. Ik ben er voor jullie. Voor jou, voor Mark, voor dat kleine spruitje ook.
Mark lachte door zijn tranen heen toen Femke het gesprek ophing. Ze keken elkaar aan niet alleen met onzekerheid, maar met hoop. Voor het eerst in maanden voelde Femke zich geworteld. Hun huis, met alle schulden en zorgen, werd die avond gevuld met het warme geroezemoes van een nieuw begin.
De volgende ochtend stond Wilma onverwacht op de stoep, dit keer met een mand vol versgebakken broodjes en een doosje verse aardbeien. Zonder iets te zeggen drukte ze Femke tegen zich aan.
Ik kom gewoon even op bezoek, weet je wel? fluisterde ze nu met een glimlach die deze keer écht was.
Femke lachte, liet de angst van zich afglijden en besefte: sommige buien brengen toch geluk mee, juist als je ze het minst verwacht.
En samen, met alle plagerijen en zorgen, groeide in hun huis een nieuw verhaal klaar om ontdekt te worden.







