Papa, hoe is dit mogelijk?! Hoe kon je dat mama aandoen?
Janneke wandelde met haar vriendin door het Vondelpark, toen ze opeens een man en een vrouw zag. Ze hielden elkaar vast, en hij fluisterde haar iets toe in het oor. De vrouw straalde van geluk. Janneke keek naar hen met grote, verbaasde ogen, niet in staat haar blik af te wenden.
Janneke, wat is er? Janneke! vroeg haar vriendin, verbaasd.
Niets… Kom, laten we gaan, zei Janneke opeens.
De meisjes namen afscheid. Op weg naar huis kon Janneke maar nauwelijks geloven wat ze gezien had.
Papa, hoe kan dit?! Hoe kun je dat mama aandoen?! fluisterde ze in zichzelf, beduusd door wat ze net had gezien.
Janneke en haar vriendin waren net uit hun muziekles gekomen. Naar huis gaan voelde zwaar en saai, dus stelde Janneke voor:
Marije, zullen we nog even door het park lopen?
Ja, laten we nog genieten nu het nog licht is! stemde Marije in.
Het park was eigenlijk een flinke omweg, maar waarom niet alles voelde toch een beetje onwerkelijk vandaag.
Ze slenterden over de met kastanjebladeren bezaaide lanen en wierpen jaloerse blikken op verliefde stelletjes die hand in hand hun eigen wereldje leken te bewonen. Niemand schonk de meisjes aandacht.
Ze sloegen een afgelegen pad in, waar plots die man en die vrouw verschenen. Ze stonden in een onwerkelijke omhelzing; zijn gezicht dicht bij haar oor, haar lach verteerde bijna het grijze licht.
Hoewel de man met zijn rug naar hen toe stond, was goed te zien dat hij niet jong meer was.
Marije keek achteloos over het tafereel, tot ze besefte dat Janneke onbeweeglijk naar het paar staarde, haar mond open van verbazing.
Janneke, ben je oké?
Jawel… Niets, kom zei Janneke snel, en liep haastig door.
Ze verlieten het park. Janneke was stil, verdiept in gedachten die als fietsen over de grachten doolden. Bij hun eigen straten namen de vriendinnen afscheid ieder haar eigen kant op, door de schemerende stad…
…Janneke liep met haar hoofd omlaag over de klinkers, verwonderd over het absurde dat ze zoiets met eigen ogen had gezien.
Het gezicht van die stralende vrouw bleef op haar netvlies gegrift, terwijl de man haar omhelsde, totaal niet bewust van iets of iemand om zich heen… niet eens zijn eigen dochter.
Papa, hoe kun je? Je leek altijd perfect, een veilig toevluchtsoord. En nu heb je een minnares. Ik zou het niet geloven als ik het niet zelf gezien had, dacht Janneke vertwijfeld.
Toen ze thuiskwam, was het laat.
Aan tafel! gromde haar moeder vanuit de keuken. Altijd maar wachten op jou en je vader.
Ik kom zo, even mijn handen wassen… mompelde Janneke ongemakkelijk.
Ze staarde eindeloos naar zichzelf in de badkamer. Toen ze terugkeerde, was haar vader er nog steeds niet. Ze at zwijgend haar stamppot op en trok zich terug op haar kamer.
Ze zette de laptop aan, maar haar hoofd was te vol. Steeds weer die omhelzing onder de kastanjeboom. Het voelde zo onwerkelijk.
Mijn vader… Is bedrog en verraad het gewone voor volwassenen? Wat mist hij thuis? Zou hij mama echt verlaten voor die andere vrouw? Op dat moment blikkerde er plots een plan door haar hoofd.
Misschien weet zij niet eens dat ik besta, dat papa thuis een gezin heeft.
De voordeur sloeg open.
Sorry, schat! Het was een lastige dag, klonk de stem van haar vader.
Vroeger waren je dagen alleen zwaar aan het eind van de maand, klonk de stem van haar moeder als donder, en een ruzie hing in de lucht. Nu heb je elke dag een slechte dag, of niet?
Johanna, het is nu eenmaal zo, antwoordde hij zwakjes.
Zoals altijd kwam hij de kamer van zijn dochter binnen, zoals altijd de neiging haar te kussen; dit keer hield Janneke hem tegen.
Ga maar eten voordat alles koud is, zei ze koel.
Wat is er aan de hand, dochter?
Met mij is niks, maar met jou?
Hij keek haar aan, wilde iets zeggen, maar zwijgend liep hij naar de keuken.
De hele avond bleef Janneke op haar kamer, haar plan als een schaduw achter haar denken. Uiteindelijk viel ze slaap met het plan in haar hoofd papa moet van haar wegnemen.
Ze werd wakker van de stemmen van haar ouders.
Bart, waar ga jij nu weer heen?
Werk, echt, het moet even…
Het is zaterdag, je zou eens tijd met ons doorbrengen.
Ik ben zo terug voor de lunch, dan doen we samen iets leuks.
Janneke kwam haar kamer uit, rekte zich overdreven uit, alsof ze net wakker was.
En waar denk jij heen te gaan? vroeg haar moeder scherp.
Naar mijn bijles, mam. En ik ben al laat.
Die jeugd van tegenwoordig is alleen maar bezig, mopperde haar moeder, terwijl Janneke al in de badkamer verdween.
Ze haastte zich naar buiten, haar vader stond al in de gang.
Zullen we samen lopen naar je bijles? stelde hij opgewekt voor.
Eerst koffie! kwam moeder uit de keuken. Vers gezet.
Ga jij maar drinken, dan wacht ik op je, zei haar vader met een verontschuldigende glimlach.
Janneke dronk haastig haar koffie, sprong op en trok haar jas aan.
Kom, papa.
Ze liepen een tijdje stil. Toen verbrak haar vader het zwijgen:
Ben je boos op me, meisje?
Nee pap, ik ben gewoon in de puberteit, zeker. En… Ik hou van je, pap.
En ik van jou, Janneke.
Het allermeeste ter wereld?
Haar vader schrok zichtbaar, keek haar doordringend aan, maar knikte na een moment:
Het allermeeste ter wereld.
Ze liepen verder zonder elkaar aan te kijken.
Nou pap, hier moet ik zijn. Wacht je met de lunch op mij? Je zei toch dat we samen iets gingen doen dit weekend?
Janneke liep naar het gebouw van haar bijles, draaide zich om en glipte het park in, verscholen achter een rij lindebomen. Toen ze zeker wist dat haar vader haar niet volgde, sloop ze achter hem aan.
Ze hoopte nog steeds dat hij richting zijn werk zou gaan maar nee, hij sloeg een totaal andere straat in.
Het duurde lang. Haar vader keek niet één keer om. Uiteindelijk stond hij stil voor een onbekend huis, keek schichtig om zich heen en haalde zijn telefoon tevoorschijn.
Vijf minuten later kwam er een vrouw naar buiten. Janneke bleef staan en kon niets anders denken dan:
Wat is ze mooi! Zou zij papa echt gelukkiger maken dan wij thuis?
De vrouw rende op haar vader af, kuste hem, en samen liepen ze hand in hand een steegje in.
Het was een vreemde, verlaten buurt. Ze gingen in een klein plantsoentje op een bankje zitten, pratend. Janneke bespiedde hen van een afstand; het leek een serieus gesprek, tot ze elkaar weer lang kusten.
Ze merkte hoe woede en verdriet als regenwolken in haar hoofd samenschoolden.
Toen stonden ze op en liepen samen terug, naar het huis waar die vrouw vandaan kwam. Nog een kus, een lach. Haar vader verdween richting huis; de vrouw liep het trappenhuis in.
Janneke twijfelde even, keek toe vanachter een struik. Ze wist: ik moet met haar spreken, ik moet zeggen wat op mijn hart brandt.
Net op dat moment kwam de vrouw weer naar buiten, een zak met afval in haar hand, en liep richting de vuilcontainers. Janneke rende haar achterna en blokkeerde haar pad.
Hallo, zei Janneke streng.
Hallo…? Wat is er?
Luister goed! Als je nog één keer met Bart afspreekt, zal ik ervoor zorgen dat je er spijt van krijgt.
Wie ben jij?
Heb je het niet door?
Waar wil je heen? vroeg de vrouw nu geïrriteerd.
Ik zei toch duidelijk genoeg… reageerde Janneke scherp. Pak je telefoon!
Prima, de vrouw zuchtte.
Bel hem nu. Zeg dat hij nooit meer moet komen. Ik ben zijn dochter, en hij houdt zielsveel van mijn moeder!
De vrouw toetste het nummer in. Janneke luisterde gespannen mee.
Esmée, wat is er? klonk de stem van haar vader uit de telefoon.
Bart, we moeten stoppen. Echt. Het heeft geen zin, jij hebt een gezin, en ik vertrek straks uit Amsterdam.
Esmée, maar… Janneke hoorde een geknakte toon in haar vaders stem.
Nee Bart, kom niet meer, bel niet meer. Het is goed zo.
Vooruit, Esmée. Vaarwel!
Toen Janneke thuiskwam zaten haar ouders samen te lunchen, lachend, alsof er niets aan de hand was.
Waarom ben je ineens zo vrolijk? sputterde haar moeder met opgetrokken wenkbrauw. Wil je eten?
Ja graag!
Wat is er met jou dochter, waarom zo opgewekt? vroeg haar vader nu verbaasd.
Papa, hou je van me? vroeg Janneke hem.
Natuurlijk!
En van mama?
Even een stilte. Toen vastbesloten:
En van jouw moeder hou ik ook!
Ik hou óók van jullie, riep haar vader nog eens uit met een brede glimlach, en alles voelde even weer als een rare, zoete droom.







