Wie zit er nou eigenlijk op haar te wachten?

Wie zou haar nou willen?

Marloes, wat is dit nu? Heb je de augurken van mijn moeder weggegooid?
Jaap, natuurlijk. Marloes zuchtte. Ze stonden al veel te lang. Ze waren helemaal zacht en zuur geworden Die kun je echt niet meer eten.
Ach joh, niks aan de hand. Je had alleen die bovenste kunnen weggooien, de rest kun je gewoon schoonspoelen. Mijn moeder en ik hebben weleens potten gegeten die bol stonden en we leven ook nog hoor. Deze hebben gewoon iets te lang gestaan. Je moet niet zo met eten omgaan, Marloes, dat kost allemaal geld!

Jaap liep met zijn kin omhoog en een vermanende blik langs zijn vrouw, iets mompelend wat ze niet goed kon verstaan.

Marloes zuchtte. Ooit vond ze dit karaktertrekje nog wel schattig. Ineens flitsten haar gedachten terug naar hun eerste dates

Op een zonovergoten dag in het Vondelpark liep er een lange jongen in een witte blouse breedlachend op haar af met een veldboeket. Zon wild boeket met van alles door elkaar, precies waar Marloes van hield.

Jaap? keek Marloes hem verrast aan. Ben je het veld op gegaan om bloemen te plukken?
Ja, antwoordde Jaap. Waarom zou ik rozen kopen? Veel te duur en zo afgezaagd. We kunnen beter naar de draaimolen op de kermis, daar wordt het veel gezelliger van.

Marloes lachte en liep vrolijk met hem mee

De Marloes van nu schudde haar hoofd zachtjes en luisterde. Jaap stond inderdaad de augurken af te spoelen. Eigenlijk verbaasde ze zich nergens meer over. Vroeger dacht ze dat Jaap gewoon niet van uit eten hield het was immers lekker wandelen in de stad maar ondertussen wist ze wel beter: het was gewoon te duur voor hem. En dat ze op de kleinste attractie in de Efteling gingen had niets te maken met comfort, maar alles met de prijs.

Nu, jaren later, na hun bruiloft en met twee kinderen erbij, kon Marloes alleen nog kiezen: zich erbij neerleggen of het gevecht aangaan. Maar de laatste tijd koos ze voor stilte.

Op een woensdag liep ze de keuken in om eten op te scheppen voor de tweeling en voor haar en Jaap. Gewoon standaard: aardappels, gehaktballen, sla. Luxe was nooit aan de orde.

Wat ben je nou aan het doen, Jaap? vroeg Marloes moe. Haar man stond bij de borden van de kinderen en sneed de gehaktballen doormidden.
Ze zijn pas vijf. Dat halve balletje is meer dan genoeg.

Met een serieus gezicht legde Jaap een halve gehaktbal weer terug in de pan.

Ben je nou helemaal, Jaap?
Hoe bedoel je?
Jaap, kom op
Het is gewoon praktischer. We zijn allemaal gewoon mensen. zei hij terwijl hij de gehaktbal op haar bord in tweeën sneed. Rundvlees is duur, meid. En eigenlijk is het niet goed om veel vlees te eten. Als je dan toch gaat koken: volgende keer gewoon stomen, niet bakken. Bakken kost onnodig veel olie en dat is tegenwoordig heel duur geworden.
De kinderen lusten geen gestoomd eten, Jaap.
Ze wennen er vanzelf aan, is veel gezonder. antwoordde Jaap resoluut, pakte zijn spullen en vertrok. Marloes keek naar de halve gehaktballen op hun borden. En toen voelde ze het: haar geduld had blijkbaar toch een grens.

Later die week kwam Gerda van Dijk, haar schoonmoeder, weer thuis. Vergeleken met haar was Jaap nog een gulle Fransman.

Marloes, lieverd! Daar ben ik weer ik heb wat nieuwe kleren meegenomen voor de jongens. Wat boffen jullie toch met zon oma he, altijd iets meenemen!

Marloes, die net thuiskwam van haar werk, zuchtte en dacht bij zichzelf iets lelijks, maar ging haar schoonmoeder toch vriendelijk begroeten.

Gerda van Dijk overhandigde haar een tas.

Eh, Gerda, dit zijn kleertjes voor een meisje? Marloes wierp een blik in de tas. Wij hebben toch twee jongens?
Ach, wat maakt het nou uit, wimpelde Gerda af terwijl ze een roze Hello Kitty-shirt omhooghield. Felix is gek op katten, toch? En ze zijn nog zo klein, die zien dat verschil echt niet. Roze, rood, blauw het maakt toch niks uit
Dankjewel, Gerda. Ik kijk later wel even met de jongens wie weet zit er toch iets bruikbaars bij.

Lachend legde Marloes de tas aan de kant. Later zou ze die gewoon weggooien. Niet alleen was het voor meisjes, het spul was helemaal versleten. Daar durfde je de tuin haast niet in.

Jaap, wanneer gaan we nu eindelijk op onszelf wonen? Ik trek dit echt niet meer met jouw moeder erbij. vroeg Marloes zacht, terwijl ze de deur sloot.
Wat is dat nou voor vraag? Zodra we genoeg hebben gespaard voor een huis.
Jaap, laten we dan een hypotheek nemen anders zijn we bejaard tegen de tijd dat we genoeg hebben.
Daar hebben we het al over gehad. Een hypotheek is een molensteen om je nek. Zoveel extra kosten En bij mijn moeder wonen is gewoon handig: ze kookt, ze poetst, ze maakt jam in voor de winter…
Ben je nou helemaal? riep Marloes half snikkend, haar stem ineens zacht. Onze kinderen slapen met je moeder op één kamer! Nu zijn ze vijf, maar straks zijn ze ouder. Wat dan? We kunnen nooit tijd samen hebben, niks kan want er zitten geen sloten op de deuren en je moeder verbiedt dat ook nog, want dat is niet praktisch.
Kom nou gewoon slapen en doe het licht uit. De energierekening is al erg genoeg.

Marloes liet zich zuchtend op bed vallen. Genoeg was genoeg.

De bom barstte de volgende dag. Jaap verbood de jongens om naar Het Slaapliedje te kijken voor het slapen, want dat is toch nergens goed voor en alleen maar geldverspilling. Dat was echt de druppel.

Nu is het klaar! huilde Marloes. Ik trek dit niet langer! Ik neem de jongens mee en we gaan bij mijn moeder wonen. Dan hebben ze tenminste hun eigen kamer.

Ze pakte met één arm de koffer en gaf de anderen richting haar zoontjes.

Kom, Felix en Teun, pak je spullen.

Marloes, wat doe je nou? Jaap stond verstijfd. En ons gezin dan? Ik dacht dat alles goed was, jij was toch altijd tevreden?
Zes jaar. Zes jaar heb ik dit volgehouden, jou en je moeder. We kopen shampoo in megaflessen, altijd het goedkoopste toiletpapier, de jongens spelen met kapot speelgoed van jou en je broer. Ik wil een normaal leven voor hen. Liever geef ik teveel uit dan dat ik zo moet leven.

Gerda, Jaaps moeder, greep dramatisch naar haar hart en hield Jaap tegen.

Och jongen, ik voel mijn hart Laat haar maar, ze komt wel terug hoor. Wie wil haar nu, met die tweeling in haar kielzog?

En Jaap geloofde het. Hij was er zeker van dat ze terug zou komen.

Wat doe je, meisje? vroeg Ankie, Marloes moeder, toen ze haar betrapte op het voor de derde keer gebruiken van een theezakje. Gooi dat nou gewoon weg, pak een nieuwe.

Marloes kwam weer uit haar gedachten en keek even naar haar handen. Automatisch was ze haar thee zo zuinig mogelijk aan het zetten, net als bij Jaap thuis.

Hoe heb jij het daar toch volgehouden? Ik zeg het al zo lang: dat is geen leven, dat is overleven. Het is niet gezond allemaal, zeg ik je.
Ja, knikte Marloes en bleef staan met de koelkast open. Daar stond goede kaas echte oude kaas, geen smeltkaas. Salami, yoghurt, vleeswaren Ik moet de snoepjes verstoppen, anders eten de jongens alles op.
Laat maar, daarvoor koop ik het toch?
Beter toch verstoppen, ze zijn het niet gewend, straks zitten ze helemaal onder de uitslag.

Ankie knikte, keek haar dochter even liefdevol aan en streelde haar voorzichtig over haar schouder.

s Nachts kon Marloes de slaap niet vatten. Het bed kraakte niet eens, het lag eigenlijk té lekker. In het oude huis was het matras zo gammel geweest
Ze liep naar de keuken, deed de koelkast open haar ogen werden groot. Bij Jaap moest altijd het goedkoopste, yoghurt mocht niet, hooguit karnemelk. Kwark maakte ze van bedorven melk.

Marloes sneed zichzelf een dikke boterham af en belegd hem royaal met kaas en salami. Geen Jaap die klaagde dat het plakje te dik was, of dat kaas maar bij één maaltijd hoorde. Ze pakte yoghurt, dronk het gewoon uit de fles. Wat een verademing!

Jeetje mina, hoe heb ik het bijna zes jaar uitgehouden Wat is het heerlijk om niet te hoeven knibbelen

Hoe kon ze het volhouden? Hoe leefde ze naar hun regels nooit eten wat ze zelf wilde, geen geld voor een opknapbeurt thuis, rondlopen in afdankertjes van haar schoonmoeder, vijf jaar met dezelfde laarzen?

Een paar weken later, op een zaterdagochtend, ging de bel. Marloes had net uitgeslapen, haar moeder was met de jongens naar het park.

Wie is daar…? Jaap?! Wat doe jij hier?

Op de stoep stond haar man.

Marloes, kom nou terug. We mam en ik, we doen voortaan niet meer zo gierig. Echt waar. Oké, verkwisten is fout, maar je krijgt meer te zeggen. Ik hou van je, Marloes. Kom alsjeblieft terug, het is toch ons gezin?
Nee! Nee, Jaap, en nog eens nee! Ik ga nooit meer terug. Mijn kinderen hebben een eigen kamer, ik ook. Ze mogen onbeperkt naar Paw Patrol kijken, en ik bepaal zelf mijn tijd. Ze eten gewoon een hele gehaktbal als ze willen. Ze mogen een snoepje pakken wanneer ze willen. En we hoeven nooit meer die verdraaide plastic tasjes te wassen. En ik heb eindelijk een fatsoenlijke badjas gekocht. Dit is mijn geld, ik besteed het zoals ik wil. Klaar. Ik hoor nog wel van de advocaat.

Marloes sloeg de deur dicht en begon toch te huilen. Ze wist niet precies waarom misschien uit opluchting, misschien uit verdriet. Ze wist één ding: het zou zwaar worden, meer werken, maar ze kon het aan. Teruggaan? Dat nooit meer. Dit, eindelijk, was haar leven.

Please rate
Bagattia News
Wie zit er nou eigenlijk op haar te wachten?