Onaantrekkelijke Fenne
Mijn hemel, vind je dat nou een vent? Wat een vergissing! Ziet Fenne zelf dan niet met wie ze wil trouwen? Zon klein, miezerig kereltje, lelijk als de nacht!
Nou, het valt ook wel mee, hoor! Hij is inderdaad niet lang, dat geef ik toe. Maar anders, het uiterlijk doet er toch niet toe! Fennetje is zelf ook geen schoonheid.
Dat is zo. Maar stel je voor wat voor kinderen ze straks krijgen?! Wat een ramp!
De jonge moeders die uit verveling zaten te kletsen op het bankje bij de flat, vouwden hun dekentjes nog eens netjes om hun slapende babys. Wie kon tippen aan hun eigen oogappeltjes? Die eventuele kinderen van Fenne wel zeker niet!
Fenne zelf tilt intussen glimlachend boodschappentassen uit de auto van haar verloofde, bestemd voor haar moeder, en knikt vriendelijk naar de buurvrouwen. Ze is druk in de weer:
Daan, schat, kun je het allemaal wel dragen? Laat mij iets aanpakken! Ze probeert nog een tas uit Daans handen te pakken, maar hij wil daar niets van weten.
Fen, hou jij maar de deur van het portiek open! Die zware dingen, dat moeten vrouwen niet doen. Jij niet, in elk geval!
De buurvrouwen kijken elkaar veelbetekenend aan.
Nou, hoor hem! Geen vrouwenwerk, zegt-ie. Wacht maar, tot de bruiloft zijn ze allemaal zo attent! Als Fenne straks getrouwd is, zullen we wel zien wie er gelijk krijgt!
Fenne en Daan zijn al lang het portiek in verdwenen, maar de buurvrouwen zijn nog lang niet uitgepraat over hun lengte, hun gezichten, de prijs van Daans auto en Fennes loopje. Waarom ook niet? Roddelen is makkelijk.
Fenne heeft geen tijd voor geroddel. Ze haast zich naar haar moeder, die ze al twee weken niet gezien heeft. Eerst een zakenreis, daarna druk geweest met het opknappen van hun nieuwe appartement dat ze met Daan snel af willen krijgen voor de bruiloft. Moeder gebood haar dat ze vooral voorzichtig moest zijn, zich niet druk moest maken, want de koelkast was vol, de telefoon deed het, en ach, het huwelijksfeest was al bijna. Hoe red je alles op tijd?
Toch houdt Fenne het niet meer uit. Ze is nooit zo lang en zo ver van haar moeder weggeweest. Vreemd genoeg heeft ze nog niet echt geleerd haar heimwee naast zich neer te leggen.
Ze werd op haar 35ste geboren eigenlijk was dat voor Marijke, de moeder van Fenne, een verrassing voor heel haar omgeving. Marijke was een onooglijk meisje, werkte als caissière in een buurt-super, en haar omgeving had haar allang afgeschreven. Oude vrijster, riepen ze. Kinderen, dat zat er niet meer in!
Maar Marijke verraste iedereen! Ze ging op vakantie naar Zeeland en kwam terug met een man, een knappe ook nog, wat men niet had verwacht. Groot, brede schouders, helderblauwe ogen. Marijke leek een grijze muis naast deze statige kat in een glanzende vacht. Geen stel, vonden de buurtjes.
Maar vanaf het moment dat Alexander in haar leven was, had zíj de mooiste jas.
Alexander was slim en ondernemend wist geld niet alleen te verdienen, maar ook te vermenigvuldigen. En voor zijn vrouw, waar hij gek op was, spaarde hij nergens op. Marijke bloeide op, kleedde zich mooi, liet haar haar hip knippen en hield vriendinnen ver uit huis.
Echte vriendinnen had ze nooit gehad. Het lukte niet. Ze had graag meer sociaal contact gewild, maar mensen liepen met een boog om haar heen. Té lelijk, vonden ze haar. Wie wil dansen of op stap met zon iemand? Puur deprimerend, nietwaar?
De paar kennissen die af en toe bij haar langskwamen om een pakketje te ritselen of te smeken of het schaarsste product dat in de supermarkt verscheen alsjeblieft niet aan hun neus voorbijging, die mistte Marijke niet toen ze hen liet gaan.
Ze was bang voor roddels. Die zijn immers erger dan een pistool je weet nooit waar het afgaat of wie erdoor getroffen wordt. Iedereen vond Alexander veel te knap voor haar, en zo zou er altijd wel iemand zijn die hem wilde raad geven om haar te verlaten, of het gewoon ronduit verzon. Daarom maakte Marijke van haar huis een burcht, waar alleen haar dierbaren welkom waren. Ze wilde haar geluk niet kwijtraken.
Dat bleek nergens voor nodig. Alexander keek nooit om naar wie dan ook behalve Marijke. Hij wist als geen ander dat het cliché over uiterlijk en water geen fabeltje is. Niet voor niks wordt zon volkswijsheid al generaties doorgegeven. Alexander, opgegroeid als wees bij een alcoholistische oma, wist dat als geen ander.
Zijn ouders waren plotsklaps overleden nog voor hij drie was, bij een auto-ongeluk na een bruiloft waarbij zijn vader iets te diep in het glaasje had gekeken.
Alexander bleef achter bij zijn Oma, die haar enige zoon nooit kon vergeten, en van verdriet de fles omarmde. Eerst beetje bij beetje, daarna volledig. Alexander kon met acht jaar voor zichzelf koken, leerde strijken zodat niemand op school vragen stelde, en deed zijn best op school. Zijn knappe uiterlijk was meer een vloek dan een zegen hij viel altijd meteen op, maar aan de opdringerigheid van volwassenen viel niet te ontkomen.
Hij groeide uit tot een koppige, boze jongen. Wie zou het hem kwalijk nemen? Nooit een knuffel, nooit een vriendelijk woord. Voor zijn oma telde alleen haar fles, en de mensen om hem heen zuchtten hooguit bewonderend over zijn uiterlijk, maar niemand vroeg ooit hoe hij écht leefde.
Nou ja, behalve de bakker mevrouw daar haalde Alexander dagelijks brood. Zij voedde haar twee kinderen ook alleen op en wist wat het is om zonder moeder te leven. Haar jeugd bracht ze in een weeshuis door, maar desondanks gaf ze haar zonen warmte, zorg en een huis waar ze het soms krap hadden, maar waar altijd vers brood was, gebakken aardappeltjes, en thee met honing. Die honing kreeg ze van haar buurman met een bijenstal.
O, dankjewel! Wat mag ik je ervoor geven?
Het is van harte! Jij staat altijd klaar voor anderen, mag ik dat nu even niet voor jou doen? Doe me een lol!
Alexander kreeg van haar altijd een extra bolletje bij zijn brood.
Voor op school! zei ze streng, terwijl ze door Alexanders krullen streek.
De waardering die ze gul schonk zonder iets terug te willen, verwarmde zijn hart de rest van de dag en gaf hem kracht. In het begin weigerde Alexander haar traktatie, maar toen hij haar verdriet zag, stopte hij daarmee. Hij kwam zelfs helpen in de bakkerij. Langzaamaan ging hij mevrouw Van Vliet als bijna een moeder zien.
Toen zijn oma stierf Alexander was inmiddels vijftien aarzelde Van Vliet niet en vatte het plan op hem op te nemen in het gezin.
Je bent al zo lang mijn zoon. Nu regelen we dat gewoon officieel.
En zo kreeg Alexander alsnog een thuis: met een moeder en broertjes. De boosheid in zijn hart smolt weg nu had iemand echt om hem te geven.
Na de MBO ging Alexander aan het werk, knapte het huis van zijn grootmoeder op, maar zijn eigen gezinsleven bleef uit. Meiden deden graag interessant tegen hem, flirtend en vrolijk, maar zodra het serieus werd, haakten ze af. De een waar hij verliefd op werd, maakte het zelfs zonder omwegen uit:
Sander, jij bent gewoon te knap. Je gaat toch weg, laat mij zitten. Misschien zwanger en alleen. Voor zo’n leuke vent als jij, is het aanbod te groot. Alle meiden vallen voor je! Waarom zou je voor mij kiezen?
De oude woede stak weer de kop op, maar Sander wist waar hij moest zijn.
Zoon, dan is het niet de juiste. De ware loopt nog ergens, ze wacht op je! Geef de moed niet op. Zolang je blijft geloven, komt alles op zijn pootjes terecht. Gewoon volhouden!
Mevrouw Van Vliet wist altijd wat ze moest zeggen. Sander kalmeerde, hij wist dat geduld zijn kracht was en wachten, dat kon hij.
Maar de jaren verstreken, en de ware bleef uit. Sander werd somber. Van Vliet liet dat niet op zijn beloop.
Op haar aandringen ging hij voor het eerst in zijn leven naar zee.
Och, Sander! Dat moet je echt meemaken: de zee! Zo groot, zo zacht, zo wild soms! Altijd anders. Je moet het voelen, niet van mij horen. Ga! Het is geluk.
Op dat reisje ontmoette Sander Marijke. Niemand keek om naar dat meisje bij het strand, met haar blik op de woeste golven na een regenbui. Sander viel stil, zo veel leek zij op zijn adoptiefmoeder. En toen hij haar beter leerde kennen, wist hij het zeker dit was zijn grote geluk. Net zo warm en goed als Van Vliet, vol liefde en zachtheid. Alles waar hij al die jaren op had gehoopt.
En natuurlijk liet hij haar niet meer los.
Hun dochter, Fenne, was hun alles; soms schrokken ze zelf van de omvang van hun liefde.
Zullen we haar niet verwennen, Sander? fluisterde Marijke vaak bezorgd. Zullen we het niet verpesten?
Onmogelijk! Sander kuste Fennes haar. Ze is een bijzonder meisje!
Hij geloofde er zo in dat Fenne niets anders kon dan haar ouders blij maken met haar ijver en zachtaardigheid.
Ze lijkt precies op haar moeder! streelde Van Vliet haar kleindochter. Zo lief, als Marijke. Zorg goed voor je meisjes, jongen! Geluk is liefde in huis.
Alexander bleef goed contact houden met zijn (pleeg)moeder en broers. Dus toen het mis ging met zijn gezondheid, sprak hij daar eerst met zijn broers over hij wilde zijn vrouw en moeder niet ongerust maken.
Je hebt het goed gedaan, jongen, wij zoeken het uit!
Binnen no time werd een dokter gevonden, en nadat de zware diagnose viel, lieten ze hem niet zakken.
Niet opgeven! Je hebt een dochter, wij staan achter je! De geneeskunde gaat vooruit.
De strijd duurde tien jaar. Sander hield vol, tot verbazing van de artsen.
Een ander had t al lang opgegeven. U bent echt sterk!
En Sander knikte, draaierig van de pillen, wetend dat zijn kracht lag in Marijke en Fenne, die na school als een wervelwind naar het ziekenhuis kwam om te zorgen dat papa alles op at.
Ik wil niet, meisje, probeerde hij.
Opeten, pap! De soep is wat zoutig, hoor mam huilde tijdens het koken. Maar ik zei dat ze niet meer moest huilen. Jij wordt beter. Toch, pap?
Zeker, lieve Fenne Het komt allemaal goed
En elke keer kwam Sander thuis, hoe slecht de prognose ook was. Want thuis werd op hem gewacht! Hoe kon hij niet terugkeren?
Hij overleed rustig. Thuis, op Marijkes schouder. Hij sliep in, en werd niet meer wakker. Marijke zat tot het ochtendgloren, omarmde hem en dacht terug aan hun leven.
Nee, Sander Ik heb nergens spijt van We hebben zo veel meegemaakt! Ik was zo gelukkig met jou. Dankjewel, mijn lieve
Tegen de ochtend kwam Fenne de slaapkamer binnen, klaar voor het ontbijt, en haar gilletje klonk als het verdrietigste vogeltje dat ooit gevangen is.
Rustig, kleintje Papa heeft geen pijn meer Het gaat nu goed met hem Hoor je dat? Niet huilen Marijke maakte zich niet meer druk om haar tranen. Ik ben bij je
Marijke en Fenne bleven niet alleen achter. Sanders broers hielden hen in de gaten, Van Vliet kwam vaak langs. De familie hield elkaar stevig vast in het verlies alleen zou dat nooit lukken.
De jaren verstrijken. Fenne wordt volwassen. Elk jaar kijkt ze minder graag in de spiegel. Ze weet dat ze niet mooi is, daar kan ze niets aan veranderen.
Ze kan haar neus niet kleiner maken, haar ogen niet groter. Zelfs de worteltjes die ze knaagt omdat dat de groei zou bevorderen, helpen niets.
Op school wordt ze uitgelachen, en Marijke wist haar troosten:
Wacht maar, meisje van me. Wie weet wie het gelukkigst wordt straks! Alles op zn tijd.
Fenne haalt haar diploma, studeert cum laude aan de universiteit, maar haar zachtaardigheid en vriendelijkheid worden niet op waarde geschat. De jongens kiezen de mooie, uitbundige meiden, terwijl ze Fennes perfecte samenvattingen lenen vlak voor het tentamen. Op de colleges let ze goed op in plaats van om zich heen te kijken, ze weet dat ze niks te zoeken heeft in een studentenkring waar de meiden ruim in de meerderheid zijn.
Wat moeten we nou, mam? vraagt Fenne somber, als Marijke beseft dat haar dochter haar carrière op de rails heeft, maar geen idee heeft hoe ze haar persoonlijke leven op poten moet zetten.
Nou, heel simpel: We sturen haar naar zee! lacht Van Vliet. Eén keer werkte het, wie weet nog een keer? Wat denk je?
Lijkt me wat! Maar Fenne gaat nooit alleen. Ze stribbelt vast tegen!
Dan gaan we met zn allen. Alle neven en nichten mee, als familie. En dan vindt Fenne haar rustje wel. Weet je nog, toen ze laatst van de tuin naar de stad was ontsnapt omdat de neefjes haar het huis uit plaagden? Van Vliet lacht bij de herinnering aan de kwajongens. Onze jonge honden krijgen iedereen gek! Ze hebben haar vast zo gepest dat ze wel moest vertrekken om haar rust te zoeken!
Kom, we gaan het regelen! knikt Marijke vastberaden.
Maar het lot heeft andere plannen.
Fenne gaat naar zee, maar weigert stellig zich van de familie los te maken. Hoe ze ook wordt overgehaald, ze houdt voet bij stuk:
Ik ga niet alleen op pad, geen denken aan!
Wat kunnen haar dierbaren anders doen dan zich erbij neerleggen?
Het lot lacht in zijn vuistje, want net thuis na de vakantie komt Fenne haar grote liefde tegen, vlak voor de deur. Na het werk, auto op de parkeerplaats gezet, breekt er nét een plensbui uit zoals je ze in Nederland alleen in september ziet.
Dag mooie, nieuwe lakleren schoenen: Fenne schopt ze uit, loopt blootsvoets door de plassen op weg naar huis, wetend dat haar moeder zich zorgen maakt. Vlak bij de flat rijdt er een auto door een plas en besproeit haar van top tot teen met modderig water.
Ongelooflijk! schiet het uit haar mond.
Dan barst ze in lachen uit, zo aanstekelijk dat de bestuurder die gestopt is om zijn excuses aan te bieden, gefascineerd naar haar blijft kijken.
Het lot knikt voldaan en zet een vinkje op zijn lijstje, gaat weer op pad, en weet zeker dat het met Fenne en Daan helemaal goed komt.
Dat blijkt ook.
Jaren later zitten dezelfde buurvrouwen op hun bankje, kijkend naar hun inmiddels grote kinderen. Zodra Daans auto het parkeerterrein op draait, fluisteren ze:
Heb je die jas gezien van haar? Die krijg ik er bij mijn man echt niet door hoor!
Daar ga je weer!
Ze staat dat niet, zon jas! Helemaal niet!
Wat ben je toch zuur! Wat kan jou het geluk van Fenne nou schelen? Ja, haar man is geen hunk, maar wel lief! Hij adoreert haar en de kinderen! Jij bent gewoon stikjaloers!
Ja, dat ben ik! Waarom krijgt de een alles, en de ander niks? Kijk nou, geen van beiden een schoonheid, maar die kinderen een wonder! Hoe kan dat toch? Hoe kunnen zulke ouders zulke prachtige kinderen krijgen?
Pure genetica, lieverd! Haar vader was de knapste van allemaal! Dus zo vreemd is het niet.
En toch Waarom is Fenne zo goed voor iedereen? Hoe vaak je haar ook iets adviseert, altijd beleefd en dankbaar. Ze zou de wereld moeten haten, omdat ze zelf nooit schoonheid kreeg.
Moeten, misschien, maar ze hoeft dat niet! Als jij je eens minder druk maakte, werd je er zelf ook knapper op!
Oh, hou nou op! Jij begrijpt mij gewoon niet! Hoe zorgt zij ervoor dat haar man altijd zo gek op haar blijft, haar op handen draagt? Heeft zij soms een geheim ofzo?
Vraag het haar!
Nee hoor, van zon mens hoef ik niets te leren!
Zoals je wilt! Ga jij maar lekker door met je jaloezie.
Fenne stoort zich allang niet meer aan de roddels. Er is werk aan de winkel: kinderen om op te letten, moeders die langzaam minder worden. Van Vliet wil binnenkort dichterbij komen wonen om te helpen met de achterkleinkinderen. Ooms en tantes nodigen uit, Daan staat klaar om mee te klussen, de kinderen vragen veel aandacht.
Sander, Mieke, kom binnen! Oma heeft net appeltaart gebakken. Dat is niet aardig als we haar laten wachten!
En dan komt er weer een avond met tijd voor een goed gesprek, een liedje bij de gitaar, en, natuurlijk, een sprookje van Marijke voor het slapengaan van de kleinkinderen.
En het leven draait maar door©Zo gaan de seizoenen voorbij, gevuld met warme thee, handen in nat zand en de geur van vers brood en appeltaart. Fenne leert haar kinderen dat geluk geen spiegelbeeld nodig heeft, alleen armen om je heen en een huis waar altijd gelachen wordt soms zacht en soms uitbundig, maar nóóit ten koste van een ander.
Op een avond, als iedereen slaperig tegen elkaar aangedrukt op de bank ligt, vraagt kleine Mieke:
Mama, waarom lachen ze soms om jou?
Fenne knielt neer, drukt haar dochters hoofd tegen haar schouder en zegt:
Omdat sommige mensen hun eigen licht vergeten zijn. Dan zien ze het bij anderen en worden ze even boos. Maar als je goed blijft doen, merkt iedereen uiteindelijk vanzelf waar het echt om draait. Jij kijkt altijd lang genoeg, dan zie je iemands hart.
En als Sander vraagt waarom papa haar nooit loslaat als ze hand in hand naar school lopen, glimlacht Daan vanaf de deur:
Omdat jouw moeder het mooiste heeft dat er bestaat. Niet aan de buitenkant. Maar alles wat je niet kunt zien, maakt haar juist prachtig.
Boven, achter het gordijn, gluurt Oma Marijke naar beneden, met vochtige ogen. Van Vliet staat naast haar, tikt haar zacht op de schouder.
Je hebt het goed gedaan, kind. Weet je nu dat schoonheid erfelijk is?
Samen lachen ze om hun eigen gezicht in het donkere glas. Geen van beiden knap, allebei rijk aan liefde.
Buiten vallen de laatste stemmen van de dag stil. In hun huis, warm en vol, klinkt het kleine, zuivere geluk dat geen roddel ooit kan raken. Want uiteindelijk wint altijd wie liefhebben durft en Fenne? Fenne glimlacht, elke dag een beetje mooier.







