Anderhalf jaar samen met een man (54 jaar) die altijd zei: “Jij bent mijn familie”. Ik kwam drie weken in het ziekenhuis terecht — hij kwam geen enkele keer op bezoek

Jeetje, laatst zat ik zo na te denken over wat me is overkomen met mijn ex, Jeroen. We waren zon anderhalf jaar samen geweest hij was 54, ik dus 48. We leerden elkaar kennen via een datingsite, weet je nog die tijd? Heel cliché eigenlijk, maar het begon oprecht gezellig. Ons eerste afspraakje was in een knus café in Haarlem en tijdens de derde keer samen verraste hij me met een verjaardagstaart van die echte Hollandse slagroomtaart, met op de bovenkant in chocolade: Voor Annelies van degene die blij is dat je bestaat. En dat, terwijl we elkaar nog maar drie weken kenden.

Jeroen was het type man dat royaal was, zonder dat opschepperige gedoe. Zo kwam hij zomaar eens bloemen brengen, zonder reden. Of hij stelde voor om samen naar de Veluwe te rijden, lekker even eruit. Een keer heeft hij mijn lekkende kraan gefixt, en later heeft hij zelfs de schilder betaald voor het huis van mijn moeder. Hij runde een eigen reparatieatelier in Amersfoort en woonde alleen.

Jij bent mijn familie, Lies, zei hij op een dag, ergens na een maand of acht samen. Mijn zoon is volwassen, m’n ex woont al jaren ver weg. Jij bent eigenlijk het enige wat ik heb.

En ja, daar geloofde ik heilig in. Wie wel niet, als iemand zo lief doet, je verwent met taart en bloemen, en zonder klagen je keuken komt repareren?

Maar toen werd ik plots ziek en belandde ik drie weken in het ziekenhuis. In het begin dacht ik nog: ach, die man is druk, heeft z’n atelier, werk zat. De eerste week voelde ik me niet eens teleurgesteld. Maar toen week twee begon en ik nog niks gehoord had over een bezoek, werd ik zenuwachtig. De derde week drong het besef tot me door: hij komt gewoon niet.

Op mijn kamer lag mevrouw Van Loon, een dame van in de zeventig. Elke zaterdag kwam haar man op bezoek met een bos bloemen, altijd weer. Op een dag vroeg ze me: Zeg, Lies, wanneer komt die vent van jou eigenlijk? Heb m nog nooit gezien.

Ik zei onzeker: Ja, hij heeft het zo druk, hè.

Waarop ze me over haar bril aankeek en zei: Weet je, meisje, iedereen werkt. Mijn Theo werkt ook, maar die neemt drie bussen en sjouwt zich suf met zn zere rug, omdat hij simpelweg móet komen. Niet omdat hij wil, maar omdat hij niet anders kan. Als een man niet kán komen, dan is het voor hem net zo makkelijk om straks ook niet te blijven.

Die woorden bleven me bij helderder dan welk advies van een psycholoog ook.

Toen ik eindelijk op een woensdag werd ontslagen uit het ziekenhuis, belde Jeroen die avond op. Anneliesje, ben je al thuis? Zullen we zaterdag afspreken, beetje bijkletsen?

Zaterdag. Drie dagen later. Nog geen dag uit het ziekenhuis en hij praat erover alsof het een bioscoopje pakken is.

Dus ik zei: Nee, Jeroen. Nu graag. Vandaag.

Hij stond na ongeveer twee uur voor mijn deur, met een bos bloemen, een zak appels en zon schuldbewuste blik. We gingen aan de keukentafel zitten en ik vroeg meteen: Waarom ben je eigenlijk nooit gekomen?

Hij antwoordde: Lies, ik heb toch elke dag gebeld?

Waarop ik zei: Ja, bellen wel. Maar drie weken lang, geen een keertje langsgekomen. Weet je, ik ben geopereerd, lag daar alleen, had koorts, was misselijk van de narcose, en ik lag maar te wachten en hopen. Jij belde elke avond, maar langskomen? Dat niet.

Hij sputterde: Ik was kapotdruk in de zaak: grote klus, medewerker ziek, alles alleen draaiende houden. Ik had gewoon echt geen tijd, Lies.

Geen tijd in drie weken? Het ziekenhuis sluit om acht uur, veertig minuutjes rijden van je zaak, één uur in drie weken kon je niet vrijmaken?

Toen viel er een stilte. Ik zat er mentaal volledig doorheen, zei hij zachtjes. Sinds mijn moeder overleed in het ziekenhuis, kan ik niet meer tegen ziekenhuizen. Elke keer als ik eraan dacht te komen, draaide mn maag zich om en besloot ik het uit te stellen. En voor ik het wist, waren de dagen weken geworden.

Dat was het. Niet willen, niet geen tijd, maar ik kan het niet. Geen kracht voor ellende delen. Hij heeft me niet laten vallen omdat er geen liefde was, maar omdat hij simpelweg niet naast iemand kon zitten als het moeilijk werd. Toen zei ik: Jeroen, je was er altijd als alles leuk en vrolijk was. Gezellig dagjes uit, koffie drinken, feestje hier, klusje daar. Maar toen het slecht ging, toen het voor mij echt zwaar werd, toen voelde bellen zo afstandelijk. Je zorgen maken is niet hetzelfde als echt naast me zitten.

Hij keek schuldbewust. Je hebt gelijk, ik heb het verknald.

Je hebt niks fout gedaan, Jeroen. Je bent gewoon zo. En dat is rot, want je verandert niet zomaar wie je bent.

Die avond ging hij weg. En ik bleef zitten, nippend aan mn thee, en dacht aan mevrouw Van Loon haar man Theo met zn bloemen en zere rug. Die man zei nooit jij bent mijn familie, hij was er gewoon altijd. Omdat het voor hem onmogelijk was om níet te komen.

Voor Jeroen was het wel mogelijk. Drie weken lang. En daarmee was alles eigenlijk al duidelijk over onze relatie.

Een week later appt hij een heel lang verhaal. Helemaal vol excuses, beloftes dat hij zou veranderen, dat het gewoon de paniek was die hem overviel. Ik las het en voelde voor het eerst helemaal niks meer.

Woorden zonder daden zijn net als een mooi behang zonder muren: ziet er leuk uit, maar je wilt er niet in wonen.

Ik heb niet teruggestuurd. Niet uit rancune, gewoon omdat ik eindelijk doorhad wat ik nodig heb. Ik wil iemand die komt. Niet die alleen belt. Iemand die met een netje sinaasappels binnenloopt, niet alleen om acht uur s avonds op de automatische piloot belt. Iemand voor wie het ondenkbaar is om níet langs te gaan in zon moment.

De wond op mijn buik is inmiddels bijna helemaal genezen. Mijn moeder vindt zelfs dat ik er wat frisser uitzie dan voor die hele operatie. Misschien omdat ik niet alleen lichamelijk ben opgekapt, maar ook het overbodige figuurlijk verwijderd heb.

En ik ben stiekem benieuwd: Herken jij dit ook? Heb je weleens zon man gehad die op afstand bezorgd deed, alleen wat belde of berichtjes stuurde als alles moeilijk werd? En kon je dat vergeven?

En mannen, eerlijk: hoor jij bij de ik kom sowieso-soort, of bel je liever vanaf de bank en laat je het erbij?

Ik kan er niet voor je zijn als het tegenzit is dat een uitleg, of is het eigenlijk gewoon het einde van je relatie?

Please rate
Bagattia News
Anderhalf jaar samen met een man (54 jaar) die altijd zei: “Jij bent mijn familie”. Ik kwam drie weken in het ziekenhuis terecht — hij kwam geen enkele keer op bezoek