Vrij geluk zonder grenzen

Vrij geluk

Daan, wacht even! Kom op, stop toch eens…

Daan vertraagde zijn pas en draaide zich om.

Achter hem, op het modderige paadje langs de sloot richting het knusse, met baksteen opgetrokken huisje aan de rand van Gouda, haastte zich Lieke. Een zestienjarig meisje op kniehoge laarzen, een rokje, een witte korte jas en een wollige, blauw-wit gestreepte hoofddoek. Donkerbruin krullend haar piepte onder haar sjaal vandaan, wat fantastisch stond bij haar vaag groene ogen, altijd een beetje glinsterend alsof ze elk moment in tranen uit kon barsten. Het wekte de neiging om haar te willen beschermen, te omarmen, als een nat geworden katje.

Ze gleed af en toe bijna uit over de natte klei, rilde, maar ze holde stug door.

Liek, niet zo rennen joh! Straks ga je nog onderuit! riep Daan streng. Hee, je hoeft niet te haasten, hoor. Maar… Rennen staat je wel. Kijk je wangen eens gloeien! Zo zie ik je alweer ouderwets stralend, je wordt weer beter!

Lieke grijnsde, kwam dichterbij, Daan stak zijn hand uit en ze pakte die vast. Daarna gaf ze hem een brutale knipoog.

Wat wilde je nou eigenlijk? vroeg Daan de omgeving scannend, boog zich snel naar haar toe en drukte een korte kus op haar wang. Je moeder vindt niks van ons samen, hè. Ze dreigde me eruit te gooien, – zuchtte hij theatraal.

Lieke liet haar hoofd hangen, draaide een hengsel van haar boekentas rond haar vingers. Maar toen trok haar lach alweer als de zon achter een wolk.

Daan, joh, die ouwelui kletsen maar wat. Ze maken alleen maar loze praatjes! Ga je met me mee naar de bios? fluisterde ze samenzweerderig. Ik heb al kaartjes gekocht, kijk!

Ze trok stevig haar want uit en liet twee kaartjes in haar handpalm zien.

Daan vouwde zijn grote handen om haar smalle vingers, voelde hoe warm ze waren. Alsof hij een pianist ten huwelijk vroeg, zo elegant en frêle waren ze.

Bios? Pff, weet niet hoor… Ik had eigenlijk dingen te doen, fronste hij, alsof hem ineens te binnen schoot dat ze het hier over serieuze zaken hadden. Lieke griste haar hand terug en stak hem weer gauw in haar want. Ach, vooruit dan maar, omdat jij het bent, knikte hij en mopperde:

Wat draaien ze überhaupt? Weer zo’n zoete zwijmelfilm?

Nee joh, een spannende oorlogsfilm! Jens is al geweest, hij zei dat ‘ie echt vet spannend is! schudde Lieke haar hoofd. Maar ik durf eigenlijk niet alleen en m’n vriendinnen zijn te schijterig.

Oh, Jens hè? Ja, die lult altijd, die Jens. Ga lekker met hem joh, die zegt overal ja op! Daan deed alsof hij zich beledigd voelde. Luister je altijd zo naar Jens, joh?

Jens Jansen zat bij Lieke in de klas. Slim, leergierig tot op het irritante af, nooit met een voetbal te bekennen maar altijd met stapels huiswerk en nieuw project. Volgde Lieke als een puppy, wat Daan niet ontging maar Jens was te slap om een echte rivaal te zijn. Lieke hield van types als Daan: een beetje branies, altijd in voor wat avontuur.

Alleen jammer dat bij de familie van Lieke thuis de deur voor Daan dicht zat, terwijl Jens altijd welkom was. Mevrouw van der Linden, Liekes moeder, was dol op Jens, lachte altijd extra vriendelijk naar hem.

Ik luister naar niemand behalve mn eigen gevoel! snauwde Lieke. Ik vraag jou, niet die anderen. Dus ga je nou wel of niet?!

Ze kreeg rode wangen van opwinding.

Daan werd er een beetje week van, knikte.

Oké dan. Ik kom wel mee, help ik je wel je hand beet te houden omdat het zo eng is bromde hij, niet helemaal zonder ironie. Wie haalt daarna wie uit bed als ze nachtmerries krijgt, hè?

Daan knipoogde weer. Lieke schoot in de lach en zwaaide met haar hand.

Ach joh, jij lijkt nergens bang voor! Ik zie je om zeven uur bij het Luxor, afgesproken. Nu moet ik naar huis, mam is de hele dag met zuurkool in de weer, de keuken lijkt wel een groentefabriek. Doei!

Lieke draaide zich voorzichtig om en liep richting huis.

Ze woonde met haar ouders twee huizen verderop. Ze was samen met Daan opgegroeid: vinkjes wegjagen uit de rozebottelstruiken, stiekem bessen snoepen uit moeders tuin tot de blauwe monden het bewijs leverden. Ze ging met Daan naar school, hij was twee jaar ouder. Iedereen op school jaloers op haar omdat die knappe Daan om haar heen zwierf, maar Lieke had nooit begrepen wat daar zo bijzonder aan was. Daan voelde gewoon als een vast onderdeel van haar leven.

Twee winters geleden, tijdens het langlaufen in de duinen, kreeg Lieke ineens vreselijke duizelingen. Ze viel, brak haar been en werd ziek. Liggend in een sneeuwhoop, huilde ze zo hard dat het tot diep in de polder te horen was. Ze had altijd al een hekel aan pijn, haar moeder moest haar smeken als er een splinter uit haar vinger gehaald moest worden.

Daan was er weer bij. In de kou, met sneeuwlaarzen tot aan zijn knieën, droeg hij haar naar huis. Haar been werd groter en pijnlijker, de schoen moest worden opengeknipt. Lieke kleine vingers groefden zich als roofvogelklauwen in Daans schouder, maar Daan zei geen woord. Lieke was op dat moment het belangrijkst.

Met de ambulance naar het ziekenhuis. Je been komt goed, zeiden de dokters, maar je hart daar moeten we het over hebben. Haar medisch dossier liep over van lastige Latijnse termen. Ze moest wekenlang blijven, en toen eindelijk naar huis.

Het was lente voor Lieke zich eindelijk een beetje beter voelde.

Het been jeukte onder het gips, haar humeur was chagrijnig, ze mopperde op haar moeder om alles. Maar als Daan langskwam met een grote wereldkaart, papieren bootjes en houten autootjes, reisden ze samen de hele wereld over van achter haar bed. Of hij bracht een knikkerbaan, of ze knutselden iets moois. Dan werd het zonlicht weer even gewoon.

Als dat gips er straks af mag, wees Daan liefdevol naar haar been, neem ik je mee op avontuur. Waar zou je heen willen?

Lieke haalde haar schouders op.

Gewoon naar buiten, mam vindt dat niet goed, zegt dat mn hart dat niet trekt. Volgens mij ben ik afgeleerd om te lopen

Flauwekul! wees Daan weg. Mijn opa, Kees van Dijk uit Woudenberg, kwam na de oorlog ook half gehandicapt terug, kon amper lopen. Liep als een pinguïn, zeiden ze! Tot er zon professor kwam die hem dwong te oefenen en rare oefeningen liet doen, nou, hij loopt nu als een tierelier. Medische wetenschap staat niet stil, Lieke! Jij hoeft ook niet bij de pakken neer te zitten. Beetje bewegen! Kom, slak! Opstaan jij!

Hij pakte haar pop, rende ermee naar het raam, en Lieke strompelde met haar krukken roepend achter hem aan.

Och Lieke, jij met je poppen, op jouw leeftijd! riep Daan uit. Je bent net tante Bets uit de buurtwinkel, altijd over kwalen klagen. Kop op, meisje! Straks dansen we weer samen!

Lieke! Ga liggen! Daan, doe normaal, straks krijgt ze een hartaanval! stormde mevrouw van der Linden binnen. Je weet dat ze rustig aan moet doen! Wegwezen, Daan. Nu! Straks komt Jens, die helpt met schoolwerk. Genoeg gelanterfant!

Mevrouw Pol, laat haar dan niet verschrompelen in dat bed! Ze moet ook leven, net als andere tieners. Niet alles kan, maar lachen is ook gezond hoor!

Bemoei je er nou niet mee. Ga naar huis, Daan. We weten zelf wel wat goed is voor Lieke. Jij bent veel te makkelijk; nu opkrassen. Jens komt straks, en die helpt haar meer dan jij!

Jens, die boekenwurm? Nou, ga gerust je gang. Kan ik misschien ook luisteren? Daan trok zijn schouders op en kreeg direct een por van Lieke.

Bij het tuinhek trok mevrouw van der Linden Daan aan zijn jas naar zich toe.

Luister, vriendje, geen domme praatjes meer. Lieke is ziek, ernstig. Ze mag zelfs geen kinderen krijgen, het zou haar het leven kosten. Zo hebben de artsen het verteld. Jij zwijgt daarover tegen haar! Ze droomt van kindjes, maar wij weten beter. Wegwezen nou. Sodemieter op.

Pas toen hij bij zijn eigen huis was drong het tot Daan door wat ze bedoelde. Lieke een invalidenverklaring in hart en nieren.

Wat als ze… misschien wel sterft, vandaag al? schoot het door zijn hoofd als een elektrisch schrikdraad.

Oma Sjaan stond op de stoep, keek verbaasd hoe haar kleinzoon zn jas en overhemd uittrok en zich met een emmer ijskoud water overgoot.

Daan! Wat doe je nou? Je wordt zo ziek! riep ze en kwam aangesneld met een handdoek.

Daan haalde diep adem, zijn hoofd werd helderder.

Dit kan niet waar zijn! Ze móét gelukkig leven. Ik zorg daarvoor, wat er ook gebeurt! zwoer hij.

Oma Sjaan spitste haar oren bij zijn gemompel maar begreep er geen snars van.

Daan, ben je aan het stampvoeten daarboven? Slapen jongen, het is laat genoeg! mompelde ze slaperig.

Kom eraan oma. Sorry als ik herrie maakte. Straks lekker thee. Slaap lekker!

Hij en oma woonden samen, ouders waren spoorloos, ergens weggewaaid over de wereldzeeën. Oma Sjaan vertelde altijd vaag over tragiek en verdwijning. Eigenlijk wilde ze gewoon niet zeggen dat Daans moeder hem in de steek had gelaten.

Lieke werd door haar moeder met gevulde tassen en zelfgebakken koekjes naar de specialisten gesleept, in de hoop dat ze haar meisje konden repareren. Maar de medici haalden hun schouders op.

We kunnen nu niets doen. Misschien later, als de wetenschap tien stappen verder is, zei de dokter. Voor nu: volledige rust. Geen opwinding. Honderdduizenden mensen leven zo.

Ja ja rust prevelde haar moeder. Jens zegt ook dat ze zuinig moet zijn. Hij brengt haar aan het lezen, houdt alles in de gaten.

Mam! bloosde Lieke, beschaamd over haar moeders oeverloos gepraat.

Wat nou, kind! gniffelde de dokter. Je boft maar met zon jongen in de buurt, Lieke! Zou een goede man zijn Tot ziens, mevrouw Van der Linden, Lieke. Over drie maanden weer terug.

En zo leidde Lieke een voetstappen-tellend, voorzichtig bestaan waarin haar moeder waakte of ze niet te veel deed, zweette, rende, of iets.

Het was benauwd in de bioscoop. Lieke zat haar nagels wit in Daans hand, liet traan na traan op zijn schouder druppen zodra de film te spannend werd.

Kom op, Lieke, straks lachen we weer! probeerde Daan haar zachtjes op te vrolijken.

Maar mensen rondom susten: stil nou!

Daan, ik voel me niet goed. Kunnen we weg? vroeg ze zacht.

Natuurlijk, kom!

Ze dwaalden de zaal uit, even liet een felle streep licht uit de foyer de duisternis splijten.

Buiten knipperde Lieke tegen het licht en ging zitten, Daan dook op bij haar met een beker water.

Een vrouw bij de deur rolde afkeurend haar ogen.

Zo jong nog fluisterde de kaartjescontroleur. Jullie zijn vast niet getrouwd? Waar moet dat heen met de jeugd tegenwoordig

Blijkbaar dacht ze dat Lieke zwanger was.

Nee, nog niet maar dat gaan we snel regelen! zei Daan luid.

Wat? stotterde Lieke. Haar hart bonsde, haar hoofd tolde. Grapje zeker?

Ze pakte hem bij zijn hand, draaide hem naar zich toe.

Ik maak geen grap over zulke dingen. zei Daan serieus. Ik wilde dit eigenlijk later zeggen Maar goed, ik ga binnenkort in dienst. Als ik terug ben, gaan we trouwen. Ik beloofde je toch dat jij de wereld zou zien? Nou, misschien niet alles, maar pinguïns zal ik je sowieso laten zien!

Ze knikte.

Dan houden we ons aan die belofte. Het komt goed met je, dat weet ik zeker! We zoeken de beste artsen, overal waar het kan. En dan krijg jij je eigen kindje! stamelde Daan met zo veel vuur dat hij haar zowat in de bios wilde zoenen, maar de ogende vrouw stond te gluren als een Utrechts standbeeld en dat voelde te ongemakkelijk.

Drink je water op, dan gaan we naar buiten! Daan probeerde haar mee te trekken, maar Lieke ontworstelde zich aan zijn arm.

Daan Ik mag geen kinderen krijgen? vroeg ze ernstig.

Daan werd zenuwachtig. Haar moeder had hem gesmeekt niks te zeggen.

Nu geen zorgen maken. Eerst goed beter worden. Kom, lucht is goed voor je!

Zwijgend liet Lieke haar jas aantrekken, keerden ze zich naar huis. Ze beet op haar lip; ze voelde zich half, geen echte vrouw. Hoe moet je dan verder? Wat heeft het voor zin, nu alles zo is?

Maar Daan wist iets. Hij sleurde haar mee naar Koos Borst, die hen liet rijden op zijn ouwe motor. Lieke kreeg een helm, mocht voorop, Daan arm om haar middel: alles wat mis was werd weggespoeld door wind en motorgeluid.

s Nachts moest er weer een dokter komen. Spuit gezet, thuisadvies: rustig blijven en vooral niet te veel spanning.

Dokter weg, moeder streng:

Was je met Daan? vroeg ze.

Ja, hij is tenminste eerlijk! Altijd. Ook dat ik geen kinderen mag zei hij gewoon.

Weer tranen.

Dan zal ik die Daan eens aanpakken! stoof haar vader, Willem, vuist gebald.

Niet doen, pap! Hij is de beste, de allerbeste! Beter dan die Jens van jullie!

Naar bed! bulderde Willem, trok zijn vrouw mee hun slaapkamer in. Daan krijgt binnenkort zijn oproep voor dienstplicht, dan komt er eindelijk rust!

Mevrouw van der Linden liet Daan niet meer binnen, gebruikte hem als zondebok.

Ik blijf bij haar, wat jullie ook willen! Ik maak haar weer gelukkig, snap je?! Je kunt haar niet als een pot augurken in de kast houden! Laat haar tenminste jong zijn! Daan stond voor het huis en bonkte bijna de deur uit zijn hengsels.

Tot Willem naar buiten kwam, jachtgeweer in de hand. Daan twijfelde geen seconde.

Wil je schieten, meneer Willem? Ga je gang! Niemand zou me missen behalve oma Sjaan. Zeg maar gewoon tegen Lieke dat ik weg ben zij blijft dan tenminste rustig, ja?

Hij trok zijn kin omhoog, het geweer tegen zijn borstkas. Mevrouw van der Linden gilde van schrik, hield haar handen voor haar mond.

Willem staarde hem een minuut lang aan, verlaagde toen zijn geweer.

Jongen, je bent dom. Misschien word je wijs in dienst. Maak dat je wegkomt. Lieke slaapt, en dat blijft zo. Voor oma Sjaan dan maar, ga nou.

De ouders besloten in stilte dat alles Daans schuld was die wandeling, die lange skis, alles.

Laat die dienstplicht maar komen, zei Willem achteloos. Dan vergeet ze hem wel. Ga kijken of Lieke iets heeft gehoord.

Mevrouw van der Linden liep op haar tenen naar Liekes kamer; daar was het stil. Ze zag niet dat Lieke op blote voeten uit bed was gesprongen en met tranen in haar ogen naar Daan staarde, die de straat af liep.

Draai je om! Kijk nou! dacht ze vurig.

En hij draaide zich om, deed alsof hij aan zijn pet zat, maar zwaaide stiekem een heel klein beetje. Ze wist genoeg.

Daan keerde pas na vier jaar terug. Lieke hoorde niks: haar ouders hadden gezegd dat hij in Afghanistan verdwenen was. Oma Sjaan was overleden, Lieke mocht niet naar de begrafenis, de brieven die ze stuurde verdwenen.

Nog altijd geen post terug? vroeg postbode Annie haar meelevend. Nou, misschien drukdruk, of hij wil niet meer Ach kijk, daar heb je Jens. Gaat hij je ophalen? Knappe gozer!

Daan kwam terug in de herfst. Alles was veranderd, in het huis rook het naar schimmel, natte muren, onafgewassen sokken. De sjaal van oma Sjaan lag nog steeds op de bank, haar vergeelde bidprentjes op het nachtkastje.

Daan ging aan tafel zitten, sloot zijn ogen. Alles hetzelfde, maar toch niet.

Na een slapeloze nacht trok hij zijn jas aan en liep naar Liekes huis. Mevrouw van der Linden hing was aan de lijn.

Mevrouw Pol, bent u er nog altijd! riep hij vrolijk, gooide zijn sigaret weg.

Het was alsof er een eeuw voorbij was gegaan.

Wie is daar? tuurde zij.

Daan, mag ik binnenkomen?

Zonder op antwoord te wachten trok hij de poort open, keek naar het raam van Liekes kamer. Gordijnen dicht, de vensterbank leeg.

Ze is verhuisd, Daan. Je leeft nog dus. Mooi wat een toestand allemaal. Ze zijn dus weg.

Waarheen? vroeg Daan strak.

Naar Groningen. Jens vond daar een mooie baan, dus zijn ze daarheen vertrokken.

Jens? Wat heeft hij ermee te maken?

Ze zijn getrouwd, jongen. Hier wilde ze niet blijven, ze dachten dat jij dood was. Letterlijk vorige week nog post van haar gehad ze studeert nu, Jens zorgt goed voor haar. Heeft haar gered toen onze moed allang op was. Jij moet ze laten gaan, Daan…

Ze keek hem smekend aan.

Lieke gaf geen moer om die boekenwurm, lachte Daan bitter.

Dat was vroeger. Nu niet meer. Ze is veilig met hem jij moet niet terugkomen in haar leven.

Daan zei niets, draaide zich om en liep weg. Mevrouw van der Linden zuchtte, ging naar binnen, waar Willem zat te lezen. Jens had hem ook de smaak van lezen te pakken gegeven.

Daan zwierf nog een dag door het lege huis, pakte wat spullen in een rugzak, spijkerde de ramen dicht, deed het hangslot op de poort. Hij ging naar het kerkhof, stond zwijgend bij oma Sjaans graf, luisterde hoe er in het struikgewas een merel zong. Hij maakte zijn kruisje los en legde het op het graf.

Sorry, oma Sjaan…

En toen was hij weg…

Daan werd hard, compromisloos, hield niet van nee, stak overal zijn neus in, zocht, vond, probeerde anderen mee te slepen en als het lukte, gunde hij royaal beloningen. Hij handelde in van alles en nog wat, niet altijd even netjes. Maar altijd: zoeken. Mogelijkheden.

Lieke terugvinden kon in vijf minuten een stad, een universiteit, Jens was een van die types die altijd boven komt drijven. Nee. Het was de kans die hij zocht.

Na acht jaar van sleutelwerkplaatsen, tweedehandswinkels en de groothandel sprong Daan in medische apparatuur via-via kwamen de contacten met topdokters.

Wat maakt het uit dat je zo bezig bent met harten? vroeg Van Rooijen, een vermaarde cardioloog uit het AVL.

Zomaar. Ken iemand die ik wil helpen. Zodat ze leeft… verbeterde Daan zich, ze

Je moet wel precieze informatie geven: leeftijd, medische historie. Tien jaar oude gegevens zijn bagger.

Regelt u die dan voor me? Ik wil weten wat er nu kan!

Oké, maar ik heb wel verse testuitslagen nodig.

Daan knikte, sloot zijn aktetas en vertrok.

Waar ga je nu weer heen? riep Ilse uit de slaapkamer, haar badjas stevig dichtgesnoerd. Vijf uur s ochtends alweer!

Hij haalde zijn schouders op.

Sorry, moet op pad, ben over drie dagen weer terug. Geen bezoek hier halen, oké?

Ilse zuchtte, deed alsof ze zich overgaf.

Ik wacht wel op mn ridder. Ontbijten?

Geen tijd, lieverd.

Ze hoorde hem de trap af stampen.

Zij wist: Daan hield niet van haar. Hij had het nooit gezegd en het was ook niet nodig samen waren ze gewoon goed. Zij haar stabiele man, hij zijn veilige basis.

Meneer van Dijk, we zijn gelukkig met uw aanbod voor nieuwe apparaten, maar medische dossiers delen, dat doe ik niet! Een miezerig mannetje wiebelde zenuwachtig heen en weer aan het tafeltje tegenover Daan bij restaurant De Gouden Eeuw.

Kalm, Van Ginkel. Wat zou informatie kosten? Laten we het niet moeilijk doen, geld zat. Lieke de knapste vrouw van Nederland, ziek hart, haar man houdt haar binnen, pillen, onderzoeken, alles onder controle. Zij mag niet op vakantie en als ze toch weg zou gaan, is het altijd voor hem, niet voor haar. Voor een zieke vrouw heeft hij een mooie auto losgekregen. Zij met het ov, hij met de auto, jij snapt het vast wel. Kind hebben ze nu ook, tegen doktersadvies in. Kom op, help me. Meisje verdient gewoon geluk.

Daan praatte rustig, maar hij wilde het liefst met zijn vuist op tafel slaan.

U bent een gevaarlijk man, meneer van Dijk fluisterde Van Ginkel. U breekt in in het leven van anderen… Dat is verboden!

Verboden? Een ander zijn ongeluk uitbuiten is pas crimineel! bromde Daan. Geef mij die dossiers, dan ben ik weg. Jij krijgt je geld, je zoon komt wel goed terecht zo vlak voor zijn studie. Lets go, naar buiten.

Ze stapten de straat op, wind met motregen sloeg de sjaals los.

Hoeveel? fluisterde Van Ginkel.

Daan noemde een stevig bedrag. Van Ginkel knikte, haalde papieren tevoorschijn en kreeg ter plekke een envelop.

Dank. Je spullen komen binnen een week.

En Daan vertrok.

Lieke wandelde door de smalle steegjes van Groningen. Haar gedachten fladderden niet echt iets waaraan je je kon vasthouden morgen weer naar het ziekenhuis, later ouderavond, over een week de schoonouders op bezoek; veel klusjes, weinig lucht. Maar nu, gewoon lopen, ademen.

Een motorrijder raasde voorbij, meisje achterop klampte zich vast. Lieke glimlachte en dacht aan haar ritjes met Daan.

Lieke! klonk het ineens. Ze verstijfde. Lieke, hoi!

Daan stond daar.

Ik moet met je praten. Het is heel belangrijk, kom, even zitten.

Daan Daan Daan! ze kon hem niet eens aankijken, aaide steeds zijn arm, borst, wangen. En oma Sjaan geloofde het niet…

Ze huilde, hij sloeg zijn armen stevig om haar heen.

Waar kunnen we rustig praten? Café? vroeg Daan.

Kom maar gewoon bij ons thuis, Jens en Valentijn zijn er toch. Dan leer je mijn zoon tenminste kennen, zei ze.

Lieke, het gesprek is alleen voor jou. Het is belangrijk.

Goed, daar is een eetcafé…

Binnen zocht Daan naar woorden, toen ratelde hij los.

Lieke, je moet met mij mee. We moeten papieren regelen. Mijn vriend, topdokter, vond een superkliniek voor jou. Het kan opgelost worden! Je hoeft niet vast te zitten bij Jens en zijn regels.

Hij bedoelt het alleen goed, schudde Lieke haar hoofd.

Hij leeft op jouw verdriet. Lieke, boeien! Ik heb alles geregeld. Gewoon instappen. Alles betaald. Daar word je beter, dan kun je kiezen. Met je eigen stem. En Valentijn? Die hoort erbij. Hij verdient een echte moeder.

Jemig Daan, hoe is het met jou? Ben je getrouwd? Je bent veranderd Maar op een goeie manier.

Hoe zo?

Je bent… hard. Geheimzinnig. Je bent toch geen boef geworden? grinnikte zij.

Iedereen heeft zijn rugzak. Nu ben ik gewoon handelaar in alles wat nodig is, import-export. Valt mee toch?

Je lijkt me nu juist een goede vent. Valentijn krijgt Engelse les van Jens, alles strak geregeld. Ben je bij je oude huis geweest?

Niks veranderd. Lieke, ik heb alles al betaald. We kunnen meteen.

Plotseling stond Jens voor ze.

Lieke, laten we naar huis gaan, Valentijn wacht. Jens greep subtiel haar hand.

Wacht, Jens, Daan kwam iets belangrijks zeggen

Het voelde alsof er stront aan de knikker zat. Lieke werd wit.

We moeten naar buiten! Lieke, je pil! riep Jens.

Daan liep maar mee.

Thuis rook het naar groentesoep. Valentijn keek nieuwsgierig op.

Daan, stelde de jongen zich beleefd voor.

Kom, eten op je kamer, beval Jens.

Lieke bracht haar zoon een dienblad, gaf hem een zoen, liep terug.

Wat wil je nou, Daan? vroeg Jens, die als een sta-in-de-weg in de keuken bleef ijsberen.

Lieke, leg hem een gehaktbal bij. Ben je getrouwd? vroeg hij chagrijnig.

Nee. Daan keek Lieke aan. Lieke kan geopereerd worden in het buitenland. De beste dokters, alles erop en eraan. Ze kan weer vooruitkijken, misschien nog wel een eigen bedrijf beginnen.

Lieke, geef Valentijn eens thee, zei Jens.

Toen ze weg was, sneerde hij:

Zo werkt het dus? Je komt hier binnenvallen, wilt haar meenemen, snijdt haar open, en dan? Als ze doodgaat, ben je er niet eens. Jij hebt haar geen luiers verschoond toen Valentijn kwam. Jij weet niet wat goed voor haar is, dat weet ik. Blijf met je poten van mijn gezin!

Zelf ingenomen kwal, siste Daan. Gun haar haar eigen leven! En dat jij in haar auto rijdt is toch diep triest.

Geen sprake van. Ik blijf hier. Ik ben bang voor de operatie. Wat als ik doodga, Daan? Valentijn is nog zo klein. Dit is goed, zo.

Lieke sloeg haar armen om Daan.

Tijd voor thee, jongens! Chocola erbij, ja? En Daan, daarna ga je lekker naar je eigen huis.

Hij ging direct weg, gooide de deur dicht zonder groeten.

Hoe kun je nou nee zeggen tegen een tweede kans, dacht hij, stompte door de regen over de Herestraat. Alles voor haar gedaan, dealtjes gesloten, dagen onderhandeld… voor niets?

Eigenlijk wilde je alleen Jens verslaan. Maar je hebt verloren! gonsde het. Even was er niets dan teleurstelling.

Ilse zat op hem te wachten, was nog op.

Hé, zei ze zacht, in haar katoenen badjas. Ik heb soep gemaakt Lust je wat?

Ze vloog hem om de hals.

Wat is er, joh? stamelde Daan.

Was bang dat je niet terug kwam. Dat je bij haar zou blijven

Ilse snikte zacht, klampte zich vast.

Dat zou ik nooit doen, gek! Hoe zou ik zonder jou moeten leven? plots voelde Daan zich lichter dan ooit. Hij hoefde niemand meer iets te bewijzen, hij was nergens toe verplicht, kon gewoon kiezen voor zijn eigen geluk. Trouwen met Ilse, kinderen krijgen, samen verder.

En dat geluk gun je gewoon jezelf.

Ilse keek hoe Daan met smaak haar soep at. Ze glimlachte. Nu woonden ook zij met hun tweeën in een klein geluk, en dat voelde goed als een echte familie, eindelijk.

Please rate
Bagattia News
Vrij geluk zonder grenzen