Mevrouw Veronique, mag ik binnenkomen? – aan de deur van de directeur van de fabriek stond een van haar plaatsvervangers stil.

– Mevrouw van Dijk, mag ik even? In de deuropening van het kantoor van de directeur van de fabriek stond een van haar plaatsvervangers stokstijf stil.

– Ja hoor, kom binnen, Gerard, knikte de directrice zakelijk. Nou, hoe gaat het vandaag op de afdeling?

– Op de afdeling? Alles loopt prima. Waarom vraagt u?

– U komt hier vast niet zomaar, toch? U wilt vast iets bespreken?

– Ja ik moet u wat vragen, zei Gerard met een bedrukte blik. Eigenlijk wil ik u iets verzoeken.

– Een verzoek? Marjolein van Dijk keek haar plaatsvervanger indringend aan; haar blik was streng doch nieuwsgierig. Gerard, je doet de laatste tijd nogal vreemd. Het lijkt wel alsof je met je hoofd ergens anders zit, alsof je een ramp in je gezin hebt meegemaakt. Is alles goed thuis?

– Nou ja, Gerard haalde diep adem. Als het zo doorgaat wordt het binnenkort allesbehalve goed, tenzij u mij een bepaald document kunt geven.

– Een document? Marjolein spitste haar oren. Wat bedoel je precies?

– Ik weet dat het gek klinkt, maar Gerard trok een tragisch gezicht. Het kan gewoon niet anders. Ik heb een verklaring van u nodig. Voor mijn vrouw.

– Sorry? De directrice’s gezicht vertrok tot een mengeling van verbijstering en ongeloof. Een verklaring voor jouw vrouw? In welk opzicht?

– Een schriftelijke bevestiging dat er tussen u en mij nooit iets is geweest. Nooit een relatie, nooit wat dan ook.

– Nooit wat dan ook Wat bedoel je precies?

– Geen enkele vorm van tja intimiteit. Geen enkele vrouwelijke-mannelijke relatie, bedoel ik Gerard liep knalrood aan van schaamte.

– Je bent niet goed, Gerard! Marjolein werd juist lijkbleek. Dit is toch zeker een grap?

– Was het maar zo, jammerde Gerard. Mijn huwelijk hangt ervan af. Mijn vrouw heeft het in haar hoofd gehaald dat wij een affaire zouden hebben.

Marjolein viel stil, haar mond viel open. Daarna vroeg ze zachtjes:

– Is ze helemaal gek geworden? Een man een verklaring laten halen dat hij Ik heb zoiets nog nooit gehoord. Zelfs niet in een film.

– Ik weet het! riep Gerard bijna wanhopig uit. Maar ik kan er niets aan doen, Marjolein, ik moet wel! We hebben kinderen samen! Mijn vrouw heeft gezegd dat als u niet bevestigt dat wij gewoon collegas zijn, ze een scheiding aanvraagt en de kinderen meeneemt naar haar moeder in Groningen. Dat is voor mij het einde van de wereld. Dus alstublieft, help me aan die idioot verklaring.

– Wacht eens even, Gerard! Marjolein kon nauwelijks geloven dat dit gesprek daadwerkelijk plaatsvond. Waarom zou je vrouw überhaupt denken dat er iets was tussen ons? We hebben haar toch nooit ontmoet? Bovendien, hoe komt ze erbij? Er zijn geen sporen van mijn lippenstift op je overhemden. Waar haalt ze het vandaan?

– Hierom dus Gerard haalde zijn telefoon uit zijn zak, zocht een foto en liet hem aan Marjolein zien. Dit heeft ze gezien. Sindsdien is het mis.

– Dit? Marjolein keek met gefronste wenkbrauwen naar een groepsfoto van het voltallige bestuur van de fabriek. Die foto heb ik zelf ook, dat was na de prijsuitreiking van de gemeente.

– Precies, knikte Gerard zuur. Maar we staan er naast elkaar. Mijn hand ligt op uw schouder.

– Omdat het zo druk was en iedereen in het beeld moest!

– Juist. Maar kijk nou eens goed naar uw hoofd. Linda zegt dat alleen vrouwen die verliefd zijn hun hoofd zo schuin tegen de borst van een man leggen.

– Wat?! Marjoleins ogen schoten vuur van verontwaardiging. Welke verliefde vrouwen?! Heeft je vrouw geen ogen in haar hoofd? Ik boog me juist om te voorkomen dat het boeket van Petra mijn gezicht zou verbergen!

– Ik heb het haar allemaal uitgelegd, maar hoe meer ik het uitlegde, hoe verdachter ze me vond. Zonder uw verklaring ben ik gewoon verloren. Echt waar.

– Dit is toch niet te geloven! riep Marjolein uit. Ben jij dan zo bang voor je eigen vrouw?

– Ja, ik ben bang voor haar, fluisterde Gerard haast onhoorbaar, maar wel zo dat de directrice hem zou verstaan. Voor mijn kinderen doe ik alles. Zonder hen kan ik niet verder.

– Het is werkelijk bizar, mopperde Marjolein, terwijl ze een leeg vel papier pakte. Goed, als je het per se nodig hebt zeg maar wat ik schrijven moet.

– Goed, mompelde Gerard. Schrijf: “Ik, Marjolein van Dijk, bevestig dat ik mijn plaatsvervanger Gerard Maas absoluut niet kan uitstaan.”

Marjolein keek hem verbluft aan, maar Gerard maakte een sussend handgebaar.

Ja ja, schrijf nou maar. Kan niet uitstaan. Voeg daaraan toe: “En zelfs haat ik hem.”

– Haten? Hoezo haten? Ik kan toch niet werken met iemand die ik haat!

– Dan schrijf erbij: Haat als man. En onder geen beding zou ik met hem het bed delen, zelfs niet voor een miljoen euro. Daarna uw handtekening en een stempel, graag, voor het gevoel van echtheid.

– De stempel ligt bij de administratie, zei Marjolein automatisch, waarna ze de inmiddels volgeschreven verklaring nog eens las en schrok.

– Maar dit is toch van de gekken! Dit kán gewoon niet! riep ze uit, vouwde het blad abrupt dubbel, scheurde het doormidden, en nog eens, en nog eens.

– Wat doet u nu? riep Gerard panisch. Dat is het bewijsstuk! Ik heb hem nodig!

– Luister Gerard, zei Marjolein ineens met een eigenaardige glimlach. Ik heb net besloten; je moet gewoon scheiden van die Linda, voor haar eigen bestwil.

– Wat? Nee! Ik kan niet. Ze neemt de kinderen mee, dat weet ik zeker!

– Nee hoor, bleef Marjolein glimlachen, ik ken een fantastische advocaat. Die zorgt ervoor dat de kinderen bij jou mogen blijven. Echt waar.

– Maar ik

– Mocht het nodig zijn, onderbrak Marjolein hem vastbesloten, dan help ik je zelf met de kinderen. Echt persoonlijk.

– U? Mij? Persoonlijk?

– Natuurlijk, Gerard. Jij bent een uitstekende plaatsvervanger en mij zeer dierbaar. Ik zorg wel voor een geweldige oppas. Je zult er geen spijt van krijgen.

– En Linda?

– Ach, Linda mag gerust weggaan, naar haar moeder in Groningen. Of ze komt bij mij op kantoor, dan praten we als vrouwen onder elkaar, van hart tot hart. Dat werkt stukken beter dan zon belachelijke verklaring met een stempel.

Please rate
Bagattia News
Mevrouw Veronique, mag ik binnenkomen? – aan de deur van de directeur van de fabriek stond een van haar plaatsvervangers stil.