Hij Huurde een Heuvel om 30 Varkens te Houden, Liet het 5 Jaar Verwaarloosd Achter – Op een Dag Keerde Hij Terug en Verstijfde van Verbazing bij wat Hij Aantrof…

In 2018 dwaalde Reinier van der Linden, een 34-jarige man uit de Brabantse polder, door de mistige ochtend van zijn leven met een verlangen zijn armoedige bestaan te ontglippen door varkens te houden. In een opwelling huurde hij een vergeten stukje heuvel bij het dorpje Loon op Zand, waar hij zijn eigen kleine varkensfokkerij wilde stichten.

Zijn spaargeld verdampte als dauw in de zon. Hij sloot zelfs een lening af bij de Rabobank, bouwde hokken van oud hout en golfplaten, liet een diepe bron slaan, en kocht dertig jonge varkens.

Toen hij de eerste lading varkens de heuvel opdreef, siste hij trots tegen zijn vrouw, Annemiek, 31 jaar:

Wacht nog maar even op mij. Over een jaar bouwen we ons eigen huis.

Het leven bleek echter geen aflevering van Ik Vertrek. Na nog geen drie maanden sloeg de Afrikaanse varkenspest toe in Brabant. Eén voor één gingen de omliggende varkensbedrijven kopje onder. De buurt moest zelfs complete hokken verbranden om het virus te stoppen. Wekenlang hing een blauwe rook over de boomtoppen van de heuvel.

Annemiek kreeg koude rillingen.

Laten we ze verkopen zolang er nog leven in zit, smeekte ze.

Maar Reinier was koppig.

Dit waait over. We moeten even volhouden.

Van piekeren en slapeloze nachten werd hij een schim. Uiteindelijk belandde hij na een verzwakte inzinking in het ziekenhuis van Tilburg. Er volgde een maand van verplichte rust bij zijn schoonouders, diep in Zeeland.

Toen hij terugkeerde op zijn heuvel, waren de helft van zijn varkens al verdwenen. De voederprijzen waren verdubbeld. De bank hing zenuwachtig aan de lijn voor hun geld.

s Nachts, wanneer de regen op het golfplaten dak van de hokken tikte, voelde Reinier hoe alles waarvoor hij had gewerkt als water door zijn vingers glipte.

Op een avond, nog trillend van een telefoontje met zijn schuldeisers, zakte hij op de moddergrond en fluisterde:

Ik ben verslagen.

De ochtend erna deed hij de stallen op slot, overhandigde de sleutel zwijgend aan de landeigenaar meneer Teunis en wandelde de heuvel af. Hij durfde zijn ondergang niet te aanschouwen. In zijn hoofd was alles al vernietigd.

Vijf jaren bleef hij weg van de heuvel.

Hij en Annemiek verhuisden naar Rotterdam en namen werk in een koekjesfabriek. Hun leven werd eenvoudig niet rijk, maar rustig.

Als iemand begon over varkens houden, glimlachte Reinier wrang.

Ik heb mijn spaarcenten aan de heuvel gevoerd.

Tot meneer Teunis eerder dit jaar plotseling belde. Zijn stem bibberde.

Reinier kom kijken. Er is iets vreemds bij je oude varkensstal.

De volgende dag reisde Reinier ruim veertig kilometer richting heuvel. De stoffige weg was dichtgegroeid met gras en duindoorn, alsof hij al eeuwen verlaten was.

Hoe dichter hij bij zijn verleden kwam, hoe vreemder zijn borst voelde. Zou alles in puin liggen, of was er niets dan leegte over van zijn droom?

Toen hij de laatste bocht nam, verstijfde hij.

De plek die hij verraden had leefde.

Het was niet langer de stal van vroeger. De roestige golfplaten waren overwoekerd met klimop. De modderige hokken versmolten met het bos. Omringende bomen staken hoog boven het gras uit, en het oude pad was haast onvindbaar.

Maar dat hield hem niet tegen er klonk iets.

Knor knor

Reinier hield zijn adem in.

Langzaam liep hij naar een hek, dat bijna inslikt werd door gras. Toen hij over de rand keek, deinsde hij achteruit.

Er waren varkens.

Niet één of twee een hele kudde.

Zware beesten met ruige lijven. Kleintjes die tussen de wortels speelden.

De dertig varkens van vijf jaar geleden, zo leek het, waren uitgegroeid tot een flinke familie.

Dat kan toch niet… fluisterde hij.

Meneer Teunis stapte achter hem het gras in.

Dat zei ik toch, zei hij met zachte stem. Ze zijn nooit weg geweest.

Maar hoe hebben ze het overleefd? bracht Reinier met moeite uit.

Teunis streelde zijn kin en hurkte neer op een steen.

Toen jij vertrok zaten er nog een paar in het hok. Ze hebben het gaas doorgebroken en zijn het bos ingetrokken. Ik dacht dat ze zouden verhongeren tussen de bramen. Maar ze deden het niet.

Achter de stal stroomde een beekje dat Reinier nooit eerder had opgemerkt. Tussen bananenplanten vreemd hier en wilde aardappels, groeiden bramenstruiken en hazelaars. Kokosnoten zwierden in de wind. Overal foerageerden de varkens.

Ze zijn van de heuvel gaan leven, zei Teunis. En ze hebben zich vermenigvuldigd. Steeds opnieuw.

Reinier staarde naar de kudde, terwijl sommige varkens hun zware kop optilden, net of ze hem nog kenden na al die tijd.

Een kolossaal vrouwtjesvarken wandelde naar het hek. Haar huid glansde rood, een diepe snee op het oor hetzelfde kenmerk als zijn allereerste biggetje.

Die daar fluisterde Reinier.
Dat is de allereerste die ik heb grootgebracht.

Iets brandde in zijn borst.

Alles waarvan hij dacht het kwijt te zijn, bleek er nog te zijn.

Niet alleen levend maar volwassen geworden.

Wat ga je doen? vroeg meneer Teunis.

Reinier zei niets.

Hij keek naar de heuvel. De varkensstal. De varkens die tussen het hoge gras snuffelden, alsof de vijf jaren niets betekenden.

Heel langzaam brak voor het eerst in jaren een glimlach door op zijn gezicht.

Misschien, zei hij zacht,
is mijn droom nog lang niet voorbij.

En op dat moment voelde hij iets terugkeren waarvan hij dacht dat hij het kwijt was.

Soms, als je een droom achterlaat
wacht hij nog altijd geduldig op jouw terugkeer.

Please rate
Bagattia News
Hij Huurde een Heuvel om 30 Varkens te Houden, Liet het 5 Jaar Verwaarloosd Achter – Op een Dag Keerde Hij Terug en Verstijfde van Verbazing bij wat Hij Aantrof…