Anneke, zou jij even naar de supermarkt willen voor een broodje? De troebele blik van een vijfenveertigjarige dame kon zich al niet meer scherpstellen op het smalle silhouet van haar zevenjarige dochter, die bij het woord brood haar speeksel haast inslikte van verlangen.
Natuurlijk, mam…
De meisje wachtte geduldig tot haar moeder wat euros in haar hand drukte. Bij het buurtfiliaal van de Albert Heijn, waar mevrouw Trees met veel gezucht en gesteun de toonbank bemande, wisselde het geld voor een vers brood. Soms schoof Trees er ook stiekem een melkchocoladereep of een paar schuimpjes bij in Annekes vuistje.
Och, och, wat sneu toch, dat kind. Zon schatje bij die zuiperds van ouders… treurde Trees, terwijl ze haar oploskoffie met te veel melk roerde.
Anneke holde zo snel ze kon terug, proberend de verleidelijke geur van de knapperige korst niet teveel op te snuiven. Als ze zich netjes gedroeg, scheurde haar moeder steevast een stukje korst af voor haar. Dan legde ze daarbovenop twee of drie plakjes vette paling, waarbij de olie zo het brood in droop. Daar deed Anneke dan heel zuinig mee: voorzichtig happen, langzaam kauwen haar dagelijkse traktatie. Aan het aantal lege bierblikken te zien, zouden er die avond weer gasten verwachten worden. Een fatsoenlijk avondmaal kon ze dus wel vergeten.
Het belangrijkste nu was: stiekem het huis uit glippen en zorgen dat niemand haar zag, want anders liep het wéér uit de hand. De vorige keer had haar vader haar zon lel verkocht dat ze twee dagen met koppijn en een bloedneus had gelopen.
Buiten bleef het verrassend stil, ook al was het lente en ronduit lekker weer. Hier en daar schalde muziek uit een open raam, verder was het rustig. Twee chocolaatjes lagen brandend in haar jaszak te wachten. Het was best heerlijk om op straat te dwalen, zeker nu het niet koud was. En als het nodig werd, kon ze altijd even bij Trees aanwaaien. Met een beetje geluk kreeg ze daar koffie (met veel melk en suiker), terwijl ze spon over haar diepste wens: een échte vriendin hebben. Stel je voor iemand aan wie ze haar dromen en gedachten kon toevertrouwen, of gewoon stil naast kon lopen, als thuis zijn geen optie was.
Maar een zielig gepiep uit de struiken bij de vuilcontainer hield Anneke plots tegen. Ze sprokkelde wat moed bijeen, trok voorzichtig een hoop oude lappen opzij, en daar in een versleten schoenendoos zat een klein gestreept katje zachtjes te miauwen. Anneke stak haar hand uit; het beestje snuffelde nieuwsgierig en likte gulzig haar vingers, de geur van paling werkte als een magneet. Het gekriebel van dat tongtje maakte haar giechelig.
Jij hebt vast honger, of niet? Wacht maar, kijk eens wat ik voor je heb!
Met een triomfantelijk gezicht legde ze het hele stukje paling voor het katje neer en stak zelf de rest van het brood snel in haar mond.
Hier, eet maar.
De jonge jager stortte zich als een razende op de paling, knorde van plezier en blies als Anneke hem wilde aaien.
Rustig maar, je moet niet zo haastig eten. Daar krijg je buikpijn van, dat weet ik uit ervaring! grinnikte ze.
Wil je bij mij komen wonen? Dan noem ik je Streepje en deel ik altijd mijn eten met je. Beloofd!
Voorzichtig tilde ze het ragdunne katje op en stopte hem onder haar jas, tegen haar borst.
De straatlantaarns straalden hun goudgele licht over het pad waar Anneke liep, druk pratend tegen de tevreden kletskop die nieuwsgierig onder haar kraag vandaan gluurde.
***
Het was rustig thuis. Uitgebluste bierblikken, afwasstapel en een overvolle asbak versierden de keukentafel. Het enige wat werk leek te verrichten was de cv-ketel, die pruttelde alsof het een lieve lust was. Anneke zakte in een stoel, zette Streepje behoedzaam op tafel. Het dier snuffelde met terughoudende belangstelling aan een leeg glas.
Bah, Streepje, dat moet je echt niet doen! Dat spul kun je maar beter nooit leren drinken, anders worden wij geen vrienden meer! riep ze uit, en drukte het beestje dicht tegen haar wang.
Het poezenlijfje antwoordde slechts met tevreden gespin en zacht getrappel tegen haar neus: Maak je geen zorgen, wij samen altijd!
Die nacht sliep Anneke voor het eerst in tijden vredig. Ze droomde van bananenijs en kersenflappen, terwijl Streepje onder haar arm de mooiste kattenliedjes neuriede.
De volgende ochtend kwam haar vader binnen, zag Streepje, en begon meteen wild te tieren dat dat beest moest opkrassen. Moeder nam een trekje van haar sigaret, drukte een nat washandje tegen haar hoofd en mompelde met schorre stem dat Anneke de kat wel ver uit de buurt kon brengen.
Snikkend en met Streepje beschermend in haar armen zakte Anneke op een stoep naast de flat neer. Waar moest ze met haar nieuwe vriend naartoe? Hem achterlaten bij het vuil was toch ondenkbaar! Wanhopig strompelde ze naar de winkel. Daar, tussen de dropjes en halva, smeekte ze Trees om hulp. Die had zon medelijden dat ze niet kon weigeren: het katje mocht in het rommelhok achter de winkel blijven. Hij kreeg een oude trui en een afgezaagde mayonaisemmer als kattenbak.
Heel de lente en zomer kwam Anneke bijna dagelijks op bezoek. Dan brak ze een stukje van haar gekochte brood af voor Streepje thuis kreeg ze er steevast van langs, maar wat gaf dat, als je maar een echte vriend had? Uren kon ze met hem praten, alles vertellen wat ze niet kwijt kon aan anderen. Streepje lag loom op haar knieën te spinnen en keek haar aan met van die vreemde, lila ogen. Trees schepte regelmatig wat restjes in zijn bak, en keek dan vol ontzag naar het mysterieuze kattenkoppie.
Nou, zon kat heb ik nog nooit gezien. Kijk toch wat voor ogen! Zeg, Olga, moet je zien! riepen ze bewonderend.
In de herfst was Streepje uitgegroeid tot een beeldschone kater, met betoverende ogen. Soms probeerden vaste klanten hem mee te nemen, maar hij blafte iedereen af, behalve Anneke.
Toen bleef Anneke ineens een paar dagen weg. Geen brood komen halen, geen Streepje knuffelen, niets. Trees werd ongerust ziek misschien? Maar op een dag kwam ze weer. Bleek, met een paarse plek op haar wang en een lelijke wond op haar lip. Op vragende blikken van Trees en Olga was haar antwoord kort:
Gevallen.
Achter bij het magazijn, met haar hoofd tegen Streepjes zachte buik gedrukt, fluisterde ze lange verhalen in zn vacht. Ze viel zelfs in slaap, en Trees legde haar voorzichtig op de bank onder een oud dekentje. Trees belde nog naar wijkagent Van der Veen, maar die zei: ja, ja, dat wordt allemaal heel lastig met die drankouders. Echt aantonen kon je dat nooit. Trees voelde zich zo machteloos tegenover het onrecht. Ze had zelf nooit kinderen gehad, maar dacht steeds vaker: zon meisje zou ik dolgraag als dochter willen.
Streepje cirkelde trouw om haar heen, snuffelde haar gezicht en verdween toen zomaar opeens. Die nacht bleef Anneke in het magazijn slapen, niemand die haar zocht. De volgende ochtend kreeg ze boterhammen met zoete thee, terwijl Trees haar en Olga op de winkel liet passen, omdat ze even iets ging regelen. Vol goede moed trok Trees naar de flat, maar buiten werd ze tegengehouden door agent Van der Veen.
Wacht even, Trees. Er is daarbinnen iets verschrikkelijks gebeurd. Moet jij niet heen willen nu. Zeg eens, heb jij het kleine meisje van de Van Kessels afgelopen nacht gezien?
Anneke? Wie is er dan… Trees keek geschrokken naar de flat.
Haar ouders. Waarschijnlijk door ruziënde zuipschuiten elkaar aangevlogen we zoeken nu waar het meisje zelf gebleven is.
Ehh… Ze sliep vannacht bij mij in het magazijn, hoor. Helemaal veilig. Maar dat… wie heeft…?
Och Trees, want kunnen jullie dat meisje een paar dagen houden? Tot er een tante of oma opduikt. Anders moeten we meteen die formulieren en opvang regelen, komen die familieleden altijd net te laat aanzetten.
Natuurlijk kan dat! Trees voelde haar hart huppelen van opluchting.
Ze zeiden tegen Anneke dat haar moeder had gevraagd of ze even bij Trees bleef logeren. Anneke was zo gelukkig dat ze meteen vroeg of ze de kassa mocht leren bedienen.
Vanaf dat moment verloor Streepje voorgoed zijn honger naar mensenbrokjes. Hoe hard Anneke hem ook riep, dagenlang om alle vuilcontainers heen, hij dook niet meer op. Zijn kattenbak bleef onaangeroerd.
Trees bekommerde zich over Anneke, vrezend het moment dat ze weg zou moeten. Ze waagde zich zelfs aan een aanvraag bij de jeugdzorg om haar te mogen adopteren. Maar nee: alleenstaand, nachtdienst en geen vaste partner, dat was allemaal niet volgens de regeltjes. Trees voelde zich altijd een beetje tweederangs, maar bleef het om de zoveel tijd proberen. Zo kabbelden twee maanden voorbij. Anneke werd handiger: ze leerde een eitje bakken, makkelijke woordjes lezen, en het magazijn keurig poetsen altijd in de hoop Trees aan het lachen te maken.
Op 3 november, tijdens een miezerige sneeuwbui, werd Anneke acht jaar. Ze blies een paar felrode kaarsjes uit op een bij Albert Heijn gescoord honingtaartje en keek haar Trees plechtig aan:
Ik wil altijd bij jou blijven wonen. Wil je mijn mama zijn?
Oh meisje, dat hoop ik al zo lang, fluisterde Trees, haar tranen wegvegend.
Er werd op de deur geklopt. Ze verwachtten niks, dus toen een jonge, keurig geklede man op de stoep stond, schrok Trees zich rot.
Goedendag, mevrouw de Vries. Namens Jeugdzorg Amsterdam. Uw verzoek tot voogdij is bij ons binnengekomen, dus ik dacht: ik kom even kennismaken, stelde hij zich voor.
Eh komt u maar binnen. Theetje? Trees riep opgelucht uit: Anneke, zeg, wil je de meneer even laten proeven van die exotische Lipton-thee?
Tuurlijk, zei Anneke, Met taart! Ik ben jarig, weet u.
Gefeliciteerd! lachte de man.
Ik ga volgend jaar naar groep 4, dan leer ik hoofdletters en alles, knikte ze overtuigd.
Ze zaten nog een tijd zo te keuvelen met kopjes thee en kruimelende taart, op die kleine, rommelige keuken. Trees luisterde, hoofd in haar hand, en voelde een warme rust over zich neerdalen.
Nou dames, ik moet er weer vandoor. De man stond op en haalde een mapje uit zijn koffertje.
Hier is alles wat u nodig heeft: neem dit morgen mee naar de rechtbank, loop bij de balie langs en vul nog een formuliertje in. We regelen de hele boel vlotjes. Dan mag je haar ophalen, officieel.
Ophalen? Trees stamelde. Ze wist even niks te zeggen, terwijl Anneke het hele tafereel zat te knuffelen:
Dank u! Dank u! Dank u!
Dank je wel, fluisterde Trees, en had moeite haar tranen binnen te houden.
Zorg goed voor haar, zei de jonge man bij het vertrek nog, en bij het weggaan keek hij haar lachend aan met van die peilloos lila ogen, vol warmte en begripDie nacht, toen Anneke onder het dekbed kroop op het vers opgemaakte matrasje naast Trees bed, voelde ze een zeldzame vrede. Ze kneep Trees hand stevig vastniet uit angst, maar uit pure opluchting. Buiten dwarrelde de eerste, echte sneeuw in dikke vlokken langs het raam.
In haar halfslaap hoorde ze ineens een vertrouwd zacht gemiauw van buiten het magazijndeurtje. Ze schoof sloom het gordijn opzij: in het gele lichtje van de lantaarn zat Streepje op het muurtje, zijn lila ogen spiegelden de maan. Even leek het alsof hij knipoogdealsof hij wist dat haar avontuur aan iets nieuws begon. Anneke lachte, zachtjes, zodat Trees niet wakker werd. Met haar vingers maakte ze een klein hartje op het beslagen raam.
De sneeuw viel verder en verder en bedekte stilletjes alle oude pijn. En diep in haar hart wist Anneke: vanaf nu zou er altijd iemand zijn die op haar wachtte, met warme thee, zoete taarten, als ze goed genoeg luisterde, een vriendje dat haar vanuit de schaduwen toeknipperde, zolang als er liefde bestond.






