Dus, even eerlijk tegen je wat ik laatst heb meegemaakt, zou zo in een Nederlandse romcom passen, geloof me. Ik was onderweg naar het huis van mijn ex om haar spullen terug te brengen. Laten we zeggen: exen en dozen horen niet bij elkaar, maar goed, deze dozen stonden me inmiddels meer in de weg dan zijzelf ooit had gedaan.
Ik had dus zon grote kartonnen doos met boeken, een jurk, een fotolijstje en een plantje (dat het trouwens wonder boven wonder nog doet, typisch Nederlands geluk met kamerplanten). Haar naam was Annemarijn van de Ven en we waren iets van vier maanden samen geweest. Niet dat het een drama was tussen ons, maar meer zon verhaal dat langzaam leegloopt; je merkt pas dat het over is als je dag in dag uit tegen haar spullen aankijkt. En je weet hoe dat gaat: je appt, zij zegt: ik kom die spullen zó ophalen! Je wacht en wacht en niemand die op komt dagen.
Dus ja, ik besloot zelf maar die doos terug te brengen in mn busje, want ik werk als projectleider in de bouw en kom overal in Nederland, maar vandaag reed ik zelfs helemaal naar een dorpje net buiten Utrecht: Vleuten. Annemarijn woonde weer tijdelijk bij haar moeder sinds haar kamer in de stad niet doorging, dus hop, die kant op.
Haar moeder, Marian, daar had ik een heel beeld bij. Zon vrouw, rond de 55 jaar, leesbril, bloemen in de vensterbank en een ovenschaal in de oven. Maar wat er toen gebeurde ik bel aan, de deur gaat open en daar staat Marian in, ik zweer het je, een zijden kamerjas, verder niks. Nog nat haar, net onder de douche vandaan. Geen blikken of blozen, gewoon: Oh, jij bent de jongen van Annemarijn. Ik: Eh, ja. Echt, ik hield die doos vast alsof het een schild was.
Ze lachte, deed de deur wijder open en zei dat Annemarijn boodschappen was doen, pas over een uurtje terug. Of ik binnen wilde komen? Mijn verstand zei: neerzetten die doos en meteen oprotten. Maar slecht als ik ben met grenzen besloot ik heus, ik ga naar binnen. Je weet het, typisch Hollands: je bent toch geen onbeschoft iemand? Dus ik stond daar in een huis waar de warmte niet alleen van de radiatoren kwam. Kast vol boeken, echte planten (geen nep, hè!), half afgemaakte puzzel van de Waddeneilanden op tafel, en Marian die even later terugkomt in spijkerbroek en een linnen blouse. Niks gênant, alles vanzelfsprekend.
Ze zette twee glazen koude thee neer (Zelf gezette, met een beetje munt uit de tuin, mag je niet weigeren). We gingen aan die keukentafel zitten daar had ik me niet op ingesteld, joh. Ze vroeg uit zichzelf hoe lang Annemarijn en ik samen waren geweest (Vier maanden, zei ik), en ze keek op een manier van: ja, dat dacht ik al wel.
Ik vroeg: Wat weet je eigenlijk van mij? Marian: Genoeg om te snappen dat het uit is gegaan zonder iemand de schuld te geven. Toen veranderde ik gauw van onderwerp, vroeg naar die puzzel op de tafel. Pfff, duizend stukjes, die vind ik straks nog terug achter de kussens van de bank, zei ze. Opeens voerde ik een gesprek met haar alsof we elkaar al jaren kenden. Zij had het over haar werk: een klein hoveniersbedrijfje net opgestart, jazzplaatjes draaien, eindeloze meningen over stamppot (Spekjes? Ja. Rookworst? Alleen als-ie van de slager komt!). En ik vertelde over die eerste zomerbaantjes die per ongeluk een carrière werden iedereen in de bouw weet hoe dat loopt.
Annemarijn belde na 47 minuten dat ze nóg later zou zijn, want het was spits bij de Lidl. Marian keek niet eens verbaasd op. Blijf je eten? Ik zet zo iets warms op tafel. Ik protesteerde nog even wilde geen last zijn maar ze lachte: Te laat, je zit hier al met mijn thee. Dus ik bleef, kreeg kip met rijst, gewoon simpel maar goed, en het werd buiten steeds donkerder en rustiger. Op een gegeven moment was ik alles kwijt: die doos, mijn ex, mn plannen. Alleen maar dat keukentje, Marian en haar jofele sfeer.
Toen Annemarijn uiteindelijk thuiskwam, zag je die blik: doos daar, mij aan de keukentafel met dr moeder ze moest echt even schakelen. Hebben jullie samen gegeten? Ja, zei Marian droog. Wil je nog wat? Ze zette haar boodschappen heel langzaam neer, je zag haar denken: wat is hier nou precies gebeurd? Maar verder niks geks, gewoon de stilte van mensen die iets moeten laten bezinken. Ik bedankte Marian voor het eten. Ze liep mee naar de voordeur, leunde nonchalant in het kozijn: Geen dank, joh. Buiten, onder het schijnsel van het porchlicht, zag ik dat de draad van de lamp los hing maak je notitie van hè, beroepsdeformatie.
De week ging voorbij. Ik bleef maar denken aan die avond, niet omdat er iets ongepasts was, maar vanwege hoe normaal het voelde. Het bleef in mn hoofd zitten, dat keukentje, Marian die thee inschonk zonder te vragen, gewoon iemand die echt luistert. Vond het zon rare gedachte dat ik op zaterdag spontaan in de Karwei stond en dacht: hup, lamp onderdelen kopen. Tuurlijk, voor díe lamp. Had ik een excuus nodig? Ja. Had ik er eentje? Nee, maar ik deed het gewoon.
Ik stond dus weer bij Marian op de stoep, met gereedschap en twee bekers koffie (van die goede uit het koffietentje op Kanaalstraat, weet je). Zij opende de deur in een te grote flanellen blouse en een verfvlek op dr gezicht, heel Hollandse taferelen. Porchlamp, zei ik. Zij: Ga je gang. Ik fixte de lamp, we dronken samen koffie buiten op de trap. Zij zweeg totaal niet ongemakkelijk, gewoon lekker zitten in de frisse lucht. Daarna vroeg ik of ik mocht helpen verven in de logeerkamer. Eerst zei ze nee, maar uiteindelijk stond ik met een roller naast haar te kwasten, in een heerlijk praktisch samenzijn.
De gesprekken werden gaandeweg persoonlijker. Op haar vraag hoe het écht ging, vertelde ik uit de losse pols dat ik allang niet meer het gevoel had ergens te komen met mijn leven, alles op papier oké maar niets wat echt raakte. Marian zei: Weet je wat dat is? Dat je zo lang doet wat logisch lijkt, dat je niet meer opmerkt of je er nog wat bij vóelt. Bam, die raakte me. Zij snapte het, uit ervaring, want dat had zij twaalf jaar volgehouden vóór haar scheiding.
Na het verven zette ze simpel tomatensoep met oude kaas op tostis op tafel (echt een Nederlands broodje, hè). We aten en praatten over dr bedrijfje, zwijgend als het moest. En na de lunch kwam dat moment een appje, haar houding veranderde: haar ex-man. Hij duikt soms weer op, zomaar, zei ze later op de achterporch toen ik een schuttingdeur repareerde die klem zat. Vroeger werkte dat, nu niet meer. Robert haar ex kwam zelfs langs, zonder aankondiging. Een hete blik, een geforceerde handdruk, zon man waar je álles tegelijk aan merkt. Maar Marian bleef koel, regelde het, keerde daarna gewoon terug naar onze stilte in de tuin waar het naar regen en aarde rook.
Later die week kwam ik weer, dit keer met wijn. Marian had alles knus gemaakt, lichtjes buiten, jazz op de plaat, en ze vertelde over dingen waarvan ze niet wist dat ze ze vertellen kon. Over kleiner worden om ruimte te maken voor een ander die dat niet echt verdiende. Over weer groter worden, stukje bij beetje, door alles zelf aan te pakken: het hek, het bedrijf, haar eigen huis. Ze zei: Het is lang geleden dat ik mezelf iets heb gegund. Ik pakte haar hand, voorzichtig, en bleef gewoon zitten toen ze die niet losliet. Toen zoenden we, gewoon rustig niks ingewikkelds, gewoon waarachtig.
Ze zei: Annemarijn zal hier wel wat van vinden. En haar ex ook. Ik zei: Dat hoort erbij. Zij: Schrikt je dat niet af? Ik moest lachen. Niet eens een beetje. Met onze vingers verstrengeld zaten we nog uren op die porch met de lamp die niet meer flikkerde. Daarna werd het zomaar gewoon, dat ik op donderdagavond bij Marian thuis hoorde. Annemarijn had er een mening over, uiteraard, maar ze gaf toe dat ze haar moeder niet meer zo gelukkig had gezien. Robert belde nog een keer, maar Marian legde rustig uit dat zijn tijd voorbij was.
Een maand later stond ik in onze Hollandse keuken een tosti te maken omdat Marian hem weer had laten aanbranden, ze lachte zo hard dat ze bijna de hele straat wakker had gemaakt. Je bent niet zo nutteloos als ik dacht! riep ze, schouder tegen schouder aan het fornuis. Buiten brandde het porchlicht dat we samen hadden gefikst, vriendelijk over de tuin: geen flikker, geen los draadje, gewoon een eenvoudige lamp, die bleef doen wat hij moest doen.
Sommige dingen als je ze maar één keer goed aanpakt die blijven gewoon heel.







