Soms is de prijs van genezing niet in geld uit te drukken. Dit is een verhaal dat lang geleden plaatsvond in een afgelegen dorpje in de Drentse heide, waar geen wegen naartoe leiden, slechts smalle zandpaadjes. Men sprak daar over een bijzonder joch genaamd Teun van der Veen, van wie werd beweerd dat hij iedereen weer op de been kon helpen maar de prijs voor zijn hulp joeg zelfs de rijksten angst aan.
Scène 1: Een onweerstaanbaar aanbod
Bij de verweerde voordeur van een armetierig boerderijtje stond een glimmende, moderne rolstoel. In die stoel zat een vrouw uit de Randstad, zo te zien iemand met groot aanzien en diepe zakken. Haar mantelpak was meer waard dan het hele huis en in haar hand klemde ze een dikke envelop, volgestopt met vijftigduizend euro aan gloednieuwe biljetten. Met verbeten ogen hield ze de envelop voor Teun, die in het avondlicht op het houten bankje zat.
**Neem het aan! Hier zitten vijftigduizend euro in,** siste ze wanhopig. **Zorg er gewoon voor dat ik weer kan lopen.**
Scène 2: Een andere waarde
Teun keek niet eens naar het geld. Zijn blik ging langs de vrouw, naar het achtererf, waar zijn oude moeder kromgebogen een grote bos brandhout meetrok. Rustig duwde hij de hand met de eurobiljetten weg.
**Mijn gave koop je niet met papier,** antwoordde hij zacht maar beslist. **Ik ruil alleen voor zweet.**
Scène 3: Trots en onmacht
De vrouw snakte naar adem, haar wangen liepen rood aan van woede. Ze maakte een machteloos gebaar naar haar verlamde benen en de dure rolstoel.
**Ben je gek geworden? Ik kan helemaal niets!** riep ze vertwijfeld. **Al drie jaar ben ik geen stap verzet!**
Scène 4: De harde eis
Teun boog zich zo dicht naar haar toe dat ze zijn heldere ogen niet kon ontwijken. Ze leken dwars door haar heen te kijken hij zag haar honger naar meer, haar egoïsme, het gemak waarmee ze haar leven lang over anderen had beschikt.
**Dan zul je kruipen totdat je leren lopen,** fluisterde hij.
Scène 5: Het begin van de weg
Met een snijdende beweging knipte Teun met zijn vingers. Op dat moment ontsnapte er een kreet aan de vrouw; haar ogen sperden zich wijd open van schrik, toen haar roerloze been ineens met een onvoorstelbare kracht tegen het wiel van de rolstoel trapte. De stoel kantelde pardoes omver. De miljonairsvrouw plofte midden in het zand en de natte veengrond.
Einde van het verhaal
Het grauwe zand kleefde aan haar gezicht, haar trots was in de modder gezakt. Ze keek smekend naar Teun, hopend op een helpende hand, maar hij wees alleen zwijgend naar een houtblok dat uit de handen van zijn moeder was gevallen.
**Wil je weer lopen? Breng dat houtblok dan naar binnen voor mijn moeder,** klonk zijn stem koel.
**Ik kan niet! Het lukt niet!** huilde ze vanuit het diepst van haar ellende.
Telkens als ze wilde opgeven, kromden haar benen zich van pijnlijke kramp, die haar dwong door te gaan. Zonder alternatief greep ze zich vast aan de kletsnatte aarde; centimeter voor centimeter kroop ze voort. Urenlang, bezweet en onder tranen, sleepte ze het vervloekte stuk hout. Haar chique pak was tot vodden gescheurd, haar perfect verzorgde handen bebloed en rauw.
Tegen de avond, toen het laatste houtblok naast het fornuis lag, stond Teun stilletjes achter haar. Ze lag hijgend op de houten vloer; alle woede was uit haar weggevloeid er was alleen nog uitputting en een vreemd gevoel van voldoening.
**Kom maar overeind,** zei Teun zacht.
**Ik ik kan niet meer,** fluisterde ze.
**Het zwaarste heb je nu al gedaan. Je bent vergeten wie je was en je hebt weer geleerd hoe het is om echt te werken.**
Teun stak haar zijn hand toe. Ze pakte hem vast, en, wonder boven wonder, ze voelde kracht terugkeren in haar benen. Aarzelend eerst, maar al doende steeds zekerder, kwam ze overeind. Voor het eerst in drie jaren stond ze weer op haar eigen voeten.
Ze keek even naar de envelop met geld, die nu verfrommeld in het zand lag. Het leek niet meer dan afval.
**Je benen luisteren alleen naar degene die de waarde van de aarde kent,** sprak Teun terwijl hij terug naar binnen liep. **Ga nu en denk nooit meer dat het leven te koop is.**
Voorzichtig zette ze haar eerste schreden over het hobbelige zandpad, dankbaar voor elke stap. En die avond voelde ze zich voor het eerst in haar leven werkelijk rijk.







