Svetlana lag op de bank en staarde naar het plafond, terwijl onrustige gedachten haar wakker hielden. Hoe kun je ook slapen als je kleine meid ziek is? Waarom heb ik haar eigenlijk naar het kinderdagverblijf gebracht? Was ze nog maar een dagje thuis gebleven, dan had ze deze vervelende griep misschien niet opgelopen…

Het is alweer zoveel jaren geleden, maar toch zie ik het voor me alsof het gisteren was. Op een herfstige avond lag Maartje op de bank in het huisje aan de rand van het dorp, starend naar het plafond terwijl de duisternis langzaam binnenviel. Ze kon maar niet slapen. Haar hoofd was vol zorgen en onrust, want haar dochtertje, haar lieve kleine Annemieke, was ziek. Waarom had ze haar eigenlijk zo vroeg weer naar de peuterspeelzaal gebracht? Als ze nog een dagje was thuisgebleven, had ze dat nare griepje misschien nooit opgelopen…

Maartje voelde haar hart samenknijpen van verdriet en machteloosheid. Ze liep naar het raam en keek uit over de natte straat; boven het dorp hing een zwaar, grijs wolkendek waar nu al voor de derde dag op rij onafgebroken een motregen uit viel, zo typisch voor de Nederlandse herfst. Een diepe zucht ontsnapte haar. In het bedje naast de bank draaide Annemieke zich kreunend om, begon te hoesten en Maartje sprong meteen overeind, voelde haar gloeiende voorhoofdje. Zelfs zonder thermometer wist ze dat de koorts weer was gestegen. Toch pakte ze het thermometeretje, stak het onder Annemiekes armpje en wachtte gespannen.

Veertig graden! Lieve hemel, wat moet ik doen? fluisterde ze, radeloos.

Annemieke opende haar ogen en mompelde: Mama, het is zo warm

‘Ik weet het, liefje. Het komt goed’

Op dat moment werd haar man, Pieter, wakker. Hij zat direct naast hen, bezorgd kijkend. Maartje haastte zich om een nieuwe dosis paracetamol klaar te maken, maar de koorts zakte niet. Tegen het ochtendgloren stond er ineens met gillende sirenes een ambulance met blauwe zwaailichten in de natte straat. Ze brachten Maartje en Annemieke met spoed naar het ziekenhuis in Groningen.

In het ziekenhuis ving een vriendelijk verpleegkundige hun op; ze keek Maartje even meelevend aan en aaide over haar hand, terwijl ze bedreven een infuus bij Annemieke aanlegde. Maak je geen zorgen, mevrouw, dit komt goed

En jawel, na een poosje knapte Annemieke een beetje op. Ze deed haar ogen open en vroeg om wat te drinken. Maartje draaide zich om en ontmoette een paar ongewoon grote, blauwe ogen in het andere bed. Daar lag een mager, bleek meisje met vuilblonde haren die in warrige plukken over haar schouders hingen. Ze had een veel te grote, vaalwitte T-shirt aan, en oude maillotjes met gaten in de tenen. Onder het bed stond een paar afgedragen sneakers met blauwe ziekenhuisoverschoentjes eromheen.

Hoi, zei het meisje zacht.

Hallo. Ben je hier al lang? vroeg Maartje.

Ja. Ik mag vrijdag alweer weg. Maar vandaag is het pas maandag, zuchtte het meisje.

Ben je hier alleen?

Ja, mijn moeder is al lang geleden gestorven. Mijn vader kon daarna niet meer voor me zorgen en is ook overleden. Toen ben ik naar het kindertehuis gebracht, vertelde ze, met een volwassen zucht die je een kind van zes niet zou toewensen. Hier is het fijner. Je krijgt genoeg te eten, en de grote kinderen zijn niet zo gemeen.

Ze trok haar schoenen aan. Het ontbijt wordt zo gebracht. Zal ik voor jullie ook wat meenemen?

Nee hoor, dank je liefje, ik doe het zelf wel

Maartje keek haar na, haar hart zonk in haar schoenen. Een andere moeder in de kamer keek het meisje ook na, schudde haar hoofd en fluisterde: Wat een lief en zacht meisje. Maar wat heeft ze het zwaar getroffen

Voor Maartje iets kon zeggen, ging haar mobiele telefoon af.

Hoi mam?

Meisje, hoe is het? En Annemieke?

Mam, we liggen nu in het ziekenhuis

In het ziekenhuis?!’

Maak je niet druk. Annemiekes temperatuur liep op. Ze denken aan een flinke bronchitis. Nu slaapt ze eindelijk even

Zijn moeder snikte: Arme kleine schat. In welk ziekenhuis liggen jullie? Zal ik wat meenemen?

Mam, ik ben mijn sloffen vergeten en Annemieke haar roze pyjama ook. En mam hier is nog een meisje uit het kindertehuis. Heb je nog wat shampoo, een stukje zeep? En misschien heb je nog kleren van Sanne over?’

Welk meisje, lieverd?

Dat leg ik later wel uit. Breng alsjeblieft een paar hemdjes, een badjas, legging en vooral nog een paar slofjes maatje zes jaar, goed?

Ik breng het allemaal!

De volgende ochtend ging het al wat beter met Annemieke. Ze speelde vrolijk samen met haar nieuwe vriendinnetje. Maartje sprak even met een verpleegkundige.

Komt er nooit bezoek voor Veerle? vroeg ze voorzichtig.

De verpleegster schudde haar hoofd. Meestal alleen als ze wordt opgehaald als ze beter is. Maar nu helaas, nee.

En mag ze zich wassen?

Ze moet juist, maar wij hebben vaak de handen vol. Als u wilt helpen

s Avonds was Veerle bijna onherkenbaar: gewassen, met een fonkelnieuwe pyjama en vrolijk geborduurde roze pantoffeltjes. Haar geluk straalde van haar gezicht. Alles wat ze gekregen had van Maartje vouwde ze netjes op, onder haar kussen. De sloffen? Die gingen onder het matras.

Waarom verstop je de spulletjes, Veerle? vroeg Maartje verbaasd.

Anders worden ze gestolen

Maartje zuchtte diep.

Toen het licht uitging, drong de stilte van de nacht zich op. Veerle deed haar ogen dicht en fantaseerde dat ze samen met Annemieke, hand in hand, over een zonovergoten laan liep. Aan haar andere hand liep tante Maartje. Wat verlangde ze ernaar om een moeder te hebben, een vader, om liefde te krijgen: een hoofdje dat werd geaaid, een pyjama die lekker rook naar wasmiddel, een kus voor het slapengaan, pappa die haar lachend in de lucht gooide. Ze zou alles doen: helpen in huis, op Annemieke letten, de tafel dekken. Ze wilde maar één ding: ook geliefd zijn.

Haar gedachten schoten terug naar het kindertehuis. Ze werd daar niet geslagen, maar leidster mevrouw van Dijk was vaak streng schreeuwend. Kinderen plaagden haar, stalen spullen. Onlangs was ze per ongeluk haar bord pap op de keukenvloer gevallen. Daarvoor moest ze in het donkere, vieze bezemhok als straf. De oudere jongens riepen spottend: Ha, nu mag je met de ratten zitten, stommerd!

Veerle had het doodsbang uitgehouden, trillend en huilend op de koude vloer. De avond viel, ze werd ziek. Een week later lag ze in het ziekenhuis.

Tranen rolden over haar wangen bij deze herinneringen. Plots voelde ze een hand door haar haar strijken. Ze keek op.

Tante Maartje

Ach, lieverd, stil maar. Alles komt goed, dat beloof ik je Maartje nam haar in haar armen. Veerle voelde zich plots veilig en geborgen, net alsof het haar eigen moeder was.

Tante Maartje fluisterde Veerle.

Wat is er, schat?

Was jij maar mijn mama

Maartjes ogen vulden zich met tranen. Ze wist het zeker, die beslissing nam ze niet met haar hoofd, maar met haar hart. Ze zou met haar familie spreken.

Haar moeder begreep het meteen en was blij. Ook haar schoonmoeder reageerde warm; zij was zelf zonder ouders grootgebracht. Pieter echter was niet overtuigd.

Ben je helemaal gek geworden? Je beseft toch dat dit voor altijd is?

Dat begrijp ik heel goed! Maar als ik het niet doe, laat mijn geweten mij de rest van mijn leven niet met rust antwoorde Maartje.

Hij wendde zijn blik af. Ik wil haar eerst zien, voor ik iets beslis.

Die avond liepen ze samen de ziekenhuishal in. Pieter tilde Annemieke op, gaf haar een zoen. Jij bent mijn alles, wat heb ik je gemist. Hij keek naar zijn vrouw. Nou goed. Stel mij voor aan Veerle.

Veerle knikte bedeesd, keek Pieter aan. Dag meneer.

Hoi Veerle. Ik vind het fijn je te ontmoeten.

Ik ook

Er gleed iets over Pieters gezicht, een rimpeling in zijn ziel. Hij knikte langzaam.

Een paar maanden later reed een auto het terrein van het kindertehuis op. Binnen zaten kinderen opgewekt op elkaar gepakt bij het raam te kijken. Veerle, Veerle! Je familie komt je halen!

Dolblij rende Veerle naar buiten, haar nieuwe ouders tegemoet.

Dag lieve Veerle! We zijn er. Ga je met ons mee naar huis?

Veerles kleine hartje sloeg over van blijdschap. Ja, mama!Met een brede lach schoot Veerle in de armen van Maartje, die haar stevig vasthield. Pieter tilde haar op een beetje onwennig, maar vastberaden en Annemieke pakte haar hand. Even stonden ze daar, als familie in wording, op de stoep voor het kindertehuis, terwijl de lentezon de grauwe muren goud kleurde.

Onderweg naar huis vroeg Annemieke: Mag Veerle bij mij op de kamer slapen, mama?

Maartje knikte, haar stem schor van ontroering: Natuurlijk, schat.

Veerle keek de auto rond: knuffels op de achterbank, een tas met haar nieuwe spulletjes, en een stapel tekeningen van Annemieke speciaal voor haar. Ze liet haar hand glijden in die van Maartje. Voor het eerst voelde ze zich nergens bang om.

Thuis opende Pieter de voordeur. Welkom thuis, Veerle, zei hij, terwijl hij haar over de drempel droeg. Op het aanrecht stond een versgebakken cake, met in glazuur geschreven: Onze Veerle.

Tegen de avond, nadat ze samen hadden gegeten en gelachen, liep Veerle voor het slapengaan door het huis. Ze stopte even bij de voordeur, keek naar buiten en fluisterde zacht, bijna voor zichzelf: Dankjewel.

Boven in haar nieuwe bed luisterde ze naar Maartjes zachte stem die een verhaaltje voorlas, terwijl Annemieke met haar duim in haar mond al half sliep. Veerle sloot haar ogen, haar hart zo licht als een soapbel, en wist: dit was het eerste hoofdstuk van haar eigen sprookje.

Die nacht, veilig thuis, droomde ze niet meer van het kindertehuis maar van zon, van handen die haar vasthielden, en van een liefde die bleef, elke dag opnieuw.

Please rate
Bagattia News
Svetlana lag op de bank en staarde naar het plafond, terwijl onrustige gedachten haar wakker hielden. Hoe kun je ook slapen als je kleine meid ziek is? Waarom heb ik haar eigenlijk naar het kinderdagverblijf gebracht? Was ze nog maar een dagje thuis gebleven, dan had ze deze vervelende griep misschien niet opgelopen…