Anneke ligt al een paar dagen in bed. Ze kan zichzelf er gewoon niet toe zetten om op te staan. Ze heeft geen pijn, maar haar hoofd draait een beetje, ze voelt zich slap en zin om uit bed te komen heeft ze helemaal niet.
Waarom eigenlijk? denkt Anneke. Ik heb mijn taken in dit leven wel gehad: kinderen opgevoed, afscheid genomen van mijn ouders. Nu ben ik over, lijkt het wel. De jaren zijn voorbij gevlogen, zo ongemerkt.
Ze heeft nergens zin in. Anneke kijkt haar kamer rond: hier en daar hangen spinnendraadjes aan het plafond. Haar blik valt op het raam, waarachter ze uitkijkt op haar kleine moestuin, tegenwoordig vol onkruid. De zon komt net op, Anneke sluit haar ogen en dut weer in.
In haar droom ziet ze haar moeder. Anneke schrikt: haar moeder verschijnt haar zelden in dromen, één keer slechts, vlak na de begrafenis. Haar moeder kijkt liefdevol, steekt haar armen naar haar uit, alsof ze haar nog wilde knuffelen en zacht over haar haar wilde aaien zoals vroeger, maar er lijkt iets tussen hen in te staan, een onzichtbare muur.
Lieve meisje, begint haar moeder, morgen is al je laatste dag
Anneke schiet overeind uit haar droom, rillend.
Hoezo laatste? Nu al? Waarom zo vroeg? roept Anneke hardop in de lege kamer.
Ze ziet het al voor zich: ze ligt hier straks dood in bed, de kinderen en familie komen aangereden, het huis ligt overhoop, de tuin verwilderd, het eten op. Anneke vliegt door het huis, niet goed wetend waar ze moet beginnen.
In de keuken begint ze haastig deeg te kneden: Tegen de avond is het gerezen, dan kan ik appeltaarten bakken. Als ik het haal.
Ze vult een teil water, grijpt een doek en poetst overal het stof weg. Alle rommel raapt ze op en maakt de vloer schoon.
Zo, de boel is aan kant, zucht Anneke.
Nu de tuin. Anneke werkt zich onvermoeibaar door het onkruid, zonder honger of vermoeidheid te voelen. In haar hoofd klinkt maar één zin: Laatste dag! Laatste dag!
Pas bij de laatste plantenborders voelt Anneke hoe zwaar haar benen zijn.
Even rusten Nee, straks, later slapen wel.
Ze denkt aan het deeg, haast zich naar binnen.
Niet veel later staan de taarten dampend op tafel.
Morgen komen de kinderen nog een keertje thee drinken met een stukje taart om hun moeder te herdenkenze slikt haar tranen wegeven proeven Oh, luchtig zijn ze!
Anneke zit bij het raam en denkt: Wat is het leven eigenlijk mooi.
Alleen, er is niks meer te doen, ze begint zich klaar te maken voor haar laatste reis.
Ze kijkt haar klerenkast door, kiest een nieuwe jurk die ze nog nooit gedragen heeft.
Voor de spiegel maakt ze haar haar op, doet make-up en trekt het jurkje aan. Onbedoeld glimlacht ze.
Wat een plaatje! Zo word je niet begraven, zo hoor je te trouwen!
Maar tegen het lot valt niet te vechten Ze gaat liggen om dood te gaan. Maar zo ver komt het niet: buiten stopt een auto voor het huis. Er wordt getoeterd.
Waarschijnlijk voor de buren, denkt Anneke, daar komen vaak mensen over de vloer.
Niet veel later wordt er op de deur geklopt. Nog eens.
Zou dat mijn kinderen zijn? Ze kijkt naar buiten. Nee, die auto kent ze niet.
Wat een wagen, zeg! denkt Anneke. Verkeerd gereden, zeker? en loopt naar de deur.
Ze doet voorzichtig de deur open. Op de stoep staat een nette, vriendelijk uitziende heer. Anneke neemt hem op.
Hé, die is opgedirkt alsof hij op een bruiloft is! schiet door haar hoofd.
Bent u Anneke? vraagt de man.
Ja?
Ik kom voor u. Sorry dat ik wat laat ben, het was ver rijden
Heeft u iets nodig? vraagt Anneke, niet begrijpend.
Eh, ja De man aarzelt.
U bent vast verkeerd, onderbreekt Anneke.
Nee, nee, ik ben hier heus voor u. Sorry dat ik onaangekondigd kwam.
Wat laat voor bezoek, merkt ze op.
Ik weet het, sorry. Ik ben helemaal uit het zuiden gekomen, en verdwaalde nog bijna.
Anneke begrijpt er niets van. De man stelt zich voor:
Ik ben Sjoerd. Ik wilde u graag leren kennen.
Ik had vandaag hele andere plannen, bedenkt Anneke zich.
Hoe weet u wie ik ben? vraagt ze Sjoerd.
Ik heb u een bericht gestuurd op Facebook, maar daar komt u zelden. Ik heb u weten te vindenvraag niet hoe, dat leg ik later nog uit. En toen besloot ik maar te komen.
Wat moet ik nu met jou aan? denkt Anneke bij zichzelf.
Sjoerd, neem me niet kwalijk, maar ik heb helemaal geen behoefte meer aan nieuwe mensen in mijn leven. Ga maar weer naar huis.
Misschien hebt u wel gelijk, ik had eerst moeten bellen. Tot ziens dan maar, Anneke.
Sjoerd loopt snel terug naar zijn auto, draait zich halverwege om en overhandigt een mooie doos bonbons.
Excuseer me.
En hij loopt weer richting auto.
Anneke voelt zich opgelaten, zelfs een beetje schuldig tegenover deze vreemdeling. Hij is de hele dag onderweg geweest, vast hongerig.
Sjoerd, wacht eens even. Kom binnen, ik zet wel een kopje thee.
Opgelucht loopt Sjoerd weer naar het huis.
Graag, Anneke.
Ze gaan naar binnen.
U kunt uw handen wassen, de handdoek hangt daar.
Als Anneke de thee inschenkt zet ze de taart erbij.
Heeft u trek? vraagt ze.
Graag.
Pak rustig, eet smakelijk!
Anneke merkt nu zelf ook hoe hongerig ze is. Ze dekt de tafel met alles wat ze gebakken heeft.
Eet smakelijk, zeggen ze tegelijk, en schieten in de lach.
Voor het eerst in tijden geniet Anneke van het eten. Ze voelt zich zomaar op haar gemak bij deze totaal onbekende man. Sjoerd is direct een gezellige prater. Na een uur lijkt het alsof ze hem al haar hele leven kent.
Anneke, als je mijn hulp ergens bij nodig hebtik help je graag.
Anneke kijkt naar zijn nette kleding en grinnikt.
Hulp? Je ziet het huis, de schuur staat scheef, het hek in de tuin is half omgevallen
Sjoerd lacht.
Ik pak het meteen aan, Anna, jij zult zien.
Hij richt zich op en maakt aanstalten om te vertrekken.
Dank je welecht, het was heerlijk. Ik blijf niet slapen hoor, dat snap ik. Goede nacht, Anneke.
Slaap lekker, Sjoerd, wel thuis!
Anneke ruimt de tafel af, gaat nog even zitten, en dan naar bed, of eigenlijksterft ze.
De slaap komt snel, de vermoeidheid slaat toe na deze dag vol werk.
Meisje, waarom ben je gisteren weggelopen voor je het einde hoorde? Haar moeder wacht haar als het ware al op. Dit was de laatste dag van je eenzame leven. We weten hoe zwaar het voor je is, en daarom sturen we je een engel. Jaag hem niet weg: hij zal voor je zorgen, en jij, pas alsjeblieft goed op hem.
Op wie moet ik letten, mam? Jullie engel is al weg, bang van al het werk!
Haar moeder glimlacht, geeft haar een zegen en verdwijnt in het licht.
Het is vroeg als onweer Anneke wakker maakt. Ze gluurt door het raam en ziet een vrachtwagen vol bouwmaterialen. De vrachtwagen stopt bij haar huis, daarachter nog een. Werklui lossen planken.
Watis dit? Ik heb niks besteld
Ze wil naar buiten om alles weg te laten rijden, maar ziet al Sjoerd aanwijzingen geven over waar alles gestald moest worden.
Als het werk klaar is gaan de mannen weg.
Anneke loopt naar buiten.
Ongelofelijk, je kunt er een huis van bouwen!
Later die ochtend komt nog een vrachtwagen. Er wordt golfplaat en van alles gelost.
Een hekwerk? denkt Anneke hardop, Zon wagen kwam bij Maaike laatst ook. Haar nieuwe hek is echt prachtig!
Meteen gaan de werklui aan de slag. Anneke ziet Sjoerd erbij, niet alleen als baas maar ook als harde werker.
Anneke loopt naar hem toe.
Sjoerd, waarom doet u dit allemaal? probeert Anneke tegen te sputteren.
Maak je geen zorgen, Anneke. Ga maar lekker naar binnen, het is fris vandaag.
Anneke voelt zich verloren. Haar leven leerde haar mannen niet te vertrouwenze had er twee, maar het is met geen van hen gelukt. Dus deed ze alles altijd zelf, nooit iemand die voor haar zorgde. Ze weet niet wat ze nu moet voelen.
Het werk vordert snel. In een paar dagen staat er een nieuw hek, een nieuwe schuur, de vloer is gerepareerd, de kachel doet het weer. Toch vertrouwt Anneke het niet helemaal.
Wat wil die man van me? Moet ik hem betalen soms?
Maar zoveel geld heeft ze toch niet.
Ik geef wat ik heb, de rest komt ooit wel.
Als Sjoerd, moe maar tevreden, eindelijk naar binnen komt, zegt Anneke:
Sjoerd, dank je wel, écht. Ik snap gewoon niet waarom je dit allemaal voor mij doet
Anneke, hou daar eens mee op!
Anneke pakt een portemonnee en steekt hem een paar briefjes toe.
Neem maar, veel is het nietde rest krijg je later.
Ben je gek, ik wil geen geld! Waarom?
Voor werkzaamheden moet betaald worden, houdt Anneke aan.
Zonder meer draait Sjoerd zich om en loopt weg. Even later hoort Anneke zijn auto wegrijden.
Sjoerd kwam niet terug. Niet die dag, en ook niet de dag erna. Niet de hele week
Anneke weet niet wat ze moet. Een pijn nestelt zich diep, ze kan nergens aan denken. Ze is verliefd, als een jong meisje.
Waarom heb ik nou Sjoerd zo weggejaagd? En hoe moet ik het zonder hem stellen? denkt Anneke, alsof ze hem altijd al kende.
Ze loopt treurig over het hobbelige zandpad, zonder doel. Buurvrouw Jans, altijd alleswetend, komt haar tegen.
Anneke, laat die vent niet lopenzie eens wat hij allemaal voor je gedaan heeft! Goede kerel, dat zie je zo!
Hij is allang weg, bromt Anneke.
Hou toch op, zijn auto staat elke avond bij de afslag vooraan het dorp!
Wat, waar dan precies?
Bij de grote wilg waar je het dorp in komt
Maar Anneke hoort haar al niet meer, ze rent om Sjoerd te zoeken. Maar geen auto, geen Sjoerd.
Ze heeft me gewoon voor gek gehouden, zucht Anneke, en loopt terug naar huis.
s Nachts ligt Anneke wakker in haar bed. Ze slaat een deken om haar schouders en gaat op het stoepje zitten. Het is fris, ze trekt het dekentje helemaal over zich heen.
Waarom ben ik zo alleen? En wat kan ik toch stom zijn, zegt Anneke hardop, terwijl de tranen stromen.
Opeens voelt ze twee sterke armen, iemand tilt haar op en kust haar natte wangen.
Anneke, niet huilen! vraagt Sjoerd zacht.
Sjoerd, waar was je nou? Waarom ging je weg?
Ik ging helemaal niet weg. Ik kon niet. Want ik hou van je.
Ik ook van jou, meer dan alles.
Anneke kruipt steviger tegen haar engel aan, die haar door de hemel werd gestuurd.
Dank je, mam, fluistert Anneke. En nu zijn haar tranen van geluk.






