Vandaag heb ik besloten naar de huisarts te gaan, omdat ik die ellendige hoofdpijn niet langer kon uithouden. Drie dagen op rij dat kan toch niet gezond zijn? Geen enkele paracetamol hielp. s Nachts heb ik nauwelijks geslapen. Het domste idee was nog dat ik op internet ging zoeken wat zulke hoofdpijn zou kunnen zijn.
De eerste zoekresultaten waren meteen geruststellend, of juist niet: Hoe herken je een hersentumor in plaats van migraine en allerlei enge verhalen. Na het lezen van die artikelen leek het alsof ik met spoed bij de uitvaartverzorger moest aankloppen in plaats van de huisarts te bezoeken.
Het deed me denken aan dat verhaal van die Engelse schrijver, Jerome K. Jerome, die in een medisch handboek las en begreep dat hij zowat álle ziekten hadbehalve kraamvrouwenkoortszelfs cholera en dansziekte! Hij was bijna teleurgesteld dat die laatste hem was misgelopen.
Zo voelde ik me ook. Na een internetnachtje, overtuigd van zon beetje alle levensbedreigende kwalen, dacht ik: Nu is het genoeg. Morgen strompel ik naar de huisarts.
In de wachtkamer, voor het spreekuur, raakte ik al snel aan de praat met een dame.
Heeft u wat gedronken? vroeg ze.
Ik was in de war. Wat bedoelt u, thee of koffie?
Nee, gisterenavond. U hebt zulke rode ogen, net alsof u een kater hebt.
Ik voelde me een beetje gepikeerd. Nee hoor, niets gedronken.
Soms denk ik dat ik naar de psycholoog ga om beter met mensen om te leren gaan, terwijl sommigen meer baat zouden hebben bij een eigen sessie.
Dank u, antwoordde ik koeltjes, voor uw bezorgdheid.
In de spreekkamer somde ik met een soort plechtig toneel mijn symptomen op. Het mooiste van alles waren die bloeddoorlopen ogen.
Het lijkt wel of ik tot diep in de nacht aan de borrel heb gezeten. Maar echt niet hoor! mopperde ik.
De huisarts keek me aan en haalde haar schouders op. Uw ogen zien er hartstikke normaal uit, hoor.
Tja, het zijn dus toch de verkeerde mensen die bij de psycholoog zitten.
Bloeddruk, pols, zuurstof, wat vragen. Op basis van mijn antwoorden ontstond er niet bepaald een vrolijk plaatje. Eerlijk gezegd leek het op iets akeligers dan migraine.
Zal ik anders een MRI aanvragen? Ik betaal het zelf wel, hoor, stelde ik voor, half gevormd door mijn nachtelijke opleiding tot neuroloog via Google.
Laten we nog even niet in paniek raken. Eerst de bloedvaten nakijken, wat bloedprikken, en dan verder zien, stelde ze kalm voor.
Die nacht daarvoor leek het allemaal uitzichtloos. Ik lag te huilen om die veertig magere jaren, waarin ik slechts twee kinderen en tien boeken had geproduceerd. Is dat nou veel? Of weinig? Mijn kinderen zijn eigenlijk nog niet eens echt af, zo klein dat ze zijn. Boeken natuurlijk ook niet perfect; in dat nieuwe boek, op pagina zestien, zit al een tikfout. Er is nog zoveel bij te schaven, aan kinderen en uitgevers!
Thuisgekomen na het bezoek aan de huisarts, haalde ik snel de kinderen op, kocht de voorgeschreven medicijnen, slikte ze door en viel uitgeput op bed.
De kinderen kwamen bij me zitten.
Is er nog iets te eten? vroeg Floris.
Jawel, maar er moet wel wat gemaakt worden, mompelde ik.
Mijn hoofd deed gelukkig minder pijn, maar ik was kapot na drie dagen platliggen.
Floris verdween naar de keuken en maakte zelf eten: hij bakte een eitje en warmde wat pasta op. Ik heb Lotte ook eten gegeven, en zal ik jouw bord naar bed brengen, mam?
Mijn hart maakte een sprongetje van trots en opluchting. Ik heb een volwassen zoon, eentje waar je op kunt bouwen!
Nee joh, laat maar. Ik heb niet echt trek. Maar wat ben je lief, dankjewel!
Hij knikte en kwam even later terug met een mooie schaal fruit. Hier, mam. Kiwi, daar zit meer vitamine C in dan in sinaasappel. En appel, dat is goed voor het ijzer. Mandarijn gewoon omdat het mooi is, anders wordt-ie toch bruin.
Ik smolt van trots. Mijn eigen zorgzame jongen. Daar knap je van op.
Daarna trok Floris zijn jas aan.
Waar ga je heen? vroeg ik.
Kattenvoer is op, antwoordde hij.
Neem dan meteen ijsjes mee! riep Lotte vanaf de bank. Mijn voorraad is ook op!
Niet veel later kwam Lotte plechtig mijn kamer binnenwandelen, in haar kamerjas én met speelgoeddokterkoffertje: Dokter Lotte, met haar felroze speelgoedstethoscoop.
Nou, zieke mama, zullen we eens even kijken? Tijd voor een spuitje?
Noem me alsjeblieft gewoon mama, en niet de zieke
Word eerst beter, dan mag je weer mama heten. Doe je mond open.
Ik opende gehoorzaam mijn mond.
Wacht eens hebben jullie kiwi gegeten en niks voor mij overgelaten?
Pak gerust hoor, het ligt op het bord.
Laat maar zitten, ik heb al eitje op. Ik wacht nu op het ijsje. Kom, ik ga je nu onderzoeken Ze sloeg de stethoscoop in haar nek.
Ik ren elke avond achter je aan met een boek om voor te lezen, dan kun je nu wel even luisteren.
Oei, oei, dat klinkt niet best, maakte Lotte zich druk toen ze mijn hals beluisterde. Jij praat te veel. En je rent te veel achter kinderen aan. Je krijgt van mij een spuitje, én een ijsjemits Floris voor iedereen gehaald heeft. Zo niet tja, dan had je het maar zelf moeten vragen.
Dus jij deelt je ziekte-ijsje niet?
Lotte zette als antwoord haar speelgoedspuitje in mijn been.
Au! lachte ik.
Zo hoort het. Daar word je weer beter van.
Eerlijk gezegd, ik was allang blij. Toen Floris inderdaad voor iedereen ijsjes had gehaald, knapte ik helemaal op. Mijn hoofdpijn was weg, ik kreeg weer energie. Mijn ogen waren gewoon blauw en helder.
Aan het eind van de avond bleef ik lekker nog even de zieke mama spelen, zodat Floris het avondsprookje aan Lotte voorlas. Lotte koos voor de cyclopedie.
Dat is een encyclopedie over cyclopen, zeker? grinnikte Floris.
Ze lazen wat over Saturnus, dinosaurussen en over melktanden. Daarna kregen ze nog bijna ruzie over de vraag of dino-kinderen melktanden hadden.
Ik luisterde naar hun gezellige gekibbel en voelde een enorme golf van geluk, liefde, en het idee dat dit alles, deze dagelijkse rommelige drukte, het echte leven is.
Even daarna moest ik wel het bed verschonen, want de bord met kiwi lag natuurlijk over het hele laken uitgesmeerd. Maar daarna kropen we met zn drieën lekker tegen elkaar aan en vielen in slaap.
En, helpen de medicijnen al? vroeg de huisarts de volgende ochtend.
Ik knikte. Maar diep vanbinnen wist ik: het waren andere pillen die mij echt beter maakten, mijn kinderen. Zij zijn de vitamientjes tegen verdriet en pijn, pure vreugde tegen de twijfel.
Knuffel je kinderen, zelfs als ze dik boven je uit torenen. Er is niets gezonders dan hun omhelzing. Nou ja, behalve misschien kiwi want daar zit echt heel veel vitamine C in!







