Ik ga weg, zodat je eens goed beseft wat je kwijt bent! Ga maar een weekje alleen zitten, huilend naar de maan zonder man in huis misschien leer je het dan om zorgzaamheid te waarderen! riep Sjoerd dramatisch, terwijl hij een pak sokken in zn oude sporttas gooide en bijna mijn favoriete Delfts blauwe vaas van de plank kegelde.
Ik stond er zwijgend bij, geleund tegen de deurpost, en inwendig schoot ik van boosheid naar hysterisch gelach. Mijn man, een dertiger die zich soms nog steeds als een jongetje gedroeg, stond midden in MIJN door mij, lang vóór ons huwelijk, gekochte knusse appartementje in Utrecht en dacht mij te kunnen straffen door zijn afwezigheid. Hij leek echt te geloven dat mijn muren zonder hem zouden instorten en dat ik zou opdrogen als een vergeten geranium op het balkon.
Zoals zo vaak begon het weer na een zondag bij zijn moeder, mevrouw Trijntje Verweij. Trijntje was een bijzonder geval: ze kon een compliment zo brengen dat het voelde als een dolksteek, en gaf adviezen met het gezag van een veldmaarschalk op appèl.
Sjoerd kwam volt energie terug van haar. Je zag het meteen: lippen strak, blik onderzoekend, neusvleugels wijd alsof hij stof wilde ruiken.
Evelien, waarom hangen die handdoeken in de badkamer weer door elkaar? vroeg hij al bij binnenkomst en liet zn schoenen aan. Mam zegt dat dat visuele onrust geeft en de huiselijke harmonie verstoort.
Ik zuchtte diep.
Sjoerd, je moeder kent feng shui alleen van televisie uit de jaren negentig. De handdoeken hangen zo omdat het lekker handig afdrogen is, zei ik laconiek, terwijl ik stoofpot roerde.
Sjoerd fronste, liep naar de keuken en prikte demonstratief op het deksel van de pan.
Weer groente in stukken? Mam vindt dat echte vrouwen alles pureren, dat is beter voor mannen. Jij bent gewoon te lui!
Sjoerd, ik legde de lepel neer. Jouw moeder heeft geen tanden meer omdat ze het geld voor de tandarts uitgaf aan een nieuw servies. Jij hébt tanden, dus kauwen maar.
Sjoerd liep rood aan, haalde adem voor het volgende bombardement aan levenslessen van zijn moeder, maar bleef toen hangen.
Jij jij bent gewoon ondankbaar! bracht hij uit. Mam is trouwens bijna doctorandus in huiselijke zaken!
Sjoerd, je moeder was portier in een studentencomplex. Dat doctorandus noemt ze zichzelf alleen omdat ze dat leuk vindt klinken, antwoordde ik met een ijskoud glimlachje.
Hij stond daar als een pinguïn. Zo besliste hij dus dat hij mij een lesje zou leren.
Genoeg met dat grote mondje! riep hij terwijl hij de tas dicht ritste. Ik ga naar mam. Een week. Kun je nadenken over je gedrag. Als ik terug ben, wil ik orde en schriftelijke excuses!
De deur klapte dicht. Het werd stil.
Ik voelde me leeg, maar ook verrassend opgelucht. Hij vertrok uit míjn huis om mij te straffen zodat ik in alle rust op de bank kon zitten. Briljant.
Maar het lot had vrolijkere plannen voor mij dan Sjoerds toneel.
Op maandagochtend riep mijn baas me bij zich.
Evelien van Dijk, het is crisis op het filiaal in Rotterdam. We hebben morgenochtend iemand daar nodig, voor drie maanden. Dubbele onkostenvergoeding plus een bonus waar je een nieuwe fiets van kunt kopen. Red je het?
Achter mijn rug voelde ik vleugels uitvouwen. Drie maanden! Zonder Sjoerd, zonder Trijntjes bemoeienis, aan de Maas (oké, geen zee, maar vooruit), tegen een goed salaris.
Ik doe het! floepte ik eruit.
Buiten het kantoor bedacht ik: drie maanden is het huis leeg, Utrecht is duur qua vaste lasten. En precies toen belde een vriendin, Marjan.
Eef, help, zus en haar man met drie kinderen staan ineens op straat vanwege verbouwing, hotel is te duur, mogen ze bij jou? Ze zijn druk maar betalen royaal!
Het perfecte plan viel op zn plek.
Tuurlijk, laat ze morgen komen. Ik leg de sleutel bij de buurvrouw. Maar als er een man voor de deur staat die moeilijk doet: meteen weer wegsturen.
Die avond pakte ik mijn spullen, borg alles wat me dierbaar was op bij mijn moeder, en maakte mijn appartement klaar voor de logés. Sjoerd nam zijn telefoon niet op tja, hij was me aan het opvoeden hè.
De volgende ochtend vloog ik naar Rotterdam, en intrek in mijn huis nam de uitbundige familie Van Dongen: vader Pieter, moeder Jannie, hun drie kinderen, én hun massieve maar goedmoedige labrador Thor.
Een week later.
Sjoerd hield het, naar ik later hoorde, precies zeven dagen uit bij zijn moeder. Trijntje was op afstand leuk, maar in haar huis had haar liefde de verstikkende kracht van een natte washand.
Sjoerdje, niet schrokken, zei ze steevast bij het ontbijt.
Waarom doorspoelen als het niet hoeft? De watermeter tikt aan!
Zitten rechtop, jongen, anders word je krom als Ome Koos.
Na een week kon Sjoerd wel huilen. Hij vond dat ik nu genoeg gestraft was, dat ik mijn fouten diep had ingezien. De grote thuiskomst kon beginnen!
Drie sneue tulpen, in zijn optiek een plechtig gebaar, en op naar huis.
Buiten zette hij zich schrap, klaar voor mijn zogenaamde spijt en vreugde. Hij stak de sleutel in het slot maar het bleef muurvast. Hij trok, duwde niets. Bellen dan maar.
Binnen klonken dreunende voetstappen, gevolgd door het geblaf van een hond alsof ie de hele flat beschermde.
Ja, wie?! klonk er een luid mannenstem, overduidelijk niet van mij.
Sjoerd deinsde terug.
Ehh Sjoerd de echtgenoot mag ik erin?
De deur vloog open. Daar stond Pieter, breed als de deur, in een wit hemd en met een vleesvork (de barbecue was aan). Thor keek vrolijk naast hem mee.
Echtgenoot? grijnsde Pieter. Evelien is weg. Wij wonen hier, alles betaald, huurcontract ligt hier. Wie ben jij, maatje?
Ik eh ik woon hier eigenlijk of nou ja, mijn vrouw dus ook
Kijk, makker, zei Pieter gemoedelijk, klopte hem vriendschappelijk op de schouder (direct een vetvlek op Sjoerds overhemd). Eef meldde: geen man, man woont bij zn moeder. Wij huren. Ga naar je moeder, ja. Jannie, schenk m een biertje in, of nee toch maar niet!
Boem deur dicht.
Mijn mobiel ontplofte een minuut later. Ik zat aan de haven in Rotterdam, aan nieuwe haring, glaasje witte wijn erbij.
Ja? nam ik loom op.
Wat heb je met ons huis gedaan, Eef?! Wie zijn die mensen?! Waarom mag ik niet naar binnen?! krijste Sjoerd.
Rustig, Sjoerd. Jij bent toch weggegaan? Zei dat ik moest nadenken, dat je misschien niet meer terug kwam. Ik dacht: het is goedkoop én gezelliger met huurders. Drie maanden contract.
Drie maanden?! En ik dan?! Waar moet ik slapen?!
Jij zit toch lekker bij je moeder? Ze zorgt voor je, alles op kleur en gepureerd. Geniet ervan. Ik zit in Rotterdam, tot over een paar maanden.
Ik eis een scheiding! Ik haal de politie er bij!
Bel gerust. Mijn naam staat op het eigendomsbewijs, alles officieel geregeld. Jij bent nergens ingeschreven. Gewoon een gast die gastvrijheid misbruikt.
Opgehangen.
Tien minuten later Trijntje zelf aan de lijn. Dat moest ik horen.
Evelien! klonk het als brekend glas. Wat doe jij je man aan? Er staat letterlijk in het Nederlandse burgerlijk wetboek dat een vrouw voor haar man moet zorgen en het avondeten warm serveert!
Trijntje, onderbrak ik haar rustig, artikel 1:87 van datzelfde wetboek zegt dat partners gelijk zijn. Op het koopcontract van deze woning staat maar één naam: die van mij. Sjoerd wilde mij wat leren? Prima. Ik heb mijn diploma gehaald.
Jij jij bent een bekrompen krent! gilde ze. Een man hoort zijn eigen plek te hebben! Jij sloopt het gezin! Ik stap naar de vakbond!
Probeer het vooral, lachte ik. En Trijntje, je zei altijd dat Sjoerd goud waard is. Geniet van je schatje vergeet zn eten vooral niet pureren, want kauwen is hij verleerd.
Het laatste wat ik hoorde was iets als een vastloper in een faxapparaat.
Drie maanden vlogen om. Ik kwam terug: fris kapsel, spaarrekening aangevuld, dromen groter dan ooit.
Het huis was brandschoon drie kinderen en een hond, en toch alles spic en span achtergelaten, zelfs de lekkende kraan was gerepareerd (iets wat Sjoerd jaren had laten liggen).
Twee uur na mijn thuiskomst stond Sjoerd op de stoep, een schim van zichzelf: mager, grauwe blik, slap overhemd. Drie maanden met lieve mama hadden hem tot een oude man gemaakt.
Eef… mompelde hij naar de grond kijkend, zal ik t niet nog eens proberen? Ik snap het nu. Mam was… te fel. Laten we opnieuw beginnen. Ik heb zelfs mijn spullen bij me.
Ik duwde zijn koffer terug naar de gang.
Sjoerd, er valt niks opnieuw te proberen. Ik waardeer nu echt een handige man in huis Pieter had de kraan in een halfuur gefikst, jij had nooit tijd.
Maar ik ben je man! piepte hij angstig.
Was je man, nu vooral ballast zei ik beslist. Je spullen liggen beneden bij de buurvrouw. Sleutels graag.
Dit kun je me niet aandoen! Ik wil de helft van de verbouwing!
Sjoerd, alles is door mijn vader gedaan. Bonnetjes zijn er. Jij hebt alleen behang vastgejankt met je gezeur. Einde showtime. De zaal is leeggelopen.
Hij stond daar verbijsterd, niet begrijpend wanneer zijn geniale opvoedplan zo vreselijk mislukte.
Ik deed de deur dicht. De klik van het slot klonk als een startschot van mijn nieuwe leven.
Men zegt dat Sjoerd nog bij zijn moeder woont. Bekenden vertellen dat Trijntje hem nu niet alleen voedt, maar ook bepaalt hoe laat hij slaapt en met wie hij belt. En Sjoerd loopt altijd gebogen, blik op de grond gericht, bang om op één van moeders onzichtbare landmijnen te stappen.






