Schijnhuwelijk.
Ik ben samen met Bart in een schijnhuwelijk verzeild geraakt. Dat kwam zo: Bart had het huwelijk dringend nodig om hogerop te komen in zijn baan hij werkt bij een gerespecteerd Amsterdams bedrijf onder leiding van de ouderwetse familiepatriarch Eduard Beekman, een trotse vader van zes volwassen dochters, zes schoonzonen, én twaalf kleinkinderen. Die man ademt familie; voor hem is “vrijgezel” haast een scheldwoord, en zonder ring om je vinger sta je op kantoor gelijk op achterstand, hoe goed je je werk ook doet.
Bart, altijd zo berekenend en ambitieus, zag in dat een officieel huwelijk onvermijdelijk was als hij de promotie wilde pakken waar hij al jaren van droomde. Na lang wikken en wegen vroeg hij mij. Geen groot risico voor hem, want we kennen elkaar al sinds de kleuterklas. Onze moeders drinken al decennia koffie met elkaar. We zaten zelfs jarenlang samen in dezelfde schoolbank: hij hielp mij door de rekentoetsen, ik zijn dt-fouten uit zijn opstellen.
Hij wist dus als geen ander dat ik niet uit ben op zn huis aan de Herengracht, zijn spaargeld of zijn collectie Delfts blauw. En ikzelf? Voor mij kwam zijn voorstel eigenlijk als geroepen. Mijn hart was net in duizend stukjes gevallen na drie jaar relatie-gedoe. Niets zo fijn als even je gedachten verzetten, je ex jaloers maken (“Zie je wel wie er gewild wordt!”), mijn vriendinnen verrassen (“Oh, zij is dus toch niet zo sneu als we dachten!”), en het gevoel weer in de race te zijn.
Onze belangen sloten dus wonderlijk soepel op elkaar aan. Geen bruiloft met tulpen, geen boottocht over de grachten, geen stroopwafeltaart of witte jurk. Op dinsdagochtend even de lunchpauze opofferen, met de regen nog in ons haar het stadhuis op de Dam inrennen, handtekeningen zetten. Toch stiekem wel ringen gekocht, want het blijft Nederland.
Ik nam zelfs zijn naam tijdelijk aan Van Geelen klinkt toch een stuk deftiger dan gewoon Mulder. Onze verwachtingen werden ruimschoots overtroffen. Na een maand was Bart benoemd tot afdelingsmanager. Het leek de directie ineens totaal vanzelfsprekend, zon nette getrouwde man.
Ook mijn status onder familie en vriendinnen steeg tot ongekende hoogtes. Het hoogtepunt was verrassend genoeg mijn ex, die op een druilerige dinsdagavond een appje stuurde: “Veel geluk, ik had stiekem gehoopt dat wij nog iets zouden worden.” Eigen schuld. Had je maar beter je best moeten doen.
En ja hoor, net als gepland trok ik tijdelijk bij Bart in: hij stelde het zelf zelfs voor, alles voor de schijn.
Zaterdagochtend. Ik sta in de keuken van het brede Amsterdamse appartement. Spekkoek uit de oven, hagelslag klaar, koffie pruttelt. Bart houdt van stevig ontbijten voordat hij naar zijn hardloopclubje gaat.
Door het raam zie ik de zon voorzichtig op de grachten dansen. April. De bomen bloeien. Ik denk aan alles wat vandaag moet gebeuren: ouders bezoeken in Haarlem, de lakens wassen, de vloer dweilen. Zaterdag vraagt om Hollandse kost misschien uitsmijters, erwtensoep, friet met stoofvlees, huzarensalade. Mijn hoofd vol kleine taken en zorgen, zoals het hoort bij een doorsnee Hollandse huisvrouw.
En zo zijn Bart en ik inmiddels al dertien jaar officieel getrouwd. Onze dochter Maartje gaat komende september naar groep drie. Zoonlief Teun sluit juist het zesde jaar op het VWO af altijd hoge cijfers, net als zijn vader. Wat dat betreft lijkt hij wel op de slimme Bart, zijn échte vader.
Behalve dan dat Bart mijn schijnman is.






