Zoon, ik wil niet dat jij door mij gaat scheiden! Breng me maar naar een verzorgingstehuis!
Een half jaar geleden heb ik mijn moeder bij ons in huis genomen. Ze is inmiddels al op leeftijd, 83 jaar oud. Sinds papa is overleden, is het voor haar heel moeilijk om alleen in het dorp te wonen. Onze kinderen zijn volwassen en wonen al op zichzelf. Mijn vrouw en ik bleven met zn tweeën achter in ons appartement met twee kamers. Ik dacht dat het geen probleem zou zijn.
In het begin zei mijn vrouw er niets van, maar na een week begon ze zich steeds meer te ergeren aan de aanwezigheid van mijn moeder.
Luister, laat haar voortaan apart eten, ná ons.
Waarom?
Dat is gewoon fijner. Mijn eetlust verdwijnt als ik haar zonder tanden zie kauwen. Ik vind het vies.
Doe eens normaal, we worden allemaal een keer oud.
Dat is toch anders.
Mijn vrouw ergerde zich ook aan het feit dat moeder darmproblemen heeft en soms erg hard snurkt. Ze wilde haar zelfs verbieden de keuken in te gaan en liever helemaal niet uit haar kamer te komen. Op een dag zei ze ineens:
Ik had niet gedacht dat ze hier zó lang zou blijven. Ik trek dit niet meer.
Maar wat stel je dan voor?
Breng haar terug naar het dorp.
Maar dat kan ze toch niet? Ze kan niet meer voor zichzelf zorgen!
Iedereen leeft nou eenmaal zo! Waarom zou ík in mijn eigen huis rondlopen als een vreemde, en al dat gesmak en die lucht accepteren?
Ik wist niet meer wat ik moest doen. Onlangs kwam ik thuis en zag ik mijn moeder aangekleed en met haar koffer in de gang zitten.
Mam, wat doe je hier?
Zoon, breng me maar naar het verzorgingstehuis!
Hoezo? Waarom zou ik dat doen?
Ik wil niet dat jij en je vrouw door mij uit elkaar gaan.
Mijn moeder blijft me smeken. Maar ik weet niet wat ik moet doen. Ik kan niet rustig leven als ik weet dat zij daar zit. Misschien moeten we samen alles opgeven en met haar mee naar het dorp? Ik zit echt in een lastig parket.
Leven met elkaar vraagt om geduld en liefde; soms vergeten we dat zorgen voor onze ouders ook bij het leven hoort. Uiteindelijk bepaalt niet het huis waar we wonen wie we zijn, maar hoeveel we bereid zijn om van elkaar te houden.







