ONDANKBARE GRIETJE
s Ochtends belt haar man, Arjan, naar Guusje op kantoor en vertelt dat hij na het werk meteen naar de Van Vlietjes gaat, want het is vandaag hun jaarlijkse dag voor accountants.
Als je zin hebt, kom je dan ook, zegt hij achteloos, overtuigd dat ze toch niet zal verschijnen en de avond liever met een boek doorbrengt of achter de computer blijft hangen.
Prima, antwoordt ze even kleurloos, maar tijdens haar lunchpauze loopt ze het centrum van Utrecht in om een cadeau voor haar man uit te zoeken. Bij de parfumerie staan vrouwen in een rij.
Guusje valt direct een flesje dure aftershave op. Op de zwarte, glanzende doos straalt een knappe vent met een achteloze blazer, brutale oogopslag en een spottende glimlach. Precies haar Arjan.
De verkoopster pakt de cadeaus deskundig in, plakstrikjes erbij, en dan stapt er plots een oud dametje naar voren.
Ach meiden, zegt ze met een glimlach, jullie geven die mannen wel geurtjes, maar straks ruikt een ander eraan en bewonderen weer anderen de stropdassen.
De vrouwen giechelen, maar Guusje denkt: alles haar leven draait om Arjan, alles voor haar vent, terwijl hij volop geniet van complimenten van anderen. Toen ze jong waren, was ze stapelgek op hem en hij vond het allemaal wel best. Tijdens zijn studie schreef zij s nachts verslagen voor hem. Kregen ze kinderen, nam zij alle zorgen op zich.
Natuurlijk, in het begin voelde ze zijn waardering nog. Later ging hij haar zorgen als vanzelfsprekend vinden. Van buiten leek alles mooi: genoeg geld, rust in huis, slimme, lieve kinderen. Maar die kinderen zijn inmiddels uitgevlogen. Nu zit Guusje alleen met haar man en merkt dat ze iets mist.
Twintig jaar geleden, destijds, was haar moeder tegen dit huwelijk geweest. Kijk eens goed, die jongen is zo mooi en dat weet hij zelf, hoor. Zon man is van iedereen. Iedereen kijkt naar hem, en jij krijgt hem van niemand het minst, hoe groot je recht ook is, zei haar moeder bezorgd tegen de smoorverliefde Guusje.
Eén: we hebben een vrouw die zich niet bemind voelt. Twee: ze is nu 43 jaar. Drie: wie zit er nog op haar te wachten
Guusje loopt naar het raam. De zon voelt al warm, net lente. Vrouwendag komt er ook aan, mijmert ze. En wat dan? Weer alleen Bijna heel mijn leven geleefd Wat nu nog?
Van buiten klinkt blond getjilp, gevolgd door driftig getik tegen het raam. Op de vensterbank paradeert een rommelige mus, die Guusje nieuwsgierig aankijkt.
Dat is vast een teken, denkt Guusje. Precies op dat moment slaat de wandklok hard twaalf slagen.
Oké, ik heb nog tijd. Ten eerste: hou je niet van jezelf, dan doet niemand het voor je De deur slaat dicht achter Guusje; in een snelle opwelling vertrekt ze: eerst naar de kapper, dan langs de kledingzaak
Om half zeven staart haar spiegelbeeld vol bewondering terug: een mysterieuze onbekende in een strakke zwarte jurk, vers gekapte korte coupe met eigenwijs gekleurde slierten, ogen vol geheimen (met subtiel aangebrachte make-up), lippen golvend, even bijgestift met glanzende lipstick.
Dus: op je veertigste begint het leven pas echt.
Guusje loopt naar de keuken, komt terug met een glas wijn, toost vrolijk met haar spiegelbeeld: En punt drie: heb ik wel een vent nodig die zo’n vrouw niet weet te waarderen…?
Bij binnenkomst bij de Van Vlietjes wiebelt ze sierlijk op haar hoge hakken. Verrassing alom: diverse mannen snellen toe om haar jas aan te nemen, een stoel bij te schuiven of haar een appeltje te geven. O, is Arjan er ook? Dat had ik niet gelijk door
De tegenstander is totaal verrast door haar entree, compleet uit zijn evenwicht gebracht door haar strategie, en van zijn stuk gebracht door het algehele enthousiasme.
s Ochtends, nog helemaal in zijn oude rol, probeert Arjan revanche te nemen voor zijn verlies de avond ervoor. Gaan we nog ontbijten, of niet?
Maar ditmaal zit hij ernaast; of hij is echt niet goed wakker. Want naast hem ligt niet langer de oude Guusje van vroeger, maar een andere vrouw geen breng-haal-type meer.
Naast hem ademt een zelfverzekerde, zachte, maar ook pittige vrouw.
Met haar warrige haardos bromt ze slaperig: Heb jij ontbijt al gemaakt, lief?
Ze rekt zich uit en, half in slaap, denkt ze tevreden: Zo moet het zijn, schat. Anders keren we gewoon terug naar punt drie.Arjan kijkt haar met open mond aan, zijn hand nog bevroren op het tafelblad. Het is of de ochtendzon nieuwe kleuren tovert in haar gezichtleven, verwachting, kracht. Een ongewone tinteling maakt zich van hem meester, tussen onzekerheid en bewondering in. Guusje glimlacht langzaam, haar blik zacht maar onvermurwbaar.
Voor het eerst realiseert hij zich dat liefde niet bestaat uit vanzelfsprekendheid, maar uit elke dag opnieuw kiezen of gekozen worden.
Ze rolt zich rechtop, streelt kort over zijn hand. Lust je koffie? Zet jij hem vandaag? Haar ogen dansen plagerig.
Zijn mond vormt een aarzelende glimlach een echte, zoals vroeger. Dan staat hij op. Voor jou alles, Guusje.
Ze kijkt hem na en weet ineens: vandaag is de eerste dag van haar nieuwe leven, waarvan niemand nog weet hoe sprankelend het kan worden. Maar zijzij zal het koesteren, stralen, en zichzelf nooit meer vergeten.
En op het aanrecht, tussen oude mokken en kruimels, zoemt de zonneglans over een klein flesje aftershaveeen geur van vernieuwing, klaar om iedere ochtend opnieuw ontdekt te worden.







