Iedereen komt gezellig bij mij thuis samen

Iedereen bij mij thuis

Jolijn van der Velde legde haar tablet opzij en pakte haar telefoon.
– Oma, hoe is het? Hoe voel je je? Gaat het goed? En met opa? Als hij aardappeltjes aan het bakken is, dan is alles vast in orde. Ik ben klaar met werk, haal Daantje op van hockey, dan doen we nog even boodschappen en zijn we zo thuis.

Daarna belde Jolijn een ander nummer.
– Joris, hoi, ik ben op weg naar huis. Zijn jij en Fien al onderweg? Top, opa bakt aardappels, we eten gezellig samen.

Jolijn stond op, stopte haar spulletjes in haar handtas en riep naar haar collegas:
– Doeg allemaal, ik ga! Tot morgen!

– Doeg, Jolijn! Fijne avond.

Snel verwisselde ze haar nette schoenen onder het bureau, trok haar regenjas aan en keek in het snel donker wordende raam. Het was een zachte, herfstige avond. De lichtjes in de stad flonkerden vriendelijk en mensen haastten zich naar huis na een lange werkdag. Jolijn glimlachte naar haar spiegelbeeld in het raam – wie had gedacht dat zíj ooit zon gewoon leven zou leiden. Huis, gezin, thuiskomen terwijl er op haar gewacht wordt. Ze had het nooit voor mogelijk gehouden.

Haar familie mocht dan bijzonder genoemd worden, toch waren ze gelukkig en hielden ze zielsveel van elkaar.

Haar moeder had haar direct na de geboorte verlaten, net na de bevalling in het ziekenhuis in Rotterdam. In het kort briefje van het kindertehuis stond alleen dat haar moeder onbekend was en haar vader niet in beeld. Haar naam had ze van wildvreemden de achternaam Van der Velde, omdat ze in het voorjaar geboren was. Waarom Jolijn? Niemand wist het. Ze speelde altijd liever met jongens. Haar beste vriend heette Joris, een jaar ouder en eveneens Van der Velde om dezelfde reden. Jolijn was een uitstekend leerling, gehoorzaam, behulpzaam en werkte hard op school in de hoop ooit in een gezin opgenomen te worden. Alleen in films zag ze hoe kinderen thuis opgroeiden. Maar zij, lang en wat hoekig, werd door niemand gekozen. Of was het gewoon pech? Toen Joris geadopteerd werd, huilde Jolijn die nacht. Niet uit jaloersheid, maar omdat ze haar enige vriendje kwijtraakte.

Hij keek onder zijn brilletje naar haar:
– Jolijn, wil je dat ik het niet doe?
– Joris, ben je gek? Dat weiger je toch niet? Ga maar, ieder zijn eigen pad.
– Ik vind je wel weer, beloof ik! riep Joris, maar Jolijn lachte: hoeft niet hoor.

Ze maakte haar middelbare school af, ging bouwkunde studeren aan het ROC in Delft en woonde in een studentenhuis. Na haar diploma kreeg ze, omdat ze wees was, een klein flatje aan de rand van Amersfoort. Niet ideaal, maar goed genoeg! Ze vond werk bij een architectenbureau. Zo begon haar volwassen leven. Vriendinnen genoeg op kantoor, maar aan een gezin was ze nog niet toe, vond ze zelf.

Jolijn droomde van een groot huis, een lieve man en kinderen twee, misschien drie zelfs. Kindertjes, spelend en lachend, die zouden roepen: Mama! Papa! Die woorden wilde ze zo graag eens horen warm en nog onbekend. De deur zou opengaan, en dan: Mama, papa zijn thuis! Net als in een sprookje.

Op een dag kwam ze bij haar flat, toen een jongen haar bijna omver liep toen de portiekdeur openging. In zijn hand een damestas. Toen Jolijn naar binnen ging, lag er een oud dametje op de trap.

– Mijn pensioen mijn tas hij duwde me! Mijn bril, waar is mijn bril? Ik zie niks! Jolijn rende direct naar buiten, maar de jongen was al verdwenen. Ze hielp mevrouw weer overeind; gelukkig mankeerde ze niet veel.

– Hoe kan iemand nou zo zijn? snikte de oude vrouw, – waarom toch?

Ze bracht haar naar huis, waar haar zieke man in bed lag. Jolijn bracht voortaan boodschappen, want het pensioen was gestolen. De politie vond de jongen niet, hoewel Jolijn hem dacht te herkennen. De tas dook een paar dagen later gelukkig op zonder geld, maar met de papieren er nog in.

Jolijn kwam steeds vaker bij oma Trees. Opa Willem kreeg thuis hulp, knapte wat op en de stemming verbeterde direct. Ze noemden Jolijn hun kleindochter, nodigden haar vaker uit want er was geen familie verder.

Op een dag ontmoette Jolijn in de bus een jongen. Ze voelde dat iemand naar haar keek en lachte:
– Mevrouw, u komt me zo bekend voor. Hebben we elkaar al eens gezien?

Jolijn lachte, ze dacht van niet. De jongen, Sander, was vriendelijk en onderweg naar huis vertelde hij alles over zichzelf. Dat hij bij zijn moeder woonde, werkte bij een winkel. Hij leek al snel een oude bekende. Sander begon haar na het werk op te halen. Op een dag vroeg ze hem op de thee.

Ze praatten uren bij, en Jolijn vertelde uiteindelijk over haar jeugd in het kindertehuis. Sander keek haar aan of hij iets wilde zeggen, maar durfde niet. Misschien had hij medelijden. Jolijn vond hem lief, maar iets hield haar tegen. Toen gebeurde het onverwachte. Sander kwam weer langs, Jolijn zette water op voor thee. Plots pakte Sander haar handen stevig vast.
– Sander, laten we rustig aan doen, zei ze zacht. Maar hij kneep alleen maar harder, en toen…

Jolijn gilde, en Sander sist:
– Jij dacht me erin te luizen? Ik herkende je wel, trut. Je hielp die oude mensen. Er zeiden anderen dat jij uit het kindertehuis komt! Ik heb je fotorobot gezien, ik moest je uit de weg ruimen. En als je iets zegt, maak ik je leven zuur. Niemand die je gelooft!

Jolijn deed geen aangifte, uit angst voor roddelpraat. Maar een maand later werd ze met spoed naar het ziekenhuis gebracht. Een buitenbaarmoederlijke zwangerschap, een gescheurde eileider kinderen krijgen kon waarschijnlijk niet meer.

Oma Trees verzorgde haar liefdevol. Fluisterde troostende woorden, gaf haar bouillon en kruiden om kracht te geven. Na weken in het ziekenhuis keerde Jolijn terug, verloren. Waarom, dacht ze, waarvoor verder leven? Ze werd stiller; uiteindelijk brachten haar voeten haar naar de abdij net buiten Amersfoort. De herfst was laat, de lucht diepblauw; de goudkleurige koepels fonkelden en de klokken luidden over het land.

– Van der Velde Jolijn? hoorde ze ineens.
Ze draaide zich om. Een man in een tuinpak lachte blij Jolijn! ik zocht je juist!

– Joris, ben jij het? riep Jolijn.

Ze omhelsden elkaar en huilden. Joris veegde haar tranen weg:
– Kom, we gaan in de eetzaal. Er is lekkere havermout en appelgebak. En dan praten we bij.

Ze vertelde hem alles, hij deed dat ook. Hoe hij werd geadopteerd maar stelselmatig werd geslagen door zijn stiefvader, hoe hij uiteindelijk wegliep. Nu woonde hij en werkte op de abdij. Hij vond eindelijk rust.

Nadien dacht Jolijn: wat een onverwachte wending had haar leven toch genomen dankzij Joris. Ze wilde aanvankelijk niet eens naar huis terug. Meerdere dagen verbleef ze op het klooster. Daar bedachten ze samen een plan. Oma Trees en opa Willem boden Jolijn al vaak hun woning aan, maar Jolijn en Joris namen een nog mooier besluit.

Oma Trees en opa Willem sprongen een gat in de lucht samenwonen! Ze hadden nooit durven dromen dat iemand hun gezelschap zou willen, zo oud en gebrekkig als ze waren.

Nu zijn Jolijn en Joris Van der Velde al vijf jaar getrouwd en wonen ze aan de rand van Leiden in een ruim appartement. Oma Trees en opa Willem horen er echt bij en voelen zich helemaal thuis. Ze zijn de oudsten, de wijze raadgevers van het gezin want ze zijn niet meer alleen. En twee jaar geleden vervulde Jolijn haar grootste droom: ze adopteerden Daantje en Fien, kinderen uit hetzelfde kindertehuis waar zij en Joris zelf opgroeiden.

– Joris, weet je nog hoe we hoopten dat iemand ons meenam, dat we een huis kregen? zei Jolijn met glinsterende ogen, – kijk nu naar onze kinderen. Laten we zweren: wij worden precies zulke ouders als wij ons ooit wensten.

Nu klinkt thuis:
– Mama, waar is papa? Oma, kom je kijken wat wij met opa hebben gebouwd?

Wat er vroeger gebeurde, daar denkt Jolijn liever niet meer aan. En toch, op een dag fluisterde oma Trees dat Sander was gepakt. Wederom voor iets slechts, en hij had nu een lange gevangenisstraf.

Recht zal geschieden in dit leven, en daarna. Maar Jolijn leerde: wie liefde geeft, wordt nooit vergeten. Familie en geluk vindt men vaak daar, waar je het het minst verwacht, als je blijft geloven in warmte, een open hart en de kracht van vergeven.

Please rate
Bagattia News
Iedereen komt gezellig bij mij thuis samen