Marijke kwam onverwacht vroeger thuis met lekkernijen van haar ouders. Ze wilde haar man verrassen, maar in plaats van een warm welkom, stuurde Hugo haar onmiddellijk naar de supermarkt. De gevolgen bleken onvoorspelbaar.
De zware boodschappentas trok zo aan haar schouder dat Marijke zich verslikte in een zucht. Haar onderrug speelde alweer op het was haar vaste metgezel de laatste twee maanden. Voorzichtig zette ze de tassen op het hobbelige tegelpad bij de bushalte.
Ze zuchtte diep. De baby in haar buik protesteerde met een schop. Zes maanden zwanger dat viel niet mee. Vooral als je je man wilt verrassen door drie dagen eerder terug te komen uit Leeuwarden dan was afgesproken. Ze had hem zo gemist, dat ze de laatste kilometers de lantaarnpalen telde vanuit de bus.
Wat zou Hugo nu aan het doen zijn? Hij heeft vast geen idee dat ik al in Haarlem ben nog maar tien minuten lopen tot huis. De stoep leek eindeloos. De tassen zaten vol met vaders appelstroop, moeders zelfgemaakte stoofperen, en harde kazen samen leken ze wel honderd kilo te wegen.
Na vijftig meter wist Marijke: dit ging niet lukken. Haar rug hield het niet vol.
Ze pakte haar mobiel en belde Hugo.
Hugo, schat? Hoi! fluisterde ze zodra hij opnam.
Marijke? Wat is er? Gaat het wel? klonk hij zenuwachtig.
Niks ergs. Ik ben thuis! Sta bij de halte tegenover ons huis. Wil je even naar beneden komen? Die tassen zijn niet normaal zwaar, mam heeft weer veel te veel meegegeven
Het werd stil aan de andere kant. Marijke keek zelfs op haar schermpje of het gesprek niet was verbroken.
Ben je nu bij de bushalte? Echt? Waarom zeg je niets? We hadden toch donderdag afgesproken!
Het was een verrassing, Hugo. Ben je niet blij? Ik ben kapot. Kom me even halen, alsjeblieft.
Wacht even! Niet naar huis lopen. Of juist wel Marijke, luister, thuis is niks meer te eten. Heb gisteren alles opgemaakt. Kun je langs de AH To Go lopen, die op de hoek? Neem even een goed stuk runderlappen mee. Heb vandaag vrij genomen om een fatsoenlijke Hollandse maaltijd voor je te koken. Wilde je goed ontvangen.
Welk vlees, Hugo? Marijke kneep met haar ogen. Ik sta zes maanden zwanger op straat met zware boodschappentassen! Ik kan niet meer. Thuis ligt nog aardappels zat, eieren ook. Haal me gewoon op, ik wil eten en slapen.
Liefje, snap je het niet? Het duurt echt niet lang, winkel is om de hoek. Neem vlees en verse aardappels, die we hebben zijn helemaal gerimpeld. Vraag iemand om te helpen met sjouwen, of doe rustig aan, beetje bij beetje. Het is voor ons! Ik maak alles klaar.
Marijke staarde naar haar rode handen. Bitterheid greep haar bij de keel.
Ben je gek geworden, Hugo? Serieus? Je kunt zelf niet even naar beneden of boodschappen doen?
Ben al begonnen, alles aan kant aan het maken. Als ik nu ga, klopt straks het hele plan niet meer. Acht ons runderlappen, aardappels, in zon netje. Ik wacht op je!
Hij hing op. Marijke bleef naar het zwarte scherm staren. Ze wilde huilen daar op die verlaten stoep onder het koude licht van een lantaarnpaal. Geen knuffel, geen welkom, maar op pad voor biefstuk. Misschien had Hugo echt iets bijzonders voorbereid? Ze haalde diep adem, greep de tassen, en sjokte naar de winkel.
Ze duwde het winkelwagentje door de lege Jumbo, waarbij de slaperige caissière haar meewarig aankeek. Het vlees was zwaarder dan gedacht, het zakje aardappels nauwelijks te tillen. Toen ze buiten kwam, voelde haar handen als verdoofde klauwen.
De telefoon trilde opnieuw.
Heb je alles? vroeg Hugo opgewekt.
Ja, beet Marijke hem toe, ik ben bij de portiek. Doe open.
Wacht! Kom niet omhoog. Even buiten wachten, tien minuten, oké?
Tien minuten!? Hugo, ik kan niet meer staan! Mijn enkels zijn dik, ik ben op.
De verrassing is nog niet klaar! Anders is alles voor niks. Even op het bankje zitten, Marijke, echt, vijf minuten maar, beloofd. Ik moet even doorpezen!
Met lood in haar benen zakte ze op de houten bank voor hun flat. De boodschappentassen bonkten naast haar op het koude beton. Ze had het liefst dat verdomde vlees naar boven gegooid, tot op de derde verdieping.
Tien minuten verstreken, toen twintig. Marijke voelde haar geduld verdampen. Ze fantaseerde over haar entree: Bossen tulpen? Kaarslicht-ontbijt? Een pianist in de hoek? Maar niets was het wachten in haar toestand waard.
Na vijfendertig minuten piepte de deur van het portiek. Hugo stormde naar buiten, shirt binnenstebuiten, zwetend en met warrig haar.
Ha, daar zit je! Waarom die lange lip? Kijk die frisse lucht Oh. Laat maar, kom snel!
Waarom ben jij zo nat, Hugo? vroeg Marijke, terwijl ze overeind kwam en steun zocht.
Wacht maar af! zei hij opgewekt, half hollend naar binnen.
Boven zwaaide Hugo met een triomfantelijk gebaar de deur open. Marijke liep naar binnen. Het rook scherp naar bleekmiddel en goedkope luchtverfrisser, zeebries.
Ze liep door naar de woonkamer, dan de keuken, de badkamer. Het hele appartement was blinkend schoon. Alles lag opgeruimd, de stoelen leeg, vloerkleed stofvrij, de plankjes zonder stof alleen haar beeldjes stonden wat verloren bij elkaar.
Nou? Wat vind je ervan? S-U-R-P-R-I-S-E! Hugo straalde.
Marijke keek hem langzaam aan. Is dit alles? vroeg ze zacht.
Alles? Wat bedoel je?! Marijke, ik heb bijna drie uur gepoetst! De hele vloer, tot onder de bank. Alle vaat, wc is schoner dan ooit! Ik wilde dat je thuiskwam in een tiptop huis, zodat je zelf niks meer hoefde te doen. Heb me rot gewerkt, speciaal voor jou!
Haar keel kneep dicht.
Dus voor een schone vloer moest ik in deze staat vlees en aardappelen halen, en twee keer sjouwen?
Ja, natuurlijk! Ik wil gewoon goed doen. Je klaagt altijd dat ik te weinig help, nu deed ik alles zelf. Jij kwam te vroeg, dus moest ik improviseren. In plaats van dankjewel krijg ik commentaar!
Ben je gek, Hugo! Marijke schreeuwde nu. Ik geef niks om die vloer. Mijn rug doet zeer, ik had zware tassen. Ik ben zwanger, snap je? Je had gewoon naar me toe moeten komen.
Hugo werd rood, gooide de poetsdoek in de gootsteen.
Altijd hetzelfde liedje! Ik werk me al uit de naad sinds vijf uur, speciaal voor jou en ga koken! En dan doe je zo! Zie jij wel hoe schoon het is? Op onze trouwdag lag er nog stof!
Waarom moest het ten koste van mij? riep Marijke huilend. Ik heb in de kou op de bank gezeten, een half uur! Je liet me boodschappen doen terwijl ik nauwelijks kon lopen. Dat is geen verrassing, dat is oneerlijk!
Oneerlijk? Andere vrouwen zouden hier blij mee zijn! Alles schoon en eten geregeld. Jij denkt alleen aan jezelf. Jij en je zeurende rug! Je weet niet hoe moe ik ben, ik sliep de hele nacht niet omdat ik op je wachtte!
Marijke verborg haar gezicht.
Je snapt het gewoon niet, Hugo. Je hebt mijn welzijn ingeruild voor een schoon huis.
Het is jouw schuld! Jij kwam te vroeg, daardoor was alles in de war! Hád je gewoon donderdag gekomen, was alles top! Nu maak je van mij de schurk. Je bent gewoon ondankbaar, Marijke!
Hij stormde weg en gooide de slaapkamerdeur dicht.
De baby schopte onrustig. Marijke liet zich op een stoel vallen, starend naar het vlees dat Hugo nog steeds niet in de koelkast had gelegd. Ze werd misselijk.
Na tien minuten kwam Hugo weer de keuken in.
Wil je dat ik het vlees klaarmaak, of heb je geen honger meer, alleen maar om me te pesten?
Laat maar zitten, Hugo, zei Marijke zwakjes, zonder op of om te kijken. Laat me met rust. Ik wil gewoon slapen.
Ook goed, snauwde hij, en smakte de deur dicht.
Marijke strompelde naar de badkamer. In de spiegel keek een bleke vrouw met wallen haar aan.
Ze dacht aan hoe ze Hugos armen had voorgesteld: Gelukkig, je bent thuis. Ja, dat had er niet ingezeten. Toen ze terugkwam, barstte opnieuw een ruzie los, om iets kleins.
Die avond verliet ze het huis zoals ze was binnengekomen met haar tas en jas. Ze nam een trein terug naar haar ouders.
Iedereen heeft haar afgeraden te scheiden: schoonouders, nichten, verre familie. Ook Hugo belde elke dag, smeekte haar terug te komen en beloofde beterschap. Maar Marijke wist het zeker: zon man wil ze niet. Ze zou onvermijdelijk de scheiding aanvragen. Waarom zou haar kind een vader moeten hebben die poetsen belangrijker vindt dan hun gezondheid?







