Jeetje, ik wil je even iets vertellen Weet je, ik heb dertig jaar in een textielfabriek in Tilburg gewerkt, gewoon om te zorgen dat mijn kinderen het beter zouden hebben. Voor mijn zeventigste verjaardag hadden ze samen een bloemetje geregeld, zon mand vol rozen en lelies, met de bezorging netjes aan de deur.
Dus daar stond ik, midden in mijn lege flatje, met dat mandje bloemen dat ik net van de koerier had aangenomen. En voordat ik het doorhad, had ik tranen in mijn ogen. Vijftien, twintig jaar geleden, zou ik nooit geloofd hebben dat ik mijn zeventigste verjaardag zo zou doorbrengen. Maar ja, het leven trekt toch altijd zijn eigen plan. Niemand die vraagt of je klaar bent voor de clou.
Die donderdagochtend was ik uiteraard alweer om zes uur wakker. Gewoonte, hè? Ik heb dertig jaar iedere morgen de wekker voor dag en dauw uitdrukken, hup onder de douche en op naar de fabriek. In Tilburg waren toen nog best wat van die naaiateliers en overal zaten vrouwen gebogen over de naaimachines, naalden in hun vingers, dromen in hun hoofd geplakt voor hun kinderen. Want ja, voor wie anders deden we het?
Mijn Jan, rust zacht, werkte bij de NS. Samen hielden we het gezin draaiende. Het was geen vetpot, maar we kwamen rond. Begonnen in een klein appartementje in West, later verhuisden we naar een portiekwoning in Oost. Altijd stadsverwarming, balkon met uitzicht op de fietsenstalling beneden, dat wel. Maar onze kinderen, Bas en Marije, ze kwamen nooit iets tekort. Altijd schone kleren, verse stamppot, goeie boeken voor school. Bas kreeg bijles Engels, Marije zat op een computercursus ik snap nog steeds niet precies wat ze daar leert, maar ze verdient er haar geld mee. Jan draaide vaak overuren, ik naaide s avonds gordijnen of feestjurkjes voor de buren.
En achteraf Ja, ik ben trots. Bas is nu advocaat in Amsterdam, eigen praktijk. Marije heeft een kleine marketingbureau in Utrecht, geen idee precies wat ze doet, maar mensen betalen haar goed, dus mij hoor je niet klagen. Eerlijk, ik ben apetrots op ze. Alleen, die trots proeft tegenwoordig een beetje wrang alsof je thee krijgt zonder suiker: het lijkt hetzelfde, maar toch mis je wat.
Jan is nu acht jaar dood. Hartstilstand, plotseling, zonder afscheid. Dat eerste jaar belden de kinderen iedere dag. Het tweede jaar iedere week. Nu belt Bas op zondagmiddag, tussen soep en toetje, als hij tenminste niet vergeet. Marije stuurt korte appjes, soms zon Mam, alles goed? Dikke kus. En dan stuur ik terug: Prima, lieverd. Wat moet ik anders schrijven? Dat ik ‘s avonds praat tegen de tv? Dat de caissière bij de Jumbo op zaterdag de enige is die een praatje met me maakt?
Weet je, ik had me een week lang verheugd op mijn verjaardag beetje stom misschien. Ik had een echte Limburgse vlaai gebakken, nieuwe tafelkleed gehaald met grote zonnebloemen erop, het mooie servies uitgestald dat ik ooit van Jan kreeg met ons trouwen altijd voor de goede gelegenheden. Vier borden, want Bas had gezegd: Ik probeer te komen, en Marije appte slechts Even kijken hoe mijn agenda loopt.
s Ochtends belde Bas. Klinkt al moe aan de lijn. Mam, het spijt me, ik heb ineens een zaak in de rechtbank verschoven van volgende week naar vandaag. Kan echt niet afzeggen. Rond zaterdag kom ik zeker even langs, goed?
Een uur later had ik een appje van Marije. Niet eens gebeld. Mam, dikke stress, presentatie in Rotterdam, red het niet, hou van je, het weekend halen we het in!!! Drie uitroeptekens. Alsof extra uitroeptekens compenseren dat ze er niet bij is.
Ik stond in de keuken, keek naar die vier borden, naar de vlaai, naar het zonnebloemenkleed dat ineens zo overdreven vrolijk leek. Heb alles maar weer in de kast gezet; borden opgestapeld, kleed opgevouwen, de vlaai afgedekt.
Om drie uur ging de bel. Koerier voor de deur jonge vent, begin twintig, donkerblauw jack. Had een bloemenmand bij zich, rozen, lelies, en nog wat, god weet wat het was. En een kaartje: Lieve Mam, gefeliciteerd en heel veel gezondheid! Bas & Marije.
De koerier lachte: Van harte gefeliciteerd mevrouw, u bent duidelijk geliefd. Ik pakte die mand aan zwaarder dan verwacht. Heb hem in het halletje op een bijzettafeltje gezet, voordeur dicht. Ben vervolgens op het krukje gaan zitten bij het kapstokrek, gewoon even zitten, vijf minuten, misschien twintig, ik weet het niet. Het rook zó sterk naar bloemen dat ik er een beetje misselijk van werd.
s Avonds belde Mieke, mijn buurvrouw en toch wel vriendin. Ze is 75, woont een verdieping lager, net zon alleenstaande ouwe taart als ik. Gerda, je bent jarig, kom een bakkie doen, ik heb appeltaart gebakken. Dus ik ben gegaan. Hebben we samen tot tien uur zitten kletsen. Mieke vroeg niet naar de kinderen. Hoefde ook niet.
Zaterdag kwam Bas wél, alleen, zonder zijn vrouw en kinderen. Drie uurtjes, waarvan hij er één op het balkon met zn telefoon stond. Liet een envelop met vijftig euro achter op het dressoir, voor jezelf, mam. Marije had het weekend afgezegd: Onverwacht druk, mam. Met Kerst zie ik je sowieso!
En toen viel eindelijk het kwartje. De kinderen houden wel van me. Op hun manier, in hun tempo, ergens tussen de rechtszaken en hun netwerkevents door. Ze houden van me zoals ik vroeger van mijn werk hield trouw, nooit half, maar met het hoofd bij de verplichtingen en het oog op de klok. Dertig jaar heb ik gewerkt zodat zij meer kansen kregen en nu betaal ik de prijs. Een leeg huis, maar ja, hun leven ís beter.
De vlaai hebben Mieke en ik samen opgegeten. De bloemen hebben een week gestaan en toen werden ze bruin. Die envelop heb ik in de la gelegd, bij de papieren van Jans pensioen.
Gisteren heb ik mezelf een busreisje kado gedaan naar Limburg met een groep senioren. Mieke gaat ook mee. Toen ik Marije vertelde dat ik zelf op pad ging, was ze echt verbaasd: Mam, sindsdien boek jij uitjes?!
Vanaf mn zeventigste verjaardag, schatje, zei ik.
Even bleef het stil aan de andere kant van de lijn. Drie seconden maar. Toen zei Marije Leuk, mam, en begon over haar werk. Maar die drie seconden waren eigenlijk meer waard dan haar hele app vol uitroeptekens. Ze zal het zelf nog wel merken, ooit, als zij haar zestigste viert en er een lege stoel aan haar tafel staat. Maar ik wacht daar lekker niet op.
Ik ben zeventig. Ik heb goeie benen, een buskaartje en een buurvrouw die appeltaarten bakt. Wat zou Jan gezegd hebben? Ger, niet piepen, gewoon gaan. Dus dat doe ik.







