Vroeger, in een klein dorpje nabij Haarlem, woonde oudgediende Miena de Wit. Iedereen noemde haar gewoon Miena. Ze zuchtte eens diep terwijl ze zich met moeite op haar andere zij draaide. Haar gewrichten deden pijn, haar voeten waren opgezwollen. Ze was het zat om telkens naar het ziekenhuis te sjokken en de behandelingen waren haar al lang zwaar gevallen.
Miena woonde altijd alleen. Ze was nooit getrouwd, maar jaren geleden, uit haar eerste liefde, was haar zoon geboren. Op een middag, terwijl de regen tegen de ramen tikte, werd de stilte in haar huis doorbroken door een bel aan de deur. Met moeite kwam ze overeind en opende.
Op de stoep stonden haar zoon, Jan, samen met zijn vrouw Suzanne. Aan hun hand een jongetje van vier jaar met een klein autootje in zijn vuist. En dan nog een enorm grote hond, zo groot had Miena ze nog nooit gezien.
Mam, we kunnen nu echt niet anders, zei Jan snel. We moeten terug naar huis, maar Melle en Kroket blijven bij jou. Over vijf dagen zijn we terug en halen we ze weer op!
Maar ik ben ziek. Ik kan amper lopen, zei Miena hulpeloos, met haar hand stevig op de deurpost.
Echt, we wilden je niet lastigvallen, mam, snikte Suzanne zacht. Maar je weet hoe het is, acht uur rijden naar Maastricht met een kind en die grote hond Mijn moeder, ja… ze is er niet meer. En Suzanne brak in tranen uit.
Melle begon ook te huilen, Kroket zuchtte diep. Miena voelde het in haar hart: ze moest iets doen.
Zes maanden geleden waren haar klachten begonnen, terwijl ze toch pas 60 was geworden. Overal om haar heen zag ze ouderen met rollators en wandelstokken lopen. Gezondheid kan zo ineens zomaar omslaan.
Ze dacht ineens aan haar schoonmoeder, Ria de Groot, ook al zo ziek. De vader van Suzanne, Henk de Groot, was alweer jaren geleden gestorven. En nu haar schoonmoeder, opeens weggenomen door een ziekte. En dat terwijl ze nog jonger was dan Miena.
Zonder veel woorden namen Jan en Suzanne afscheid. Nu zat Miena daar, met pijn in haar schouder en haar benen, tegenover haar kleinzoon en de hond.
Het jongetje omhelsde de hond en die likte hem liefdevol terug.
Melle, bijt hij niet? Hij is wel erg groot. Jullie hadden beter een poedel kunnen nemen! Wat is dit eigenlijk voor beest? vroeg Miena met een mengeling van angst en verwondering.
Dat is Kroket, oma. Een Engelse bulldog. Hij is heel aardig! antwoordde Melle trots en kroop nog dichter tegen de hond aan.
En moet hij dan uitgelaten worden? Miena voelde de paniek opkomen.
Ze had zelf alleen maar ooit katten gehad (en die tijd lag alweer ver achter haar). Een hond verzorgen kende ze totaal niet.
Toch voelde ze diep verdriet om de schoonmoeder die ze nu moest missen, maar ze kon zich amper voorstellen hoe ze met haar eigen kwalen voor deze beweeglijke jongen én de grote hond moest zorgen.
Hij moet eten. Hij houdt van vlees en van pap. En nu is het al tijd om te wandelen, oma! Kom, ik trek mijn laarzen wel aan, riep Melle vrolijk.
Miena wist niet eens meer wat ze die eerste keer aantrok. Melle drukte haar een riem in haar hand, zelf pakte hij haar andere hand stevig beet. Zo gingen ze op pad.
Ze was al een week niet meer buiten geweest, zo slecht had ze zich gevoeld. Maar nu liep ze. Door de pijn, met tranen in haar ogen. Wat kon ze anders? Voor haar kleinzoon, voor die hond, was er niemand anders om te helpen.
Kroket liep rustig mee aan de lijn, blafte niet eens naar andere honden. Voor het eerst voelde Miena een beetje bewondering voor hem. Ze liep rechtop toen ze langs de buurvrouwen liep, die op hun vaste bankje zaten te roddelen.
Heb je bezoek, Miena? Je zei toch dat je ziek was? riep buurvrouw Corrie. Hoe ga je dat doen met dat kind en die hond? Je valt nog om! Wat een onverantwoordelijkheid van je kinderen! Op een zieke oma alles afschuiven en zelf zeker vakantie gaan vieren!
Miena voelde Melles hand verkrampt in de hare en zelfs Kroket keek Corrie verwijtend aan.
Hou toch op met dat gesnater! Omdat mijn zoon zn moeder durft te vragen, brengen ze hun kind tenminste nog naar oma! Kroket is een kampioen, Corrie! Geen straathond! En Melle is hier omdat zijn andere oma begraven moet worden, geen vakantie.
Ze liep stevig door, vergat zelfs haar pijn.
In de lift trok ze Melle dicht tegen zich aan. Jij bent altijd welkom bij oma!
Oma ga jij ook niet naar de sterrenhemel, zoals oma Ria? Mama en papa zeggen dat zij nu daar woont, maar ik heb verder niemand meer… Ga alsjeblieft niet, oma. Ik houd zo veel van jou! snikte Melle, met zijn armpjes om haar knieën.
Wat zeg jij nou, jongen! Oma blijft nog heel lang bij jou. Ik breng je naar school, naar de universiteit, ik wacht tot je volwassen bent! Je zult nog wel eens genoeg van mij krijgen!
En zo was het. Ondanks de pijn maakte Miena een warme maaltijd, waggelde eenmaal naar de supermarkt en ging s avonds wandelen met Kroket. Net zo rustig als altijd liep de hond aan haar zijde.
Toen de avond viel en jongen en hond sliepen, slikte Miena haar medicijnen met een zucht. Alles deed pijn. Toch wist ze: er is niemand anders meer om op te rekenen. Melles angstige woorden klonken nog na in haar oren.
O Heer, geef me kracht. Laat de pijn een beetje wijken, niet voor mij maar voor mijn kleinzoon, fluisterde ze.
De volgende dag speelden ze samen met autootjes op het tapijt. Opeens merkte Miena dat ze weer op handen en knieën tussen de speelgoedautos kroopiets wat ze in jaren niet had gedaan. Ze kookten samen pap, baadden Kroket die zich in een vieze Hollandse lentemodderpoel had gerold.
Tot haar eigen verbazing gaf Miena de hond een dikke knuffel. Hoe kon ik denken dat je eng was? Wat een prachtbeest ben je toch!
Oma, weet je waarom hij Kroket heet? vroeg ze aan Melle.
Hij houdt van kroketten, maar hij heeft eigenlijk een ingewikkelde naam die met een K begint. Kroket is leuker! lachte Melle.
De dagen vlogen voorbij. Verhaaltjes werden voorgelezen, samen keken ze met een tablet naar filmpjes, maakten woorden, telden letters. Kroket lag het liefst in de oude leunstoel en probeerde iedereen om te kopen met smekende ogen als er kaas of ijs was.
Na een paar dagen belde Jan vol ongerustheid: Mam, houd je het wel vol? Sorry dat we je dit aandoen. Nog even en we komen jullie ophalen.
Het gaat prima! Ik ben oma, daar ben ik voor. Blijf gerust zo lang het moet. Suzanne heeft jouw steun nodig, nu haar moeder weg is. Maak je geen zorgen om mij. Met wat wilskracht komt alles goed!
Toen Jan en Suzanne eindelijk terug reden naar het huis in Haarlem, hadden ze allerlei zorgen over hoe Miena zich hield.
Jan! Is dat niet jouw moeder, daar rennend bij het speelveld?
Dat is ze! Ongelooflijk, wat een vrouw!
Over het gras draafde Miena achter een bal aan, samen met Melle en Kroket. Ze had het idee dat ze in eeuwigheden niet meer gerend had.
Toen het tijd werd om afscheid te nemen, klampte Melle zich huilend aan zijn oma vast.
Melle, ik kom over twee weken bij je logeren! Dan gaan we naar het pannenkoekenhuis, en op de draaimolen! Je wacht maar af! riep Miena vrolijk, terwijl ze haar kleinzoon stevig optildehanden die daarvoor nog geen theepot konden vasthouden.
Mam! Hij is veel te zwaar voor je! riep Jan verontwaardigd.
Welnee! Dag lieve jongen. Tot snel, Kroket! Oma komt gauw weer wandelen met je!
Miena vertelde mij dit verhaal zelf. Ze strompelde vroeger door de straat van de pijn, en nuplots, alsof er magie in huis was gekomenwas ze weer in beweging. Niemand in het dorp kon het geloven.
Melle en Kroket hebben me genezen, zei ze lachend. Je moet niet blijven liggen, anders kom je nooit meer overeind. Je moet jezelf niet zielig vinden. Niet altijd zijn medicijnen het antwoordsoms is liefde het grootste wondermiddel. Ik dacht aan hoe het verder moest met ze als ik niet opstond. En dus deed ik het. Want ik werd weer nodig gevonden.
Je leeft voor de kleine handjes van je kleinkinderen, voor je kinderen, je partner. Zelfs voor een trouwe hond of kat die je nodig heeft.
Bid gerust dat de pijn verzacht. Maar vooral: verzamel je moed. Er is niks wat een mens niet aankan. In moeilijke tijden vindt je lichaam kracht die je niet kende.
En leef! Geniet van elke dag. Voor hen die van je houden!
Zo had Miena het het hele dorp geleerd.
Vrienden, mocht je meer van dit soort verhalen willen lezen, laat dan je reactie achter en vergeet niet een duimpje omhoog te geven. Jullie reacties geven ons inspiratie om door te schrijven!







