Liesbeth neemt haar verloofde mee naar het dorp, maar hij stelt haar een onverwachte voorwaarde…

Dagboek, augustus de dag dat mam thuiskwam

Ik was aan het voetballen op het erf, de geur van vers gemaaid gras in de lucht, toen ik plots de bus van het dorp de bocht zag omkomen over het zandpad langs de weilanden. Mijn bal schoot ik onder mijn voet vandaan, mijn blouse met blauwe ruitjes wapperde open van de wind terwijl ik zo hard als ik kon richting de bushalte rende.

Mama, dacht ik alleen maar. Mama is terug!

Maar deze keer kwam mama niet alleen uit de bus. Naast haar liep een stevige man in een lichtgrijs pak, een aktetas wiegend naast zijn knie, net een directeur uit het gemeentehuis. Mijn hart bonsde in mijn borst, maar ik greep meteen mamas hand en keek haar blij aan.

Dag, mijn lieve jongen, zei ze zacht, terwijl ze bukte om een kus in mijn haar te drukken. De man lachte breed, streelde stevig door mijn blonde haar en riep: Zo, kerel, jij bent vast Guusje. De klap op mijn kruin was bijna te enthousiast; ik wiebelde kort op mijn benen.

Kom gauw naar binnen, het eten staat klaar!, nodigde oma, mevrouw Bekkema, vriendelijk uit.

Hartelijk dank, moeder, zei meneer Van Dijk, de nieuwe vriend van mama, duidelijk onder de indruk van de tafel vol schalen, aardappels, komkommersalade, boerenbrood en een stoofpot van rundvlees.

Ja, kijk eens aan, de echte Hollandse heerlijkheid. In Amsterdam is alles op de bon, crisis dit, crisis dat, en hier draait alles gewoon door. Hij wees op de potten zelfgemaakte appelmoes en verse melk. Eigen kaas, verse melkeigen groenten Mij maak je niet wijs dat het leven in de stad beter is.

En zolang we het kunnen, houden we het boerenleven aan, zei opa, meneer Bekkema kleine, zwijgzame man, zijn handen verhard door decennia op het land.

Wij redden ons ook wel in de stad, hoor, pochte meneer Van Dijk. Via familie krijg ik altijd wel wat lekkernijen geregeld, zo kan ik Linda nog eens wat speciaals mee naar huis nemen.

Terwijl ik luisterde, dacht ik na. In Haarlem, waar ik met mama woon, gluurde ik vaak jaloers naar de vaders van mijn vrienden tijdens het voetballen op het plein. Hoe zou het zijn als ik ook zon vader had? Eentje die met mij naar het Dolfinarium, Ajax of de Efteling ging. Soms stelde ik me voor dat papa misschien zo was als de vader van Nick of Tom. Of helemaal niet.

Nu zat deze meneer opeens naast mama aan tafel. Zou dit dan mijn vader worden?

Ik pakte het houten vliegtuigje dat opa voor mij had gemaakt: zo strak en glad gezaagd dat het net echt leek, met een propellertje dat kon draaien. Met kloppend hartje liep ik naar meneer Van Dijk. Kijk eens hoe mooi opa hem heeft gemaakt, zei ik zachtjes, terwijl ik het vliegtuigje aan hem gaf.

Meneer Van Dijk draaide het meteen hard, het propellertje schoot van de spat en rolde onder de kast. Niet zo stevig, hè, die Hollandse knutseldingen, lachte hij, duwde het toestelletje in mijn hand en stalde zich breeduit terug aan tafel. Met een schuin oog keek ik naar opa, die alleen maar knikte. Komt goed, ik maak m wel heel vanavond.

Van Dijk werkt als chef van de service-afdeling bij ons in de fabriek, vertelde mama opgewekt. Ze gleed borden dichter naar hem toe nog een harinkje, nog een pannenkoek met stroop? Hij vulde zijn mond, keek haar tevreden aan.

Mama was dertig, na jaren als coupeuse werken eindelijk opnieuw verliefd, en nu dacht ze voor het eerst serieus aan trouwen. Een degelijke man, ouder en verstandiger dan zij, iemand met een vast salaris. Ik zag hoe ze steeds weer eten opschepte, alsof ze wilde laten zien hoe goed ze voor hem wilde zorgen.

Buiten op het stoepje spreidde meneer Van Dijk zijn armen uit en riep: Man man, wat een heerlijke frisse lucht, je voelt je hier meteen weer mens!

Vind je het hier fijn, Arie? vroeg mama, onzeker.

Jeetje, zeker weten, grijnsde hij.

Dan blijven we nog even, en morgen terug naar huis. Guusje moet naar Haarlem, want zn schooluniform moet nog gekocht worden.

Zeg Linda, waarom neem je die jongen eigenlijk mee naar de stad? Is hier niet gewoon een school?

Wel, het is hier maar de basisschool zei mama weifelend.

Laat hem dat jaar hier maar afmaken, meer frisse lucht, gezonder eten. Je ouders zorgen goed voor hem, en wij kunnen rustig samenwonen, beetje opknappen in jouw flat. Als het allemaal gelukt is, halen we hem gewoon weer op. Dat scheelt zoeken en geregel in de stad. Ja toch, Linda?

Oma keek bezorgd naar opa, die op zijn lip beet hij vond het niks, dat zag ik zo. Mama ook niet, maar Van Dijk lachte alleen maar.

Moeten we even overleggen, hoor, zei opa. Maar Van Dijk haalde zijn schouders op, stortte zich weer op zijn bord stoofpot, en daarmee leek het geregeld.

Later die dag kwam mama bij me zitten, haar stem zacht terwijl ze uitlegde waarom zij mij voorlopig bij opa en oma zou laten. Ik knikte, maar voelde opeens een steekje in mijn borst. En toen mama en Van Dijk samen op de bus naar huis wachtten, kroop ik weg in de schuur achter een stapel hout.

Niemand kon me vinden; ik hoorde oma zoeken op zolder, in opas werkplaats. Mijn oude fiets stond naast het schuurtje, maar ik vertikte het naar buiten te komen. Enkel de gebroken propeller in mijn hand, mijn ogen nat zonder dat ik precies wist waarom. Lachend zei ik altijd dat ik nooit huilde, zelfs niet toen opa me eens te pakken had genomen met een dikke wilgentak. Toen verdiende ik het, wist ik nog; nu begreep ik niet waarom ik opeens zo moest huilen.

Guusje, daar ben je!, riep oma opgelucht, toen de bus al weg was. Ze sloeg haar arm om me heen. Niet verdrietig zijn jongen, mama komt over een maand terug, net als beloofd. We gaan samen naar het stadje voor je nieuwe schoolkleren, en bij ons kun je altijd blijven logeren. Toch?

Ik dacht aan de jongens uit mijn klas, aan het schoolplein in Haarlem, en de wens om terug te gaan werd even heel sterk. Maar stiekem vond ik het hier bij opa en oma ook fijn. In de zomer was dit mijn plek, in de herfst en winter wachtte het stadsleven weer.

De dagen gingen sneller dan ik dacht. Voetbal, hutten bouwen Soms, als ik even alleen was, voelde ik opstand, maar dan was het ook weer voorbij.

Toen, opeens, rondde mama de hoek. Oma liet van schrik bijna de melk emmer vallen.

Linda, ben jij dat al? zei ze verbaasd.

Ik kon niet langer wachten. Voor jou en papa misschien gek, maar ik wil Guusje meenemen. Meneer Van Dijk wordt het niet, die is al aan het scharrelen met de boekhoudster van de fabriek. Voor haar haalt hij nu de lekkernijen van het distributiecentrum want zij heeft geen kinderen, snap je? En tegen mij zei hij: als jij met mij wilt trouwen, dan blijft Guusje wel in het dorp.

Oma keek verdrietig, maar trok me tegen zich aan. Misschien is het zo beter, meisje. Dat je voor je kind kiest, niet voor het gemak.

Dat denk ik ook, mam. Ik zorg zelf wel voor Guusje, en straks gaan we samen die nieuwe boekentas halen, een mooi pak voor school, en dan samen door naar groep zes. We hebben nooit wat tekort gehad, en dat houden we zo. Meer heb ik niet nodig geen pakjes van het distributiecentrum, maar een echte familie.

Daar verscheen ik, het erf over lopend, verbaasd dat mama er was. Alles wat ik bedacht had, al die gevoelens, leken plots niet meer belangrijk. Ik rende haar tegemoet en fladderde in haar armen.

Guusje, ik heb je zo gemist! We gaan samen naar huis, weet je dat? Jij terug naar school, ik help met je huiswerk, en je mag op voetbal, zoals je wilde.

Inpakken, alles in mijn rugzak stoppen tot-ie bijna niet meer dicht kon. Mama lachte: Laat mij die zware tas nou maar dragen, jongen!

Ik ben sterk genoeg, mam!, riep ik.

Hand in hand liepen we naar de bushalte. Opa en oma zwaaiden ons uit tot we niet meer te zien waren. Ik zat bij het raam, het houten vliegtuig stevig in mijn hand geklemd, de propeller weer als nieuw.

We reden terug naar huis. Mijn huis, met mama naast me. En ondanks alles voelde ik een warme blijdschap, sterker dan ooit. Zij was er. Mijn moeder. Mijn familie. Dat was, diep in mijn kinderhart, alles wat ik echt wilde.

Please rate
Bagattia News
Liesbeth neemt haar verloofde mee naar het dorp, maar hij stelt haar een onverwachte voorwaarde…