Iedereen op kantoor en in haar vriendenkring keek met jaloerse, waterige ogen naar Anouk van der Laanzij had immers de aandacht van een oudere, succesvolle man weten te vangen. Jeroen Brouwer was vijftien jaar ouder dan zij en stond aan het hoofd van Brouwer & Partners, het bedrijf waar Anouk sinds kort werkte.
Ze komt net kijken, en nu gaat ze al trouwen, fluisterden haar collegas bij de koffiemachine.
Van studentenkamer naar het herenhuis aan de gracht, gniffelden ze zacht.
Precies, pure mazzel.
Anouk gaf nooit graag veel prijs van haar relatie met haar baas. Hun wegen hadden zich gekruist nog voor ze bij het bedrijf solliciteerde. Ze wist toen nog helemaal niet dat Jeroen daar directeur washaar sollicitatie verliep anoniem via een extern bureau. Later stemden de verwijten bij haar collega’s haar wat verdrietig, want ze werd aangenomen puur op basis van haar cv, niet op haar blauwe ogen.
Maar geheimen in de polder duren nooit lang. Binnen de kortste keren wist iedereen van hun romance, en alleen de meest ongeïnteresseerde kantoorkat praatte niet over de jonge blondine en de knappe weduwnaar.
Anouk was er niet op uit om haar schoonheid uit te buiten; ze geloofde heilig dat haar sollicitatie en acceptatie kwamen door haar kennis, niet haar uiterlijk. Maar roddelaars roddelden toch. Nog geen twee jaar na het overlijden van Anneke, en Jeroen staat alweer op trouwen, mompelden ze.
Anneke Brouwerde vorige eigenaresse van het bedrijf en Jeroens eerste vrouwwas tragisch om het leven gekomen en had Jeroen een fortuin en de directeursstoel nagelaten. Opeens werd Jeroen de meest begeerde vrijgezel van heel Utrecht. Maar aanvankelijk bleek hij ongenaakbaar, als een zwaan op de Vecht, getekend door verlies. Dit maakte hem des te aantrekkelijker voor vrijgezelle vrouwen.
Men vond hem geen adonis, eerder een man van cijfers en status. Toch had Anouk hem niet vanwege zijn euro’s lief.
Hun ontmoeting was bizar: Jeroen reed haar met zijn winkelkar tegen de enkels op de markt in Amersfoort, een ladder in haar panty en een vlek op haar nieuwe suède schoenen. Nadat hij haar noch de verontschuldiging, noch de rekening had bespaard, rende hij haar na de kassa achterna.
Het spijt me verschrikkelijk, het was een zware dag, mompelde hij hoekig, laat me uw boodschappen dragen?
Nee dank u, ik ben met de fiets, loog Anouk koeltjes. Eigenlijk had ze geen fiets. Ze wachtte tot Jeroen uit zicht was, sloeg linksaf, en liep naar de bushalte. Maar toeval (of lot?) speelde mee: Jeroen kwam met zijn Volvo V70 over de Langegracht aangereden en zag haar wachten bij de halte.
Stap in, zei hij.
Nee, dank u, reageerde ze.
Ik blijf hier net zo lang staan tot u instapt. Zijn koppigheid overtuigde zelfs het publiek bij de halte, die haar vriendelijk aanmoedigden toe te geven, zodat de weg weer vrij was.
Ze gaf zich gewonnen. Later bleek Jeroen bijzonder vriendelijk, zolang hij geen supermarktkarretjes tot zijn wapen maakte. Stilletjes fantaseerde Anouk dat ze in een ander leven misschien vrienden hadden kunnen zijn. Maar Jeroen wilde meer: hij werd verliefd, ondanks zich tot voor kort nog onvoorstelbaar had gevonden, na Anneke.
Anouk leek innerlijk en uiterlijk niet op Anneke, en toch trof ze hem diep. Zo diep, dat hij dagelijks voor haar deur stond nadat hij haar adres had achterhaald. Uiteindelijk ging ze met hem uit, en binnen een maand startte ze bij zijn bedrijf. Toeval? Of droomeconomie? Wie weet.
Jeroen leek zich niet te storen aan het geroddel. Zijn blijdschap was oprecht zichtbaar en aandacht mistte Anouk niet. Luxe cadeaus heeft ze nooit gehad: Jeroen’s liefde toonde zich in zijn aandacht, niet met glimmende eurobiljetten. Maar de flat aan de Oudegracht, de BMW, en een zorgeloze toekomst brachten haar stiekem best wat vreugde.
Haar spullen stonden snel bij Jeroen thuis, en binnen no time maakte ze kennis met zijn moeder: Mevrouw Brouwer, een zachtaardige dame die na het overlijden van Anneke bij haar zoon was ingetrokken. Ze was de spil van het huishoudenkoken, strijken, alles. Anouk had geen behoefte de rol van huisvrouw te spelen; ze smulde van wat mama Brouwer klaarmaakte.
Tot Jeroen sprak over trouwenen haar ongemak groeide. Een ring: zelfs na Annekes dood droeg hij zijn trouwring.
Ik voel de band met Anneke nog steeds, sprak hij zacht. Dat zat Anouk niet lekker. Ze vroeg hem de ring af te doen.
“Oké, bracht hij onzeker uit, als jij je daar beter bij voelt, doe ik ‘m af. Hij legde het sieraad weg en vergat het even.
Toen de dag van het aanzoek kwam, haalde Jeroen een doosje uit de kluis in de kelder van zijn grachtenpand. In het restaurant, midden in de surrealistisch zachte kaarslichte lucht, speelde een bandje ‘Het Kleine Café Aan De Haven’ terwijl Anouk in haar glas wijn keekop de bodem lag een antieke ring met een briljant.
Trouwen met mij? vroeg hij, het glas uit haar trillende handen nemend en het juweel tevoorschijn trekkend. Maar Anouk duwde zijn hand weg.
Nee.
Hoezo nee? Jeroen keek haar aan alsof de klompen hem van de voeten vielen.
Ik ga die ring niet dragen.
Maar dat is een familiaal erfstuk! Besef je wel wat zoiets waard is? riep Jeroen uit, rood tot achter zijn oren.
Het interesseert me niet wat het waard is. Ik draag niet wat je overleden vrouw droeg.
Waarom niet?
Dat brengt ongeluk. Zou ik dan ook haar trouwjurk moeten dragen? Je moeder heeft gezegd dat het nog ergens hangt in het huis
We kunnen makkelijk een nieuwe jurk kopen. Maar voor de ring zie ik het nut niet van iets nieuws kopen, dit is uniek, puur Goudas ambacht. Kijk alleen naar dat goud!
Nee. Geen erfgoed voor mij. En dat wil ik ook niet meer om jouw vinger, knikte ze. Je kent mijn mening.
Is dat je definitieve besluit? vroeg hij somber.
Ja, sorry, zei Anouk, en stond op. De avond verpieterde.
We moeten misschien even afstand nemen, mompelde Jeroen.
Ik denk hetzelfde, knikte ze.
Anouk vertrok. Jeroen hield haar niet tegen. De zanger zong verder, de borden met stamppot werden gebracht, de ring bleef onaangeraakt in de doos liggen.
De dagen daarna liep Anouk zwijgend kantoor rond; ook Jeroen was stil en hield zich verscholen. Anouk trok tijdelijk bij haar ouders in Amersfoort in. Zij raadden haar aan de verloving te verbreken en een leuke jongen van haar eigen leeftijd te zoeken.
Je bent knap en slim, meisje. Zon oude vent, en dan ook nog weduwnaar, daar kun je beter niet aan beginnen.
Anouk bleef zwijgen, onzeker over haar toekomst: Jeroen was in veel opzichten perfect, maar zijn schaduw uit het verleden maakte haar bang.
Na een paar dagen van stilte belde Jeroen niet en nam Anouk ziekverlof op. Er ontstonden wilde geruchten binnen het bedrijf over de breuk. Jeroen verscheen nors op het werk, zette zijn personeel onder druk, verscheurde papieren alsof het korstjes van een oude boterham waren.
Zijn moeder, mevrouw Brouwer, probeerde met haar zoon te praten, maar zijn antwoorden waren onduidelijk en negatief geladen. Dit deed haar pijn, ze zag hoeveel Jeroen eigenlijk van Anouk hield, maar zichzelf in de weg zat. Dus besloot ze naar Anouk te gaan.
Mevrouw Brouwer?! Anouk schrok van het bezoek. Ze had niks verwacht.
Dag Anoukje, hoe is het?
Gaat wel, ik ben een beetje ziekjes.
Is dat waarom je apart bent gaan wonen, zodat je ons niet zou aansteken? vroeg zijn moeder, met een licht sardonisch glimlachje.
Niet helemaal, bloosde Anouk.
Kom terug naar huis. Jeroen wordt gek zonder jou.
Dat merk ik anders niet, reageerde Anouk droog.
Hij is koppig. Hij heeft me niets verteld, maar jullie houden toch van elkaar?
Hij wil dat ik zijn overleden vrouw haar ring draag
Dat is het dus. Als je die ring verkoopt en van de opbrengst iets nieuws koopt, zou alles dan goed zijn?
Die ring moet weg Ik kan niet met zon erfstuk van een andere vrouw rondlopen. En stenen bewaren energie
Ik begrijp je, Anouk. Jeroen is misschien niet klaar voor een nieuw huwelijk; hij klampt zich vast aan het verleden. Je kunt op een oud fundament geen nieuw huis bouwen.
Dank u dat u langs kwam, zei Anouk zacht.
Een week verstreek. Anouk moest terug naar kantoor, maar alles voelde kil. Jeroen had haar niet gebeld. Ze wilde niet bij hem werken, diende haar ontslag in, en Jeroen tekende het met een gezicht zo zuur als een zure haring.
Je gedraagt je als een kind, zei Anouk bij het afscheid.
Jij bent zelf de oorzaak! Nog nooit is mij iets geweigerd
Anouk antwoordde niet. Toen ze het kantoor uit liep, zag ze de oude ring weer glinsteren aan zijn hand. Ze wist: Ik heb het juiste gedaan. Hij laat haar nooit los. Nu pas voelde ze zich opgeluchtze deed haar jas dicht tegen de nuchtere Nederlandse lucht en viel even later in een droomloze slaap, terwijl Jeroen aan de singel bleef mokken over een verloving die enkel in dromen had kunnen bestaan.







