Dagboek, Amsterdam, 12 november
Soms speelt het lot met ons op de meest bizarre manieren. Wat we vaak zien als een irritant obstakel, blijkt achteraf een sleutel tot ons eigen verleden te zijn. Dit gebeurde met mij in de lobby van het Amstel Hotel, waar de pracht en praal bijna overweldigend was.
Scène 1: Twee werelden botsen
Tussen marmer, warme kroonluchters en oude schilderijen zat een meisje van een jaar of zestien achter de glanzende zwarte vleugel. Haar naam wist ik toen nog niet. Ze droeg een versleten, veel te grote groene jas en haar schoenen leken de hele stad wel gezien te hebben. Ze hoorde hier evenmin als een meeuw op een Rembrandttentoonstelling. Op dat moment kwam Hidde van Dijk binnen een man van aanzien, rijkdom en kille distantie, gewend aan beslissen over miljoenen euros met een handgebaar. Zijn blik op het meisje was koel, kritisch.
Scène 2: Trots en uitdaging
Hidde liep op haar af terwijl hij zijn grijze colbert rechttrok.
Dit is geen bushalte voor zwervers. Kun je wel spelen, of zit je gewoon onder te schuilen voor de regen? klonk het schamper.
Ze knipperde niet eens met haar ogen. Haar blik was vastberaden, diep veel te volwassen eigenlijk voor haar leeftijd.
Ik kan melodieën spelen die u allang bent vergeten te horen, antwoordde ze zacht, zonder te aarzelen.
Scène 3: Wreed spelletje
Hidde grijnsde. Hij wilde haar graag op haar plek zetten, deze opstandige meid.
Is dat zo? Goed, laat maar zien dan. Als jij Mondscheinsonate foutloos speelt, mag je een week in mijn presidentiële suite slapen. Maar als je één noot mist, verdwijn je meteen en kom je hier nooit meer terug. Akkoord?
Ze knikte. Heel kalm legde ze haar smalle vingers op de toetsen.
Scène 4: De kracht van muziek
De eerste akkoorden brachten zelfs het personeel tot stilstand. Ze speelde niet, ze biechtte op. Hidde, klaar om haar weg te sturen, meester van zijn domein, hield zijn adem in. Opeens zag hij iets wat zijn hele wezen op zijn kop zette. Om haar pink glansde een bijzonder zilveren ring, als verweven wilgentakken.
Scène 5: Schaduw van het verleden
Met trillende vingers haalde Hidde een vergeelde foto uit zijn portemonnee. Op de foto: een vrouw die hij ooit boven alles liefhad en kwijtraakte tijdens een chaotisch verblijf in het buitenland. Zij droeg precies die ring.
Het slotakkoord hing nog in de lucht. Toen liep Hidde naar haar toe, zijn stem brak:
Waar waar heb je die ring vandaan?
Het meisje stond op en wreef haar koude handen samen.
Dit is het enige wat ik nog van mijn moeder heb. Ze zei altijd dat deze muziek mij ooit naar huis zou brengen.
Hidde zakte naast haar op de bank, hoofd in zijn handen. Voor hem stond geen straatmeisje. Voor hem stond zijn dochter, Emma van Dijk, die hij twaalf jaar geleden had verloren gewaand. Die avond sliep in de suite van het hotel geen vreemdeling, maar zijn eigen kind teruggekeerd door de kracht van een melodie die tegen de tijd inging.
En wat ik vandaag geleerd heb? Je ziet niet aan iemands jas hoe dicht hij bij je hart kan staan. Soms is precies diegene de hoeder van een stukje ziel, waarvan je dacht dat je het voor altijd kwijt was.






