Wanneer Wouter bij Anneke langskomt, lijkt het wel of ze met de minuut chaotischer wordt. Dat is pure blijdschap. Ze rent rond, maakt zich mooi, propt vluchtig alle rondslingerende kleren die ze voor zijn komst heeft gepast onder de kussens, en peutert de laatste haarrollers uit haar haar. Vervolgens schiet ze naar de badkamer, waar ze snel haar haren kamt en haar lippen stift, en komt dan pas, helemaal op haar paasbest, tevoorschijn.
En geef haar eens ongelijk! Echt, denk er maar over na.
Anneke is een alleenstaande moeder die officieel nooit echt getrouwd is geweest. Ze had een korte relatie met haar Erwin, een maandje of twee. Daarna is hij vertrokken uit Amsterdam, terug naar zijn geboortestreek, maar waar precies dat heeft Anneke nooit geweten. Misschien kwam hij oorspronkelijk uit Limburg, of anders van over de grens in België. Hier in de stad had hij een bijbaantje op de Albert Cuypmarkt, maar wat voor werk precies, dat wist ze eigenlijk ook niet.
Hoe dan ook, weg was Erwin, het zonnetje in Annekes leven, en zij bleef achter met ja, net een beetje zwanger. Slechts een week of twee onderweg, dus Anneke wist het zelf amper. Toen Erwin wekenlang niet thuis kwam slapen en ook niets meer van zich liet horen, besefte ze dat ze tsja, hoe zeg je dat netjes in haar eentje verder moest.
En op het juiste moment beviel Anneke van een jongetje, zo mooi als je het maar kan treffen! Geen wonder Anneke is zelf een plaatje en Erwin zag eruit als een filmster.
Gelukkig had ze het getroffen met haar baby. Die was zo rustig: sliep bijna altijd, en als hij wakker werd, dronk hij trouw en tevreden aan moeders borst. Anneke had melk genoeg als het moest had ze gerust nog een baby kunnen voeden.
De kleine Tijs zo had ze hem genoemd naar acteur Tijs van den Brink waarvan ze een oude film had gezien toen ze zwanger was was in alles een zonnestraal. Eigenlijk heette hij officieel Matthijs Erwin de Jong, een naam die Anneke telkens met een glimlach herhaalde; het klonk als muziek in haar oren.
Het kindje vroeg nauwelijks iets. Tijdens het koken of schoonmaken spreidde Anneke een deken op de grond, bouwde met stoelen een soort box, en zette Tijs erin. Ze gaf hem haar oude tas, wat haarrollers en lappen, en de kleine kon uren zelf spelen. Geen geschreeuw, geen gemopper. Zelfs toen Anneke hem een keer met zijn hoofd tussen de stoelen aantrof ongetwijfeld een ontsnappingspoging lag hij stilletjes te prutsen om zich los te werken.
Toen Tijs eenmaal ouder werd, leverde dat geen extra zorgen op. Ze liet hem gerust buiten spelen, alleen moest hij om de tien minuten even bij het raam van hun benedenwoning roepen: Mam! Ik ben er nog!
Omdat hij zelf geen horloge had, gebeurde dat uiteindelijk elke drie minuten, net zo lang tot Anneke daadwerkelijk naar buiten keek en antwoordde: Goed zo, jongen! Als ze niet lachte, bleef hij staan wachten. Je lachte niet, mam… En pas als zij hem echt een grote glimlach schonk, rende hij weer terug naar het speelplein.
Op een dag riep Tijs hetzelfde mam-ik-ben-er-nog, en toen Anneke uit het raam hing, zag ze haar zoon met een poesje in zijn armen. Mam, ik mocht hem houden van tante Corrie! Ze zei dat hij Pim heet, en dat jij er vast blij mee bent en hem samen met mij wilt verzorgen.
Tijs klonk zó eerlijk, dat Anneke alleen maar kon glimlachen. Pim wil vast wat eten. Kom maar naar binnen, dan geef ik hem melk.
Wat was Tijs blij! Pim keek nog wat ongemakkelijk, maar het kwam vast goed.
Zo woonden ze samen, met zn drieën. Tot Anneke Wouter ontmoette.
Wouter was van haar leeftijd, nog nooit getrouwd geweest. Een degelijke vent, goedlachs, niet oud, werkte bij een meubelfabriek in Zaandam en verdiende een prima salaris. Elke zaterdag bleef hij bij Anneke slapen. Veel praten deed hij niet, eten wel, en drinken ging ook nog wel. Anneke legde altijd een flesje jenever koud in de vriezer, en zette speciaal voor Wouter een klein borrelglaasje klaar, zon dik glas op een kort voetje precies zoals Wouter het graag had.
Deze zaterdag verliep alles volgens het vaste patroon. Wouter kwam binnen, schudde Tijs de hand in de hal, en plofte op de bank terwijl Anneke haar voorbereidingen afrondde. Toen zaten ze al snel met zn vieren want Pim zat natuurlijk op Tijs schoot gezellig tv te kijken, om daarna samen aan tafel te eten.
Na het eten deden ze een dutje, zoals altijd, en zouden ze later nog een wandeling maken in het Vondelpark.
Toen Anneke de deur van Tijs kamer zachtjes dicht trok en zich bij Wouter op bed voegde, haar hoofd op zijn arm, kwam Wouter plots met iets op de proppen:
Ik dacht, misschien moeten we voorlopig maar bij jou blijven wonen. Straks zoeken we iets groters. Of misschien verhuur ik mijn flat wel voor wat extra geld Maar weet je, Anneke, ik heb eigenlijk niks met katten. We moeten van die Pim afscheid nemen
Pim heet hij, zei Anneke scherp, direct op haar hoede.
Ja, van die Pim dus Even zweeg hij, en voegde er toen heel nuchter aan toe, alsof het al in kannen en kruiken was: En Tijs kan vast naar mijn moeder in Friesland. Beter voor hem frisse lucht, dorpsschool. Wij zijn nog jong we kunnen zelf nog een hele bubs kinderen krijgen!
Annekes hoofd verstijft op Wouters schouder geen spier die ze beweegt. Minutenlang liggen ze zo stil naast elkaar. Dan staat ze op, alsof dit de eerste keer is dat hij haar naakt ziet, slaat haar ochtendjas om zich heen, pakt zijn broek op van de stoel en drukt hem in zijn handen.
Hier, trek je broek maar aan en ga maar.
Waarheen?
Naar je moeder, in Friesland. Kan je lekker frisse lucht happen. Wij redden ons hier wel met zn drieën. In ons eigen park is de lucht fris genoeg.Even kijkt Wouter haar sprakeloos aan, zijn schoenen bungelend in zijn hand. Maar Anneke, begint hij nog, maar ze schudt haar hoofd.
Jij wilde een huis zonder kat, zonder kind, zonder mij. Alleen je borrel misschien nog. Ze glimlacht droevig, maar beslist. Maar zo werken we hier niet.
Hij stapt met zijn spullen de nacht in, de frisse lucht op zoek waar hij zo op aast. In de woonkamer schuift Anneke zachtjes de gordijnen dicht en zucht. Vanuit het halfdonker schiet Pim miauwend op haar af, Tijs daarachter met slaperige oogjes. Waarom gaat Wouter weg, mam?
Anneke hurkt bij haar zoon, trekt hem en Pim dicht tegen zich aan. Omdat hij niet goed snapte wie ons huis echt gezellig maakt. Tijs lacht opgelucht, zijn kleine hand stevig in de hare.
Samen drinken ze warme melk aan tafel, terwijl Pim spint op hun schoot. Buiten druppelt de regen zacht tegen het raam, maar binnen gloeit het licht. In het park dwarrelt straks weer daglicht. Maar eerst legt Anneke haar hoofd tegen Tijs blonde haren. Zolang wij samen zijn, missen we niets, fluistert ze. En in die kleine wereld, aan tafel met een jongen en een kat, voelt ze dat het waar is.






