Liesje zong van blijdschap, natuurlijk!
Ze had eindelijk haar eigen appartement, haar eigen stekje, zonder die kille huisbazin die stipt om elf uur het licht uitzette, streng in haar nek hijgde en het gas uitdraaide onder een pruttelende pan. Föhnen of het haar stijlen mocht absoluut niet, straks raakt er iets oververhit. Baden was verboden, alleen één douchebeurt per dag, s ochtends of s avonds, maar altijd stond mevrouw Van den Broek al bonkend bij de deur dat het zachter moest.
Een jaar had Liesje onder het juk van mevrouw Van den Broek geleefd, die zichzelf haar mentor en opvoeder waande. Zodra Liesje achttien werd, smeekte ze haar ouders om in het studentenhuis te mogen wonen. Ook dat was bepaald geen pretje: bedwantsen, kakkerlakken, gestolen pannen vol bakende aardappelen zodra je je omdraaide, om over de luide huisfeestjes met vrienden van de huisgenoten nog te zwijgen.
Na een jaar hield Liesje het niet meer uit en haar vader kwam eens onaangekondigd langs: wat een chaos! Haar ouders lieten het niet toe dat hun dochter daar ook maar één nacht langer bleef. Vijf jaar woonde Liesje daarna in een kamer bij oma Truus: een lieve, beetje eigenaardige vrouw, maar met haar hart op de juiste plek.
Toen Liesje afgestudeerd was, werkte ze fulltime, woonde nog bij oma Truus en spaarde haar loon. Haar droom: ooit een eigen huisje kopen, hoe klein ook, maar haar eigen plek. Terwijl andere jonge vrouwen hun geld aan dates, kleding en tassen spendeerden, werkte Liesje door en stopte elke cent in een enveloppe.
Zelfs oma Truus riep geregeld dat Liesje het rustiger aan moest doen, maar Liesje was koppig. Op een dag kwamen haar ouders onverwacht op bezoek. Haar vader vertelde, zichtbaar zenuwachtig, dat zij en oma Leentje besloten hadden Liesje te willen helpen.
Oma Leentje, een verre tante van vaders kant, had nooit een gezin gehad. Ze was tot haar vijfentachtigste onderwijzeres, en stond erom bekend met niemand goed overweg te kunnen behalve met Liesjes vader. Liesjes moeder vond ze lief, mede omdat die ook in het onderwijs zat.
Toen oma Leentje op een dag hulp vroeg bij het regelen van een plek in het verzorgingshuis, gingen Liesjes ouders kijken. Niet veel later maakten ze omas kamer in hun huis klaar zodat ze daar kon wonen; hun dochter woonde immers toch ergens anders.
Oma Leentje had, ondanks haar hoge leeftijd, een heldere geest en zei dat haar neef zich vooral niet schuldig hoefde te voelen ze wist heus dat haar humeur berucht was. Maar Liesjes ouders hielden vol: Het is voor ons ook fijner zo, het is niet uit gemakzucht; en als we weg zijn, heb je onze kat en papegaai Pietje in huis, dat scheelt ook weer voor de oppas.
Zo woonde oma Leentje nog enkele jaren liefdevol bij hen, werd omringd door warmte en stierf uiteindelijk in alle rust. Ze liet haar bezit na aan haar neef, Liesjes vader, maar gaf Liesje persoonlijk een antieke halsketting, die keurig bewaard was gebleven zelfs tijdens moeilijke tijden had oma Leentje die nooit verkocht.
Liesje koesterde het sieraad en dacht vaak aan haar lieve oma. Toen stelde papa voor om omas appartement te verkopen en van het geld voor Liesje een woning te kopen, in de stad waar zij inmiddels haar leven had opgebouwd.
Zo kreeg Liesje haar eigen, kleine appartement met twee kamers. De vorige bewoonster vertelde nog dat ze er altijd fijne energie had gevoeld. Liesje begon vol enthousiasme te klussen; papa en mama waren vaak bij haar om te helpen, en samen maakten ze er een prachtig, nieuw huis van. Papa voerde geduldig al haar inrichtingsideeën uit, en mama raakte zo geïnspireerd dat ze thuis óók alles wilde verbouwen Liesje mocht het ontwerp maken.
Langzaam werd haar nieuwe stad bekend en geliefd, Liesje voelde zich er thuis. Op haar werk raakte ze bevriend met Maartje. Ze kwamen vaak bij elkaar over de vloer. Op een dag vertelde Liesje hoe ze als meisje met buurmeisje Jannetje stiekem op het dak van het flatgebouw lag te zonnen.
Wat stoer!, zei Maartje. Moeten wij ook eens proberen De meiden lachten om het idee.
Je moet alleen niet op het dak opgesloten raken, vertelde Liesje. Dat is Jannetje en mij ooit overkomen. De conciërge, meneer van Dijk een beetje doof had niet door dat we nog boven waren. We riepen en riepen, maar hij hing gewoon het slot op. Uiteindelijk kwam mijn vader eerder thuis, heeft hij ons bevrijd.
Moest je op het matje komen thuis? vroeg Maartje nieuwsgierig.
Welnee, lachte Liesje, mijn vader was altijd mild, mama was juist streng. Hij nam mij vaak in bescherming, veel kattenkwaad heeft ze nooit geweten.
Wat heb jij geboft ik kreeg altijd op mijn kop! Maar zeg, misschien kunnen we met de huismeester praten of we een sleutel mogen?
De huismeester, meneer Ras, sputterde eerst tegen vanwege de veiligheidsregels. Maar uiteindelijk gaven de meiden niet op: ze beloofden zich rustig te gedragen, alleen zonnen en niets gevaarlijks. Meneer Ras zwichtte en zo lagen ze halve zondagen op het dak.
Op een keer hoorden ze een deur kraken; even schrikken. Ze sloop voorzichtig langs het muurtje daar zat een keurig uitziende oudere vrouw, netjes gekapt, met een boterham in haar hand.
Wie bent u, mevrouw? vroegen de meiden tegelijk.
Ik? Ik ben mevrouw van der Pol, zei ze, een beetje verlegen. Liesje keek haar aan ze herkende haar plotseling.
U bent toch de vorige bewoonster van mijn appartement? vroeg Liesje verbluft.
Precies, jij bent dat lieve meisje dat mijn huis heeft gekocht, antwoordde mevrouw van der Pol, zichtbaar geëmotioneerd.
Ze begon te huilen, en vertelde haar verhaal. Ze had haar zoon Kees alleen opgevoed nadat haar man haar had verlaten. Alles draaide om Kees: goede scholen, universiteit, later een goede baan. Kees bleef lang thuis wonen, ook toen hij een grote woning had gekocht, want samen was zo gezellig. Totdat hij Annemieke ontmoette, een nuchtere, hardwerkende meid. Ineens woonde het jonge stel in hun eigen flat en bleef mevrouw van der Pol alleen achter.
De rust duurde kort. Al snel volgden er kleinkinderen: eerste jaar kleine Bram, daarna Daan en tenslotte Sanne. Met drie wilde kleintjes in huis vond Kees dat oma haar appartement maar moest verkopen; ze woonde toch bij hen.
Mevrouw van der Pol verkocht haar huis, gaf het geld grotendeels aan haar zoon, maar kwam toen in een benauwende situatie terecht. Annemieke ging aan het werk, en oma moest elke dag voor drie kleine kinderen zorgen: eten geven, verschonen, schoonmaken, koken, sprookjes lezen maar opvoeden mochten alleen de ouders.
Het bleek te veel te zijn: haar gezondheid ging achteruit, artsen zeiden dat het rustiger aan moest. Maar hoe? De drukte bleef. Kees hield vol: Ach mam, beweging is gezond! Zonder jou konden wij dit niet, en de kinderen zijn zo dol op je!
Toen het gezin in de zomer naar het IJsselmeer op vakantie ging en oma met de drie kinderen thuis liet, wist ze: dit trek ik niet meer. Dus verzon ze een smoesje: zogenaamd naar een vriendin aan zee, in werkelijkheid zwierf ze dagenlang door de stad, sliep op een bankje langs de Amstel, of bracht nachten door onder een boom, slechts vergezeld door de maan.
Die dag was ze teruggegaan naar haar oude huis, liep naar boven en stond ze weer even op het dak, dat haar aan fijne herinneringen met Kees deed denken.
Maar waar sliep u dan? vroegen de meiden.
Ach, glimlachte ze flauwtjes. Zomernachten kan ik wel op een bankje langs de gracht zitten.
Liesje en Maartje waren verbijsterd. Ze sleurden mevrouw van der Pol mee naar Liesjes huis.
Wat is het prachtig geworden, Liesje! Wat heb je het mooi ingericht. Wat heb ik spijt dat ik Kees heb gevolgd en alles aan hem en Annemieke heb overgelaten… Maar goed, vergeef me dat ik het zo zeg…
Kijk, zei Maartje ferm, dat geld van uw oude huis: hoeveel kreeg u daarvoor? U zou makkelijk daarvan weer een klein appartementje kunnen kopen!
Liesje sprong enthousiast op: En wij helpen met klussen en gezelligheid!
Maar… ja, mijn kinderen dan?
Laat dat maar aan ons over, zei Maartje ze werkte bij een notariskantoor en wist van wanten.
Nog geen maand later had mevrouw van der Pol een mooie eigen etage, zelfs weer in haar vertrouwde buurt. Wat Maartje precies tegen Kees heeft gezegd blijft onbekend maar hij sputterde, vond het allemaal overdreven, en Annemieke verbrak het contact. Uiteindelijk werden de kleinkinderen in de crèche geplaatst, en na enige tijd kwam alles weer op zijn pootjes terecht.
Liesje en mevrouw van der Pol kwamen geregeld bij elkaar over de vloer, bezochten musea en wandelden door de stad. Maartje zei nog: Als ik oud ben, blijf ik op mijn eigen adres, geen praatjes meer over samenwonen met kinderen. Zolang ik mijn eigen sleutel heb, hoef ik niet op een bankje te slapen bij de gracht.
Dat is zeker waar! lachte Liesje.
Goedemorgen, lieve mensen!
Dank voor jullie vriendschap.
Een dikke omhelzing!







