‘Je huid hangt!’ – Mijn 60-jarige man kneep voor de gasten in mijn zij, dus haalde ik een spiegel en liet hem zien wat er bij hém hangt.

“Je huid hangt!” riep Kees, net zestig geworden, terwijl hij me plompverloren in mijn zij kneep, midden in het gezelschap. Ik pakte een spiegel en liet hem zien wie er nu eigenlijk precies wat had hangen.

Marjolein, wat heb jij daar toch? zei Kees, nog nagenietend van zijn derde glaasje zelfgestookte jonge jenever, terwijl hij ongevraagd zijn hand uitstak en stevig in mijn taille kneep, net boven de rand van mijn rok, precies waar de stof wat strak bleef zitten als ik zat.

Dat deed hij pontificaal, luidkeels en zonder enige gêne, recht voor onze vrienden.

Kees, doe even normaal, zei ik, en probeerde zijn hand achteloos weg te wapperen, alsof ik een opdringerige wesp verjaagde. Maar hij gaf zich niet zomaar gewonnen.

Zijn vingers, dik en kort als HEMA-worstjes, sloten zich opnieuw om mijn taaistuk, wat niet eens zo zeer pijn deed, als wel direct vernederde.

Moet je kijken! riep hij tegen onze buurman Bert, die aan de overkant al met zijn vork in de haring-salade prikte. Ik zeg steeds tegen Marjolein: “Niet s avonds nog dat krentenbolletje erbij!” Maar dan zegt ze: “Dat komt door mijn leeftijd, hormonen.”

Kees lachte hard, zijn buik schudde zo erg dat de knoopjes van zijn overhemden bijna lossprongen.

Niets hormonen! Gewoon luiheid! besloot hij triomfantelijk.

Kees, hou nou op, siste ik, terwijl mijn wangen rood werden en de warmte naar mijn nek trok.

Bert grinnikte ongemakkelijk en staarde vervolgens doodserieus naar het krulletje mayonaise op zijn bord. Zijn vrouw Annelies deed net of ze een servetje rechtlegde en keek strak de andere kant op.

Wat is er dan mis met de waarheid zeggen? Kees voelde zich ongetwijfeld het stralend middelpunt. Je huid hangt gewoon!

Als een bakker die kijkt of het deeg rijp is prikte hij weer in mijn zij.

Hier kijk, een echte rol, precies zon plooi als een shar-pei. Mooi is anders, Marjolein.

Het werd ijskoud stil. Je hoorde haast het gepruttel van de vaatwasser.

Ik doe dit voor jou, hoor, ging hij betuttelend verder, leunend in zijn stoel met armen over elkaar. Een vrouw moet er voor haar man een beetje verzorgd uitzien. Daar zijn we toch man en vrouw voor?

Ik keek hem aan.

Geconcentreerd, zon blik die je misschien krijgt na dertig jaar huwelijk als je je man voor het eerst echt ziet.

Tweeënzestig jaar en zijn buik hing als een buiige wolk net over zijn broekriem. Zijn dubbele onderkin liep naadloos over in zijn nek; geen spier te bekennen.

Zijn blinkende schedel glom in het licht van de hanglamp als een oliebollen op oudejaarsavond.

Dus, een lust voor het oog? vroeg ik, met een rust die me zelf verbaasde.

Er ging ergens binnenin mij een knop om, alsof een zware hendel ineens een overlaat openzette.

Geen schaamte meer, geen behoefte meer om de boel te sussen of vriendelijk te glimlachen. Alleen nog glashelder inzicht.

Natuurlijk! brulde Kees trots, terwijl hij op zijn eigen borst klopte. Kijk, ik hou mezelf in vorm! Elke ochtend ochtendgymnastiek, vijf minuten de gewichten, ik ben hartstikke fit.

Hij probeerde zn buik in te houden. Het resultaat was bedroevend en weinig flatterend: zijn maag wiebelde slechts even en plofte toen demonstratief boven zijn riem terug.

Een kerel hoort een arend te zijn, geen zak aardappelen, besloot hij zijn betoog.

Een arend, zeg je? Ik stond langzaam op van tafel.

Waar ga je heen, ben je nu beledigd? riep hij, terwijl hij zichzelf nog wat jenever inschonk. Op de waarheid ben je niet boos, Marjolein! Je moet gewoon wat afvallen, niet zo sip kijken!

Ik liep de gang in, waar het rook naar oude regenjassen en schoenpoets.

Daar hing ons oude, zware huwelijkscadeau: een ovaal, massiefhouten spiegel die ons ooit jong en slank heeft gezien.

Zonder twijfelen haalde ik hem van de spijker. Het ding woog zeker vijf kilo, de lijst sneed in mijn handpalmen. Maar het voelde licht, alsof ik een veertje droeg.

Ik liep terug de kamer in, de spiegel als een middeleeuws schild voor me uit dragend.

Onze gasten verstijfden, Annelies liet haar mond openvallen, een augurkje nog net zichtbaar.

Kees, opstaan, zei ik zacht, maar zonder beroep op discussie.

Hoezo? Hij keek verbaasd, maar bij mijn blik waagde hij geen tegenspraak. Sta ik dan, wat nu? Gaan we dansen?

Nee, Ik stond vlak voor hem, ruikend naar zijn preiadem en drank. We gaan eens goed naar die arend kijken.

Ik duwde de spiegel onder zijn neus, hij deinsde achteruit.

Hier, vasthouden.

Zonder na te denken pakte hij de lijst, verschrikt over het gewicht.

Marjolein, wat is dit nou weer? Zijn stem klonk plots onzeker.

Kijken. Goed kijken, beval ik zoals je een kat toespreekt die op tafel springt.

Kees keek naar zijn spiegelbeeld zoals een kind naar een vlek.

Nou, ik zie mezelf, en wat dan nog?

Kijk eens lager, Ik prikte hard tegen het spiegelglas, precies op zijn plakkende buik. Zie je dat?

Wat? probeert hij nog dwars te liggen.

Jij hebt hangende huid! zei ik luid, zijn toon perfect imiterend. Niet gewoon hangend, Kees, het ligt er dik bovenop.

Marjolein! probeerde hij de spiegel te laten zakken, terwijl het schaamrood hem naar de hals steeg.

Nee, vasthouden! drukte ik de onderste rand omhoog. En dit dan, boven je broeksriem? Zijn dat stalen buikspieren?

Bert snikte van het lachen, zijn vuist gespannen tegen zijn mond.

Nee, lieverd, dat is een zwembandje, bleef ik koel. Voor als we eens in het vet dreigen te verzuipen.

Kees werd knalrood, net een sappige Hollandse tomaat op het puntje van knappen.

En dit hier? wees ik naar zijn heupen die over zijn broek hingen. Zijn dat arendsvleugels of toch gewoon lovehandles als een varkentje in december?

Stop! siste hij. Iedereen kijkt, waarom verneder je me zo?

Laat ze maar kijken! Ik sprak hard en kalm tegelijk. Jij wilde toch de waarheid? Jij bent hier toch de grote expert op schoonheid?

Ik deed stappen achteruit voor het volledige plaatje.

Laten we jouw esthetiek dan ook eens bespreken. Draai je eens naar het licht.

Dat doe ik niet begon hij, maar slikte zijn woorden snel in.

Draaien! schoot ik uit. De lepels op tafel rinkelden.

Als gehypnotiseerd schakelde hij, wat stuntelig, zijn voeten om.

Zijn profiel in de spiegel zou het in geen enkel standbeeldmuseum brengen.

En zijn nek nou ja: het ontbreken ervan was duidelijk zichtbaar.

En zie die mooie driedubbele nekplooi? noemde ik rustig, alsof ik een dokter was. Een ras-shar-pei. Puur bloed.

Annelies boog zich in haar servet om haar slappe lach te verbergen.

En onder je kin, kijk, ging ik genadeloos verder. Een echte pelikaangebied, bewaar je daar misschien je haring in?

Ik ben een man! piepte Kees, en het klonk zo mogelijk nog zieliger.

Oh, dus dan mag het? Ik lachte kil. Dus mijn ene rolletje na dertig jaar huwelijk: schande. Maar als jij jaren niks tilt behalve de afstandsbediening en je verandert in een trilpudding, ben jij een vent in topvorm?

Ik rukte de spiegel uit zijn handen, die zichtbaar moe waren.

Daar stond hij verbouwereerd, kruimelig, met het bovenste knoopje van zijn overhemd eindelijk los; het rolde onder de kast.

Alle bravoure van de arend was verdwenen. Wat overbleef was een gewone gezette oudere man die plots ontdekte dat de keizer geen kleren aan heeft.

Ga zitten, zei ik rustig. En eet.

Hij plofte zo zwaar neer dat de stoel kraakte.

En geen woord meer over mijn figuur, niet één, zei ik koeltjes en zette de spiegel tegen de kast.

Ik draaide me naar hem om:

Tenzij je graag tegenover die spiegel wilt dineren en kunt bekijken hoe die pelikaankeel van je werkt.

Bert lachte ongegeneerd tranen met tuiten.

Kees prikte zwijgend een champignon op zijn vork en kauwde alsof hij onzichtbaar wilde zijn.

De spanning die vaak als een dikke deken over de tafel hangt na dit soort scènes, was ineens verdwenen. Het voelde juist luchtig en bevrijdend, als als je s nachts eindelijk het raam openzet in een benauwde kamer.

Ik nam mijn plek als gastvrouw weer in.

Een enorme punt tompouce op mijn bord zelfgemaakt de dag ervoor, lagen lang uitgerold en met liters banketbakkersroom gevuld, waarvan ik mezelf had wijsgemaakt dat ik dat uit diëtische motieven niet zou eten.

De room drupte uit de hoeken, het bladerdeeg kraakte.

Marjolein, mag ik ook? Lekker groot stuk graag, vroeg Annelies zacht, bordje in de lucht. Sodemieter maar op met die lijn, je leeft maar één keer.

En ik! grijnsde Bert, terwijl hij zijn glas bessensap volschonk. Bij mij groeien nu óók vleugeltjes volgens mij, daar moet op gegeten worden.

Heel even keek Kees oprecht anders naar me. Een sprankje respect misschien zelfs een beetje schrik.

Zijn ogen gleden naar het stuk taart op tafel, daarna naar de spiegel, waar zijn benen nog vaag te zien waren onder de tafel met sokken in twee verschillende kleuren: één zwart, één donkerblauw. De arend, thuisversie.

Sorry, Marjolein, mompelde hij terwijl hij zijn blik op het tafelkleed hield. Ik zei maar wat stoms.

Eet maar, Kees, eet maar, zei ik en nam een flinke hap tompouce. Daar krijg je kracht van.

Hij keek verbaasd op.

Kracht voor je halters, glimlachte ik. Je blijft tenslotte onze topsporter.

De avond ging gewoon verder, met verhalen over boodschappen, de tuin en het weer.

Maar er was toch iets fundamenteels verschoven aan deze tafel.

Mijn kritische huisarend was in een klap weer gewoon mens geworden.

Met zijn onzekerheden, angsten en alle rollen, plooien en rolletjes die daarbij horen.

En weet je wat?

Die taart smaakte als nooit tevoren. Heerlijker dan in de twintig jaren ervoor.

De spiegel bleef gewoon in de kamer staan: een stille waarschuwing.

Kees liep er sindsdien elke keer in het voorbijgaan wat rechter langs, buik ingetrokken, schouders naar achter.

Over mijn hangende huid begon hij nooit meer.

Waarschijnlijk uit angst de pelikaan wakker te maken.

En wat ik er die dag van leerde? Misschien wel dat je soms pas ánders leert kijken naar jezelf en elkaar, als je durft het grote, lompe spiegelbeeld recht onder de neus van de ander te zetten.

Please rate
Bagattia News
‘Je huid hangt!’ – Mijn 60-jarige man kneep voor de gasten in mijn zij, dus haalde ik een spiegel en liet hem zien wat er bij hém hangt.