– Goedemiddag, Marieke! Sorry dat ik stoor, ik ben je buurvrouw van beneden.
– Oh, ik zet de muziek al wat zachter, hoor, – antwoordde de jonge vrouw in een lichte ochtendjas met een glas wijn in haar hand.
– Nee joh, het is geen probleem. Mijn man werd zojuist van zijn werk gebeld, hij moet met haast naar kantoor komen.
– Is er iets met zijn gezondheid?
– Ze zeiden niks. Alleen dat het dringend was. Naar mijn moeder rijden duurt te lang. Zou jij alsjeblieft even op mijn zoon willen passen? Hij is zeven en een half, hij kan eigenlijk wel alleen thuis zijn, maar ik maak me gewoon teveel zorgen. Ik zit al zo in de stress
– Natuurlijk, ik kleed me snel om en kom beneden.
– Hij is meestal wel rustig. Zit of met zijn tablet of stelt honderd vragen.
***
De vrouw in een wit hemd en spijkerbroek zat aan de keukentafel, met een kop thee in haar hand, bellend:
– Die mevrouw Jansen van de administratie is niet goed bij dr hoofd. Je ziet toch zo dat ze met Peter van HR zit te flirten.
De keuken in kwam een jongen met een tablet in zijn handen. Uit de tablet klonk het getwist van Jamie en Adam uit MythBusters. Op zijn T-shirt stond: De toekomst is voor robots!
– Sorry, ik moet ophangen. Ben hier bezig met filantropie. – sloot de vrouw haar telefoongesprek af. – Hallo, ik ben tante Marieke. Wil je thee?
– Nee, dank u. Ik ben Floris. Mama zei al dat u kwam. En u bent mooi… Al zegt mama dat mooie vrouwen altijd ongelukkig zijn. Papa zegt dan: als haar logica klopt, is ze óf lelijk, óf is het huwelijk mislukt.
– Jouw ouders hebben humor! Dankjewel voor het compliment, en over ongelukkig…
– Heeft u een man?
– Eh, tja… hij is naar de winkel. Zon jaar of drie geleden.
– Ohhh, ik snap het! Hij heeft u laten zitten!
– Zeg, hebben jullie iets sterkers dan thee in huis? Ik word duizelig van zulke gesprekken
– Daar staat volgens mij wijn in de koelkast.
– bedankt, maar laat ik het toch maar bij thee houden. Ik ben immers de oppas.
– Tante Marieke, u heeft een nieuwe man nodig.
– Nou Floris, ik wacht wel tot jíj volwassen bent. Waar zou ik die vinden?
– Waar zoekt u naar? Ik heb laatst een programma gezien, je moet heel precies weten wat je zoekt.
– Stuur me de link maar door. Nou, iemand die rijk, knap en lief is. Die van mij houdt, en voor me zorgt…
– En wat heeft hij dan aan u?
– Hoe bedoel je?
– Ik bedoel, waarom zou zon meneer voor u kiezen? Als hij slim is, zoekt hij een partner, geen lastpak
– Waar stond die wijn? – ze liep naar de koelkast, goot haar thee door de gootsteen en schonk wijn in haar mok.
– Ik heb ook een documentaire gezien over vrouwen van rijke mannen. Alcohollisten zijn het. Wonen in villas maar drinken zich doodgewoon.
– Ach, lieve Floortje, dat heet eenzaamheid. Drink je mee? Grapje!
– Weet u op wie ik ga trouwen?
– Op mij, zei ik toch!
– Qua karakter.
– Wie bedoel je?
– Met Femke. We doen samen aan robotica. Zij is slim, slimmer dan ik. Op een dag werkte de Bluetooth-verbinding tussen onze twee modules niet meer, net tijdens een wedstrijd. Ik raakte in paniek, onze robot stopte ermee. Maar Femke bleef rustig, stelde voor alles opnieuw te verbinden. Tien apparaten in de buurt, maar onze modules stonden er niet bij. Toen zei Femke: kom, we gaan naar buiten, daar is minder storing. In het parkje naast school deed ze het nog eens en meteen vond alles elkaar. We wonnen de prijs. Zij is mijn team! Op haar kan ik vertrouwen. Daar kun je van houden!
De vrouw dronk haar mok leeg en vulde opnieuw.
– Die Femke heeft me mooi mijn toekomstig man afgesnoept. Dus jij bedoelt dat ik op mijn werk naar een man moet zoeken?
– De sterksten worden juist gevonden. Je hoeft niet te zoeken alsof het tomaten zijn in de winkel.
– Je klinkt als een psycholoog, ik snap echt niks van je!
– Wordt zelf rijk, knap en aardig! Snap je?
– Maar waarom zou ik dan nog iemand nodig hebben? Ik zou reizen, Engels leren, danslessen volgen, kookcursussen doen. Krijg je nog wat voor terug!
– Waarom doe je dat nu niet dan?
– Omdat er niemand is die het voor me betaalt.
– Dan bent u inderdaad een soort parasiet.
– Hé, rustig aan! Ik wil alleen maar gewoon vrouwengeluk ervaren.
– Minder films kijken! Anders blijf je eindeloos zoeken naar een man die niet bestaat, in plaats van te leven.
– Hou je mond! Je snapt er niks van! Ga maar naar je kamer. Tijd om te slapen, wijsneus.
De jongen vertrok. De vrouw liet zich gaan en rolde stil haar tranen. Ze dronk haar beker leeg terwijl haar telefoon begon te trillen. Ze drukte weg. Toen ging de voordeur open. Daar stond het stel, een beetje aangeschoten, hun ogen straalden van plezier.
– Marieke, ontzettend bedankt dat je wilde oppassen! riep de buurvrouw.
– Geen probleem, ik heb wel wat van jullie wijn gepakt…
– Geeft niet, hoor.
– Is alles goed met je man?
– Het waren zijn collegas, een grap. Vandaag is het de verjaardag van onze eerste zoen. Ik kwam naar zijn kantoor, lag hij op de vloer met een briefje op zijn borst: Ik ben de slapende prins. Kus me! Daarna wijn gehaald en samen naar de film gegaan, precies zoals toen we nog studeerden.
– Jullie spannen samen, zeker? Nou, ik ga maar weer.
– En, was Floris lief? – vroeg zijn moeder bij de deur.
– O, vreselijk. Mag ik vaker op hem passen? Kan ik hem een beetje opvoedenDe buurvrouw lachte. “Je krijgt een medaille. Of minstens een fles wijn.”
Op de galerij liep Marieke langzaam naar boven. Terwijl de nachtzoemer van de stad zachtjes binnenviel, voelde ze in haar jaszak de vergeten tablet van Floris. Een video stond nog open: MythBusters, twee presentatoren lachend in de pauze, de een zei tegen de ander: Soms werkt het leven niet zoals je denkt, maar uiteindelijk is alles een experiment.
Op de drempel van haar flat keek Marieke naar haar spiegelbeeld in het ramenraam. Ze glimlachte flauwtjes. Met een onverwacht lichte tred liep ze naar binnen, zette de wijnfles weer terug in de koelkast en stuurde Floris een berichtje: Geef Femke morgen een high five. Teamwork maakt alles leuker, zelfs grote mensenwerk.
En terwijl de stad verder zweeg, zette Marieke haar favoriete muziek weer een klein beetje harder, schonk zichzelf alsnog een kop thee in dit keer zonder drama en lachte zachtjes om haar eigen experiment van vanavond. Misschien, dacht ze, moest ze morgen toch maar eens beginnen met reizen. Of op zijn minst, met dansen.







