Als je zag hoe Bram weer een Spiderman tekende in zijn schrift in plaats van de opgave te maken, wisten zijn ouders zeker: van alle gezinsleden wachtte alleen de kat een toekomst zonder zorgen.
Tientallen bijlesdocenten konden de jongen geen liefde voor exacte vakken bijbrengen. Sterker nog, hoe meer leraren Bram had, hoe filosofischer hij werd. Het leven? Eén grote kermis, vond Bram. Echte geluksmomenten: lekker niksen, Bossche bollen eten en cartoons kijken op zijn mobieltje.
Toen de handen van de ouders bijna op hun enkels hingen van moedeloosheid, stuitte vader Erik op een vaag internetadvertentie: “Te koop: halter en ik geef uw kinderen, familie, buren, vrienden liefde voor school- én sportvakken. Eigen methode. Werk met rekenen, geschiedenis, Nederlands, Engels, biceps, triceps, benen, schouders, literatuur én borst. Groeten, Henk.”
De wanhoop blies het ouderlijk waakvlammetje vakkundig uit. Erik toetste het nummer in, en na twee piepjes schalde een hijgende stem door de speaker.
“Met Henk.” Tussen de ademstoten door hoorde je enig ijzerig geklepper.
“Goedendag, ik bel over de advertentie.”
“De halter is al verkocht,” bromde Henk, wilde bijna ophangen.
“Nee, nee, ik wil mijn zoon rekensommen, Nederlands en literatuur laten leren.”
“Leeftijd, gewicht, skills van het kind?”
De bondigheid van Henk was tegelijk bemoedigend en beangstigend. Het geklepper werd afgewisseld door het gesis van een springtouw. Er schoof lichtelijk een luchtje van zweet uit de telefoon.
“Negen jaar, vijfentwintig kilo, kan bijna onder elkaar optellen en…”
“Hoeveel keer kan-ie opdrukken?”
“Hoezo?” Erik krabde in zijn oor.
“Hoe vaak opdrukken en optrekken?” herhaalde Henk.
“Eh… ik denk misschien vijf keer?”
“Ken ‘ie het verschil tussen een voor- en achtervoegsel?”
“Moet ik even aan mijn vrouw vragen…”
“Welke tools zijn er in huis?”
“Tools?”
“Passer, gradenboog, expander, kettlebells?”
“Eh, een houten lineaal.”
“Begrepen. Stuur maar een adres, ik ben er binnen een uur,” zei Henk, en schreeuwde: “Voeten wijder, rug recht! Niet tegen jou hoor, ik geef geschiedenis!” Klik.
Erik stond nog even met gespreide benen en een rug recht als een Friese schaatsbaan, en strompelde toen naar Bram.
Dat hij een nieuwe bijlesdocent kreeg, interesseerde Bram niet; hij draaide het volume van de televisie op en vroeg om een kopje thee met kaasbroodje. Wetenschap kon hem niet boeien.
De bel ging. Mama Anne keek door het raampje en zag een borstomvang waar je jaloers op kon worden.
“Goedendag,” boog de spierbundel genaamd Henk, in een strak hemdje, ruikend naar kokosshampoo, de gang binnen. “Waar is jullie Olympiër?”
“W-wie?” stotterde Anne. “Is dat die kippige eigenaar van een Opel, die je in het briefje onder de ruitenwisser beloofde een lesje te leren?”
“Sorry,” klonk het uit de kamer, “vergissing, ik ben oogarts… geweest.”
“Ik ben Henk Janssen, tegenwoordig bijlesdocent.”
“Aha, u bent het,” kwam Erik achter het dressoir vandaan. “Sorry, we herkenden u niet. Zal ik uw tas nemen?”
Henk gaf zijn ijshockeytas aan, en eenmaal losgelaten, drukte het ding Erik zowat tegen de vloer. De kat schoot in paniek met supersonische snelheid door twee kamers én een dichte deur.
“Wat zit er in hemelsnaam in die tas?” hijgde Erik, strompelend richting Brams kamer.
“Studie- en trainingsmateriaal. Voor de basisschool én praktijkvakken.”
Bram lag als gewoonlijk quasi-vastgegroeid aan de bank met zijn telefoon, toen de deur openging.
“Naar je toe! Trek!” gilde vader, maar te laat. Henk stiefelde binnen en inspecteerde het behang.
“Heb je een boorhamer?”
“Waarvoor?”
“Nederlands oefenen,” antwoordde Henk, en haalde een optrekstang, bokszak en touw uit zijn tas.
“Ik haal wel even de buurman,” zuchtte Erik, trillend van uitputting. “Maak alvast kennis. Dit is Bram.” Hij trok zijn zoontje, nauwelijks zo groot als Henks knie, overeind. “Bram, dit is Henk Janssen, de bijlesdocent.”
“Hoe komt u aan al die spieren?” vroeg Bram in plaats van goedendag.
“Opgeteld,” zei Henk, stapelde halterschijven.
“Succes samen,” riep Erik en vluchtte de kamer uit.
“Bent u sterker dan Spiderman?”
“Kan Spiderman 200 kilo bankdrukken?”
Bram begreep het niet, maar voelde aan dat het antwoord nee was.
“Ik hou niet van lessen,” zei hij direct.
“Lessen zijn voor sukkels. Wij gaan sit-ups doen.”
Henk plofte neer op de vloer en begon te trainen. Bram bleef staan kijken, denkend dat die rare bijlesdocent het snel zou opgeven, maar de man veranderde gewoon van snelheid en verhoogde het gewicht. Na de buikspieren pakte Henk dumbbells, daarna de expander, eindigend met opdrukken.
“Alles onthouden? Wil je sterk worden, of levenslang een muurbloem zoals jouw mutant?”
Bram schudde fel nee.
“Mooi! Driemaal alle oefeningen, drie-en-veertig keer min negen. Begin met sit-ups.”
“Hoeveel is dat?”
“Zeg jij het maar!”
“Geen boorhamer, alleen een accuboormachine gevonden,” stormde Erik binnen en bleef sprakeloos staan toen hij zijn zoon zag opdrukken. “Ik kom later wel terug,” fluisterde hij, sloot de deur, en hield die stevig dicht.
***
Volgende ochtend, half zes. De bel. Hoofd van het gezin, slaapdronken, liep de hal in en wilde de onbekende gast grofweg te woord staan, maar ontmoette Henks kaalgeschoren hoofd in het deurkozijn en realiseerde zich dat geen enkel scheldwoord groot genoeg was om zoiets te bedekken. Het leek wel of Henk s nachts nóg breder was geworden, en zelfs zijn wallen leken op biceps.
“We hebben geschiedenis- en aardrijkskundeles. Dresscode: sneakers, shirt, korte broek. Vandaag een duurloop met historische stadsquiz.”
“Hij zit net in groep 5, die vakken krijgt hij nog niet,” geeuwde Erik.
“Er komt nog poëzie bij. Gaat u mee?”
“Nee, bedankt. Ik was goed op school.”
“In welk jaar trokken de Bourgondiërs zich terug uit onze provincie?”
“Ehm, ik ga mijn zoon wakker maken…,” vluchtte Erik naar Brams slaapkamer.
Na enkele minuten:
“Hij wordt niet wakker.”
“Kleed hem aan, dan komt t onderweg wel.”
***
Drie keer per week stond Henk op de stoep. Maandag: borst-triceps-schouders-rekenen-Nederlands; woensdag: rug-biceps-literatuur-Engels; vrijdag: benen-aardrijkskunde-geschiedenis.
Na drie weken liep Bram de keuken in zonder shirt, en Erik verborg zijn bierbuik achter de waterkoker: zesbuikjes! Bram was gespierder, liep rechtop en wees zijn ouders op hun beroerde conditie.
“Erik, ik weet niet of ik dit leuk vind,” zei Anne tijdens het eten. “Weet je wat Bram vroeg voor zijn verjaardag?”
“Xbox? Die vroeg hij laatst aan mij.”
“Nee, een klimrek en blender voor smoothies. Dat Henk is geen bijlesdocent, maar een sportfanaat! Die breekt straks Brams gezondheid af.”
“Denk je? Ze doen toch ook rekenen?”
“Heb je ooit een lesboek zien liggen?”
“Een calorieëntabel.”
“Precies mijn punt. Spierbundels zijn niet… eh….”
“Niet wat?” vroeg Erik verbaasd.
“Niet de slimste,” tikte ze op haar glas als bewijs. “Straks is Bram ook zo eentje.”
“Dan liever een domme krachtpatser dan een zwakke boekenwurm?”
“Ik wil gewoon een normaal kind! Dit moet stoppen!”
De telefoon ging.
“Zijn juf,” zuchtte Anne.
“Hallo? Wat heeft hij gedaan? Ja, ik kom eraan.”
“Wat is er?”
“Bram heeft gevochten. Zie je wel, ik zei het toch. Dit loopt niet goed af.”
“Ik ga mee.”
***
Met de taxi naar school; direct naar de directrice geroepen.
“Zo zie je maar: bijlesdocent in huis en je kind in groep 5 komt al bij de directeur.”
Ouders, kinderen, schoolpsycholoog en juf vulden het kantoor; zon drukte dat de piano in het muzieklokaal ontstemd raakte.
“Dit is geen sportschool, maar een onderwijsinstelling,” blafte een moeder.
“Wat is er precies gebeurd?”
De juf nam het woord.
“Bram dwong klasgenootjes in de pauze tikkertje te doen en het aantal beurten te berekenen via breuken.”
“Pardon?”
“Om en om optrekken aan de stang, met elke ronde zwaarder,” verklaarde Bram.
“Stil! De andere kinderen wilden het niet. Bram dreigde ermee.”
“Maar zij begonnen. Ze wilden me slaan toen ik hun taalgebruik corrigeerde.”
“Hoe dan?”
“Ik legde uit hoe je ‘onnozelaar’ en ‘betweter’ vervoegt. Toen stormden ze op me af, maar ik verdedigde me. Zoals Henk zegt: ‘Heb je veel energie, kun je vaker optrekken’ en ‘in plaats van vechten met holbewoners: leer delen met breuken’.” Bram keek schuldbewust naar beneden.
“Hij zei dat als we nog één keer moeilijk deden, hij onze wortels zou trekken!” piepte een jongetje.
“Dit neanderthaaltje hoort niet bij onze kinderen!” krijste een moeder.
“Wacht eens even,” zei Erik. “Dus er was geen vechtpartij?”
De getroffen ouders schudden hun hoofden.
“Mijn zoon reageerde op agressie met rekenen en sport?”
“En hij liet ze over het veld rennen en Trefwoorden leren!”
“Kijk, en jij vreest dat hij een domme spierbundel wordt,” zei Erik tegen Anne, die knikte.
“Sorry,” zei de directrice, “ik bied mijn excuses aan.”
“Laat hem maar sorry zeggen,” snauwde een ouder richting Bram.
“Niet tegen u, tegen Brams ouders. Jullie zoon is top,” sprak de directrice. “Maar gezien wat ik nu hoor, moeten we hem wel overplaatsen.”
“Rechtvaardigheid zegeviert! En jullie krachtpatserkind kan er ook wat van!” mompelde een ouder.
“We plaatsen hem in groep 6. Hij is duidelijk de stof vooruit.”
Het werd stil. Slechts het geluid van knarsende jaloezie in de hoofden van de aanklagers vulde de ruimte. Iedereen droop af, zonder elkaar aan te kijken.
“Hallo Henk, klein dingetje: Bram gaat naar groep 6, nóg meer vakken,” belde Erik op de gang.
***
Een week later zat Bram inderdaad in groep 6. Twee weken erop deed hij mee aan een jeugd-crossfitwedstrijd én bereidde hij zich voor op zijn eerste kinder-literaire olympiade.
Een maand later kreeg Erik een telefoontje van een ex-klasgenoot-ouder, met het verzoek om Henks nummer.
En zo ontstond Brams eigen kinderclub met gecombineerde focus: wie uit de groep werd gegooid, was niet vanwege slechte sportprestaties, maar omdat het boekrapport niet op orde was!
Als ze zagen hoe Sem de zoveelste Spider-Man in zijn schrift tekende in plaats van de rekensom te maken, beseften zijn ouders dat alleen de kat een zorgeloze en comfortabele toekomst in het gezin tegemoet mocht zien.







