Lieve dagboek,
Vandaag was een van die dagen die ik niet snel zal vergeten. Ik kwam veel te vroeg terug uit Friesland, bepakt met lekkernijen van mijn ouders: zelfgemaakte jam, een flinke worst, appels recht uit de boomgaard. Ik wilde Pieter verrassen, drie dagen eerder dan hij wist. Al die tijd in de bus, vanaf Leeuwarden, telde ik de kilometers ik kon niet wachten om thuis te zijn. Het enige wat ik voelde, was het gemis en een zeurend gevoel in mijn rug. Sinds mijn zesde zwangerschapsmaand is dat het ergste, vooral met al die zware tassen.
Bij het uitstappen voelde mijn schouder branden van het gewicht. Ik zette de boodschappentassen even op het hobbelige stoepje bij de halte hier in Amersfoort. Oei, de kleine begon onrustig te worden in mijn buik. Nog maar een klein stukje lopen tot huis, hield ik mezelf voor.
Wat zou Pieter nu aan het doen zijn? Vast in alle rust aan het werk, geen idee dat ik al zo dichtbij ben. Die paar honderd meter naar huis leken eindeloos, die tassen wogen echt kilos. Na vijftig meter moest ik toegeven: dit ging ik niet volhouden.
Ik pakte mijn mobiel en belde Pieter.
Hoi, Pieter, ik ben het, fluisterde ik, dankbaar dat hij eindelijk opnam.
Sanne? Wat is er? Ben je oké? klonk zijn bezorgde stem.
Alles goed, maak je geen zorgen. Ik ben thuis! Nou ja, bijna bij de bushalte voor ons huis. Zou je me willen komen helpen met de tassen? Het is gewoon te zwaar, mijn moeder heeft echt weer alles meegegeven
Het bleef even stil aan de lijn.
Sta je nu aan de bushalte? Echt? Waarom heb je niets gezegd? Je zou toch donderdag pas komen!
Ik wilde je verrassen, zei ik zacht. Ben je niet blij? Ik ben zo moe, Pieter. Kom je me even halen?
Wacht! riep hij ineens. Ga niet naar huis. Of nou ja, wel, maar… Sanne, er is niks meer in huis. Ik heb gisteren alles opgemaakt. Zou je misschien even bij de Albert Heijn om de hoek vlees kunnen halen? Wat biefstuk, een pondje, misschien verse aardappelen de onze zijn helemaal uitgedroogd. Ik heb vrij genomen vandaag, wilde een lekkere lunch maken om je goed te kunnen ontvangen.
Vlees? herhaalde ik verbijsterd. Pieter, hoor je jezelf? Ik ben zwanger, zes maanden al, ik sta hier met twee volle tassen! Mijn rug werkt niet mee. Haal me op, alsjeblieft. Er is zat thuis. Wat maakt het uit ik wil alleen maar even zitten en iets eten.
Sanne, begrijp me nou, klonk hij gehaast. Ik wil het gewoon gezellig maken. Het is twee minuutjes naar die winkel. Haal een stukje vlees en wat aardappelen, vraag eventueel iemand onderweg om hulp. Als je alles hebt, is het alleen nog even naar huis lopen. Ik ben hier nog bezig met de voorbereidingen. Doe het alsjeblieft voor ons!
Misschien klonk ik boos, misschien zelfs teleurgesteld, maar wat voelde ik me ongelofelijk alleen aan die bushalte, onder het kille licht van de straatlantaarn. Tranen voelde ik prikken, maar ik vermande mezelf: misschien was hij echt iets bijzonders van plan. Dus strompelde ik met mijn rugpijn en de zware tassen richting supermarkt.
In de winkel voelde iedereen meteen met me mee, zelfs de half slapende cassière. De biefstuk was zwaar, de aardappels nog zwaarder. Toen ik eindelijk buiten stond, deden mijn handen zon pijn dat ik mijn vingers nauwelijks kon bewegen.
Precies toen rinkelde de telefoon weer.
Heb je alles? klonk Pieter opgewekt.
Ja. Ik ben al bij de flat. Doe de deur even open, ik kan niet meer.
Wacht! Niet naar boven komen! Blijf even op het bankje bij de ingang zitten. Nog tien minuutjes en dan is de verrassing klaar.
Pieter, meen je dit nou? Mijn benen doen zeer, ik kan niet meer blijven staan!
Sanne, het is echt bijna klaar! Je moet tien minuten wachten. Even rusten, frisse lucht, en dan kan je naar binnen. Vertrouw me nog even!
Ik plofte neer op het houten bankje naast het portiek. De tassen vielen met een plof. Ik had zin om dat vlees gewoon uit het raam te gooien. Tien minuten werden er twintig, dertig… Wat kon die verrassing in hemelsnaam zijn? Bloemen? Een ontbijt op bed? Een violist in de woonkamer? Niets leek het waard om een hoogzwangere vrouw zo te laten wachten.
Na vijfendertig minuten hoorde ik eindelijk de portiekdeur. Pieter kwam aanrennen, zijn T-shirt binnenstebuiten, zwetend, wilde haren, zijn gezicht gespannen. Je zit er nog! Waarom kijk je zo boos? Kom, het is zulk mooi weer. Nou ja, gauw naar binnen!
Waarom zie je eruit alsof je met schoonmaakmiddel hebt gevochten? vroeg ik uitgeput terwijl ik probeerde op te staan.
Wacht maar af! Hij haastte zich richting lift.
Binnen opende hij dramatisch de deur en keek verwachtingsvol toe. Er hing een sterke geur van bleekmiddel en goedkope luchtverfrisser. Alles glom. Hij trok me de woonkamer door, dan de keuken, de badkamer. Alles opgeruimd, gezogen, geboend, de rommel op de stoelen verdwenen, zelfs het tapijt nog vochtig van het dweilen, stof nergens meer. Mijn souvenirs stonden keurig in een hoek.
Nou? straalde Pieter. Wat vind je ervan? Verrassing!
Ik keek hem aan, half in tranen. Dus dit is alles?
Hoezo alles? Sanne, ik heb drie uur staan poetsen! Alles, zelfs onder de bank! Al het servies schoon, de wc blinkend als nieuw. Ik wilde dat jij in een schoon huis thuiskwam, dat je even niks hoefde te doen. Daarom moest je ook wachten, ik was net klaar! En jij bedankt me niet eens.
Het klonk misschien ondankbaar, maar het voelde allemaal zo verkeerd. Je liet me dus met die zware tassen naar de Albert Heijn gaan omdat je het huis wilde boenen?
Ja! Je klaagt altijd dat ik niks in huis doe. Nu heb ik bewezen dat ik het wél kan. Jij kwam te vroeg, ik had geen tijd genoeg! Dus moest ik je laten wachten.
Mijn stem brak. Denk jij echt dat ik hiervoor, hoogzwanger, met tassen vlees ging sjouwen en zelf boodschappen moest doen, omdat jij per se die vloer moest dweilen? Ik had gewoon alleen maar willen dat je me kwam halen en me vasthield.
Pieter werd rood, gooide de poetsdoek in de gootsteen en wierp zich in de verdediging, luidruchtig en gekrenkt. Het is bij jou nooit goed! Ik heb de hele nacht wakker gelegen, alles voorbereid om je blij te maken. En jij, je zeurt alleen over mij en je rug. Ik ben ook moe! Ik wil ook waardering.
Ik kon geen woorden meer vinden. Ik huilde, zei dat het me niet meer kon schelen hoe schoon de vloer was, dat zijn prioriteiten niet klopten. Daarop stormde Pieter boos de slaapkamer in, smet de deur dicht.
Met bonzend hart pakte ik daarna mijn spullen. De kleine trapte in mijn buik, ik voelde misselijkheid opkomen. Uiteindelijk heb ik de volgende dag mijn ouders gebeld ik ben weer naar hen toe gegaan, zonder zelfs maar iets te zeggen.
Iedereen probeerde ons nog te helpen: mijn schoonouders belden, zijn zus, zelfs verre familie. Pieter zelf belde ook, met excuses en beloftes. Maar wat mij betreft was het klaar: ik wil geen man die schoonmaakwerk belangrijker vindt dan het welzijn van zijn vrouw en kind. Scheiden was de enige optie.
Waarom zou ik bij iemand blijven, die mij en ons kind niet op de eerste plaats zet?






