Jan bakt aardappelen en opent een potje augurken. Vandaag is het precies een jaar geleden dat zijn Eline is overleden. Opeens wordt er op de deur geklopt.

Jan bakte aardappeltjes en opende een potje augurken. Vandaag was het precies een jaar geleden dat zijn geliefde Marije was overleden. Plotseling klonk er een klop op de deur.

Jij bent het, glimlachte Jan, terwijl hij buurvrouw Geesje op de drempel zag staan. Hij nodigde haar uit plaats te nemen aan tafel. Stilletjes zaten ze tegenover elkaar, dachten aan Marije, hun herinneringen dreven tussen de geur van gebakken aardappels en het zoetzuur van augurken. Opeens haalde Jan een envelop uit zijn zak.

Geesje, deze heb ik van Marije gekregen, vlak voor zij stierf, legde Jan zacht uit en hij overhandigde de envelop aan haar.

Maar die is toch voor jou? Geesje keek verbaasd.

Lees maar. Dan snap je het, sprak Jan. Geesje opende voorzichtig de envelop, haar handen trilden licht. Ze las en slaakte een korte zucht.

***

De schoonzoon had beloofd zaterdagmorgen vroeg Geesje de Vries van het zomerhuisje op te halen. Jammer om weg te moeten het was inmiddels oktober en bij de volkstuinvereniging was het water al afgesloten. Tijd om weer naar huis te gaan.

Geesje! Mevrouw de Vries, bent u binnen? Jan van Dijk, de buurman van het naastgelegen huisje, klopte op het raam.

Kom binnen, Jan! Ik ben hier nog wel, antwoordde ze, terwijl ze haar boodschappentassen sorteerde. De schoonzoon moppert straks vast weer dat ik teveel spullen meesleep, maar wat moet ik anders? De oogst was zo groot dit jaar! Appels gedroogd, augurken in het zuur, jam gemaakt Ik kan het toch niet zomaar laten liggen. Voor wie doe ik het anders?

Je hebt helemaal gelijk, Geesje. Ik vertrek later, blijf nog even hier. Het is prachtig zo in de herfst. Marije hield zo van dit seizoen Even was Jan stil. Weet je nog, vroeger sloten we samen het seizoen af? Jouw Sjoerd was er toen nog, onze kinderen waren nog klein. Alles was netjes, de bomen jong. Nu staat alles vol onkruid. Ach ja. Geesje, vandaag is het een jaar geleden Marije… Hij draaide de envelop tussen zijn vingers. Kan ik bij je aankomen? Je bent welkom bij mij straks. Heb aardappeltjes gebakken, kunnen samen herinneringen ophalen. En ik moet iets met je bespreken. Kom je straks?

Natuurlijk, Jan. Neem alvast deze augurken mee. Ik kom over een halfuurtje, moet alleen nog wat regelen.

Hun vriendschap ging al jaren terug. Samen hadden ze de huisjes opgebouwd, bomen geplant, elkaar geholpen waar nodig. De zomerse verjaardagen vierden ze steevast samen. De zomers waren kort maar intens, een klein leven in zich. Nu logeerden Geesjes kleinkinderen er elk jaar; van alleen zijn kwam ze niet veel. Haar Sjoerd was er inmiddels zeven jaar niet meer. Maar Jan en Marije bleven trouwe buren of nou ja, tot vorig najaar, toen Jan zijn Marije verloor. Nog afgelopen zomer pronkte ze ermee dat ze zoveel was afgevallen. Daarna, ineens Ja, het was een vreemde zomer geweest. Jan had heimelijk aan zijn tuin gegraven, maar wie moest er nu planten? Marije was er niet meer. Hij rommelde wat in de schuur, probeerde bezig te blijven. Geesjes kleinkinderen waren er zelden, zaten in kamp, of met hun ouders aan de Zeeuwse kust. Voor wie bleef zij toch zaaien, dacht ze soms. Ze schoffelde en sproeide, bleef in beweging.

Ze zuchtte, pakte een trui, en liep uiteindelijk naar Jan toe afspraak was afspraak.

Jan zat al klaar. De tafel was eenvoudig maar genoeglijk: gebakken aardappels, tomaten en haar augurken, net geopend.

Neem plaats, Geesje. Morgen komen mijn kinderen op bezoek. Vandaag, laten we samen Marije gedenken. Kijk, oude fotos zie je Sjoerd de kersenboom planten? We allemaal uit het bos met volle manden, nagenietend met een vuurtje. Hier zie je Marije lachen. Proost, Jan schonk jenever in. Op onze geliefden. Op Marije en Sjoerd. Stilte, een crunch van augurk. Toen overhandigde Jan haar de envelop.

Weet je, Geesje, afgelopen herfst ze was zo snel weg In augustus zijn we nog samen teruggegaan naar de stad. Ze hield zich sterk, was altijd opgewekt. We haalden herinneringen op, maandenlang. Oude films gekeken, gepraat over alles. Op een avond gaf ze me deze envelop. Ze zei:

Jan, beloof me één ding. Dit is mijn wens geen discussie, we begrijpen elkaar. Alsjeblieft, neem het aan.

En ze had het speciaal geschreven, wist dat ik het niet zou weggooien. Geesje, lees het.

Geesje aarzelde, maar las:

**Jan, mijn allerliefste, ik ga eerder dan jij. Het leven gaat verder en jij moet dóór voor ons beiden! Je móet gelukkig worden; dat is mijn laatste wens. Dat je aan mij blijft denken, dat weet ik wel. Maar ik wil boven niet toekijken hoe jij jezelf verliest. Probeer het maar, weer gelukkig zijn. Misschien komt er iemand op je pad En weet dan dat ik het goed vind, sterker nog, ik hoop het! Ik hoop dat het Geesje zal zijn. Ze is een goed mens, ze begrijpt je, bied haar een plek naast je. Dat zou het mooiste zijn voor jullie. We gaven nooit op. Alstublieft, wees niet bang en leef, Jan. Jouw Marije.**

Geesje las het nogmaals, keek naar Jan.

Ik heb haar plechtig beloofd dat ik haar laatste wens zou volgen, sprak Jan zacht, zichtbaar gespannen. Geesje, laten we het samen proberen. We delen een warme vriendschap. Er is niemand die ons zal veroordelen. Elke dag is een zegen laten we hem samen beleven. Geesje, wil je mijn vrouw worden? Ik beloof je dat je geen spijt zult hebben.

Geesje wist even niets te zeggen; de woorden overrompelden haar. Ze keek Jan aan, dacht na, en voelde de waarheid in zijn vraag.

Jan, ik denk erover na. Ik vertel mijn schoonzoon wel dat ik iets langer blijf. Een weekje nog.

Zo besloten ze samen die nacht. Jan bracht haar nog naar huis.

Die nacht kon Geesje amper slapen. Haar hele leven trok aan haar voorbij. In de vroege ochtend droomde ze van haar Sjoerd; hij lachte, alsof hij haar geruststelde ‘Met zn tweeën is alles lichter. Trouwen met Jan, dus. Ik vind het goed, ben zelfs blij voor je.’

De volgende zomer haalden Geesje en Jan het hek tussen hun tuinen weg. Hun kleinkinderen renden nu samen rond; Jan timmerde een schommel en Geesje plantte alles wat haar hart begeerde. Er was genoeg voor de hele familie. De kleindochters hielpen met de bloemenbedden. De kinderen kwamen in het weekend langs en waren blij dat hun ouders elkaar hadden gevonden en niet alleen waren.

Misschien zouden sommigen hun keuze afkeuren, maar Marije en Sjoerd keken vanaf boven glimlachend toe. De laatste wens om gelukkig te zijn was vervuld. En het leven, ondanks alles, ging door.

Please rate
Bagattia News
Jan bakt aardappelen en opent een potje augurken. Vandaag is het precies een jaar geleden dat zijn Eline is overleden. Opeens wordt er op de deur geklopt.