Jeroen reed met zijn vrachtwagen door de polder, onderweg naar een klein dorpje ergens in Noord-Holland. De lucht in de cabine rook heerlijk naar versgebakken aardappelkroketten, die zijn moeder speciaal voor hem had gemaakt als lunch. Het was eigenlijk een feestdag, maar het werk riep er moest een zending afgeleverd worden.
Onderweg zette Jeroen vrolijke Nederlandse muziek op de radio, waardoor zijn humeur meteen een stuk beter werd.
Het was al donker toen Jeroen het dorp naderde. Bij een bushalte die verlicht werd door de koplampen, zag hij ineens een jonge vrouw langs de weg staan, haar hand uitgestoken in een hopeloze poging een lift te krijgen. In deze buurt kwamen zo laat nauwelijks nog autos voorbij.
Hij remde af en draaide het raampje omlaag. De jonge vrouw, duidelijk verkleumd, kwam opgelucht op zijn vrachtwagen afgerend.
Kan ik misschien meerijden? vroeg ze een beetje onzeker.
Tuurlijk, stap maar in, antwoordde Jeroen terwijl hij haar vriendelijk toeknikte. Hier rijden nu nauwelijks nog autos rond. Sta je al lang te wachten?
Ja, al best lang zei ze, en ineens schoten de tranen in haar ogen.
Jeroen keek haar bezorgd aan. Is er iets gebeurd?
Snikkend begon ze haar verhaal te doen:
Ik heet Lotte, zei ze zacht. Vandaag is het Driekoningen, een soort feestdag hier en omdat het weekend is, had een collega van mij me uitgenodigd haar in het dorp te vergezellen op hun tuin. Haar man zou gaan barbecueën, en er zou een hele gezellige avond met eten en vrienden zijn. Ze vroeg me om haar te bellen zodra ik was aangekomen, dan zou ze me ophalen bij de bushalte naast de dorpswinkel.
Ik vond het wel fijn, want rond Kerst heb ik het net uitgemaakt met mijn vriend, dus deze uitnodiging kwam wel goed uit. Konden we het even vieren, zodat ik niet alleen thuis zat te sippen.
Dus ik stapte in de bus die naar t dorp Zandvoort ging, dacht ik. Toen ik eruit stapte en haar belde, zei ze dat ze er zo aan kwam en of ik in de winkel wilde wachten. Toen keek ik om me heen en zag ik dat er helemaal niets in de buurt was, alleen maar weiland en het dorp lag nog zo’n driehonderd meter verderop.
Maar toen ik nog eens naar de vertrekkende bus keek, zag ik: er stond niet Zandvoort, maar Zandmeer op de voorkant.
Toen had ik het dus mis, en stond ik helemaal aan de verkeerde kant van het kanaal. Plus, de bus reed al weg. Ik riep de chauffeur nog na, maar die hoorde me niet. Na een tijdje werd het me duidelijk dat dit de laatste bus van de dag was.
Geen autos richting de stad en het werd steeds kouder. Ik twijfelde of ik naar het dorp moest lopen, maar besloot te proberen nog een lift te krijgen.
Bijna drie uur stond ik daar, met alleen wat licht van de lantaarnpaal. Als jij niet was gestopt, ik weet niet wat ik had moeten doen. Dankjewel, echt
Zullen we anders tutoyeren? stelde Jeroen met een glimlach voor.
Lotte knikte en glimlachte een beetje door haar tranen heen.
Jeroen vond haar meteen leuk: een nuchtere, sympathieke meid, geen poeha. Je zag dat ze goed alleen kon zijn. Na een tijdje stopte hij de wagen langs de kant van de weg.
Weet je wat, je bent nu lekker opgewarmd, tijd om wat te eten. Mijn moeder maakt echt de lekkerste aardappelkroketten.
Samen genoten ze van zijn lunch. Lotte had in haar tas wat plakjes ossenworst, kaas en een reep pure chocola meegenomen.
Later maakten ze het zich comfortabel in de vrachtwagencabine Lotte op het opklapbed bovenin, Jeroen op de stoelen beneden. Toen ze bijna in slaap vielen, vroeg Lotte zachtjes:
Zeg Jeroen, ben jij eigenlijk getrouwd?
Nee, helemaal niet.
Waarom niet?
Jeroen lachte een beetje verlegen. Nou, ik heb eigenlijk pas net een meisje ontmoet die ik leuk vind maar ik heb haar nog niets verteld.
Aha, begrijpelijk.
Snel slapen nu, morgen moet ik vroeg lossen!
De reis verliep verder vlekkeloos. Lotte grapte dat dit haar allereerste avontuur van deze soort was, maar dat ze inmiddels eigenlijk blij was dat alles zo gelopen was.
Tijdens het rijden voelde Jeroen steeds sterker dat het lot hen zo samen had gebracht.
Toen ze na het weekend samen terugreden naar de stad, vroeg Jeroen plots:
Mag ik trouwens je nummer?
En dat meisje waar je het over had, die je leuk vond? vroeg Lotte plagerig.
Daar had ik het dus over jou had je dat niet door? lachte Jeroen. Ik vind je echt heel leuk en zou graag kijken waar dit naartoe gaat, als jij dat ook wilt
Daar voel ik ook wel wat voor, zei Lotte. Een echte vent, je liet me niet in de steek en hebt me geweldig geholpen deze nacht.
En zo kwam het dat Jeroen en Lotte in april voor de burgerlijke stand stonden. Sommige dingen zijn nu eenmaal echt voorbestemdDe moeder van Jeroen had speciaal voor de gelegenheid een dienblad vol aardappelkroketten gebakken en rolde die trots de kleine trouwzaal binnen. De zon brak net door boven de weilanden, goud licht viel naar binnen. Terwijl de burgemeester zijn zegen uitsprak en hun handen elkaar vonden, knipoogde Jeroen naar Lotte. Zij wist, met een stille glimlach en een zucht van geluk, dat verdwalen soms de mooiste ontmoetingen brengt.
Na afloop stonden de gasten nog even buiten te keuvelen, terwijl Jeroen zijn arm stevig om Lotte heen sloeg. De vrachtwagen stond voor het gemeentehuis te blinken, feestelijk versierd met linten en bloemen.
Zullen we samen rijden? fluisterde Lotte.
Waarheen? vroeg Jeroen.
Maakt niet uit, lachte ze. Als jij maar aan het stuur zit en ik naast je.
Jeroen grijnsde, zette de radio aan en het leven reed vrolijk mee. Ze wisten het allebei: met zn tweeën, in welke polder dan ook, was elke weg de juiste.







