Gisteren zei mijn vriend tegen mij:

Lang geleden vertelde mijn vriend me op een avond:

Zaterdag komen de jongens langs. Kun je dan misschien bij je ouders logeren?

Ik stond even stil, de mok in mijn hand:

Rutger, alweer?

Ja, gewoon weer. We spreken elke maand af, dat weet je, zei hij.

Dat wist ik inderdaad. Elke maand kwamen zijn vrienden bij ons thuis om gezelschapsspellen te spelen, en telkens weer vroeg hij me het huis een nacht verlaten. We woonden al twee jaar samen in Amsterdam. Ik was eenendertig, hij vierendertig. Al zijn vrienden zijn tussen de dertig en vijfendertig, bijna allemaal met een vrouw of vriendin. Maar gek genoeg was ík steeds degene die moest vertrekken wanneer zij langskwamen.

Steeds reed ik naar mijn ouders in Haarlem, naar oma in Leiden, of naar een vriendin in Utrecht alsof ik weer een kind was dat men naar opa of oma bracht als de volwassenen een feestje hadden. En telkens voelde het zo vernederend.

De eerste dag zonder vrouwen

Het was allemaal begonnen een goed anderhalf jaar daarvoor, toen we net samenwoonden.

Rutger had toen gezegd:

Zaterdag komen er een paar van de gasten. We willen wat spellen spelen. Zou jij ergens anders kunnen zijn?

Ik keek hem vreemd aan:

Waarom? Dit is ook míjn huis.

We houden een mannenavond. Geen vrouwen erbij, kan iedereen lekker zichzelf zijn.

Gaan de andere meiden dan ook weg?

Nee. Maar die wonen apart. Jij woont samen met mij, dus zou het ongemakkelijk voor je zijn.

Ik dacht: ach, laat ze die eerste keer lekker. Ik sliep bij een vriendin in Rotterdam.

Rutger kwam die nacht opgewekt terug:

Bedankt dat je even wegging! Was echt gezellig.

En een maand later weer:

Zaterdag komen ze, kun je dan bij je ouders slapen?

Dus sliep ik bij mijn ouders. De maand erop bij oma. Weer daarna bij een vriendin.

En zo ging het anderhalf jaar lang door: elke maand vertrok ik uit mijn eigen huis, omdat er een dag zonder vrouwen moest zijn.

Wat me begon te irriteren

Onlangs hoorde ik dat de vriendinnen van zijn vrienden helemaal niet de deur uit gaan wanneer de mannen samenkomen.

Ik vroeg aan Maartje, de vriendin van Bart, een van Rutgers maten:

Waar ga jij heen als ze een spellenavond hebben?

Ze keek verbaasd en haalde haar schouders op:

Nergens, ik blijf gewoon thuis. Zij zitten in de woonkamer, ik doe wat anders. Dat is toch ons huis?

Maar ze vragen je niet om weg te gaan?

Waarom zouden ze? Het is mijn plek ook.

Ik praatte met nog twee andere vrouwen. Niemand van hen vertrok, alleen ik.

Ik vroeg Rutger:

Waarom moeten júist wij dit huis verlaten, maar blijven anderen gewoon thuis?

Hij dacht even na:

Die hebben grote huizen, twee, misschien drie kamers. Dan kan iedereen zich terugtrekken. Hier is het één kamer. Dan zit je maar raar.

Ik vind het prima. Ik kan best een boek lezen met mn koptelefoon op.

Liever niet, ga jij maar gewoon. Is voor iedereen het fijnst.

Voor iedereen, behalve voor mij.

Mijn huis is ook mijn huis

Elke keer als ik mijn weekendtas pakte, voelde ik me een gast in mijn eigen huis. Ik betaal de helft van de huur ruim 750 per maand, ons klein appartementje in De Pijp maar maandelijks word ik verzocht plaats te maken voor een mannenavond.

Ik kom aan bij oma in Leiden met mn tas, en zij vraagt:

Ruzie gehad?

Nee, oma, alleen komen Rutgers vrienden langs vanavond.

Maar waarom ben jíj dan niet thuis?

Ik schaam me, telkens als ik moet uitleggen dat mijn vriend het gezelliger vindt als ik even vertrek.

Bij mijn ouders is het hetzelfde:

Was je gisteren niet ook al hier?

Rutger heeft weer zon dag zonder vrouwen.

Mijn moeder zegt niets, maar haar blik spreekt boekdelen.

Dubbele standaarden

Rutger zegt vaak dat ik geen moeilijke vrouw ben. Dat hij boft met mij andere vriendinnen eisen diners, cadeautjes, vakanties naar het buitenland.

Andere koppels gaan twee keer per week uit eten. zegt hij dan. Maar jij wilt dat allemaal niet. Je bent zo begripvol.

Dat klopt. Wij gaan hoogstens één keer per maand naar een café. We zijn nog nooit samen op reis geweest in die twee jaar.

Anderen reizen elk half jaar. voegt hij toe. Maar jij zeurt niet. Vind ik knap.

Ik klaag niet, want het geld kunnen we missen, hoewel Rutger goed verdient.

Maar als ík vraag of ik voor één keer per maand ook gewoon in mijn eigen huis mag zijn, dan ben ik ineens wél eisend.

Je kunt toch best één avond per maand ergens logeren? zegt hij. Het is geen probleem.

Nee, het is geen probleem. Ik pak mijn spullen, overnacht bij familie, omdat hij tijd nodig heeft zonder vrouwen in de buurt.

Ik vraag niet om luxe uitjes, geen vakanties, geen mooie diners. Maar gewoon thuis mogen blijven, dat is blijkbaar al te veel gevraagd.

Wat zijn moeder zei

Laatst kwam Rutgers moeder, mevrouw Bakker, erachter en zei:

Waarom ga je weg, meid? Dit is ook jouw huis. Blijf gewoon en leer zn vrienden eens kennen.

Ik zei:

Ze houden een mannenavond, dat is ongemakkelijk voor mij.

Ze keek me streng aan.

Je bent zijn vrouw. Je hoort deel uit te maken van zijn leven, van zijn vriendenkring. Als hij je verbergt voor zijn vrienden, is dat vreemd.

Ze heeft gelijk. We zijn al twee jaar samen en ik ken zijn vrienden nauwelijks. Als ze binnenkomen, vertrek ik alweer.

Toch vind ik nieuwe mensen spannend. Ben verlegen. Het is makkelijker om gewoon weg te gaan dan ernaast te zitten. Misschien ben ik bang dat ze denken: Waarom vertrekt zij steeds? Zet Rutger haar buiten de deur?

Zijn vrienden: erbuiten vallen

Laatst ontdekte ik nog iets. Als Rutger een keer niet kan, bijvoorbeeld door werk of ziek zijn, komen zijn vrienden prima zonder hem bij elkaar.

Waarom spreken ze zonder jou af? vraag ik.

Ik kon niet, en toen gingen ze alsnog samenkomen.

En hebben ze je niet meer uitgenodigd?

Nee, blijkbaar vergeten.

Vergeten. Of ze hadden gewoon geen zin hem erbij te hebben.

Ook merkte ik dat bij drie bruiloften van zijn vrienden, Rutger niet was uitgenodigd.

Waarom werd jij niet gevraagd op Barts huwelijk? vroeg ik hem.

Geen idee, misschien was het budget te krap.

Te krap? Of misschien hoort Rutger toch niet zo bij die vriendengroep als hij zelf denkt.

Hij zet maandelijks het huis op zn kop voor hen en jaagt mij naar buiten, terwijl hij bij hen zelfs geen bruiloft mag meemaken.

Waar ik nu sta

De afgelopen week vroeg ik me af: waarom eis ik geen leuke uitstapjes, geen vakanties, geen avondjes uit? Waarom accepteer ik het steeds dat ik mijn huis moet verlaten?

Het antwoord is: angst. Ik ben bang dat wanneer ik eisen ga stellen, Rutger het allemaal te veel vindt en bij me weggaat.

Hij prijst me voortdurend om mijn gemak, en ik ben bang dat te verliezen. Om een eisende vrouw gevonden te worden.

En dus ga ik steeds weg, zodat het hem goed uitkomt. Maar hoe meer ik erover nadenk, besef ik: ik raak mezelf steeds meer kwijt.

Zaterdag is het weer zover: mannenavond. Rutger hint al:

Je gaat toch lekker naar je ouders, hè?

Ik weet niet wat ik zal doen. Als ik ga, blijft alles hetzelfde. Opnieuw geef ik mijn grenzen op.

Als ik blijf, volgt er een ruzie. Dan zal ik horen: Je bederft de sfeer, je bent veranderd.

Wat is erger: je huis verlaten, of blijven en je schuldig voelen?

Één ding weet ik zeker: zo kan het niet verder.

Dames, vroegen jullie partners ook je huis te verlaten voor een avondje met vrienden? Wat deed je toen?

Heren, kun je uitleggen waarom zon dag zonder vrouwen zo belangrijk is dat je vriendin haar eigen huis moet verlaten?

Vrouwen, ben je ook ooit geprezen omdat je makkelijk bent waar leidde dat toe?

Mannen, als je vrienden jou niet uitnodigen op hun bruiloften, maar jij blijft ze jouw huis inhalen is dat nog vriendschap?

Please rate
Bagattia News
Gisteren zei mijn vriend tegen mij: