De val van jaloezie
Lotte zit op haar bed en scrolt gedachteloos door haar Instagram-feed. Op dat moment komt haar zus binnen. Zonder haar blik van het scherm te halen, gooit Lotte er meteen uit:
Anne-Fleur, ik heb een nieuwe telefoon nodig.
Haar toon is alsof ze even melding doet van boodschappen die gehaald moeten worden. Anne-Fleur, die sokken van de grond raapt (ze is haar spullen bij elkaar aan het zoeken voor haar verhuizing), kijkt haar zusje kort aan en zegt kalm:
Vraag maar aan mama.
Lotte rolt met haar ogen en richt zich even op van haar telefoon, zichtbaar geïrriteerd.
Ze geeft gewoon geen geld, snauwt ze. Zegt dat ik altijd alles wil.
Anne-Fleur pakt haar toilettas, ritst hem dicht en draait zich recht naar haar zus. Er klinkt niet zozeer boosheid, meer vermoeide vastberadenheid in haar stem:
Ze heeft best een punt. Als je iets wilt, moet je er zelf voor sparen. Ik blijf er niet altijd voor je.
De woorden raken Lotte als een klap. Ze schiet overeind, wangen rood van verontwaardiging.
Ik ben pas negentien! En ik studeer dat weet je best! Waarom moet ik ook nog werken? Het is toch logisch dat je geholpen wordt?
Anne-Fleur haalt diep adem, zucht, maar draait zich dan om zonder verder in discussie te gaan.
Over een maand ga ik trouwen, Lotte. Onze ouders moeten een hoop betalen voor de bruiloft, weet je? Je zou beter blij kunnen zijn voor mij straks heb ik mijn eigen gezin.
Ze pakt haar weekendtas, loopt naar de deur en verdwijnt zonder nog een blik om te kijken. De deur valt dicht; het echot door de kamer. Lotte blijft alleen achter met haar gedachten. Anne-Fleur voelt hoe irritatie bij haar opborrelt ze snapt niet dat Lotte nooit zelf stil heeft gestaan bij hoe het echte leven buiten hun warme huis werkt.
Lotte blijft op haar bed zitten, haar oude telefoon klemt ze stevig vast. Haar blik wordt zachter, maar in haar ogen brandt een koppige vonk. Ze fluistert:
We zullen het nog wel zien…
Een zelfingenomen lachje speelt om haar mond. Ze zakt achterover op haar kussen, tuurt naar het plafond en mompelt:
Zolang ik jou nodig heb, blijf jij voor mij klaarstaan. En het kan me niet schelen hoe ik dat voor elkaar moet krijgen.
In haar hoofd nemen plannen vorm aan nog vaag, maar hardnekkig genoeg om haar een gevoel van regie te geven.
Sinds haar kindertijd krijgt Lotte alles voor elkaar met een beetje aandringen. Haar ouders zijn stapelgek op haar! Ze verlangden jaren naar een tweede kind, en toen Lotte kwam werd ze overladen met liefde en aandacht. Ons kleine wondertje, noemden ze haar liefkozend. Vanaf de eerste dag werd ze op handen gedragen.
Langzaam groeide het uit tot een gewoonte: alles waar Lotte haar zinnen op zet, wordt geregeld. Over andermans gevoel denkt ze nauwelijks na de wereld dient zich aan haar aan te passen. Haar zus is al die tijd haar helper geweest. Huiswerk, lastige vakken uitleggen, helpen met haar aanmelding bij een goede universiteit Anne-Fleur vond het de normaalste zaak van de wereld. Lotte was het gewoon: zo hoor je te worden bediend.
Met geld kwam Lotte ook nooit tekort. Moeder stortte elke maand een vast bedrag op haar rekening niet overdreven veel, maar ruim genoeg om alles te kopen wat ze wilde. Had ze toch meer nodig? Anne-Fleur bellen volstond. Die haalde het uit haar eigen spaargeld, nooit een woord erover terug, altijd behulpzaam. Totdat Bastiaan in Anne-Fleurs leven kwam.
Bastiaan was anders dan alle eerdere jongens die Anne-Fleur ooit ontmoet had. Charmant, slim, vol humor en met duidelijke principes. Voor haar betekende hij alles wat ze zocht: betrouwbaar, lief en een schouder om op te leunen. Ze voelde zich met hem oprecht gelukkig.
Maar zoals in elk sprookje, was er ook in hun verhaal een schaduwzijde: Bastiaan bleek vreselijk jaloers. Geen woede-uitbarstingen of scènes, maar in kleine dingen voelde je het: zijn vragen, zijn toon, zijn blikken. Anne-Fleur probeerde het te negeren. Uiteindelijk toch maar relativeren: jaloezie betekent betrokkenheid, misschien ging het wel vanzelf ooit over.
Ondertussen draaide het leven door. De trouwdatum stond vast, de locatie was geregeld, uitnodigingen waren verstuurd. Anne-Fleur was kopje onder in de organisatie: ze koos haar jurk uit, besprak de gerechten, sleepte zich langs bloemisten en taartenproevers. Ze dacht dat niets haar geluk kon verstoren.
Wat ze niet wist: de echte storm moest nog komen
**********************
Lotte draaide haar oude telefoon tussen haar vingers voordat ze tot het besluit kwam. Ze toetst een nummer in: Bastiaan. Haar zusters verloofde. De man met wie Anne-Fleur zo gelukkig lijkt. Lotte heeft geen tijd voor sentimenteel gedoe ze weet wat ze wil.
Met een diepe zucht drukt ze op bellen. Haar hart bonkt tegen haar borstkas, maar haar stem klinkt vriendelijk:
Hoi Bastiaan. Met Lotte. Weet je, ik mis Anne-Fleur zo verschrikkelijk. Ik heb haar al een week niet gezien, joh.
Korte stilte aan de andere kant. Bastiaans stem klinkt verrast:
Maar ze zegt toch steeds bij jou te logeren?
Lotte glimlacht sluw, tevreden met de reactie.
Hm, dat zou leuk zijn, maar die heb ik echt niet gezien hoor, beweert ze onschuldig. Is er iets?
Anne-Fleur is om de dag niet thuis, zijn toon wordt kouder, en ze zegt altijd dat ze bij jou slaapt!
Oei! Lotte laat een stilte vallen, alsof het kwartje nu pas valt. Geen idee wat er aan de hand is Ik spreek je later nog wel. Doeg!
Ze verbreekt het gesprek nog voordat hij antwoordt. Haar handen trillen licht, adrenaline giert door haar lijf. Alles loopt volgens plan!
Ze ziet Bastiaan in haar gedachten al boos kijken, zijn telefoon knijpend in zijn vuist. Lotte weet: hij wordt nu overspoeld door jaloezie. Bastiaan is vurig, impulsief, niet het type dat kalm dingen uitzoekt waarschijnlijk stormt hij zo op Anne-Fleur af, gelooft haar uitleg niet, en zet haar zo het huis uit.
En waar naartoe, als die deur achter haar dicht valt? Natuurlijk, naar haar zus. Naar Lotte.
Ze stelt het zich eenvoudig voor: Anne-Fleur aan haar voordeur, in tranen, haar rolkoffer achter zich aan. Hulp nodig, iemand zoeken om op te steunen. En Lotte? Die zal haar hartelijk opvangen, thee zetten, luisteren, troosten.
En dan als haar zus een beetje tot rust komt, als ze merkt dat ze niet zonder Lotte kan zal Lotte zachtaardig haar wens herhalen. Die nieuwe telefoon. Deze keer zal haar zus vast niet weigeren. Je laat je redder niet zomaar in de kou staan.
Lotte leunt achterover, telefoon nog in haar hand. In haar hoofd vormt zich een nieuwe, volgend plan. Nu is het alleen wachten tot het uitkomt zoals ze wil. En Lotte twijfelt er geen moment aan dat het zal lukken.
**********************
Anne-Fleur keert huiswaarts, opgewekt na een leuke ochtend met de patissier: het ontwerp voor de bruidstaart is gekozen. Onderweg koopt ze Bastiaans favoriete tompoucen, verheugt zich op de gezellige avond samen. Ze steekt haar sleutel in het slot, opent de deur en haar glimlach bevriest.
Twee koffers staan midden in de gang. En daarvoor: Bastiaan, zijn gezicht vertrokken van woede. Anne-Fleur herkent hem haast niet; al zijn zachtheid lijkt verdwenen.
Bastiaan, wat doe je? Waarom heb je mijn spullen gepakt? vraagt ze, echt ontdaan. Geen aanleiding toch? Ze hebben vanochtend nog over de bruiloft gepraat.
Je moet eruit, bijt hij haar toe. Hij schopt haar koffer keihard tegen de muur aan. Ik haat mensen zoals jij!
Wat heb ik dan gedaan? Omdat ik naar mijn zus ging? Anne-Fleur snapt er helemaal niks van. Ik was gewoon bij haar!
Je jokt, sist Bastiaan. Zijn knokkels worden wit van de woede. Lotte belde me net: ze had je totaal niet gezien. En jij zegt altijd dat je bij haar slaapt. Dus waar was je wél?
De grond lijkt open te splijten. Anne-Fleurs hersens werken op volle toeren om te bevatten wat hij zegt.
Wat is dit voor flauwe kul?! Dat kan nooit zo gegaan zijn! fluistert ze, hopend dat het gewoon één grote vergissing is, dat Bastiaan haar zus verkeerd heeft begrepen.
Maar diens ongenaakbare blik zegt genoeg. Dit is serieus.
Je zal nu wel spijt hebben dat je haar belde, gromt hij kil. Neem je spullen. Wegwezen. Of zal ik je naar buiten sleuren?
Zijn stem is zo afstandelijk dat het lijkt alsof ze tegenover een wildvreemde staat. Haar Bastiaan degene op wie ze vertrouwde is er niet meer.
Anne-Fleur grijpt haar koffer. Nog half verdoofd door wat er gebeurt, draait ze zich om en rolt haar koffers zonder verweer naar de portaalsdeur. Voordat ze die bereikt, rukt Bastiaan de huissleutel uit haar hand, hardhandig het doet gewoon pijn. Een harde klap van de dichtslaande deur. Het is voorgoed voorbij.
Ze blijft in de hal achter, de koffer in haar vuist. Tranen lopen over haar wangen, maar ze veegt ze niet weg. Wat is er gebeurd? Bijna een jaar waren ze samen, hun toekomst leek zeker Alles weg, in een ogenblik. Het ergste: geen kans om zichzelf uit te leggen. Geen enkel woord. Een definitief einde zonder uitleg.
Ze leunt tegen de muur, snakt naar adem. Ze realiseert zich dat Bastiaan niet eens heeft geprobeerd écht te luisteren. Hij was niet rationeel, maar gevangen in zijn eigen trots, boosheid en gekwetst ego.
Na een paar minuten grijpt ze naar haar mobiel. Het scherm licht op, weerspiegelt haar betraande gezicht. Ze belt haar zus.
Heb jij met Bastiaan gesproken? vraagt ze direct.
Waarom zou ik ooit met jouw vriend praten, achter je rug om nota bene? Lottes stem klinkt veel te opgewekt. Anne-Fleur wordt alleen maar achterdochtiger. Jullie hebben natuurlijk weer ruzie hè. Weet je, ik laat je nooit in de steek hoor.
Anne-Fleur drukt zwijgend op ophangen. Er zit een brok in haar keel. Ze wil, kan gewoon niet geloven dat haar zus zoiets zou doen. Of althans… misschien heeft ze het onbewust altijd geweten, maar nooit willen toegeven.
Langzaam, als in trance, trekt Anne-Fleur haar koffer weer rechtop. Ze hoeft hier niet meer te zijn. Werk? Ze vindt wel wat anders. Vrienden? Het is er afgelopen jaar nauwelijks van gekomen. Anne-Fleur beseft ineens: tijd om zelf haar problemen aan te pakken, haar zus niet steeds uit de brand te helpen.
Met onafwendbare tred rolt ze haar koffers naar de lift. Ze kijkt niet op of om naar het appartement waar ze zo gelukkig dacht te zijn. Vanbinnen is het leeg, maar ze voelt ook een vreemd soort vrijheid. Klaar om opnieuw te beginnen al doet het pijn.
s Nachts logeert ze in een hotel. Lotte zit in hun oude huurappartement, daar wil Anne-Fleur absoluut niet heen. Een andere oplossing is er ook niet echt
*******************
De volgende dag komt Anne-Fleur naar kantoor, uitgeput maar fier rechtop. Haar ogen zijn dik van het huilen, maar een laag foundation dekt zelfs de ergste zwelling. Ze wil zich niet laten kennen op haar werk; het is haar enige veilige haven geworden.
Ze loopt meteen naar het kantoor van haar manager. Haar hart bonkt wild: dit wordt haar ontslag. Ze houdt van haar baan, heeft het gezellig met haar collegas, maar deze stad zit vol herinneringen aan Bastiaan. Hier blijven lukt niet meer.
Haar baas, meneer De Groot, ziet direct dat er iets mis is.
Gaat het wel, Anne-Fleur? Je ziet er wat bleek uit, vraagt hij, bezorgd.
Meneer De Groot, ik kom mijn ontslag indienen, zegt ze vastberaden, al trillen haar handen.
Hij schuift achterover in zijn bureaustoel, strijkt nadenkend door zijn baard.
Wacht even. Ik zie wel dat er wat is. Maar laten we niet te snel beslissen jij bent een van mijn beste mensen.
Net als ze wil protesteren, steekt hij zn hand op:
Luister. Op ons kantoor in Groningen komt een geweldige functie vrij. Beter salaris, mooie doorgroeimogelijkheden. We kunnen je direct overplaatsen, regelen woonruimte en alles. Denk erover na het is je kans.
Anne-Fleur verstijft. Groningen. Helemaal nieuw. Precies wat ze nodig heeft. Maar
Dank u wel, meneer De Groot, ademt ze diep in. Maar ik moet eerlijk zijn: ik ontdekte net dat ik waarschijnlijk zwanger ben.
Het blijft even stil. Ze wacht op afwijzing of gedoe. Maar haar baas glimlacht:
Van harte gefeliciteerd! Dat mag gevierd worden.
Anne-Fleur kijkt verrast op.
Echt? Ik hinderen het bedrijf toch?
Natuurlijk niet. Het wordt misschien even puzzelen, maar als moeder kom je sterker terug. Jouw baan is veilig. Denk na over Groningen daar kun je echt opnieuw beginnen, gesteund door ons.
Anne-Fleur voelt opluchting. Het zware gevoel op haar borst tilt een beetje op. Iemand die in haar gelooft, wat er ook gebeurt.
Ze weet wat ze moet doen.
Ja, ik wil graag de overstap maken.
s Avonds zit ze in haar hotel op bed. Haar laptop staat open op de website van KLM. Haar vinger zweeft boven Boek nu.
Ze heeft Bastiaan nooit verteld dat ze zwanger was pas een paar dagen geleden wist ze het zelf. Nu heeft het geen zin. Hij zou toch zeggen dat het niet van hem was. Waarom zou ze het überhaupt willen melden?
Ze drukt op Bevestigen. Betaald: één enkeltje naar Groningen. De start van een nieuw leven.
De avond valt buiten, het wordt donker boven het Leidseplein. Anne-Fleur klapt de laptop dicht, loopt naar het raam. Daar ergens, ver in het noorden, ligt de stad waar niemand haar kent zonder oude pijn, zonder verraad. Alleen zij, en haar toekomst.
Morgen pakt ze haar spullen. Morgen begint een nieuw hoofdstuk.
***********************
Drie jaar gaan voorbij sinds die ruzie. Bastiaan is eerst overtuigd van zijn gelijk. In zijn hoofd ziet hij Anne-Fleur gedwee terugkomen: schuldbewust, smekend. Hij stelt zich voor haar te laten zweten en dan vergevingsgezind toe te geven maar met waarschuwing.
Hij wacht. Een dag. Een week. Een maand. Maar Anne-Fleur laat niets horen. Op den duur groeit er twijfel. En dan, pijn.
Via een gezamenlijke kennis hoort hij terloops:
Ze is verhuisd. Naar Groningen. Mooie baan, echt carrière.
Bastiaan knikt alsof het hem niets doet, maar binnenin hem draait alles om. Ineens weet hij: ze komt nooit terug.
Lotte laat hem ondertussen niet met rust. Duikt regelmatig op aan de deur, verward, mokkend:
Geef me haar nummer! Ze heeft me overal geblokkeerd, geloof je dat? Ik zit hier alleen, krijg nergens hulp!
Bastiaan vraagt zich af waarom hij dat nooit eerder zag haar berekenende blik, het gemis aan echte bezorgdheid. Uiteindelijk beseft hij: Lotte heeft toen alles expres in scène gezet.
Weet je, zegt hij mat, ik hoef je niet meer te zien. Misschien wordt het tijd dat je iets zelf oplost.
Lotte snuift, draait zich om en slaat de deur dicht. Bastiaan blijft achter en voelt zich opgelucht. Eindelijk ziet hij helder wie hij heeft toegelaten en wie hij heeft verloren.
Enkele maanden later moet Bastiaan voor werk een dag naar Groningen. Na afloop wandelt hij door het Noorderplantsoen. Het is herfst; alles kleurt goud en rood, het ruikt naar natte bladeren. Een koele bries.
Hij loopt traag, handen in zijn jaszakken. Zijn gedachte dwaalt af naar het verleden hoe je soms alles zelf kapot maakt, omdat je de verkeerde gelooft.
Dan ziet hij ze.
Een klein gezin: moeder, vader en een peuter van twee. De moeder lacht, gooit bladeren in de lucht. De vader vangt zijn dochtertje liefdevol op. Het meisje, met lichte krullen en helderblauwe ogen, giechelt van plezier.
Bastiaan blijft stil staan, de adem stokt in zijn keel als de moeder zich omdraait.
Het is Anne-Fleur.
Ze lijkt nauwelijks veranderd. Nog steeds die open, warme glimlach. Alleen iets steviger; een bepaalde rust. Het staat haar mooi.
Hij ziet hoe Anne-Fleur zich naar haar dochter buigt, een muts rechttrekt, fluistert. De man naast haar niet groot, wel vriendelijk legt een arm om haar schouders. Zij leunt even tegen hem aan, vertrouwelijk.
Bastiaan voelt iets samentrekken in zijn borst. Geen woede of jaloezie maar stille, bittere spijt. Die onbekende vent heeft Anne-Fleur dát gegeven wat hij nooit kon: veiligheid, vertrouwen, liefde zonder voorwaarden, geen jaloezie, geen eisen.
Anne-Fleur lacht, pakt haar dochter hand in hand en steekt over. Het gezin verdwijnt, dwarrelende bladeren achterlatend. Bastiaan kijkt na. Dit was geen toevallige ontmoeting; dit is een afsluiting. Einde verhaal.
Hij zou kunnen gaan praten. Anne-Fleur, het was mijn schuld. Vergeef me. Maar waarvoor? Om haar rust te verstoren, om oude pijn weer open te trekken?
Nee.
Laat het zo.
Zij is gelukkig nu. Echte, volledige, volwassen blijdschap. En wonderlijk genoeg geeft dat Bastiaan troost. Alles verloren? Niet alles: het leven gaat door. Voor haar, en ook voor hem.
Hij draait zich om, loopt langzaam weg tussen de kruinen van de bomen in het herfstlicht. Bladeren fluisteren onder zijn voeten. In zijn hoofd klinkt het helder en zacht:
Mag jij maar altijd gelukkig zijn. Ook zonder mij…







