Erfenis van het Goede: Een Nederlandse Familievertelling

– Och, Annetje! Je komt precies op tijd! Ik weet echt niet meer wat ik moet doen!

Anne zette het zware boodschappentasje op het bankje voor het portiek en haalde diep adem.

– Wat is er aan de hand, mevrouw Hendriks?

Rustig blijven, Anne! Weet je nog: beleefdheid boven alles met ouderen. Zelfs als ze een beetje dwars zijn.

En dat mevrouw Hendriks, of eigenlijk Veronique Hendriks, lastig kon zijn, dat wist heel de buurt. Niemand was meer berucht en iedereen kende haar gekibbel wel.

Waarom zij dame werd genoemd?

Omdat Veronique haar ruzies altijd op een buitengewoon keurige manier uitvocht, maar ondertussen wel iedereen het bloed onder de nagels vandaan kon halen.

– Meisje, u heeft geen gelijk.

– Ik ben geen meisje meer!

– Och, wat een ellende! In mijn tijd werd het gewaardeerd als vrouwen vriendelijk waren. Nu ach, wat is de tijd veranderd! Een verloren generatie! Maar wilt u nu even netjes achter uw hond opruimen?

– En als ik het niet doe?

– Dan zal, beste dame, heel de buurt van u weten!

Wie dacht dat zulke dreigementen loos waren, kwam daar snel genoeg achter. Veronique legde letterlijk en figuurlijk haar bezorgdheid overal neer. Degene die haar afgesnauwd had, prijkte de volgende dag al op haar zelfgemaakte schaam-borden.

Elke boom, lantaarnpaal of prikbord in de wijk werd door haar beplakt met waarschuwingen, altijd met een foto erbij. Bovenaan stond groots: Daar zijn wij niet trots op! Daaronder bleef de overtreding niet onbenoemd. Haar printer, die haar buurman haar had leren bedienen, draaide overuren en dankzij haar solide pensioen en de hulp van haar kinderen kocht ze papier in bulk in.

Ze voelde het als haar leefplicht om orde te houden in haar wijkje, zelfs het feit dat ze af en toe een boete opgelegd kreeg, deerde haar niet. Ze ging keurig naar elke zitting, begroette de rechters met een buiging en bood haar excuses aan dat zij hun kostbare tijd in beslag nam. Men wuifde haar niet meer weg als een vervelende wesp, maar had haar geaccepteerd sommigen als een noodzakelijk kwaad, anderen als een zegen.

Soms toonden mensen haar zelfs oprechte dankbaarheid. Vooral toen dankzij haar volharding de regenwaterafvoer in de hele buurt werd vernieuwd een zaak waar ze bijna tien jaar aan gewerkt had, wat haar veel slapeloze nachten en ruzies met ambtenaren opleverde. Na deze grote overwinning werd het stiller rond Veronique, en zag men haar niet langer als lastpak maar als een waardevolle aanwinst. Auto-eigenaren, die nu eindelijk niet meer na elke bui hun auto terugvonden als een onderzeeboot, groetten haar beleefd.

De eigenaren van honden die hun beest niet uitlieten aan de lijn, of niet opruimden, jonge moeders op het bankje met een biertje die de kinderen uit het oog verloren, vaders die de alimentatie niet betaalden en stille of juist luidruchtige drinkers niemand ontsnapte aan haar kritische blik.

Uiteraard was niet iedereen gecharmeerd van haar inzet. Op een avond werd Veronique zelfs op straat opgewacht, nadat ze haar zieke zus had bezocht. Ze werd kort mishandeld, maar de daders werden snel gevonden en streng bestraft. Sindsdien liet haar knie het weerbericht eerder weten dan Buienradar, maar zelf grapte ze daar later over.

– Nu weet ik altijd of ik een paraplu mee moet nemen! Is dat niet prachtig?

De aanslag leverde haar daarnaast een praktisch voordeel op: ze kreeg drie wijkagenten en een rechercheur tot haar kennissenkring.

– Arie, makker, ik heb je dringend nodig! zo klonk ze aan de telefoon.

En Arie, een imposante snor met uniform en inmiddels haar buurman, kwam altijd direct. Wie kan zon markante dame negeren? Niet alleen Arie, ook zijn vrouw, kinderen en zelfs zijn dominante moeder wisten haar inmiddels te waarderen. Veronique was het die zijn moeder, die niet kon stoppen haar volwassen zoon te bezoeken, eens goed de waarheid vertelde.

– Mevrouw, heeft u hem dan zo zwak opgevoed?

– Wat bedoelt u nou?

– Niets dan goeds hoor, maar als uw zoon zo goed is opgevoed, heeft hij uw zakdoekjes dan nog steeds nodig? U bemoeit zich met alles en hem zie ik ondertussen niet zelfstandig zijn neus snuiten! Zielig, toch?

Sindsdien kwamen de bezoekjes van Aries moeder zelden meer voor, tot vreugde van Arie en zijn gezin.

Anne, al jaren werkzaam als maatschappelijk werkster, kende Veronique en haar connecties natuurlijk. Maar dat ze haar nu in tranen op het bankje zou aantreffen, verbaasde haar toch zeer.

– Wat is er aan de hand?

– Ach, Annetje… Jouw cliënt… mevrouw van Dalen…

– Wat is er met haar?! Anne keek verbijsterd richting de ramen van Galina van Dalen.

– Arie is nu bij haar. Gali is er niet meer…

Anne schrok en plofte op het bankje neer.

Wat een dag!

s Morgens had een lekkage haar hele straat ontruimd, waardoor haar kinderen te laat op school kwamen. Daarna een flinke ruzie met haar man. Ze hield van Sjoerd, haar rots in de branding. Zelf noemde ze hem haar zeldzame parel een man die niet dronk, niet rookte, haar adoreerde, hard werkte. Maar ja, perfect zijn ze nooit. Dit keer maakten ze ruzie om een lamp. Ze had hem al een week gevraagd de lamp te vervangen. Stom eigenlijk ze had het best zelf gekund.

Zenuwen? Leeftijd? Gewoon een rotdag!

En nu Galina van Dalen er niet meer was… Gisteren vroeg ze haar nog om kattenvoer te kopen, en nu…

Anne snikte zachtjes en barstte toen in huilen uit.

– Ach meisje, niet zo verdrietig! Hier, een zakdoekje.

Het witte zakdoekje lag op haar knieën en deed haar denken aan het nieuwjaarscadeautje van Galina.

– Dit is voor jou, Annetje! Als dank voor al je hulp.

– Wat mooi! Is deze geborduurd?

– Ja. Je initialen staan erop.

– Fantastisch! Het is zonde om zoiets te gebruiken.

– Het is maar een zakdoek, Anne. Oprecht, ik kan je niet meer bieden. Je weet hoe het zit met mijn AOW.

– Mijn oma zei altijd: het mooiste cadeau is als iemand aan je denkt.

– Je oma was wijs. Leeft zij nog?

– Nee, mijn hele familie is al lang weg. Mijn gezinnetje is nu mijn alles.

– Wat jammer… Niet dat je man en kinderen hebt, hoor! Dat is prachtig! Ik heb nooit een gezin gehad. Familie genoeg, maar als puntje bij paaltje kwam… Jaloers op diegenen zonder verplichtingen. En nu zit ik alleen. Mijn katten zijn het enige waarom ik nog besta. Een van de nichtjes vroeg laatst alleen maar of ik al witte pantoffels wilde, de dood dus.

– Praatte ze over zichzelf?

– Ja. Mijn familie vond altijd dat ze beter wisten wat goed was voor mij. Je kunt er niet op bouwen, Anne. Daarom heb ik alles aan mijn nichtjes en neven nagelaten. In gelijke delen. Maar ik weet niet of ze er goed mee omgaan. En wat ze met mijn katten zullen doen, vrees ik nog het meest. Ze moeten er niets van hebben, willen ze het liefst direct kwijt.

– Ik zal dat niet laten gebeuren!

– Ach, meisje, je kent ze niet!

– Hoef ik ook niet! Weet je wat?!

– Wat dan?

– Laat je katten aan mij na!

– Kan dat dan?

– Natuurlijk! Katten zijn ook gewoon bezit. Je kunt ze gerust aan mij nalaten. Dan zijn ze in elk geval veilig.

– Je bent een engel! Dat ik daar niet aan gedacht heb. Maar is dat niet te veel gedoe?

– Hoe kan je katten nou gedoe noemen? Zoals ze hier zeggen: Zonder kat is het huis te mat.

De kater Sem woonde al tien jaar bij Galina en de andere poes Sien kwam van Veronique, die haar had gered voor de winkel:

– Galina, jij weet wat je met zon beestje moet doen. Ik ben allergisch! Maar ach, wat zielig! Zon klein dotje… Echt, wie gooit zoiets nu weg?

– Ik neem haar wel, Veronique, maar wel de laatste! Sem was ook al jouw cadeau. Maar een derde dier gaat niet lukken.

– Dankjewel!

Zo bleef Sien bij Galina al bleek een tijdje later dat Sien toch geen Sien was, maar Siempje, en dat pas duidelijk werd toen ze op een ochtend met een nestje kittens bij Galina in bed lag.

– Siempjes geluk! Prachtige jongen heb je! Sem, je bent gewaarschuwd: als je geen goede vader bent, wacht er straf!

Sem bleek een voorbeeldige papa. Anne genoot van het gezinnetje als ze op bezoek kwam.

– Kijk nou. Wat weten we eigenlijk? Poes of kater kun je blijkbaar makkelijk verwarren! Hoe kwam het dat je haar drachtig niet opmerkte?

– Ik dacht dat ze gewoon van het goede leven genoot! lachte Galina.

– Wat doe je met al die kittens dan?

– Geen nood, ik help je wel! Genoeg ruimte bij mij thuis en Veronique helpt vast ook mee. Komt goed.

Nu ze aan de katten dacht, schoot Anne overeind van het bankje.

– Wat zit ik hier? Ik moet de kittens nog voeren…

Haar erfenis haalde Anne diezelfde dag nog op. Arie hielp haar met de mand kittens naar huis te dragen.

– Mag ik er eentje voor mijn kinderen houden? Mijn moeder hield nooit van dieren in huis, maar… Nu kan het. Galina was een topmens haar katten vast ook.

– Natuurlijk! Welke wil je?

– Die oranje!

– Prima! Binnenkort haal je hem dan op.

– Dank je, Anne.

– Vergeet het dit hoort zo. Is er trouwens familie komen helpen?

– Je raadt het al. Geen tijd, zeggen ze. Ik moet het lekker zelf uitzoeken.

Anne kon niet uitbrengen wat haar dwars zat.

– Dat laat ik toch niet gebeuren! Ik zorg overal voor!

– Maar ze was toch geen familie van je?

– O nee? We kenden elkaar al vijf jaar. Soms weet je binnen twee dagen dat iemand je vriend is, soms ken je iemand een leven lang, zonder echte band. Galina verdient een mooi afscheid!

Arie glimlachte en klopte Anne vriendschappelijk op haar schouder.

– Je doet me aan Veronique denken. Je hoeft het niet alleen te doen ik help je.

– Dank je, Arie.

Anne bleef even staan op het tuinpad van haar huis vlakbij het centrum van Leiden. De woning, door haar opa gebouwd, bood altijd geborgenheid, warmte en rust. Net als haar ouders, en hun ouders daarvoor, wist Anne: een huis is meer dan muren het zijn de mensen.

Daarom kon ze zich niet voorstellen dat mensen geen liefde voor familie konden voelen, of hun kinderen of ouderen verwaarloosden…

Op de veranda rook het naar vers eten, de kinderen speelden in de keuken. Sjoerd keek bezorgd in de gang.

– Anne, wat is er? Ik heb de lamp al vervangen trouwens! En de kraan voor de tuin gemaakt. Kun je straks weer genieten van je tulpen. Niet huilen lieverd.

– Doe ik niet hoor! snikte Anne, maar ditmaal van opluchting.

– Wat zit er in die mand? Die is zwaar!

– Kittens… Anne zocht steun bij hem.

– Wat zeg je?!

– Kijk! Ze sloeg het doek open. De kinderen gilden van vreugde.

– Rustig! Jullie maken de kittens bang! maande Sjoerd.

De katten pasten zich snel aan; Sem bracht regelmatig muizen als dank aan Anne, terwijl Siempje haar kroost koesterde. Sem vergat Galina niet en Veronique zag hem vaak nog in haar tuin. Hij kroop dan de boom in en keek droevig naar Galinas oude raam. Niemand in de buurt klaagde; iedereen wist: hij miste zijn baasje.

Soms zat hij minutenlang in de boom, soms hele uren. Op zulke dagen bleef hij soms zelfs weg tot laat. Anne mopperde dan als ze de deur eindelijk voor hem opendeed:

– Nachtbraker! Ik moet morgen werken!

Sem knikte dankbaar en deed dan een nachtelijke ronde langs de slapende kinderen en Sjoerd, om daarna bij Siempje en haar kittens in slaap te vallen.

Galina kreeg een afscheid met eer. Anne stond versteld van het aantal mensen dat op haar begrafenis verscheen.

– Wie zijn dat allemaal? vroeg ze zacht aan Veronique, die hielp met de koffietafel.

– Oud-leerlingen van Galina. Ze gaf natuurkunde, was bijlesdocent. Tot haar ogen achteruitgingen werkte ze altijd. Als je goed was, bleef je hangen, zegt men wel…

– Dat weet ik…

Negen dagen… Veertig…

s Nachts stond Anne soms op om Sem binnen te laten. Ze dacht veel na over het leven, hoe tijd vliegt… Ze wist wel waarom haar zenuwen opspeelden en waarom ze zo misselijk was s morgens. Ze hield dat nog even geheim, ook voor haar man. Maar haar hoofd zat vol nieuwe plannen.

Ze aaide Siempje en zei zachtjes tegen haar kittens:

– Binnenkort word ik weer mama… Best spannend, ik ben het een beetje verleerd. Denk je dat het goed komt, Siempje?

Siempje spinde zo hard dat zelfs Sem kwam kijken, waarop Anne moest lachen.

– Wat maak ik me druk? Een huis vol helpers, dat komt vast wel goed!

Net toen ze het haar man wilde vertellen, gebeurde er iets dat haar ervan overtuigde dat toeval niet bestaat.

Sem was nu al ruim twee dagen weg. Dat kende Anne helemaal niet van hem. Ze liep zelfs nog naar Galinas huis, maar geen spoor van Sem. Veronique had hem niet gezien, Arie keek in de hele wijk rond, maar ook niets.

– Anne, ga nou maar slapen. Katten komen altijd terug als ze honger hebben! troostte Sjoerd.

– Ik kan het niet. Ze beloven regen vannacht! Hij wordt nog nat, de boef!

– Katten komen altijd terug, Anne! Als hij eten wil, zie jij hem wel weer.

– Dan sluit ik hem voortaan op! Nooit meer los!

Ze bleef zitten tot laat en viel tenslotte uitgeput in slaap in een stoel, zonder te merken dat Sem die nacht wél terugkeerde.

Sem kwam niet stilletjes thuis. Hij miauwde zo hard rond het huis dat je zou denken dat alle buren het moesten horen. Maar het werd die nacht koud, het raam was dicht. Alleen Siempje merkte het, sprong uit de mand en haalde Anne wakker door haar flink aan haar been te krabben.

– Au! Wat doe je, Siem?!

Toen hoorde Anne ineens Sem loeien buiten en rook ze subtiel de geur van brand.

– Sjoerd! Kinderen! Brand!

Met Siempje in haar kielzog stormde ze naar de kinderkamers. De poes beet zachtjes haar kinderen achter elkaar wakker.

– Opstaan!

Anne pakte haar jongste zoon, duwde haar oudste richting Sjoerd en vluchtte met het kattenspul achter zich aan naar buiten.

De buren belden snel de brandweer, die de brand in het schuurtje snel bluste. Sem had Siempje uit het huis getrokken; het hele kattengezin zat veilig bij Anne en haar gezin.

– Alles klaar! Het huis is gered. Jullie hadden geluk dat je wakker werd! riep de brandweerman.

Anne knikte en bedankte, terwijl Sjoerd hun kinderen bij zich hield en zijn arm om haar sloeg.

– Alles goed?

– Ja… het komt goed.

– Echt waar? Ik let heus wel op je, hoor! fluisterde hij, terwijl zijn hand naar haar buik gleed.

– Jij hebt het door!

– Natuurlijk. Ik ben je man, geen vreemde! Drie kinderen straks! Denk je dat ik je zenuwen niet herken? Kom op, Anne, we kunnen dit. Huis, gezin én die kattenbende. Alles is nog heel.

Anne gaf Siempje aan haar man, de kittens aan de kinderen en bleef even achter op de stoep, starend naar de hemel.

– Dank u, mevrouw van Dalen, voor al het goede dat u bracht. Dank u wel.

Please rate
Bagattia News
Erfenis van het Goede: Een Nederlandse Familievertelling