Katja is heengegaan… Haar zoons kwamen vanuit de stad naar het dorp voor de rouwdienst. – “Fijn dat ze tenminste nu hun gezicht laten zien,” fluisterden de buren.

Vroeger, toen ik nog klein was, hoorde ik het verhaal over Geertje. Haar zoons kwamen van de stad terug naar het dorp voor haar rouwdienst. Goed dat ze nu in ieder geval zijn gekomen, fluisterden de buren elkaar toe. Ze hebben hun moeder tenminste nog naar haar laatste rustplek begeleid. Na de koffietafel begonnen de zoons met hun gezinnen alweer hun spullen te pakken om terug naar huis te gaan. Plotseling kwam tante Lieneke, Geertjes zus, het huis binnen.

Tante Lieneke, wij moeten er vandoor, zei de oudste zoon. Het huis moet op slot, u zou eigenlijk ook moeten vertrekken.

Hoezo vertrekken? Lieneke keek verbaasd om zich heen. Ik ben hier thuis! Waarom zou ik vertrekken?

Iedereen keek verbaasd naar Lieneke.

Rita was met Daan getrouwd en ze waren bij Daans moeder ingetrokken.

Het huwelijk was eenvoudig. Hun spaargeld besloten ze te bewaren voor andere dingen, niet voor een eigen huisje.

Voorheen woonden ze apart: Daan met zijn moeder, Rita in een studentenhuis. Thuis had Rita het nooit makkelijk gehad; haar moeder dronk veel, het was geen plek om te blijven Haar vader had ze nooit gekend.

Daans moeder wilde het jonge stel wat privacy geven, dus nam ze vakantie op en ging naar haar zus Geertje op het platteland.

Ze ging daar graag heen. Geertje woonde alleen sinds haar man was overleden en haar twee zoons kwamen zelden op bezoek, laat staan dat ze eens belden.

Ze zouden eens kunnen bellen, dacht Geertje vaak, stel dat hun moeder hulp nodig heeft? Maar ze waren altijd druk, hadden hun eigen leven

Geertje was er verdrietig om. Was een telefoontje naar je moeder nu zo veel gevraagd?

Maar vragen zou ze niet. Wat ze zelf kon doen, deed ze, anders vroeg ze de buurman, soms kwam haar neefje Daan met zijn zus.

Daan kon alles. Hij kwam vroeger vaker met zijn zus langs, nu zou dat misschien minder worden; hij was nu getrouwd. Net als Geertjes zoons die hun moeder nauwelijks bezochten. Zelfs hun vrouwen hadden haar nauwelijks gezien, enkel op de bruiloft echte stadse meiden. Kleinkinderen waren er ook nog niet, ze vonden het nog te vroeg.

Lieneke, wat fijn dat je er bent! Mijn zus! Geertje fleurde op.

Ze hadden het fijn samen. Vanaf geboorte waren ze onafscheidelijk geweest, tot Lieneke naar de stad verhuisde en daar trouwde. Geertje bleef op het dorpsland. Beiden hadden ze hun man verloren in hetzelfde jaar, hertrouwen deden ze niet.

Voorlopig ben jij de baas in huis. Ik heb pas over een week echt vakantie. Waarom zijn Daan en zijn vrouw niet meegekomen? Hadden ze niet naar het dorp gekund? Of zijn ze op huwelijksreis naar de zee?

Nee. Ze sparen hun geld. Het huwelijk was klein, alleen het burgerlijk huwelijk. Rita heeft bijna geen familie. Haar moeder leeft haar eigen leven, altijd weg Rita woonde al jong op zichzelf. Zielig eigenlijk, ze is zon lief meisje.

Waarom heb je het jonge stel dan niet meegenomen?

Ik ben weggegaan. De jeugd mag het zelf uitzoeken samen, wennen aan elkaar. Ik zit ze liever niet in de weg. Laat ze een maandje zonder mij. Ik had al gedacht dat hij nooit zou trouwen al dertig! Gelukkig nu toch vanzelf gekomen.

Ze kunnen het prima samen vinden. Waarom zouden ze in de stad blijven voor hun wittebroodsweken? Laat ze eens langskomen bij tante op het dorp. Bel ze maar! Het huis is groot genoeg. Kunnen ze altijd weer terug als het niet bevalt.

Daan en Rita kwamen een dag later aan. Tante was zo blij van haar eigen zoons hoefde ze geen bezoek te verwachten.

Wat ben ik blij! Mijn eigen jongens zie ik zelden. Wat ik ze ook uitnodig altijd hebben ze wat te doen, zei Geertje verdrietig.

Rita vond het heerlijk op het dorp; het herinnerde haar aan de zomers bij oma. Maar sinds oma overleden was, moest Rita op haar vijftiende al werken en haar eigen boontjes doppen

Geertje werkte, Lieneke regelde het huishouden en kookte uitgebreid voor iedereen. Daan repareerde het tuinhekje en legde een nieuw dakje op het schuurtje. Rita werkte dag en nacht op het land.

Laat die moestuin maar, Rita, over een week heb ik vakantie. Dan ga ik aan de slag. Jullie moeten uitrusten.

Het geeft niet, ik deed dit altijd bij oma. Ik vind werken op het land fijn. U moet straks lekker ontspannen.

De weken vlogen voorbij. Al snel keerden de gasten terug naar hun stadse woningen, Geertje bleef alleen achter. Alles was gedaan, toch voelde ze zich eenzaam vooral s avonds. Ze belde haar oudste zoon.

Wat is er aan de hand?

Niets bijzonders. Ik wilde gewoon weten hoe het met je gaat. Misschien komen jullie eens gezellig langs?

Nee mam, geen tijd. Bel de jongste maar, misschien blijft die in Nederland deze zomer.

De jongste zei hetzelfde; naar Zeeuws strand gingen ze, geen tijd voor moeder. Ach, dacht Geertje, Daan zou toch vast komen

De jaren verstreken. Daan en Rita kochten een appartement in Utrecht. Ze kwamen hun tante niet vergeten, kwamen vaak helpen op de boerderij en brachten hun kinderen mee. De kinderen logeerden soms de hele zomer bij omas Geertje en Lieneke, die allebei inmiddels met pensioen waren.

Geertje zelf maakte haar eigen kleinkinderen nooit mee de jongste zoon had een stiefzoon, zijn vrouw had al een kind. De oudste bleef bezig met zijn carrière; op kinderen was het inmiddels te laat geworden. Die zoons, dacht Geertje, nooit tijd om hun moeder te bezoeken of kinderen te krijgen. Eens in de vier jaar kwamen ze in het dorp langs, en dan werd er verwacht dat moeder gelukkig was, dat ze nog niet vergeten was.

Goed dat Daan en Rita er waren en haar zus Lieneke.

Zo kabbelde het leven verder tot Geertje ziek werd. Ze had behandelingen nodig, maar geld ontbrak. Haar zoon, de jongste, belde ze op. Ze legde hem alles uit.

Ach mam, je bent je hele leven al niet in een kuuroord geweest, waarom zou je er nu aan beginnen? Thuis voel je je toch beter, daar helpen de muren mee. Sterkte.

Het was Daan en Rita die haar kúrreis betaalden, samen met Lieneke zo konden de zussen samen gaan en eens lekker ontspannen.

Vier jaar later was Geertje er niet meer. Voor de rouwdienst kwamen haar zoons terug naar het dorp.

Goed dat ze nu tenminste zijn gekomen, fluisterden de buren. Ze hebben haar tenminste naar haar laatste rust begeleid.

Bij het afscheid maakten de zoons zich alweer klaar om terug te gaan naar de stad, tante Lieneke bleef er samen met Daans gezin.

Tante Lieneke, het is tijd. Wij moeten er vandoor, zei de oudste zoon. Het huis moet toch op slot. U zou ook moeten vertrekken.

Waarom zou ik weggaan? zei Lieneke verbaasd. Dit is mijn thuis nu!

Iedereen keek haar verwonderd aan.

Dit is moeders huis! zei de jongste zoon. Dus nu is het van ons. We gaan het verkopen. Als u nog iets als herinnering wilt, een vaasje of een servies, pak maar. De rest gooien we toch weg.

Neem vooral een aandenken van je moeder mee, antwoordde Lieneke rustig. Maar het huis? Dat heeft Geertje mij gegeven toen ze ziek werd. Direct na haar kuur.

Een kuur? Heeft ze het huis gegeven? Maar wij zijn haar zoons!

Nu weten jullie dat weer? Waar waren jullie toen ze ziek werd? Noemen jullie je zelf zoons?

De zoons vertrokken. Geen enkel weerwoord meer. Ze hadden nu geen plek meer om op het dorp te komen, niemand om te bellen

Lieneke verhuisde naar het huis van haar zus. Haar eigen flat verhuurde ze, zo kon ze haar zoon helpen. Die kwamen vaak bij haar over de vloer en hielpen haar. Zon fijne, warme familie, alleen Geertje werd gemist

Maar Geertje was voor altijd dichtbij in hun herinnering.

Please rate
Bagattia News
Katja is heengegaan… Haar zoons kwamen vanuit de stad naar het dorp voor de rouwdienst. – “Fijn dat ze tenminste nu hun gezicht laten zien,” fluisterden de buren.