“Ik eet geen kliekjes, kook elke dag.” Mijn 48-jarige partner kwam met een lijst van vijf ‘vrouwelijke taken’. Dit is wat ik heb gedaan

“Ik eet geen kliekjes, bereid elke dag iets nieuws.” Mijn 48-jarige vriend kwam met een lijst van vijf ‘vrouwentaken’. Wat ik toen deed

Zaterdagochtend, terwijl ik met een kop koffie bij het fornuis stond, trok Koen de koelkast open, pakte het bakje met mijn stoofpot van gisteren en zei: “Yfke, je weet toch dat ik geen eten van gisteren lust? Kun je alsjeblieft even wat vers maken?” Ik keek hem aan alsof er een Marsmannetje voor me stond. Niet vanwege zijn vraag om eten mensen vragen wel eens wat maar omdat er totaal geen vraag in zijn stem lag, alleen een vanzelfsprekendheid. Alsof het heel normaal is dat de vrouw des huizes altijd direct iets vers moet koken, en een diner van gisteren een aanslag is op zijn comfort.

Ik ben vijfenveertig. Onafhankelijk, goede baan, eigen appartement, opgebouwd na mijn scheiding. Een maand geleden vroeg ik Koen bij me in te trekken, niet zodat ik een soort verzorgend hulpje had, maar omdat ik graag samen wilde zijn met een volwassen, gelijkwaardige man. Bleek dat mijn idee van ‘volwassen’ niet helemaal klopte.

Hij leek zo normaal tot hij eenmaal hier woonde.

We ontmoetten elkaar via een datingapp, niks bijzonders. Koen, achtenveertig, gescheiden, werkt als vrachtwagenchauffeur, had een klein huurappartementje in Rotterdam. Schreef netjes, was attent tijdens onze afspraakjes. Nam bloemen mee, maakte grapjes, vroeg niet naar mijn salaris en pochte niet over zijn werk.

Drie maanden lang ging alles soepel. Geen rare trekjes, geen alarmsignalen. In het weekend kwam hij over, we kookten samen, keken films, liepen door het Vondelpark. Hij waste soms de afwas, stelde voor samen boodschappen te doen, strooide complimenten rond. Ik dacht: kijk, een volwassen vent zonder gekke fratsen.

Toen stelde hij voor om bij mij in te trekken. “Het is eigenlijk logisch,” vond hij. “We zijn toch meestal samen en dat gedoe met dubbele huur… Laten we knopen doorhakken.” Ik stemde toe; we zijn volwassen mensen, waarom niet?

De eerste week ging prima. Hij ruimde zijn spullen op, kookte zo nu en dan, liet geen troep slingeren. Maar al in de tweede week doken er dingen op die ik in het begin probeerde te negeren.

Die ‘dingen’ bleken allesbehalve onschuldig.

Hij liet zijn mok met oude thee gewoon staan. Toen ik vroeg waarom hij die niet even omspoelde, zei hij: “Jij wast s avonds toch af, waarom zou ik dan tussendoor moeite doen?” Dan verscheen er ineens een vuile sok naast de bank. Ik zei dat de wasmand daarvoor bedoeld was, waarop hij alleen grinnikte: “Ah joh Yfke, zulke dingen zijn bijzaken. Maak je niet druk.”

Langzaamaan vroeg hij me steeds meer om dingen te brengen, te doen, te regelen zelfs als hij zelf dichterbij zat. “Yf, geef de afstandsbediening eens,” “Yf, schenk effe water in,” “Yf, weet je waar mijn oplader ligt?” En dat terwijl ik thuis werkte en hij zich pas s avonds vertoonde. Stapje voor stapje voelde ik me geen partner maar werkneemster in mijn eigen huis.

En toen kwam dat bewuste ochtendmoment met de stoofpot. Gevolgd door de avond waarin hij met een lijst aan kwam zetten.

Op zondagavond plofte Koen tegenover me op de bank neer, pakte zijn telefoon, keek bloedserieus en zei:

“Luister, ik heb er eens over nagedacht. We moeten even duidelijke afspraken maken, voor er misverstanden ontstaan. Ik heb een lijstje gemaakt met wat logisch is qua taakverdeling.”

Ik spande al mijn spieren aan. Dacht: nu komt een volwassen gesprek over wie wat kan doen, praktisch en wederkerig.

Hij opende zijn notities en begon op te lezen…

Punt één: “Koken. Vrouwen koken elke dag, liefst gevarieerd. Ik eet geen restjes, dus elke dag moet er wat vers op tafel.” Ik knipperde verbijsterd, maar hij ging stoïcijns verder.

Punt twee: “Wassen en strijken. Dat hoort bij de vrouw, mannen snappen daar niks van. Mijn overhemden moeten maandagochtend gestreken klaar hangen.” Ik voelde een woede opborrelen die mijn oren deed suizen.

Punt drie: “Schoonmaken. Eén keer per week dweilen, regelmatig stoffen. Ik werk immers de hele dag en heb er geen tijd voor.” Zijn stem was vlak, alsof hij een huishoudelijk reglement voorlas.

Punt vier: “Intimiteit. Minimaal twee keer per week, voor een goede relatie.” Ik balde mijn vuisten, terwijl hij z’n telefoon bleef doorscrollen zonder me aan te kijken.

Punt vijf: “Financiën. Woonlasten delen we, boodschappen zijn voor jouw rekening, jij kookt tenslotte vaker. Ik betaal alleen mijn eigen dingen.” Hij klapte zijn telefoon dicht, glimlachte trots alsof hij iets rechtvaardigs voorstelde: “Zo, eerlijk toch?”

Ik was even stil, vroeg toen rustig: “En Koen, waar in jouw lijst staan jouw taken?” Hij keek verbaasd: “Hoezo? Ik breng toch geld binnen? Dat is mijn bijdrage.” “Ik werk óók hoor,” zei ik. “Ik verdien minstens zoveel als jij.” “Maar jij werkt vanuit huis,” wuifde hij weg. “Dat is niet hetzelfde. Jij zit binnen, ik moet met vrachtwagens door heel Nederland, lange dagen.”

Ik stond op: “Dus je wilt eigenlijk dat ik je gratis huishoudster word?” Hij fronste: “Nee joh. Dít is gewoon een goede verdeling. De man werkt, de vrouw regelt het huishouden. Zo hoort het.” “Dat was in de jaren vijftig,” zei ik. “Nu zijn we in de eenentwintigste eeuw.” Hij zuchtte als een vader die een kind moet uitleggen: “Yfke, mannen zijn niet gemaakt voor huishouden. Wij zijn jagers en kostwinners, vrouwen zijn er om de boel draaiende te houden.”

Die nacht lag ik wakker naast een vredig slapende Koen. Met zijn eisenlijst en mijn plek daarin als vanzelfsprekend uitgangspunt.

Om vijf uur s ochtends had ik beslist. Ik pakte zijn spullen in twee grote Albert Heijn-tassen, zette ze bij de deur, schreef een briefje: “Koen, jouw lijst heb ik gelezen. Hier komt de mijne:

1) Zoek een andere huiselijke vrouw.

2) Je spullen staan bij de voordeur.

3) Laat de huissleutels maar achter in de brievenbus.

4) Bel me niet. Veel succes met het vinden van een gratis huishoudster voor de relatieharmonie.”

Ik vertrok voor zonsopgang, ging naar mijn vriendin Mieke, dronken koffie, vertelde alles. Zij schudde alleen haar hoofd: “Yf, ben blij dat je op tijd de bui zag hangen. Stel je voor hoe dit na een jaar was geweest.”

Drie uur later stuurde Koen een appje: “Doe je nu zo moeilijk om zoiets futiels? Ik dacht dat jij volwassen was.” Ik heb niks geantwoord, en zijn nummer geblokkeerd.

Wat zat er achter die lijst?
Nu, twee maanden later, weet ik: Koen zocht geen partner, maar personeel met extra service in zijn hoofd hoorde de vrouw te koken, wassen, schoonmaken, klaarliggen, zonder tegenprestatie. Bovendien leek dat voor hem heel normaal. Een vrouw boven de veertig hoefde voor hem geen eigen grenzen te hebben; dankbaarheid was genoeg.

Het meest schokkende besef: er lopen duizenden Koens rond ze maskeren zich als ‘leuke, volwassen mannen’, pas als je samenwoont komt hun ware aard boven tafel.

Mijn belangrijkste les: beter vrijgezel en gelukkig dan samenwonend en als huishoudster behandeld. Ik ben 45, en ik verdien het om mijn eigen keuzes te maken. Geen lijstjes meer, geen eenzijdige taken, geen mannen die mij zien als functie in plaats van mens.

Blijkbaar kies ik dan liever voor het alleen zijn een betere keuze dan leven met iemand die je niet eert maar gebruikt.

En jij? Zou jij na zon lijstje ook vertrekken of toch overleggen? Hoe komt het toch dat sommige mannen na hun vijfenveertigste op zoek lijken naar een huishoudster, in plaats van een partner? Heb jij ook meegemaakt dat iemand na samenwonen veranderde en ineens begon te eisen?

Please rate
Bagattia News
“Ik eet geen kliekjes, kook elke dag.” Mijn 48-jarige partner kwam met een lijst van vijf ‘vrouwelijke taken’. Dit is wat ik heb gedaan