Mam is moe
Jij, je had erbij moeten zijn in de Albert Heijn gisteren. Maaike stond zo te schreeuwen tegen de caissière dat die arme vrouw helemaal met trillende handen de boodschappen scande.
Duurt het nog lang? Kun je nou niet een beetje normaal werken? Ga anders lekker thuiszitten!
Sorry hoor, stamelde die oudere caissière, terwijl ze haar best deed om nóg sneller alles over de scanner te halen.
Maaike, probeerde haar man, Jeroen, haar voorzichtig te kalmeren en tikte haar zacht op de arm, laat het nou maar, joh, kom, laten we gaan.
Ze draaide zich zo fel om:
Ach, hou jij je er alsjeblieft buiten, snauwde ze. Niemand vroeg jou wat!
Jeroen keek beschaamd weg en zei niks meer. Dat was standaard.
***
Thuis rook het naar kippenboutjes met kerrie. Schoonmoeder, mevrouw Van Dijk Riekje officieel, stond soep te roeren achter het fornuis.
Ah, daar zijn jullie! Ik heb net verse kippensoep met vermicelli gemaakt, schuif maar aan.
Hoe vaak heb ik nou niet gevraagd of je van mijn keuken af wilt blijven? siste Maaike haar toe. Woon je hier nou of ben je gewoon te gast?
Riekje werd wit om haar neus en legde de pollepel neer.
Ik probeerde alleen maar te helpen, hoor
Hoeft niet! Ik kan het allemaal best zelf aan!
Toen kwam kleine Teun, zeven jaar, de kamer in gerend.
Mam, hoi! Die jongen uit de flat, Sjoerd, zei dat ik een sul ben. Ben ik toch niet?
Laat me met rust, snauwde Maaike. Zie je niet dat ik bezig ben?!
Teun stond geschrokken stil en keek naar oma, maar die wendde haar blik af.
Maaike stampte naar haar eigen kamer, sloeg de deur extra hard dicht.
***
Zo ging het dus eigenlijk altijd.
Elke dag leek hetzelfde: wakker worden, chagrijnig zijn, slapen, weer chagrijnig. Tussendoor snauwde Maaike tegen alles en iedereen. Tegen Jeroen, tegen haar schoonmoeder, tegen Teun, tegen winkelpersoneel, collegas, gewoon tegen de wereld.
Heel soms, echt héél soms, dacht ze: Waar ben ik nou helemaal mee bezig? Maar die gedachte verzonk al gauw in een diepe zwarte leegte waar ze niet uitkwam.
Jeroen hield het vol. Na tien jaar huwelijk wist hij: zwijgen is goud.
Twee baantjes had hij, alles wat Maaike vroeg deed-ie. Als zij sliep, sloop hij naar de keuken, dronk een kop thee, zat wat voor zich uit te staren. Nadenken, maar nergens uitkomen.
Riekje was nu drie maanden in huis, om op Teun te letten zolang Maaike en Jeroen aan het werk waren.
Iedere dag ving ze blikken van Maaike: kil en vol afkeer.
Teun ja, die leefde gewoon zijn kind-zijn. Buiten spelen, vragen stellen, rennen. Maar telkens als hij zijn moeder iets wilde zeggen, liep hij tegen een muur.
Eerst huilde hij, later niet meer. Dan kroop hij maar stilletjes bij oma op de bank, daar was het veiliger.
***
Die vrijdag het kon bijna niet anders werd het weer ouderwets ellendig.
Maaike kwam van haar werk, zwaar in de piepzak: baas weer uitgevallen, collega had haar voor schut gezet, tram gemist, iemand op haar voet gestapt.
Vlak voor Maaike binnenkwam, had Teun een glas aardbeiensap omgegooid over de nieuwe beige bank de aankoop die ze nog maandelijks afbetalen.
Teun stond erbij met zijn lege glas in de hand, ogen groot en bang bij die rood wordende vlek.
Wat heb jíj nou weer gedaan?! gierde Maaike, weet je wel wat deze bank heeft gekost in euros?!
Per ongeluk, mam Wil je alsjeblieft niet schreeuwen? Ik ben soms bang voor je
Bang? riep ze nog harder, Je kan alleen slopen en alles verpesten! Door jou is er geen leven meer!
Sorry, mam
Hup, kamer in! Uit mn zicht!
Teun droop af. Maaike bleef nog een hele tijd mopperen in de woonkamer, tot haar stem bijna weg was.
***
Die nacht kon ze niet slapen. Ze liep naar de keuken en plofte bij het raam. Buiten miezerde het typisch Hollands. Ze keek naar de druppels die over het glas liep. Ze dacht alleen maar: ik ben zo moe. Kan het niet gewoon even stil zijn? Even helemaal geen gezeur om me heen?
Op een gegeven moment doezelde ze daar aan tafel weg. Ze werd wakker van de kou, het was vier uur.
Alles was rustig. Jeroen sliep nog, Riekje sliep, Teun sliep.
Ze liep naar het toilet en passeerde Teuns kamertje. De deur stond op een kier.
Ze deed haar hoofd binnen het dekbed lag nog netjes, Teun lag als een bolletje met zijn armen om zijn kussen. Op zijn nachtkastje lag een schrift open, met stoere tanks op de omslag.
Maaike wilde alweer teruglopen, maar toen zag ze bovenaan een pagina:
Mama
Ze pakte het schrift, ging op het randje van het bed zitten en begon te lezen.
Het bleek een dagboekje.
De eerste aantekening was van september.
Vandaag was mama weer boos. Papa zei dat ze moe is. Ik wilde haar een knuffel geven, maar ze wilde niet. Misschien omdat ik niet lief genoeg ben.
Maaike slikte. Ze sloeg om naar de volgende bladzijde.
Oktober. Vandaag is oma jarig. Ik heb een tekening gemaakt, met bloemen. Wilde hem geven vanmorgen. Maar mama schreeuwde weer tegen papa, dus ik heb hem maar onder mn kussen gelegd. Misschien geef ik hem later, als mama even weg is.
November. Mijn autootje stukgemaakt die ik van papa had gekregen. Special expres, zodat mama misschien niet meer zou schreeuwen. Maar ze schreeuwde toch. Ze zei dat ik niets waardeer en dat ik dom ben.
Maaikes handen trilden nu.
December. Bijna kerst. Ik heb aan Sinterklaas gevraagd of mama niet meer wil schreeuwen. Maar denk niet dat dat als cadeau kan.
Januari. We moesten op school schrijven wat we later willen worden. Ik heb opgeschreven dat ik onzichtbaar wil zijn. Dan ziet mama me niet en schreeuwt ze nooit op me. Juf vond het gek en belde papa. Papa zei dat mama eigenlijk heel lief is, maar het zwaar heeft. Ik weet het nog. Ze hield me vroeger vast. Toen lachte ze. Nu niet meer.
Tranen biggelden op het schrift, mengden zich met de inkt.
Februari. Vandaag sap over de bank gemorst. Mama schreeuwde heel lang. Als ze schreeuwt, voel ik binnenin iets breken. Eerst mijn oren, dan mijn hart, dan alles. Ben gaan liggen in bed en gedacht: als ik dood zou gaan in mijn slaap, zou mama dan moeten huilen? Of zou ze denken: fijn, weer één probleem minder?
Het schrift viel uit haar handen. Ze beefde, maar bleef doodstil. Bang om Teun wakker te maken, bang dat hij haar zou zien, bang voor alles.
Ze zat er een hele tijd, een kwartier, misschien een uur. Toen legde ze het schrift voorzichtig terug, liep terug naar haar kamer.
Ze ging naast Jeroen liggen, bleef in het donker naar het plafond staren tot de eerste zonnestralen door het gordijn kwamen.
***
Teun werd als eerste wakker.
Rekte zich uit, herinnerde zich de vorige avond en zuchtte diep.
Hij liep de gang in. Stilte, dat was raar. Normaal hoor je mama allang met servies rammelen en roepen dat iedereen slome slakken zijn.
Hij keek de keuken in.
Mama zat daar. Geen kabaal, geen boze stem. Ze keek gewoon naar buiten, met een kopje thee voor zich.
Mam? vroeg Teun voorzichtig.
Ze draaide zich om. Haar gezicht was anders dan anders: niet boos, niet moe, maar iets heel anders. Teun wist niet precies wat.
Goedemorgen, lieverd, zei Maaike zacht. Kom, neem een boterham.
Hij ging zitten. Zij schoof hem een bordje toe, ging tegenover hem zitten.
Hij keek af en toe op. Wachtte op de eerste snauw. Maar die kwam niet.
Mam, fluisterde hij uiteindelijk, wat is er?
Niks, jongen.
Waarom ben je dan zo stil?
Ik ben een beetje aan het nadenken.
Over wat?
Ze keek hem een hele tijd aan. Toen streelde ze zijn haar, lief gewoon.
Over jou, zei Maaike. En over ons.
Teun keek haar verbaasd aan.
Mam, ben je misschien ziek ofzo?
Nee jongen, ik denk dat ik juist weer een beetje aan het beter worden ben.
Hij snapte het niet helemaal, maar knikte gewoon mee. Als ze niet schreeuwde, was alles goed.
Snel je boterham opeten, je moet zo naar school.
Teun dronk zijn glas chocomel leeg, stond op, ging zich aankleden. Bij de deur twijfelde hij even.
Mam, zei hij zacht vanavond niet weer schreeuwen?
Maaike knielde bij hem.
Luister, zei ze echt serieus, ik weet niet of het me altijd lukt. Maar ik ga mijn best doen. Echt waar, zodat je nooit meer bang hoeft te zijn. Goed?
Teun knikte.
En als het niet lukt? zei hij heel zacht.
Dan zeg jij het gewoon, goed? Zeg maar: Ben je weer zo? Dan denk ik weer na.
Waarover?
Over alles, zei Maaike. Ze gaf hem een kus op zijn voorhoofd. Ga maar gauw.
Teun vertrok.
Maaike bleef nog even in de gang staan. Ze hoorde de lift dichtrammen en daarna was het eindelijk stil.
Jeroen kwam de gang in, nog half slaapdronken.
Waarom ben je zo vroeg op?
Kon niet slapen.
Hij keek haar aan, peilde haar.
Alles goed?
Ja hoor, zei Maaike. Ga maar ontbijten.
Ze gingen samen naar de keuken. Jeroen schonk thee in.
Zeg Jeroen begon Maaike ineens, waarom hou je eigenlijk van mij?
Hij verslikte zich haast.
Wat?
Waarom eigenlijk? Echt. Ik ben gewoon nou ja, gewoon een draak soms.
Jeroen keek haar iets langer aan.
Jij bent geen monster, zei hij. Je bent gewoon vergeten wie je bent.
Wie ben ik dan?
Je bent alles, grijnsde hij. Ik weet het nog goed. Je kunt zo warm, grappig en lief zijn. Je kunt zo stevig knuffelen dat ik haast breek Ik herinner me alles, Maaik. Alleen jij bent het vergeten
Ze knikte stil.
Ik blijf op je wachten, zei Jeroen. Maakt niet uit hoe lang. Echt.
Ze pakte zijn hand. Kneep er zachtjes in.
***
Voor het eerst die dag schreeuwde Maaike niet tegen iemand.
Toen Teun uit school kwam, gooide hij zijn tas in de hoek, holde naar haar toe en vloog in haar armen.
Mam, ik had een 9 voor rekenen!
Wat goed, zei Maaike zacht. Wat ben ik trots!
Hij bleef even stil en keek haar lang aan.
Echt?
Echt waar, jochie.
Teun straalde. Zo blij had ze hem lang niet meer gezien.
Mam, weet je, zei hij, ik hoopte op school dat jij me vanavond weer zou knuffelen. En je deed het!
Stomme jongen, lachte Maaike met tranen in haar ogen. Ik ga je elke dag knuffelen, vanaf nu!
***
s Avonds sloop Maaike nog even zijn kamer in. Teun sliep al diep. Op zijn bureau lag het schrift.
Maaike sloeg hem open, pakte een pen en schreef op de laatste bladzijde onder zijn teksten:
Lieverd, ik hou ontzettend veel van jou. Sorry voor alles. Ik ga heel erg mijn best doen.
Mama.







