De Vertrouwenskloof

Een barst in vertrouwen

Mevrouw den Hartog, bent u thuis? Ik ben het, Noortje van drie hoog! Ik heb nog wat verse appelflappen voor u over en ik wilde u iets vragen… Doet u even open?

Mevrouw den Hartog staat bij het raam, een lauwe kop thee in haar handen. Buiten waait de novemberwind door het hofje tussen de flats in Amstelveen, gele bladeren dansen over de stoep, schaarse voorbijgangers haasten zich met hun jas dichtgeknoopt. Ze is inmiddels gewend geraakt aan de stilte. Aan de tikkende klok aan de muur, het zachte gebrom van de koelkast, het kraken van het houten vloer bij elke stap. Aan het feit dat er zelden iemand op de deur klopt.

Mevrouw den Hartog, ik zie het licht branden! Verstopt u zich nou niet, ik bijt niet hoor!

De stem galmt door de gang, opgewekt en indringend, met die kenmerkende Hollandse jovialiteit die geen tegenspraak duldt. Mevrouw den Hartog zet haar mok op de vensterbank en loopt langzaam naar de hal. Ze kijkt even door het spionnetje. Noortje staat met een AH-tas in haar handen, de tanden zichtbaar achter haar grote glimlach, haar geverfde rode haar in een slordige knot, opvallende lippenstift en een knalroze jas.

Kom nou, zit u daar als in een fort? Het is ijskoud buiten!

Mevrouw den Hartog haalt de ketting van het slot en opent de deur. Noortje stormt naar binnen als een lentebries, met zich meebrengend de geur van parfum, kou en baksel.

Hier, ik heb ze vanmorgen vers gebakken en dacht, die breng ik mooi even langs! Noortje drukt Mevrouw den Hartog de tas in handen. Met appel en met rozijn, ze zijn nog warm! U zit altijd zo in uw eentje, u moet toch wat binnenkrijgen. U bent ook zo slank geworden!

Dank je, Noortje, dat had je niet hoeven doen…

Ach joh, klein moeite groot plezier! Ik ben nu eenmaal zo, een echte doener. Eet ze gerust, en zet eens lekkere sterke thee. U ziet zo witjes!

Noortje loopt richting de keuken alsof het haar eigen huis is, zet de waterkoker aan, pakt twee mokken uit de kast. Mevrouw den Hartog blijft even met de tas in haar handen staan, enigszins overrompeld. Na zon lange eenzaamheid lijkt iemand in huis haast invasief.

Ga zitten, toe! Dan drinken we gezellig samen thee en kletsen we een beetje. Ik weet hoe het is. Uw man is overleden, uw kinderen wonen ver weg, het leven kabbelt maar wat. Mijn tante had dat ook, toen oom Cor overleed, ze werd helemaal gek van het alleen zijn.

Mevrouw den Hartog neemt plaats aan tafel. De appelflappen ruiken heerlijk, realiseert ze. Zelf koken doet ze zelden, voor één persoon al helemaal niet. Meestal koopt ze klaar-maaltijden of een broodje bij de supermarkt.

Niet dat ik me opdring hoor Noortje schenkt de thee in en gooit vier suikerstaafjes in haar eigen mok maar ik ben gewoon iemand die niet kan toekijken vanaf de zijlijn. Ik zie hoe u worstelt en dan moét ik iets doen. Mijn man zegt altijd: ‘Noor, je redt de wereld, maar vergeet jezelf.’ Ach, dat zit nou eenmaal in me.

Ze ratelt door, amicaal, beweegt haar handen erbij, lacht hardop. Mevrouw den Hartog merkt hoe er vanbinnen iets begint te ontdooien. Hoe lang is het geleden dat ze zo, met iemand samen, in de keuken zat? Ruben belt elke week, maar dat zijn korte, zakelijke gesprekjes. Hoe is het? Goed. Eet je wel? Ja hoor. Heb je wat geld nodig? Nee, gaat wel. Tot volgende week.

Weet u, ik wilde u al veel eerder vragen… Noortje schuift haar stoel dichterbij Een paar vrouwen uit de flat gaan soms naar het cafeetje ‘De Broodmand’ op de hoek, kent u dat? We drinken wat, praten elkaar bij. Zou u eens meegaan? Even de deur uit, frisse neus.

Ik weet het niet zo, Noortje… Ik ben niet zo van het café…

Ach joh, gewoon doen! Ik haal u op, u hoeft niet bang te zijn dat u er bij zit als een vreemde. U moet er echt eens uit, dat is goed voor u. Van eenzaamheid krijgt u zo nog reuma!

Mevrouw den Hartog knikt, omdat weigeren moeilijk is wanneer iemand zo enthousiast is. Noortje kijkt aandachtig rond.

Wat heeft u het hier keurig! En wat een prachtig servies! Ze loopt naar de buffetkast, waar achter glas het porseleinen servies met gouden rand staat te pronken. Oud zeker?

Kreeg ik van Bram, antwoordt Mevrouw den Hartog zachtjes. Voor ons dertigjarig huwelijk.

Prachtig, zuinig op zijn! Maar goed, ik moet weer door, de plicht roept. Geniet van het gebak, morgen om drie uur kom ik u ophalen, afgesproken?

Noortje vertrekt zo stormachtig als ze kwam. Mevrouw den Hartog blijft in de keuken achter, kijkt naar de tas met appelflappen, de nog dampende mokken, de afdruk van lippenstift op één ervan. Het is weer stil in huis. Maar het voelt iets anders dan voorheen, iets warmer.

***

Zo begint het. Noortje komt elke dag even langs, soms ‘s ochtends, soms ‘s avonds. Altijd met een reden: een boodschapje, een praatje, even samen naar de markt. Ze neemt Mevrouw den Hartog mee naar ‘De Broodmand’, waar nog drie vrouwen van de flat aanschuiven. Druk, direct, dol op roddels over de buren, prijzen in de supermarkt en wat er op televisie is.

In het begin voelt Mevrouw den Hartog zich een buitenstaander. De vrouwen zijn anders, spontaner, rauwer. Ze lachen om dingen die zij zelf nooit grappig zou vinden, gebruiken vlot taalgebruik waardoor ze zich soms onbehaaglijk voelt. Maar Noortje neemt haar altijd onder haar arm en vertelt: Dit is mn vriendin, Mevrouw den Hartog, ze was nog juf! Dat klinkt bijna als een eretitel.

Langzaam went Mevrouw den Hartog. Ze kijkt zelfs uit naar Noortjes komst, kleedt zich iets verzorgder voor de uitjes, voelt zich wat levendiger. Natuurlijk is dit niet het gezelschap van vroeger, toen Bram nog leefde, toen ze samen het Concertgebouw bezochten en vrienden ontvingen. Maar die wereld bestaat niet meer. De oude kennissen zijn verhuisd, ziek geworden of overleden. Wat overblijft zijn deze cafeetjes met goedkope koffie en gesprekken over kleine dingen. Maar zelfs dat is beter dan het niets.

Zeg Mevrouw den Hartog, heeft u die mooie broche nog? Die u laatst droeg? vraagt Noortje op een middag, terwijl ze thee drinken en speculaas eten van Verkade.

Mijn amber broche, bedoel je? Die was van mijn moeder.

Mag ik hem eens zien? Ik ben gek op antiek, puur genieten!

Mevrouw den Hartog haalt de broche. Noortje draait en bewondert hem bij het raamlicht.

Wat prachtig! Mag ik m even aan mijn dochter laten zien? Jasmijn, weet u nog? Ze is volgende maand klaar met haar studie en wil graag iets nostalgisch dragen op het gala. Ik bezorg hem terug, beloofd!

Mevrouw den Hartog twijfelt. De broche betekent veel, een tastbare herinnering. Maar Noortje kijkt zo hoopvol dat weigeren lastig is.

Goed dan… maar heel voorzichtig graag.

Natuurlijk, als mn eigen ogen! Dank u wel, u bent een schat!

Een week gaat voorbij, maar de broche keert niet terug. Noortje haalt haar schouders op: Jasmijn bewondert hem zó! Nog even geduld! Nog een week later: Ze is ‘m ergens in huis kwijtgeraakt, maar we vinden hem wel, maak u geen zorgen.

Mevrouw den Hartog ligt er wakker van. Ze verwijt zichzelf dat ze zich zo makkelijk overhaalde. Maar als ze er opnieuw naar vraagt, is Noortje boos.

Denkt u dat ik u voor de gek hou? Ik heb u uit uw isolement gehaald! Elke dag kom ik even langs, en dan krijgt u zo weinig vertrouwen? Als u zo over mij denkt, kom ik niet meer!

Nee, Noortje, zo bedoelde ik het niet…

Laat maar. We vinden hem wel terug, zegt Jasmijn. Geen paniek.

En dus probeert Mevrouw den Hartog niet in paniek te raken. Noortje blijft langskomen, met gebak of voor een wandeling. Maar zo nu en dan vraagt ze iets nieuws.

Mevrouw den Hartog, heeft u een paar honderd euro te leen tot aan het pensioen? Mijn zoon is ziek, ik moet medicijnen kopen. Ik breng het terug zodra ik mn loon krijg, echt waar!

Mevrouw den Hartog geeft. Want Noortje is inmiddels een vriendin, net een zus, de enige die oprecht naar haar omziet. Tweehonderd, driehonderd euro maar het wordt niet terugbetaald. Wanneer ze hint, is Noortje zwaar beledigd:

Ik dacht dat we vriendinnen waren. Ga je nou moeilijk doen om een paar euro? Echte vrienden lenen niet, die delen!

***

Ruben belt op woensdagavond. Mevrouw den Hartog zit op bed, in haar oude kamerjas, kijkt naar een klusprogramma op tv.

Hoi mam, hoe is het?

Goed hoor jongen, met jou?

Druk op werk. Zou je niet eens een weekend bij ons komen? Sanne snakt weer eens naar je erwtensoep en de kinderen missen je.

Ik weet niet… ik heb zelf ook plannen.

Wat voor plannen? Je zit toch thuis?

Helemaal niet, ik zie een vriendin. We gaan op stap, winkels af, koffie drinken. Dat denken jullie altijd maar, dat ik hier alleen zit…

Een vriendin? Zijn stem klinkt argwanend. Wie is dat dan?

Noortje, van drie hoog. Echt een lieverd, komt elke dag even langs.

Mam… je kent haar toch goed hè?

Tuurlijk! We trekken al maanden samen op. Zonder haar was ik vast verpieterd.

Een stilte. Ruben zucht hoorbaar.

Fijn dat je contacten hebt, mam. Zorg alleen goed voor jezelf, ja? En wees een beetje voorzichtig met je spullen.

Wat bedoel je daarmee? Noortje is als familie voor me! Je kent haar niet eens, maar oordeelt al.

Ik zeg het alleen maar… Laat maar, slaap lekker mam.

Hij hangt op. Mevrouw den Hartog staart sip naar haar telefoon. Zelfs haar kinderen lijken er niet blij mee dat zij eindelijk iemand om zich heen heeft. Ze hebben kennelijk liever dat ze alleen thuis zit, zodat ze niemand tot last is.

De volgende dag komt Noortje met een voorstel binnenwaaien.

Weet je nog, dat ik vertelde over dat kuuroord in Valkenburg? Mijn vriendin werkt daar, we krijgen extra korting! We gaan samen, jij en ik, heerlijk twee weken badderen, naar de sauna, wandelen in de heuvels!

Mevrouw den Hartog schrikt een beetje. Het is lang geleden dat ze weg ging. Bram was de laatste met wie ze vakantie vierde, drie jaar voor zijn dood. Het idee is spannend en aanlokkelijk tegelijk.

Maar dat is vast duur…

Welnee! Voor dertigduizend eurocent per persoon! Een koopje, ik heb al de helft gespaard, jij misschien ook?

Mijn pensioen is niet hoog, maar ik kan wel van mijn spaargeld wat halen.

Kijk, zo dacht ik al! Zullen we morgen samen naar de bank om het te regelen? Die pinautomaat vind je maar niks, ik help je wel.

Dankje, dat is fijn.

De volgende dag lopen ze samen naar SNS bank. Noortje babbelt plannen, lijstjes met wat mee moet, welke medicijnen. Mevrouw den Hartog pint dertig honderd euro, geeft het geld aan Noortje.

Dan loop ik straks even langs mijn vriendin, betaal ik aan, levert zij morgen de papieren.

Die papieren komen niet. Eerst is de vriendin met vakantie, dan loopt het proces met de vouchers uit. Mevrouw den Hartog maakt zich zorgen, maar blijft afwachten. Noortje blijft immers verschijnen, gezellig en zorgzaam. Zo nu en dan vraagt ze toch weer wat.

Zou ik je servies even mogen lenen? Jasmijn trouwt volgende maand, wij hebben te weinig borden. Ik breng het schoon terug, beloofd!

Mevrouw den Hartog slikt. Het servies van Bram, zo dierbaar. Maar iets in haar kan geen nee zeggen.

Goed dan. Heel voorzichtig…

Echt, ik ben er zuinig op!

***

Drie weken later belt Sanne, haar schoondochter.

Mevr… Mama den Hartog, Ruben zag een onverklaarbare afboeking op uw spaarrekening. Mag ik vragen waarvoor?

Mevrouw den Hartog schrikt licht.

Dat is mijn geld, daar ga ik over…

Natuurlijk, mama, maar we maken ons zorgen. Komen die uitgaven door die vrouw over wie u vertelde, die Noortje?

Sanne, ik kan heus zelf bepalen wie ik vertrouw. Noortje is de enige die dagelijks komt en voor me zorgt. In tegenstelling tot jullie.

Dat is niet eerlijk, mama in haar stem klinkt verdriet. Wij werken allebei, betalen een hoge hypotheek en hebben kinderen. We redden het niet om elke dag naar Amstelveen te rijden. Maar dat betekent niet dat we niet van u houden!

Had je maar tijd voor me gemaakt, kaatst Mevrouw den Hartog hard terug. Bel liever niet meer, ik heb het druk.

Ze verbreekt het gesprek, gaat zitten, haar hart bonkt in haar borstkas. Ze weet dat ze oneerlijk was, dat Ruben en Sanne hun best doen, maar nu voelt het of niemand haar begrijpt.

Noortje komt diezelfde avond langs met een zak stroopwafels en het laatste nieuws uit het portiek. Voor Mevrouw den Hartog is ze op dat moment het enige fijne gezelschap.

Denkt u nog aan dat mooie servies in ‘De Broodmand’? Korting nu: honderdvijftig euro! Laten we samen kopen, ieder de helft. Ik betaal u later terug.

Noortje, ik heb geen geld meer. Ik gaf je al geld voor het kuuroord…

Maar u heeft toch spaargeld? En anders, u kunt het in termijnen betalen, bij de Blokker kan dat! Iedereen doet dat nu. Helpt u mij even, u weet veel beter wat mooi staat.

Wanneer Mevrouw den Hartog aarzelt, begint Noortje gewoon lachend over de buren. De volgende middag staan ze samen in een druk winkelcentrum. De verkoopster brengt de betaling in orde (“wel even met uw mobiele waterpas legitimatie tekenen mevrouw!”), Noortje helpt haar alle papieren te ondertekenen, en genieten kan ze er niet van, want het hele gebeuren voelt gejaagd.

In de hal wacht Sanne. Ze kijkt verbaasd als ze moeder en Noortje samen ziet.

Mag ik je even spreken, mama? Alleen.

Ze trekken zich terug bij de wasmiddelenrek.

Wat heb je precies gekocht? In wiens naam staat het?

In de mijne, antwoordt Mevrouw den Hartog kort. Maar Noortje betaalt haar deel later.

Mama, luister goed. Ruben heeft navraag gedaan. Noortje is in de buurt bekend om soortgelijke praktijken. Ze vriendt zich met oudere vrouwen, ontfutselt ze spullen en geld, en verdwijnt daarna.

Dat geloof ik niet! roept Mevrouw den Hartog uit. Jullie zijn jaloers omdat ik iemand gevonden heb die voor me zorgt!

We zijn alleen bang dat ze u misbruikt. Kijk wat ze heeft gekregen: de broche, geld, het servies. Mama, zie je het echt niet?

Mevrouw den Hartog keel knikt dicht. Want diep vanbinnen weet ze het.

Ga naar huis, Sanne. Jij hebt hier niets over te zeggen.

Sanne blijft even verstild staan, draait zich dan om en loopt gehaast weg. Noortje en Mevrouw den Hartog gaan samen zonder woorden naar huis.

In de voortuin vraagt Noortje met een vlak gezicht: Heeft ze iets over mij gezegd?

Ja.

En gelooft u dat?

Nee.

Ze lopen verder.

***

De weken daarna laat Mevrouw den Hartog haar telefoon overgaan als Ruben of Sanne belt. Noortje komt minder, is vaak druk. Zegt dat Jasmijn met de bruiloft stress heeft.

De slapeloze nachten keren terug. Haar gedachten racen rond: broche, geld, servies, waarom heeft ze niks gezegd? Ze krijgt hoofdpijn, haar bloeddruk stijgt, maar durft niemand te bellen.

Op zaterdag staan plots Sanne en Ruben met boodschappen voor de deur.

Mam, je neemt je telefoon niet op, we maken ons zorgen.

Ze proberen niet te preken, koken samen een Hollandse groentesoep. Als ze tenslotte over Noortje beginnen, spuien ze hun zorgen:

Ze is vaker met je spullen weg geweest. De wijkagent kent haar zelfs. Dat is haar manier van werken.

Nee, probeert ze nog. Ze is mijn vriendin…

Ze gebruikt u, mam.

Wegwezen, jullie! roept ze uiteindelijk, barstend van emotie.

Sanne huilt, Ruben zwijgt. Mevrouw den Hartog knalt de deur dicht en zakt in elkaar. Ze weet: zij hebben gelijk. Maar erkennen kan ze het niet.

Noortje laat drie dagen niets van zich horen. Dan staat ze ineens weer voor de deur.

Zo, hier is je servies. Met een klap wordt de doos neergezet. Verwacht verder niets meer van mij.

Ze beent weg. Binnen constateert Mevrouw den Hartog: de helft is stuk, het goud weggevreten, sommige borden gebroken. Tranentrekkend.

Ze belt Ruben: Kan je komen? Nu?

Hij aarzelt geen moment.

Als ze even later samen met Sanne en Ruben aan de tafel zit, breekt ze zwaar in tranen. Alles ligt uitgesmeerd: de illusie, het bedrog, de schaamte.

Mama, zegt Sanne zacht, misschien kunnen we de barst lijmen. Het blijft zichtbaar, maar het is weer één geheel.

Dat geloof ik ook, fluistert Mevrouw den Hartog.

Ruben praat over het vervangen van het slot, over aangifte bij de politie. Mevrouw den Hartog schudt haar hoofd. Laat maar, ze hoeft het niet meer.

Ze drinken later samen thee uit simpel steengoed. Stil, maar verbonden. De eenzaamheid lijkt iets minder hard te zijn.

Wanneer Sanne vertrekt, pakt Mevrouw den Hartog de lijm. Met trillende handen probeert ze het gebroken kopje weer aan elkaar te zetten. Voorzichtig, vol geduld. De barst zal zichtbaar blijven, zoals de klap in haar vertrouwen. Maar het blijft hanteerbaar.

Ruben belt later nog.

Mam, hoe is het?

Ze kijkt naar het kopje in haar handen, het litteken midden over het porselein.

Morgen komen we met de kinderen, zegt hij. Brengen we je erbij.

Graag, fluistert ze. Ik probeer het…

Please rate
Bagattia News
De Vertrouwenskloof