De Gebroken Pop
Manon, het was werkelijk schitterend! Anna was betoverend! En die stem! Ik heb in mijn hele leven nog nooit iets mooiers gehoord! En geloof me, ik kom vaak in het Concertgebouw, dus ik weet waarover ik praat. Ze móét daar zingen! Echt waar, zonder twijfel!
Bedankt, Carla, dat je het talent van mijn dochter zo hoog inschat! Anne is er zo lang naar toe gegroeid. Zoveel oefenen, zoveel doorzettingsvermogenen nu dan eindelijk haar grote rol in Carmen!
Geweldig! En nu, nu ze haar droom heeft waargemaakt, moeten jullie misschien ook aan de toekomst denken? Ze is natuurlijk een nachtegaaltje, maar een mens kan toch niet altijd maar van tak naar tak zweven? Een nestje en kindjes?
Ik weet het niet, Carla. Ik denk dat het nog niet zo ver is. Ze is nog jong, en deze prestatie is pas haar eerste schrede op het pad.
Maar Manon! Daan is al tijden klaar voor het huwelijk, hoe lang moet hij nog wachten? Hij houdt zoveel van Anne! Kan geen dag zonder haar. En wij houden alleen hun geluk tegen, dat is toch niet rechtvaardig? Carla trok een kanten zakdoekje uit haar handtas en depte haar ogen. Wie zijn wij om hen daarin te belemmeren?
Manon Boersma hield zich stil.
Ze wist dat je Carla niet zomaar van je afschudde. Het gesprek was haar niet vreemd, eerder het honderdste.
Carla, die Manon al sinds haar jeugd kende, was altijd doelgericht geweestimpulsief, doortastend, onwrikbaar en meestal kreeg ze haar zin. Zo was hun vriendschap ooit ook begonnen; met een wens die uitkwam.
Manon dacht meteen terug aan die ene middag.
Manons vader had haar de pop Lisa meegebracht uit Zweden, met vlasblonde krullen, felblauwe ogen en een prachtig jurkje. Lisa werd haar hartendiefje. Ze organiseerde theepartijtjes, leerde Lisa deftig zitten en etiketten, net zoals haar moeder haar leerde.
Carla zag de pop een week na haar aankomst voor het eerst. Toen wilde ze Lisa dolgraag hebben. Maar Manon gaf haar pop niet af. Carla werd letterlijk ziek van verdrietechte koorts met tranen. Zo erg zelfs, dat Manon uit medelijden haar pop kwam brengen. Hoe kon zij Carla in zo’n toestand laten?
Onmiddellijk zag Manon de spijt in haar ogen toen Carla razendsnel haar tranen droogde, haar oude pop “Caatje” bij haar been greep en die achteloos in de speelgoedkist gooide.
Nu woon jij daar!
Waarom deed dat zon pijn? Manon snapte het niet precies. Ze voelde zich verdrietig om “oude” Caatje, haar zo vertrouwde speelgoed, en vroeg haar aan Carla. Carla lette niet eens op, druk in de weer met Lisa. Caatje verhuisde naar Manons kamer.
Manon vroeg haar moeder de pop op te knappen. Ze voelde de tranen branden bij de gedachte aan haar geliefde Lisa, die nu bij Carla was. Want Manon wist: op een dag zou Lisa net zo behandeld wordenvergeten in de hoek, verruild voor nieuw speelgoed.
Haar pop terughalen kwam niet eens in haar op. Dat was niet correct.
Wat goed voelde, was dat Caatje jaren bleef staanop de plank in Manons kamer, ook toen ze haar eigen dochter kreeg, zat Caatje met wijd gespreide armpjes en haar inmiddels kale blauwe ogen.
Caatje werd voor Manon een herinnering aan hoe sommige mensen hun oude liefdes net zo makkelijk inruilen als een pop. Niet alleen met speelgoed. Maar Carla was haar naaste buur en enige vriendin, want meisjes van haar leeftijd waren er verder niet in de straat, dus besloot Manon geen ruzie te maken. Tenslotte, alles kon nog anders worden. Vriendschap was belangrijker.
Het gezin Boersma was in dit Amsterdams huis gekomen na het overlijden van haar grootvader. Manon herinnerde zich hem vaag, maar zijn naam werd nog steeds met eerbied en fluisterstem genoemd.
Wat haar opa deed, hoorde Manon pas later. Logisch, dacht ze: kinderen hoeven niet alles te weten.
Veel later, toen haar vadereen gerespecteerd chirurg in het Leids Universitair Medisch Centrumplotseling overleed, hoorde ze dat opa een verzetsheld was geweest. Vanaf toen stonden Manon en haar moeder er alleen voor.
We zijn nu op onszelf aangewezen, Manon. Maar we redden het wel. Hoe, dat weet ik nog niet
Waarom niet?
Ik heb altijd in de schaduw van anderen geleefd: achter papa, en daarvoor achter je opa.
Hoe bedoel je dat?
Je opa besliste alles: vakantieplannen, wat we kochten, welke kleding. Enkel zijn woord telde. Daarna die van je vader.
Maar mam, dat kun je toch niet zo blijven accepteren?
Mijn lieve kind, wat moest ik doen? Is het erg als mannen zich over hun gezin ontfermen? Ik had niets; kwam uit een kostschool in Twente, geboren uit een onduidelijke relatie. Destijds een enorme schande! Hoe gek het ook klinkt, ik ben mijn moeder bijna dankbaar dat ze me weggaf
Mam
Nee, echt. Het kindertehuis was mijn thuis. Door de mensen daar voelde ik liefde. Niet overdreven, maar op hun manier toch warm Ze gaven om ons, dat weet ik zeker. Hun angst om ons te verliezen, was een soort stille moederliefde.
En ben je bang om mij te verliezen?
Ja, enorm! Je hebt geen idee! Je vader begreep dat nooit, die is anders opgevoed.
Hoe dan?
Zelf beslissingen nemen, op eigen benen staan. Zijn moeder stierf toen hij zes was, net als jouw opa. Opgevoed door grootmoeders. Beide jongens naar de Koninklijke Militaire Academie, maar je vader hield vol dat hij arts wilde worden en maakte zijn eigen keuze.
En hij werd een fantastische arts
Absoluut! En dat weet jij ook.
Waar hebben jullie elkaar eigenlijk ontmoet?
Gewoon op straat. Ik wandelde met vriendinnen in het centrum, brak een hak en raakte compleet in paniekde enige nette hakken, en ze waren nog niet eens van mij.
Hoe kon dat?
We deelden de vier paar nette schoenen met zn zessen op kamers, spaarden van onze beurs en losten het zo samen op.
En de maten dan?
Nou, dan prop je watten in de neus als ze te groot zijn. De meiden met de grootste voeten kregen eerst, want anders liep niemand lekker. Alleen kleine schoenen kon je niet passend krijgen.
Dus je vader vond je, met een gebroken hak
Ja, hij repareerde het en bracht me veilig thuis. Daar vonden onze jongens vreemden nooit leuk, maar hij kon met iedereen omgaan, iedereen overtuigen.
En opa, accepteerde hij je?
Uiteindelijk wel, na een tijd observeren. Hij zei maar één ding: “Jouw keuze. Daarna keurde hij me niet af, keek alleen, tot jij werd geboren. Je vader werkte nachten door, ik wist niets van babys en stond er alleen voor. Jouw opa duldde geen huishoudelijk personeel, deed alles liever zelf. Maar met babys hadden ze weinig ervaring…
Hoe heb je het dan gered?
Opa stond op een nacht op, nam jou van me over en stuurde mij naar bed. Ik viel uitgeput in slaap in de leunstoel en werd s ochtends helemaal van slag wakker. Daar lag jij, keurig verzorgd door hem. Hij was zo handig, had nergens schrik voor.
En vanaf toen noemde hij je Olga?
Ja, en later Olijntje, een teken dat hij mij echt in de familie had opgenomen. Vanaf dat moment voelde ik me pas écht welkom.
Wat ik het meest waardeerde? Dat hij jou, kleindochter, accepteerde en dol op je was. Voor hem was het niet nodig dat het een jongen was.
Toen hij overleed, voelde alles anders. Hij had me opgeleid, in korte tijd, om zonder hem verder te kunnen. Ik ben nu alleen verantwoordelijk voor jou. Maar we redden het. We hebben een huis, ik werk, en jouw erfenis blijft voor later, als jij trouwt.
Daar was Manon haar moeder dankbaar voor. Ze poetste vaak het appartement van haar opa, want alleen daar voelde ze zich dichtbij hem. Urenlang bladerde ze door zijn boeken, hardop pratend alsof haar grootvader het nog hoorde.
Oma Olga pakte haar moed, veranderde van baan met hulp van een kennis uit haar schoonfamilie. Zo kon ze als verpleegkundige werken in een ziekenhuis in Utrecht. Van de uitkering konden ze het redden, maar Olga dacht al verder. Manon werd ouder, en Olga dacht steeds vaker aan haar toekomst.
Oma overleed toen Anne tien jaar was. Manon liet het verdriet niet haar leven beheersen. Nu moesten ze samen verder en haar handen laten hangen was geen optie.
Het contact met Carla bleef. Niet echt close, meer bijpraten over de kinderen en elkaars leven volgen op afstand. Nu woonde Carla buiten Amsterdamhaar man had daar een groot huis op het platteland, met een atelier. Hun zoon Daan was schilder geworden, net als hij. Carla hamerde erop dat Anne een gelijke partner moest hebben.
Getalenteerde mensen horen bij elkaar! Geen doorsnee! Wie weet welke genen je anders binnenhaalt! Alleen het beste voor mijn toekomstige kleinkinderen. Toch, Manon?
Manon hield zich stil, want Carla kende haar familiegeschiedenis niet. Haar moeder had altijd gezegd: wees bescheiden, vertel weinig over jezelf.
Hoe minder mensen van je weten, hoe beter!
Manon had die wijsheid onthouden. Daan leek haar geen goede partner voor Anne, maar daar sprak ze niet over met Carla. Ze geloofde niet dat Anne geluk bij hem zou vinden. Daan, gewend dat alles hem aanwaaide via zijn ouders, had geen vuur in zich. Anne daarentegen, groeide juist door haar eigen inzet. Haar lievelingssprookje was dat van de kikkers die zich uit de melk werkten tot ze vaste grond onder de poten vonden. Ze kende de offers van oma en haar moeder, die al jong weduwe werd. Annes vader stierf kort na haar geboorteze kende hem alleen van een foto en verhalen. Een zin bleef Anne altijd bij:
Papa zou zo trots op je zijn!
Groter compliment kende ze niet, en ze wist dat haar moeder haar altijd zou steunen. Ze koos haar pad zorgvuldig, omdat ze wist: haar moeder zou het met haar moeten meewandelen.
Wat Anne niet voorzag, is dat ze verliefd zou worden op Daan, die ze altijd als vriend had gezien. Hoe het precies gebeurde, wist ze niet. Op een dag merkte ze hoeveel ze naar hem uitkeek.
Daan was vrolijk, luchtig en had precies die zorgeloosheid die Anne miste. Hij kon haar meenemen voor een weekendje Valkenburg, haar overhalen te skiën, terwijl ze dat helemaal niet durfde. Maar zodra ze weigerde, lachte hij het weg en bleef proberen.
Je kan het niet? Natuurlijk kun je het!
Waarom zocht Anne steeds goedkeuring? Oma had haar altijd geprezen, net als haar moedermaar toch bleef ze ernaar verlangen.
De eerste keer skiën beviel haar zelfs. De groep was gezellig en hoewel Daan ook met andere meisjes praatte, maakte hij duidelijk dat Anne de zijne was.
Alleen skiën zelf beviel haar minder. Ze merkte dat haar coördinatie niet voldeed en een blauwe piste voelde al als een reuzenuitdaging.
Daan snapte haar angst niet, wees haar telkens terecht, en werd zelfs knorrig als ze niet meeliftte.
Dus waarvoor ben je hier dan?
Omdat jij hier bent. Haar tranen stonden haar nader dan het lachen.
O nou, vooruit dan.
Aan het eind van het weekend vroeg Daan haar ten huwelijk, met veel spektakel. Champagne, applaus, ringen uit de juwelier in de P.C. HooftstraatCarla had alles tot in de puntjes geregeld.
De bruiloft volgde snel, Anne en Manon moesten enkel een jurk en het huis van opa opknappen; daar zouden ze gaan wonen.
Na een jaar kwamen de eerste scheurtjes. Anne zong, Daan schilderde, maar Carla drong aan:
Anne moet kinderen krijgen! Waarom wachten tot wij niet meer bij kunnen springen? Als ze het nu doen, kunnen wij oppassen.
Manon wist dat Anne kinderen wildemaar het probleem was Daan. Hij wilde geen kinderen.
Zeg het mijn moeder maar niet; zij hoeft niet mee te zeulen met zorgen! Ze dramt altijd maar over kinderen. Maar ik zie mezelf niet als een dagvullende crèche. Daarvoor heb ik geen tijd. Ik wil leven en kunstenaar zijn! Jij snapt dat toch?
Voor Anne kwam dat hard aan. Erover praten hielp niet; het bleek geen gril. Daan wilde alleen met haar samenblijven als ze niks veranderde.
Daan verzuchtte tegen Manon:
We horen elkaars plannen te respecteren. Creativiteit, geen verplichtingen! Fijn dat mama jou als schoondochter koosze is slim, hè?
Anne vermeed Carla zoveel mogelijk; te pijnlijk. Haar schoonmoeder bleef echter aandringen:
Hoe lang moet het nog duren? Anne, als je vrouw bent, geef je leven door!
Anne zweeg. Daan het tegen zijn moeder laten zeggen, kon ze hem niet vragen. Uitleggen dat het niet haar schuld was, daar voelde ze zich te waardig voor.
Dit dreef de families nog verder uit elkaar. Tijdens de zoveelste skivakantie liep het fout. Daan drong aan dat Anne moest skiën; geen instructeur, hij zou het zelf wel leren.
Kom op! Niet altijd bang. Het is niet je eerste keer!
Waarom zei Anne geen nee? Ze dacht misschien dat vrede belangrijker was dan ruzie.
Na haar val werd Anne wakker in het ziekenhuis in Utrecht, waar Manon huilend aan haar bed zat.
Mam
Rustig maar, Annetje. Nog even geen praten. Alles komt goed, ik ben bij je.
En Daan?
Manon kon haar dochter de waarheid niet vertellen: Daan was naar huis gegaan voor een tentoonstelling, haar achterlatend.
Anne hoorde het pas later, nadat Manon haar naar haar eigen ziekenhuis had laten overbrengen en alles in het werk stelde haar dochter te laten herstellen.
De artsen waren niet optimistisch. Maar Manon weigerde te geloven wat ze hoorden.
Bij de fotos van haar opa, haar ouders, zwoer ze:
Ik geef niet op! Zo ben ik niet opgevoed. Ze heeft alleen mij; niemand anders.
Ze probeerde Daan tot steun te bewegen:
Alsjeblieft, wil je bij haar zijn? Jij houdt toch van haar?
Vroeger ja. Maar nu? Wat kan ik doen? Beter stoppen, dan jaren spijt.
Manon liet het los en focuste op de revalidatie van Anne.
En wonder boven wonder, langzaam lukte het. Anne verraste de artseneerst met staan, toen de eerste stappen, pijn verbijten, stap voor stap, met haar moeder aan haar zijde.
Daar ga je! Papa zou zó trots zijn!
Zingen lukt Anne niet meerhaar stem was weg, misschien door de operatie of door de uren dat ze geschreeuwd had om hulp nadat ze uit het zicht was geraakt op de piste. Ironisch genoeg was het juist haar geschreeuw dat haar redde: een skileraar vond haar na afloop van de dag. Het feit dat haar man haar niet eens miste, wist Anne inmiddels.
Toen Manon haar probeerde te troosten, legde Anne haar hand op die van haar moeder:
Mam, laat maar. Ik heb het al lang begrepen. Ze moeten me niet meer, een pop met gebroken benen… Niet meer hun ‘Caatje’.
Daar laat ik het niet bij! riep Manon zo hard dat de zuster nieuwsgierig kwam kijken.
Is alles goed?
Alles goed hoor! Toch, Anne?
Zeker, mam.
Jaren later, op een zonnige dag in het Vondelpark, wandelde een jonge vrouw met een lichte hink samen met haar zoontje over het pad.
Ga maar vooruit, vriendje! De wereld wacht op je! Maar niet te hard, want mama loopt niet zo snel. Geef je hand maar.
Het jongetje kuierde netjes mee, draaide zich om en opende zijn armen toen hij zijn oma zag aankomen.
Lieve schatjes! Wat heb ik jullie gemist!
Anne gaf haar moeder een hug.
Hoe was je vakantie? Lekker tot rust gekomen?
Heerlijk! Geloof het of niet, ik kwam Carla tegen!
En hoe is het met haar?
O, ze klaagt wat. Daan is nog steeds alleen, geen kleinkinderen, ze voelt zich oud.
En jij?
Ik heb haar niks verteld. Niet over je nieuwe huwelijk, niet over mijn tweede kleinkind op komst. Ik heb zelfs met haar te doen, eerlijk gezegd.
Raar toch, mensen. Hoe verschillend we allemaal zijn, hè, mam?
Zeker weten. Maar kom, laten we niet somberen. Wat een knappertje ben je! Wil je oma je nieuwe tand laten zien? Anne, heeft hij er niet wel erg veel?
Mam! Doe normaal. Het klopt precies.
Anne pakte de hand van haar moeder, legde die op haar buik en glimlachte:
Wil je nog een nieuwtje?
Goed nieuws?
Het allerbeste! Je wordt dit jaar dubbel oma! Wat vind je daarvan?
Echt waar?!
Ben je niet blij?
Lieverd, ik ben zó blij Kan je te veel geluk hebben, denk je?
Geen idee, mam. Maar we hebben het verdiend. Vooral jij. Mam
Ja, lieverd?
Ik ben geen ‘Caatje’
Natuurlijk niet. Dat heb ik je beloofd.
Want uiteindelijk leerde Anne, dat ware warmte en liefde blijvenook als anderen wegvallen. Je familie en de kracht om liefde te geven, dat is echt geluk.







