Op vakantie naar het platteland namen we onze stadskat Wouter mee. In het dorp woont de broer van Wouter, genaamd Tjebbe. Waarom Tjebbe? Nou, hij heeft van die enorme uitpuilende ogen, alsof ie altijd schrikt van zn eigen spiegelbeeld vandaar de bijnaam. Je weet, hier op het platteland nemen ze het niet zo nauw met beleefdheden.
Voor Wouter was het begin niet bepaald een feestje. Tjebbe, hoewel ongeveer even groot als een pak hagelslag, liet er geen misverstand over bestaan wie hier de baas was. Hij joeg zijn broer bij het eten weg en siste erbij als een BVer op televisie die net gelezen heeft wat over hem op Twitter geschreven wordt.
Op een dag maakte Tjebbe de klassieke fout van een straattuigertje: hij dacht dat hij onaantastbaar was en viel Wouter openlijk aan. Wouter wuifde hem wat nonchalant weg, alsof hij net hoorde dat de gemeente de vuilnis een dag opschuift tot na Hemelvaartsdag. Maar ineens pats haalde hij uit, Tjebbe vloog linea recta in de vuilcontainer. Sindsdien stond Wouter, geheel per ongeluk en zoals alles in zijn leven, aan de top van de voedselketen.
Katers worden hier puur praktisch gezien: muizen vangen is hun hoofdtaak. Alleen omdat het winter was, mocht Wouter thuisblijven. Eten geven is hier trouwens een soort geïmproviseerd kunstproject; je weet nooit precies wanneer of wat het wordt. Wouter snapte er in het begin niks van. In de stad kreeg hij zijn maaltje keurig op tijd, geserveerd op Delfts blauw met een dienblad erbij. Hier was het zoek het maar uit.
De stress sloeg toe en al snel kwamen de oerinstincten weer boven. s Nachts vond ik hem geregeld met zijn kop in een pan op het fornuis. Tjebbe, postgevat bij het krukje als een boef op de uitkijk, siste waarschuwend als ik eraan kwam. Wouter draaide zich dan loom om en miauwde zachtjes naar Tjebbe: Geen paniek, deze is van ons. Je moest eens weten hoe hij stiekem de koelkast plundert in het donker.
Toen dachten we op een dag: Wouter is er vast klaar voor, tijd voor buiten! Dus wij zetten hem in de sneeuw. Hij draaide zich om, hele snoet wit, en in zijn blik lag de teleurstelling van een onvoldaan bestaan een beetje zoals Rutger Hauer die je net vertelt dat de HEMA dicht is. Daarna is Wouter dus gewoon huisdier gebleven.
Op een avond had ons kind, Maarten, wat vriendjes te logeren. We zaten samen in de woonkamer, ik las voor uit De Avonden van Reve (niks zo pedagogisch als wat existentiële ellende), toen ik net bij het stuk kwam over een enge zwarte kat, klonk er een angstaanjagend piepende knal. De deur zwaaide open en daar paradeerde Tjebbe naar binnen. Bleek dat kat Wouter hem geleerd had om zelfs de moeilijkste deuren open te duwen met één poot.
De woonkamer was piepklein, maar toch wisten de kinderen zich spectaculair te verspreiden. Eén jongetje raapten we later op uit het bovenraam gelukkig zat oma beneden, die altijd zorgt dat niemand honger heeft of uit het raam kukelt.
O ja, ik vergat te melden: Tjebbe is van top tot teen gitzwart. Zeg nou zelf, wanneer zie je dat een klassieker uit de literatuur nog zón indruk maakt op Nederlandse kinderen?






