FIFA: Het Ultieme Voetbalspektakel waar Nederland zich thuis voelt

Fiefje

Kijk haar nou, helemaal opgedoft! Gewone mensen gaan s ochtends netjes werken, maar zij? Waar denkt ze naartoe te lopen, in witte broek, met al die modder op straat?

Ze loopt toch niet? Altijd met die auto van dr! Kan best een bus vervoeren met dat gevaarte!

Nou, wees blij dat ze tenminste iets aan heeft! Heb je gezien wat ze om haar nek heeft?

Nee, wat dan?

Een tatoeage! Echt waar! Wie doet nou zoiets? Net een ex-gedetineerde, eerlijk waar. Nog zo jong, en al onder de plaatjes! Wat zou haar moeder ervan gezegd hebben, als ze dit had gezien? Geen toezicht meer, echt een verloren ziel…

Het bankje voor de portiek gonst, terwijl ze Fiefje nakijken.

En waarom niet lekker kletsen? De boodschappentassen staan al klaar en thuis wacht alleen maar weer de dagelijkse sleur. Even ademhalen want het is altijd dezelfde riedel. Groot of klein, het draait allemaal om koken, poetsen… En echte blijdschap is er bijna niet, behalve op een zeldzame feestdag. Waar vind je die vrolijkheid nou als gewone mens? Het leven vult zich meer met zorgen hoe je de kinderen te eten geeft, hoe je kunt helpen als het nodig is. Hoe je je kleinkinderen iets lekkers brengt, en even zo gelukkig kunt zijn als je zacht hun haartjes kust. Daar zit eigenlijk al het geluk in… de kleintjes… Maar zelfs dat is niet voor iedereen, kijk maar naar Jannetje haar kinderen hebben gezegd dat ze vooral geen kleinkinderen moet verwachten, want tegenwoordig is het hip om lekker op vakantie te gaan, en nergens aan te denken. Hoe doen ze dat toch? Vast zoiets als dat Fiefje, dochter van Marieke.

En vroeger, het was zon normaal meisje! Altijd op tijd op school, beleefd groeten… Maar nu? Sinds haar moeder overleden is, laat ze zich helemaal gaan. Hele dagen hangt ze ergens rond. Werken? Ho maar. En studeren dan? Nee! Volgens de dochter van buurvrouw De Vries zit Fiefje helemaal in het alternatieve: ze tatoeëert! Schijnt zelfs een eigen studio te hebben nu. Waar gaat het heen?

Een paar jaar geleden dook haar vader opeens op. Iedereen dacht: nu komt het goed. Hij zal haar de juiste kant op sturen. Wat gebeurt er? Hij koopt haar dat bakbeest van een auto, dat een halve parkeerplaats bezet, en verdwijnt weer. Haar lot moet ze verder zelf uitzoeken. Maar ze is nog zo jong! Nog geen eenentwintig! Hoe kun je zo iemand zo laten zwemmen? Voor je het weet heeft ze iemand fouts in haar huis, en raakt ze alles kwijt het appartement van haar moeder, die rotwagen die niemand rust gunt.

Kijk, daar rijdt ze weg! Waarheen? Wie zal het zeggen? Niet eens omkijken! Echte fief! In haar witte broek…

Fiefje had geen tijd, en zeker geen zin, om zich druk te maken over het geneuzel van de buren. Ze had haar eigen zorgen. Vandaag zat alles weer ramvol in haar agenda. Zoveel te doen soms wilde ze dat er gewoon twee uur extra in een dag zaten! Haar moeder zei altijd dat Fiefje niet wist hoe je je tijd moest gebruiken, maar dat ze dat zeker moest leren.

Fiefje, daar hangt het allemaal van af! Sommigen vliegen maar als kip zonder kop rond, klagen dat niks lukt. Maar de truc van geluk is simpel. Wie goed met zijn tijd omgaat, krijgt alles voor elkaar.

Hoe dan, mam?

Niet verspillen. Bedenk wat jij echt belangrijk vindt, en besteed daar je tijd aan. Vergeet niet ook rust en plezier mee te tellen. En als je alleen maar nuttig bezig bent, wordt je moe en chagrijnig. Soms even onzin doen hoort erbij. Maar te veel niksdoen is ook niet goed. Daardoor verlies je jezelf. Bepaal dus hoeveel rust je treft, en hou je aan dat ritme. Dat geeft overzicht en mij rust.

Fiefje probeerde het, zelfs een agenda aangeschaft, maar het ging haar alles behalve makkelijk af. Alles leek even belangrijk, alles trok aan haar. Vandaag drie colleges, maar tijd voor maar één, want twee klanten stonden op haar te wachten, ze moest langs bij Lotte, en Lotte zat altijd samen met Sanne, dus dat werd geen snel bezoek. Daarna nog langs bij Tim om te helpen met verhuizen… En nog kennismaken met nieuwe mensen, want volgende week zou ze met hen op pad. Zou ze het redden vandaag?

De file waarin Fiefje vastzat, trok langzaam op. Ze gaf gas. De auto reageerde meteen; zacht, geruststellend, alsof hij zei: Kom op, we halen het wel! Daarvoor heeft je vader mij toch aan jou gegeven? Om je tijd te besparen.

Ze aaide het stuur.

Dank je, pap.

Had je haar twee jaar geleden gezegd dat ze ooit haar vader zou bedanken, ze had je vierkant uitgelachen. Ze had hem bijna haar hele leven lang verafschuwd.

Nee, haar moeder zei nooit een kwaad woord over hem. Integendeel, ze vertelde juist altijd over zijn slimheid, en herhaalde dat Fiefje precies op hem leek.

Maar Fiefje begreep nooit hoe zon slimme man zijn baby had kunnen achterlaten, en nooit meer omkeek. Jarenlang kroop die boosheid in haar, vergiftigde haar ziel.

Op de kleuterschool zat ze tijdens de Sint Maarten-avond in een hoekje, terwijl de andere meisjes met hun papas dansten. Zij had geen partner, en dat deed zon pijn, dat huilen niet eens lukte. Droge ogen, starend naar de dansvloer.

Op school, als ze werd gepest, zette ze haar tanden op elkaar, gaf terug, keek jaloers naar meiden die bij elke onrecht riepen: Mijn vader hoor je nog wel!

Eind middelbare school kreeg ze slaande ruzie met haar beste vriendin Anja, omdat die achteloos zei:

Mijn vader zegt dat ik elke opleiding mag kiezen. Hij betaalt als ik het niet haal. En als ik slaag, krijg ik een auto van hem van het uitgespaarde geld.

Fiefje en Anja waren al bevriend sinds ze peuters waren, maar toen wist Fiefje: het is voorbij.

Geen jaloezie iets anders, een keiharde, niet uit te houden pijn. Anja wist namelijk precies hoe graag Fiefje een vader wilde Maar stak toch altijd dat mes om te draaien.

Toch, Fiefje was zelden jaloers op anderen. Niet nodig. Ze en haar moeder kwamen niets tekort. Ze gingen zelfs op reis ver weg. En ze had een mooie telefoon gekregen op haar zestiende verjaardag, van haar moeder.

Dat cadeau was niet eens het belangrijkste. Terwijl ze dat doosje nog openmaakte, stond opeens degene in de deuropening, die ze zn leven lang had willen zien.

Het werd een enorme uitbarsting schreeuwen, huilen, alles eruit. Het maakte haar niet uit wat haar moeder probeerde ze duwde haar armen weg.

Jij bent een verrader! Waarom is hij hier? Ik wil hem niet zien!

Ze wist niet dat haar moeder net de diagnose had gekregen, en dat hun leven, zorgvuldig opgebouwd, elke zekerheid, elk fundament dat alles over de kop zou gaan. Alsof de grond onder hun voeten veranderde in drassige bessenvla, waar Fiefje als kind altijd van gruwelde.

En dat je uit die smerige blubber niet zomaar komt. Je schoenen laten sporen na. Alles wordt vies…

Fiefje bracht zelf het doekje en maakte schoon, zoals altijd vroeger. En toen ging ze bij haar moeders bed zitten, droog, zoals altijd, en sommeerde streng:

Nu vertel je alles. Geen leugens meer. Begrijp je?

Ik zal het doen… beloofde haar moeder.

Zo hoorde Fiefje het verhaal over jonge huwelijken en families vol verwijten, over hoe niemand op haar geboorte zat te wachten, hoe zij het slachtoffer werd van andermans verwachtingen. Over hoe haar moeder hem na de geboorte van Fiefje ontweek, hem dwong te kiezen, en uiteindelijk hem zelfs vertelde dat Fiefje niet zijn dochter was. Over het verdriet, de misverstanden, en de geheime pijn achter gesloten deuren.

Fiefje voelde zich verscheurd, had duizend vragen, maar enfin het leven bleek een vreemd beest. Vandaag weet je één ding, morgen slaat alles om. Je moet zelf kiezen hoe nu verder.

Of ze haar moeder echt heeft kunnen vergeven, dat wist Fiefje niet. Maar wel, dat ze haar dankbaar was voor die eerlijkheid.

En weet je? Sommige dingen verdwijnen nooit uit huizen met oude muren. Zoals zijn handen die moeders polsen vasthielden, en zijn tranen. Fiefje heeft haar vader daar nooit naar gevraagd.

Er was ook geen tijd. Ze moesten nu leren samenwonen want bij haar tante laten, dat weigerde haar vader pertinent.

Als jij straks achttien bent en je wil dat ik wegga, dan vertrek ik. Tot die tijd blijf ik bij je uit de buurt, als jij dat wilt.

Nee! Je was jarenlang uit beeld. Nu wil ik je juist! Papa…

Nadat haar moeder veel langer volhield dan de artsen dachten bijna twee jaar kon Fiefje uiteindelijk zeggen: het waren de moeilijkste, maar ook de mooiste jaren van haar leven. Tijd bleek ongenadig: het was zo kort voor hen samen…

Het was toen dat Fiefje begon te tekenen.

Waarom niet eerder? Geen idee. Ze krabbelde altijd wel iets in een schrift of op een kladblok, maar nooit serieus.

Eigenlijk best goed!

Haar vader floot toen hij haar werkjes zag. Kijk!

Hij trok zijn T-shirt uit. Op zijn rug stond een prachtige tatoeage. Haar kindertekeningen leken er ineens suf bij.

Een vriend heeft m gezet. Wil je dat ik een les voor je regel?

Ja!

Niemand in de straat merkte op dat Fiefje vertrokken was. Een jaar woonde ze bij haar vader in Amsterdam. Ze leerde het vak, keerde terug naar haar stad.

Ik wil naar huis, pap…

Heel begrijpelijk. Hij vroeg haar langer te blijven, was eventjes weg, en keerde terug met dozen en papierwerk. Op het aanrecht legde hij de autosleutels.

Deze is nu van jou. En dit…

Map met papieren ernaast.

Wat is dit?

Jouw studio. Ik heb mijn flat verkocht en voor jou een pand gekocht in het centrum. Klein hoor, maar toch. Leraar Joost heeft alles geregeld. Ga je gang, leer, werk. En zorg dat je verder studeert.

Fiefje kon het nauwelijks geloven. Zelfs toen het echt was, toen haar eerste klant en buurman-biker Pim complimenten maakte, kon ze het niet bevatten.

Haar vader hielp met alles, regelde reclame, nam afscheid.

Waar ga je heen?!

Naar mijn ouders. Daar is het nu nodig… maar jij redt het wel, hè?

Ja, pap. Maar ik wil toch dat je blijft…

Ik weet het, meisje, maar ik moet toch.

Toen haar vader weg was, dook Fiefje in haar werk en studie. Al snel kon ze het niet meer alleen, nam twee assistenten.

In deze hectiek leerde ze Lotte kennen. Een goedverzorgde vrouw kwam laat op de middag binnen, toen Fiefje alweer op haar horloge keek.

Sorry, kan ik de eigenaar spreken?

Dat ben ik.

Meisje, doe niet gek haal even een volwassene.

Nu keek Fiefje goed naar haar. Het leek zo’n nette vrouw, maar onder die laag: geen make-up, wallen onder de ogen, handen met afgekloven nagels. En die weemoed…

Fiefje haalde haar portfolio.

Dit zijn mijn werken. Zeg maar wat je wilt.

Naam… hier…

Ze schoof haar mouw op, toonde haar pols.

Zodat ik t altijd zie… Ze slikte, deed zichtbaar haar best om niet te huilen. Fiefje sloot de deur en liet een te laat gekomen klant buiten staan.

Kom zitten, zei ze. Komt goed.

Doet het pijn? Dat weet ik.

In de stoel gaf ze alleen nog het woord prijs: Sanne…

Fiefje stelde geen vragen. Wie Sanne was, hoorde ze per toeval, twee dagen later, bij het ziekenhuis waar ze haar tante bezocht.

U?

Ik. Dank je…

Graag gedaan. Vind je het mooi?

Heel. Sanne ook…

Hij…

Zij. Mijn dochter.

Toen stelde de vrouw zich voor: Lotte.

Fiefje.

Mag Sanne jou leren kennen?

Graag!

Het meisje met dikke bril, pleister op het glas, pakte meteen haar hand en riep: Heb je noten? Of zonnebloempitten? Niks? Wat voer je dan aan eekhoorns?

Eekhoorns?

Ja joh! Hier in het park! Wij zoeken ze altijd met mama ze zijn zo dik van al mijn nootjes, dat ze bijna uit de bomen vallen!

Nee joh, ze blijven altijd slank ze springen veel.

Echt? Dan ben jij slim!

Valt mee.

Waarom?

Ik leer nog, hè.

Aha. O ja!

Het meisje stak haar hand uit: Sanne de Boer.

Mooi… Fiefje schudde voorzichtig niet tegen de pleister aan. Fiefje van der Wiel.

Nu kennen we elkaar!

Haar lach klonk als een klokje onder de beuken. Lotte knapte ervan op.

De volgende keer kwam Fiefje met zakken vol noten…

Lotte vertelde pas later over Sannes behandeling. Ze werden voorzichtig vrienden als schaatsers op dun ijs aan de kant.

Kan er iets gedaan worden?

Ja, het is nu geen vonnis meer. Toen ik naar je toe kwam, was er bijna geen hoop.

En nu?

Toen kwam dokter Thomas en die zei: er zijn nog opties.

Waarom huil je dan?

Gisteren is Sanne geopereerd, nog op de IC… Ik mag er niet bij… Morgen pas weer… Ik ben zo bang, Fief… zo bang als nooit tevoren. En ik kan het aan niemand kwijt.

Ben je alleen? Waar is Sannes vader?

Die verliet mij nog voor haar geboorte. Ik ben niet zoetsappig, Fief. Ik wilde Sanne voor mezelf, de vader koos ik puur om wie hij was… Maar ik hield niet van hem, snap je?

Niet echt, maar dat maakt niet uit. Sanne is er.

Ja, ze is er…

Niet opgeven, hoor! Snap je? Kijk naar je polsen! Ziet het goed? Ik heb de kleuren expres gekozen. Die naam van je dochter moet geen herinnering blijven, doe er alles voor!

Niet schreeuwen… ik hoor je…

Zo… en nu ophouden met zeuren. Doorgaan!

Lotte snikte als een kind. Fiefje, intuïtief wetend dat dit het breekpunt was, liet haar begaan.

Glas water graag.

Die nacht bleven ze in de studio, pratend, zwijgend, lachend, huilend… s Ochtends reed Fiefje Lotte naar het ziekenhuis.

Ik ga mee.

Heb je tijd?

Lotte… Jij ook altijd… Fiefje zocht in haar tas, pakte een kam. Hier, borstelen. Je laat je kind toch niet schrikken zo?

Met Sanne liep alles goed af. Dokter Thomas verrichtte een wonder.

Mag ik straks weer eekhoorns zien? mokte Sanne.

Zeker! Als je ontslagen bent, gaan we naar Amsterdam met Fiefje. Daar zijn nog meer eekhoorns!

Waarom?

Omdat het moet, lieverd. Je ogen zijn geopereerd, maar ze moeten nog leren zien en dat kan daar. Vriend Joost van Fiefje heeft alles geregeld.

Reha-wat? Niet zeggen, ik vraag het straks aan Fiefje.

Sanne was het gepraat van haar moeder al zat. Naar Amsterdam met Fiefje en kletsen over eekhoorns dat was alles wat telde.

Mam!

Ja?

Gaat Thomas mee?

Nee, die moet werken. En je weet: niet zomaar volwassenen bij voornaam noemen.

Ik wel!

En waarom dan?

Omdat hij van mijn Fiefje houdt! riep Sanne, terwijl Lotte verbijsterd keek.

Kletsmajoor! Waar haal je dat vandaan?

Dat zie je toch! Jij ziet niks, mama! Fiefje ook niet. Ik zeg het, zij gelooft me niet. Sanne schudde haar hoofd kinderen zien alles beter.

Dat Thomas gevoelens voor Fiefje had, kon niemand ontkennen. Maar ze deden beiden alsof het niet bestond, beleefd en afstandelijk, nooit de eerste stap zettend.

Ook na het vertrek hielden ze contact. Fiefje besefte: ze kon dit ook voor andere kinderen doen. Joost hielp mee, en al snel stond Thomas zijn jonge patiënten stuk voor stuk af aan de stoere Fiefje en haar zwarte auto vol speeltjes, doekjes en een iPad voor onderweg.

Een trein nam bijna niemand. Fiefjes auto werd hun tweede huis, met alles wat nodig was.

Thomas bewonderde haar, maar hield zijn mond. Fiefje ook. Geen van beiden zette de stap.

Misschien hadden ze voor eeuwig gedraald, ware het niet dat Sanne na de revalidatie haar moeder tot een ziekenbezoek aan Thomas wist te bewegen.

Waarom, Sanne?

Wil Thomas iets zeggen.

Wat?!

Kom nou mam!

Thomas nam het serieus: Goed, laten we praten.

Lotte keek vertederd naar Sanne, die druk gebaarde. Waar ging dit heen? De uitleg was eenvoudig.

Waarom zeg je het haar niet?

Wie, wat Sanne?

Tegen Fiefje, dat je haar leuk vindt.

Dat is… ingewikkeld.

Niet toch! Grote mensen zijn raar! Jij vindt haar leuk, weet ik zeker.

Ik merk het.

Waarom niks zeggen dan?

Sanne, snap je: ik heb niets, geen huis, ik huur een kamertje vlak bij het ziekenhuis en het duurt nog wel even voor ik normaal kan wonen. En Fiefje… die heeft alles voor elkaar. Heb je haar auto gezien?

En?

Nou een man heeft zijn eigen plek nodig, wil wat te bieden hebben. Snap je dat?

En liefde dan? Is dat niet genoeg? vroeg Sanne, starend naar Thomas.

Soms niet…

Sanne luisterde niet meer. Ze trok een stukje aan zijn jas, fluisterde hem iets in het oor waardoor Thomas giechelde en haar plagend waarschuwde:

Niet zo brutaal!

Sanne stak haar tong uit, trok haar moeder mee.

Waarheen, Sanne?

Naar Fiefje!

Die werkt!

Maakt niet uit! Ze is blij om me te zien!

Lotte moest lachen, regelde een taxi.

Ook met Fiefje voerde Sanne een serieus gesprek. Het resultaat liet niet lang op zich wachten.

s Avonds, toen Fiefje haar studio afsloot, voelde ze zich vastbesloten. Als een klein meisje het zag, waarom zou ze het dan blijven negeren?

In de schemer stapte Thomas dichterbij. Zijn Hoi! klonk als muziek.

Enkele maanden later gonste het bankje in de portiek weer als vanouds.

Ze heeft een vriend aan de haak geslagen! Wie is die kerel? Brengt allemaal spullen, maar niemand kent hem! Meid alleen, straks wordt ze belazerd!

Oh, volgens mij een nette vent!

Weet jij veel, Trees! Eerst zeggen ze zo, maar je weet wel, wat je allemaal hoort. Moet haar vader maar bellen!

Maar die is er al!

Wat zeg je?! Sinds wanneer?

Deze week nog gezien. Er staat iets te gebeuren, let maar op!

En wat dan?

Wacht maar!

En inderdaad, ze zagen het:

Fiefje in een schitterende witte jurk waarmee eindelijk haar rugtattoo goed zichtbaar was zelfs Gré, de moderne, viel even stil.

Thomas die zijn bruid naar hun auto bracht, Sanne giechelend, want zij had Fiefje net verkocht aan Thomas, en heel trots op zichzelf.

Lotte huilde van geluk, veegde aan de lopende band de sluier goed, liet zich niet tegenhouden door nieuwsgierige vragen.

Laat me nou even snikken van blijdschap, joh! Dit zijn goeie tranen!

En vreemde mensen voor de deur, met bloemen, die Fiefje omhelsden alsof ze familie was. Niemand begreep wie het waren.

En niemand snapte waarom Fiefje voor ze instapte haar jurk wat optilde, haar hakken uittrapte en riep dat ze sneakers wilde want op trouwschoenen rijdt niemand auto. Thomas strikte haar veters zoals alleen hij dat kon; Lotte viste de sneakers uit de kofferbak.

Altijd weer wat bijzonders bij haar! mopperde het bankje, terwijl de auto vertrok.

Ja! Een echte fief!

Wat ik hiervan geleerd heb? Je kunt je tijd en energie vergooien aan roddel, spijt of zorgen om wat anderen denken of je kiest je eigen geluk. En dat geluk is voor iedereen anders. Maar pas als je leert jezelf en anderen te accepteren met fouten, spijt en verleden kun je echt verder. Liefde, echte vriendschap en openheid geven de moed om opnieuw te beginnen, op hoe klein je plek ook is. Misschien moet je gewoon durven springen in het onbekende, desnoods met je sneakers aan onder je trouwjurk.

Please rate
Bagattia News
FIFA: Het Ultieme Voetbalspektakel waar Nederland zich thuis voelt