Dagboek Woensdag 6 maart
De afgelopen drie dagen hing er steeds een zwerm leerlingen rondom Femke. In de hele basisschool stond ze bekend als een soort waarzegster en halve psycholoog, met een opmerkelijke kijk op het leven. Iedereen wilde een beetje van haar wijsheid mee pikken. Mensen spraken haar aan bij het fietsenhok, schoven stiekem bij haar aan in de kantine, en probeerden haar om te kopen met stroopwafels, schriften vol huiswerk of andere kleine cadeautjes. Op een of andere manier besloot Femke echter alles vriendelijk te weigeren.
Fem, ik vind Daan uit groep 7b zo leuk. Denk je dat wij later kunnen trouwen? zuchtte Sanne dromerig, die bij mij aan tafel kwam zitten.
Zou ik niet doen, antwoordde Femke nuchter terwijl ze aan een krentenbol knabbelde en haar thee slurpte. Daan lijkt misschien aardig, maar hij boort de hele dag in zijn neus en eet zn snotjes op. Van eten zul je in ieder geval geen gebrek hebben, maar veel verder komt het niet. Geloof me, zo wil je echt niet oud worden.
Bèh, wat vies! riep Sanne uit, maar ze bleef doorvragen. En Mark dan? Die speelt gitaar en haalt alleen maar hoge cijfers.
Tja, Mark is wreed tegen katten. Bindt er een blikje aan en jaagt ze het plein over. Later wordt hij een bullebak, en hij gaat vast ook vroeg drinken, zei Femke droogjes.
Hoe weet je dat allemaal?
Heb je ooit een nuchtere gitarist gezien? Daarbij, jongens zijn toch niet belangrijk nu. Besteed liever wat aandacht aan wiskunde, en stop met op je nagels bijten, straks krijg je wormen.
Even later schoof Joris uit groep 6 aan, duwde Sanne zonder pardon opzij en bromde: Ik heb geen vrienden. Iedereen noemt me dik en ik word nooit gevraagd om mee te spelen.
Vanaf woensdag kun je je inschrijven voor judo, bij meester Sander. Je blijft er misschien net zo stevig van, maar ze stoppen dan wel met je pesten. En duw je toekomstige vrouw niet meer zomaar weg, straks heeft ze er geen zin meer in.
Femke bracht haar dienblad naar de afwas. Bij de spoelkeuken vroeg juf Marieke, onze aardrijkskundelerares, tussen neus en lippen door: Femke, denk je dat ik beter dit jaar of volgend jaar mijn rijbewijs kan gaan halen?
Juf, je hebt niet eens een auto, alleen nog die Opel Kadett van uw vader. Eerst een eigen karretje regelen, dan pas rijlessen, anders heeft het niet zoveel zin.
Uhm, ja, misschien heb je wel gelijk…
Femke rolde met haar ogen, waste haar handen, en zei: Verkoop dat barrel nou en koop een goede fiets met stevige fietstassen. Of neem een hypotheek, de rente is nu laag en met 35 nog bij je ouders wonen is niet chic. Dat zeg ik uit ervaring, hoor.
Met verbaasde blikken achter zich liep Femke terug naar het handvaardigheidslokaal. Terwijl de andere meiden probeerden een naald in de naaimachine te steken, repareerde Femke in veertig minuten een broek, nam haar eigen rok in en haakte een paar sloffen. Ze gaf die sloffen aan mevrouw de Bruin, die zwanger was, met het advies: Altijd je voeten warm houden nu! Mevrouw de Bruin verliet opgelucht het lokaal om een zwangerschapstest te halen. De volgende dag stond er een gigantische chocoladetaart op tafel, speciaal voor Femke.
Thuis was Femke nog opvallender dan anders. Ze wees haar moeder erop dat voorgesneden gehakt niet oké was en maakte zelf boerenkoolschotel. In de avond kroop ze niet achter de tablet, maar dook ze De drie musketiers in, terwijl ze af en toe met iemand leek te fluisteren. Vader hield haar stiekem in de gaten vanachter zijn laptop, waarop Femke zei: Ga nou rechtop zitten in plaats van op zon vaag site te surfen. Sla anders even het tapijt uit, dat is nuttiger.
Op school ging het gerucht snel rond; leerkrachten vonden het verdacht en vroegen de schoolpsycholoog om hulp. Tijdens een speciale bijeenkomst zat het hele team, inclusief de directeur, te wachten op Femke.
Femke, lieverd, word je misschien gepest? begon de psycholoog, een man met een hippe baard en modieuze bril.
Ik word vooral gek van het feit dat er miljoenen aan de school zijn uitgegeven, en we in de gymzaal alleen een versleten bok en een paar meter touw kregen, zuchtte Femke, terwijl ze aan haar vlechten draaide.
Iedereen keek naar de directeur, die blijkbaar door het open raam richting vergadering verdween.
Is er iemand met wie je niet kunt opschieten?
Vriendschap is zo abstract. Vandaag ren je samen over het schoolplein, morgen doet je zogenaamde vriendin je afwas terwijl jij belastingaangifte invult.
Wat bedoel je? Wie vertelt jou dat soort dingen?
Mijn vriendin.
Dus jij hebt een vriendin die we niet kennen. Mag zij er ook bij komen?
Ze is er al, zei Femke kalm. Iedereen keek gespannen om zich heen.
We zien haar niet. Hoe heet ze dan?
Gerda van Dijk.
Oh? Hoe oud is ze?
Zeventig.
Wat zegt ze zoal?
Dat je van tandvlees richting tand moet poetsen, dat de hond van de buren niet vals maar bang en hongerig is, dat je familie altijd belangrijk is. En dat uw WOZ-waarde de afgelopen jaren verkeerd is berekend. U moet met de gemeente gaan praten, want nu betaalt u teveel.
De psycholoog schreef alles zorgvuldig op, en zette vooral het laatste met dikke letters in zijn notitieboekje.
Aan het eind van de dag werd er via de intercom naar mijn ouders gebeld, die allebei werkten.
Wacht eens! riep papa door de telefoon, zijn stem sloeg over. Dat was de naam van mijn moeder! Ze is tien jaar geleden overleden.
Er volgden zuchten en gefluisterde gebeden door het lokaal.
Precies. Tien jaar niemand meer geweest, alles staat vol onkruid, het hek is scheef, bromde Femke.
Ja, eh… ik had het nog willen doen, maar kwam er steeds niet aan toe stotterde papa zachtjes.
Het gesprek werd beëindigd.
De volgende dag gingen we met zn allen naar de begraafplaats. Femke had haar oma nog nooit ontmoet, alleen verhalen gehoord in flarden van papa. Het duurde even voor we het graf vonden; het veld van marmer was intussen bijna een bos geworden. Femke had een bos gele tulpen meegenomen en in een afgesneden plastic flesje gezet. Papa repareerde het hekje, mama verwijderde het onkruid.
Papa, oma zegt dat je een goed mens bent, maar zo verdrinkt in werk en internet dat je nergens tijd voor hebt zelfs niet voor mij, fluisterde Femke.
Papa kleurde rood en knikte stil.
Zeg maar dat het beter wordt, zei hij, terwijl hij haar en de oude foto op de steen aaide.
Nu is ze gerust en blijft ze weg. Maar ik ga haar wel missen. Ze is zo lief, vrolijk en slim.
Helemaal waar. Omas zagen altijd alles. Zegt ze nog iets?
Ja. Dat jouw komkommerdieet nergens op slaat. Wil je afvallen, ga dan sporten. En het openen van een buitenlandse spaarrekening was niet handig eerst uitzoeken of het echt nodig is. Oh, en die goedkope beton voor het tuinhuisje? Dat kun je beter laten controleren door een vakman… En dat ze trots op je is. Zelfs al kun je geen sokken bij elkaar vinden en haar suikerbrood per ongeluk liet aanbranden toen je negen was.
Die avond zaten we thuis rondom de keukentafel. Papa had voor het eerst sinds maanden zijn laptop dichtgeklapt, en mama haalde omas oude servies uit de kast. Femke sloeg haar armen om me heen en zei: Vannacht ga ik vast gewoon weer over voetbal dromen, maar als oma nog iets te zeggen heeft, geef ik het door.
Papa glimlachte voorzichtig. In het stille huis klonk voor het eerst in tijden weer gelach luid, helder, alsof er ergens een heel klein vleugje lente door het raam kwam waaien. En terwijl Femke, nuchter als altijd, het laatste restje thee opdronk, zei ze zacht: Misschien zijn waarzegsters gewoon mensen die goed luisteren. Naar anderen, en een beetje naar zichzelf.
Vanaf die dag luisterden wij ook. Naar elkaar, naar het gefluister van herinneringen, en, heel soms, naar de wijze vrouw die Femke met zich meedroeg. Zelfs als ze onzichtbaar was, liet ze een spoor van warmte achter in de tuin, in ons huis, en in alles wat wij samen deden.
En niemand, maar dan ook niemand, probeerde Femke voortaan nog te betalen met stroopwafels.






